Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 283

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 283

10 minuten leestijd

AD VALVAS 16 JANUARI 1992

PAGINA 7

Kinderpsychiatrie moet volwassen worden Hoogleraar Compernolle zet zich aftegen Freud Frank van Kolfschooten De kinderpsychiatrie moet hoognodig volwassen worden, zo stelde prof.dr. Theo Compernolle vorige maand bij het veertigjarig jubileum van de Tul­ penburg, een psychiatrisch ziekenhuis voor kinderen en jongeren. Hij veegde bij die gelegenheid de vloer aan met de wetenschappelijke pretenties van de kinderpsychiatrie. Van kinderen weten de meeste kinderpsychiaters maar heel weinig, om de eenvoudige reden dat er nog veel te weinig onderzoek naar hen is gedaan. Het bestaande onderzoek van ontwikkelingspsychologen wordt volgens Compernolle meestal gene­ geerd. Wel hechten psychiaters vaak veel waarde aan theorieën van Sigmund Freud en zijn latere aanhangers. Freud ontwikkelde zijn theorieën echter aan de hand van het zieleleven van neuroti­ sche volwassenen en niet van kinderen. Dat betekent dat (kinder)psychiaters blinde vlekken hebben als het gaat om het stellen van diagnoses bij kinderen. Dat de frequentie van het voorkomen van kindermishandeling zo lang is mis­ kend, heeft: ongetwijfeld te maken met deze Freudiaanse erfenis, waarin verha­ len over (seksuele) mishandeling tij­ dens de kindertijd worden beschouwd als fantasieën. De Amerikaanse psycho­ analyticus Jeffrey Masson werd begin jaren tachtig geëxcommuniceerd door de psychoanalytische beweging toen hij onthulde dat Freud vasthield aan zijn theorieën, ook al had hij vastgesteld dat deze verhalen vaak geen fantasie maar werkelijkheid waren.

De kinderpsychiatrie zucht diep onder de erfenis van Freud. De Freudiaans geïnspireerde b egrippen verengen de kijk op kinderen, meent prof.dr. Theo Compernolle, als bijzonder hoogleraar aan de medische faculteit aangesteld voor de bestudering van geweld in het gezin. "We moeten onderzoeken wat er werkelijk mis is met een kind."

ten toepast. "Dan moet de patiënt zich aanpassen aan de psychiater in plaats van omgekeerd. Als je alleen een hamer hebt zie je overal spijkers, en wil je ook schroeven in een plank slaan. Het is ef­ ficiënter om verschillende strategieën te gebruiken. Bij jonge meisjes die aan anorexia nervosa lijden werk ik het liefst met gezinstherapie, maar bij jonge de­ linquenten is dat geen goede vorm van werken en kies ik voor gedragsthera­ pie."

Stokpaardjes

Doorkijkspiegel Compernolle is geen psychoanalyticus, dus met hem zal het zo'n vaart niet lopen. De bijzonder hoogleraar gezond­ heidszorg en gezinsdynamiek bij de fa­ culteit geneeskunde beschouwt zichzelf echter wel als een buitenbeentje in de (kinder)psychiatrie, ook al door zijn achtergrond. Hij is een Vlaming, die zijn opleiding achtereenvolgens heeft gevolgd in Leuven, Amsterdam, Leiden en Pennsylvania. In de Verenigde Staten zijn hem de schellen van de ogen gevallen. "Ik ben daar veertien jaar geleden naar toe ge­ trokken nadat ik in de onderzoekslitera­ tuur had gelezen dat Amerikanen veel betere resultaten behaalden bij de be­ handeling van kinderen met anorexia nervosa. Ik vertrouwde die cijfers niet helemaal en ben daarom zelf gaan kij­ ken. Toen ontdekte ik dat het goed on­ derzoek was geweest, en dat die resul­ taten helemaal niet door superthera­ peuten waren behaald maar door men­ sen in alle stadia van hun opleiding." De gunstige resultaten bleken alles te maken te hebben met de veel gedege­ ner opleiding die Amerikaanse thera­ peuten krijgen. Een aankomende thera­ peut moet m de vs eerst een tijd naar

Compernolle: 'In de psychiatrie bestaat geen opleiding tot meesterschap' Foto NICO Bomk/AVC-VU

video's van ervaren collega's kijken en hun behandeling van patiënten van achter een doorkijkspiegel volgen voor­ dat hij zelf aan de slag mag. Als begin­ ners zelf met patiënten spreken, kijkt een ervaren therapeut mee, ook van­ achter een doorkijkspiegel. De opleider grijpt meteen de telefoon als er in zijn ogen iets mis gaat, en vertelt wat de leerling niet goed doet. Dreigt het ge­ sprek totaal verkeerd te lopen, dan komt de opleider erbij zitten en neemt het over. Compernolle: "Tijdens mijn opleiding in Nederland wist niemand wat ik pre­ cies deed met een patiënt. Stel je voor dat je moet leren autorijden zonder ie­ mand naast je die dat kan. Dat is wat hier in de psychiatrie gebeurt. Het is geen opleiding tot meesterschap, zoals in de chirurgie. In de chirurgie begin je

met toekijken, dan mag je geleidelijk aan tangetjes vasthouden en hele een­ voudige klusjes uitvoeren, terwijl de chirurg het echte werk doet. Als je de eenvoudige dingen goed kan, mag je zelf gaan snijden en moeilijker hande­ lingen verrichten."

Spijker Sommige opleidingen in Nederland maken wel gebruik van de doorkijkspie­ gel. "Daar heb ik dikwijls de ontluiste­ rende situatie meegemaakt dat de hoogste in opleiding en hiërarchie als het erop aankomt veel minder mooie prestaties levert dan psychiaters die lager op de ranglijst staan." "Er bestaat in Nederland een hemels­ breed verschil tussen theorie en prak­ tijk. Een deel van mijn opleiding was bedoeld als een opleiding in goed dis­ cussiëren over patiënten. Ik deed bij

mijn supervisor verslag van een zitting met een patiënt en vertelde hem mijn al vervormde herinneringen over wat er was gebeurd. Die supervisor kreeg dan weer fantasieën over mijn fantasieën over wat er was gebeurd met de pa­ tiënt. Dat is geen goede opleiding, het is een uitwisseling van intelligente ver­ halen tussen intelligente mensen. Ik moet zeggen dat dat bijna verslavend is. Als assistent deed ik heel graag mee aan zulke discussies over diagnoses en ziek­ tebeelden. De ene assistent kwam met een theorie volgens Jung en de ander volgens Adler. Heel boeiend, maar wat moet ik daarmee als ik voor mijn pa­ tiënt zit? Het is de taak van de genees­ kunde om mensen zo snel mogelijk van hun problemen af te helpen, want ze lijden." Compernolle houdt er niet één enkele theorie op na, die hij op al zijn patiën­

Om de uitwisseling van hun opvattin­ gen over patiënten te vergemakkelijken, hebben de psychiaters een systeem van categorieën voor ziektebeelden opge­ steld. Dit systeem heet DSM (Diagnos­ tic and Statistical Manual of Mental Disorders). Compernolle: "De be­ schrijving van de ziektebeelden in de DSM is niet gebaseerd op wetenschap­ pelijk onderzoek maar op een verzame­ ling van stokpaardjes. Als een groep van belangrijke onderzoekers vindt dat een ziektebeeld erbij hoort, dan komt het op de lijst. Het is een soort kleinste gemene veelvoud­denken, waarmee men iedereen ter wille probeert te zijn." Ook kinderen moeten in de systematiek van de DSM worden geperst, en daar is Compernolle niet gelukkig mee. Hij vindt het weinig vruchtbaar om vast te stellen of een kind nu wel of niet aan een attention deficit disorder lijdt of schi­ zofreen is. "We moeten onderzoeken wat er werkelijk mis is met een kind. Heeft het aandachts­ en concentratie­ stoornissen, gebrekkige gewetensvor­ ming, vertoont het agressief gedrag, is het impulsief. We kunnen beter probe­ ren dat soort kemsymptomen te diagnos­ tiseren en te behandelen in plaats van het hele syndroom te willen genezen. Als we die onderdelen goed in kaart hebben gebracht, kunnen we eens gaan zoeken naar een omvattend SJTI­ droom." Compernolle vindt dit zoeken naar syn­ dromen ook teveel gericht op patholo­ gie. "Ik ben geneigd om de gezonde kanten van een kind een kans te geven in therapieën. Daarom geloof ik ook heel sterk in de betekenis van gezinnen. Ouders zijn de beste hulpverleners een het kind. Bij een gezinstherapie denkt men vaak dat het hele gezin ziek is, maar dat is meestal niet zo. Natuurlijk doen ouders soms domme dingen, maar het overgrote deel van hen wil het best eens op een andere manier proberen. Ouders komen soms rade­ loos bij me, en zijn dan vaak alleen al met wat praktisch advies te helpen. Dan hoef je echt niet te onderzoeken wat ze zelf in hun jeugd hebben meege­ maakt. Overbeweeglijke kinderen kim­ nen bijvoorbeeld een enorme chaos veroorzaken in een gezin, terwijl de ou­ ders niets valt aan te wrijven. Om zulke kinderen op te voeden moet je een su­ perouder zijn."

De onbijbelse mildheid van een christelijk ziekenhuis Brochure 'Medische Ethiek' bespreekt alfabet van narigheden Selma Schepel De afgelopen decennia is de wereld een stuk lelijker geworden. We zijn overspoeld door ziekmakende ver­ worvenheden als milieuvervuiling en grijze hoogbouw. Maar één ding is enorm vooruitgegaan: de gezond­ heidszorg. H e t is niet alleen zo dat de behandelingsmogelijkheden on­ gekend zijn geworden, ook de rela­ tie arts­patiënt is sterk verbeterd. Tijdens de maaltijden van mijn jeugd hoorde ik mijn ouders ­ beiden chirurg ­ geregeld hun patiënten bespreken (het beroepsgeheim hield kennelijk op bi) de voordeur) en nam me voor om later nooit patiënt te worden. Patiënten waren lastig, eigenwijs en vooral dom. Zo dom dat de meesten het niet zou­ den kunnen bevatten als dokter zou

vertellen welk orgaan hij of zij weghaal­ de of repareerde en waarom. Mijn ou­ ders waren geen botte beesten. Zo'n dertig jaar geleden was het over de hele wereld vrij normaal dat een patiënt bij­ voorbeeld aan kanker stierf zonder dat hij ooit de ware aard van zijn ziekte had leren kennen. In zijn bijzijn werd er dan over 'k' gesproken en toen de pa­ tiënt in de gaten kreeg dat dat kanker was, veranderden de dokters hun code in 'c', van carcinoom. Dokters waren wezens van een hogere orde, ze knutselden naar wijsheid of willekeur aan onnozele objecten. De bange, eerbiedige blik van de patiënt die we eens tijdens een wandeling te­ genkwamen vergeet ik nooit: bij het zien van Dokter nam hij zijn pet af, hield hem met beide handen voor de borst en boog zijn hoofd. Terwijl ik opgroeide, werd ook de pa­ tiënt volwassen. De dokter daalde in­ '

tussen langzaam van zijn voetstukje en beiden vonden elkaar ergens in het midden. Dokter en patiënt werden mensen. Het eenrichtingsverkeer ver­ anderde in wederzijds vertrouwen en overleg, soms zelfs onderhandeling. Maar als ik de brochure Medische Ethiek lees, die de medisch­ethische commissie van het vu­ziekenhuis on­ langs uitgaf, denk ik dat het beroep van arts nu een behoorlijk stuk moeilijker is dan toen hij nog boven de patiënten zweefde. Medische Ethiek biedt een overzicht van het grote menselijk tob­ ben. Weinig hete hangijzers blijven on­ besproken: het register toont een alfa­ bet van narigheden en oplossingen. Van Aids tot Zwangerschapsaft)reking, deskundigen hebben zich het hoofd ge­ broken over de vraag hoe zo subtiel mogelijk uitdrukking te geven aan de bijzonder ingewikkeld geworden rech­ ten van arts, verpleegkundige eri p%­,^

tiënt. Een leerzaam boekje voor wer­ kers in de gezondheidszorg, en voor ie­ dereen die wel eens ziek, zwak of mis­ selijk is. Voor iedereen dus.

Onbijbels Ook als historisch document, als tijds­ beeld, is het een interessant werkje. De sobere bespiegelingen vormen toch de neerslag van een gigantische maat­ schappelijke omwenteling. Bij ieder hoofdstukje staat het jaar vermeld waarin de raad van bestuur van het zie­ kenhuis het betreffende standpunt heeft goedgekeurd. Voor 1974, het oudste jaartal, was het kennelijk niet nodig om ethische standpunten offi­ cieel te bepalen. Het opkomen van de noodzaak daarvan liep gelijk aan het leegstromen van de kerken, het losser worden van de moraal, de geboorte van organisaties als de Vereniging voor Vnjwillige Euthanasie en niet in de

laatste plaats de explosie van nieuwe behandelingsmethoden. Het standpunt rond het bepalen van het Hiv­virus in iemands bloed, met dan wel zonder zijn toestemming, is nog in ontwikke­ ling. Het heeft me altijd gefascineerd hoe een christelijk ziekenhuis toonaange­ vend kon worden in danig onbijbelse zaken als geslachtsveranderende opera­ ties. Het antwoord dat uit deze brochu­ re opklinkt, bevredigt me geheel: de transseksueel is een mens in grote nood, daar zou de barmhartige Samari­ taan zeker niet omheen gelopen zijn. En dus ook niet om de nood die een ongewenste zwangerschap kan veroor­ zaken: het standpunt aangaande abor­ tus provocatus is wijs en mild te noe­ men, zeker als je als vrouw de politieke discussies al vanaf 'baas in eigen buik' volgt, en de misdadige behandeling die daar aan vooraf ging gekend hebt. ­ ­

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 283

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's