Ad Valvas 1991-1992 - pagina 603
VfiS
JUNI 1992 I Foto's Ger Ernsting
groene grasvelden. Hier vind ik, onder stenen, één van de weinige keversoorten die het presteren om nog zo zuidelijk voor te komen, en die daarom mijn volle aandacht krijgt, de ongelukkigen een slanke zwarte kever die geen Nederlandse naam heeft. Gelukkig maar, want nu heet'ie Perimylops antarcticus. De soortnaam antarcticus is hier erg populair; Trechisibus antarcticus is een andere ke versoort die met mij te maken krijgt. In deze groene vallei lijkt het onbegrijpelijk dat Captain James Cook die dit eiland beschreef toen hij op 14 januari 1775 noteerde: "Lands doomed by nature to perpetual fngidness, never to f eel the w armth of the sun's rays, w hose horrible and savage aspect I have not w ords to describe". Je hoeft niet erg diep te gaan in het veen om de laag aan te treffen waarop hij had kunnen lopen. Het enige verschil met toen is waarschijnlijk het groepje rendieren dat op korte afstand loopt te grazen, afstammelingen van een tiental voorouders die in 1905 zijn uitgezet, en na tuurlijk het kerkhofje waar Noorse walvissers be graven liggen Kristian A m e Sorensen, 17 jaar oud, Magnus Osuldsen, 21 jaar ... onder een voudige betonnen kruizen waarvan ik de mal in het walvisstation zag liggen. Bij de BAS was mij voorgehouden, als uiterste consequentie van mijn luchtig genomen besluit om eens wat onderzoek op South Georgia te gaan doen: "Once you die there, you stay there". T o e n geschrokken, maar nu, rondziend de vallei, de baai en de bergen met het kerkhof van MiddenBeemster als alternatief denk ik: "fair enough ".
say here' :tch eiland
ir ie
Eerst kom ik bij een paar honderd meter lange pier, in vervallen staat, waar nu sporadisch nog wel eens een zeiljacht aan afmeert. Vroeger wer den aan deze pier de walvisjagers {catchers) be voorraad vanuit de catcher store die er vlak bij staat. Uit die loods komen vreemde geluiden. Bin nen liggen zo'n stuk of tien zeeolifanten, voorna melijk mannetjes van een meter of vier lang, die om deze ti)d van het jaar vervellen. Sommige doen dat het liefst binnen. Als het regent of sneeuwt zijn ze allemaal het liefst binnen en dan is het dringen. Onaangedaan kijken ze me aan, zwaar ademhalend; het gekerm van de golfplaten gaat hier op in luide scheten, boeren, niesbuien en bruipartijen waarmee verliggen gepaard gaat. Het ruikt er naar intensieve veehouderij. Ik loop door het dorp ruïnes van een bakkerij, een smidse, een badhuis, een varkensstal, de in elkaar gevallen 'Husvik Cinema', een loods voor de kunstmest die uit de walvisbeenderen werd gemaakt, in de loods nog een enorme stapel vouwdozen met het opschrift Quick frozen glazed Husvik w hale meat. Ik loop de traankokerijen in en na een hele rij ke tels kom ik weer buiten op een enorme houten vloer die schuin aflopend in zee verdwijnt. Ik pro beer me voor te stellen hoe het vroeger was: de walvissen die hier opgesleept werden om 'ketel klaar' gemaakt te worden, maar twee ruiende ko ningspinguïns staan in beeld. Naast de helling een betonnen vloer het restant van een vrieshuis en aan de rand van het dorp een scheepshellinkje waar een roestige walvisjager op de blokken staat, keizersaalscholvers en dominicaanse zeemeeuwen op de reling en gras op het achterdek. Ik verlaat het dorp en loop met een grote boog door de val lei, ver achter het veldstation langs, in de richting van het kerkhofje. D e vallei is groen in vele tinten en veert als een trampoline. Weelderige lagen mos, heldergroen Sphagnum en het donkerder Polytrichum dekken een dikke veenlaag af, met op veel niveaus vennen, die soms verraderlijk onder het mos doorlopen. Waar de vallei omhoog loopt, tegen de puinhellingen op die de kale rotsmassa's omzomen, wordt het mos afgewisseld met blauw
Van het kerkhof loop ik langs het strand naar Ka ninpoint, een naam die herinnert aan een poging om het dieet van de walvissers te verrijken met ko nijn. Maar South Georgia is geen Australië; nie mand heeft de konijnen ooit weer gezien. Het smalle strand is een knekelhof, bezaaid met bleke walvisbotten daterend van voor de verordening dat alles van de walvis verwerkt moest worden. Het strand wordt omzoomd met een grassoort, die grote, soms manshoge, pollen maakt. Pelsrob ben komen uit het gras en ook vanuit zee op me af waggelen, de pups speels lijkt het wel, jankend en keffend zoals hele jonge honden doen, de ouderen agressief grommend waarbij grote bruine hoektan den zichtbaar worden. Op Kaninpoint broedt een kleine kolonie keizer saalscholvers; ertussen scharrelt een spierwitte vogel, die in het Nederlands helaas de poolkip ge noemd wordt. Het is een afvaleter, die hier het voeren van de aalscholverkuikens ten eigen bate tracht te verstoren. Het begint hard te waaien nu, zoals vaak aan het eind van de middag. E r tegenin ga ik weer terug naar het veldstation. Ik haal de kist met spullen voor het onderzoek te voorschijn. D e microscoop zet ik op een tafel voor het raam dat uitziet op de vallei, met in de verte het kerk hof
Dinsdag 28 j a n u a r i Om half negen achter de microscoop, hoewel het toch mooi weer is. Maar ik ben achter met het 'dissectieprogramma'. Het november en decem bermonster, door Hector (één van de Schotten) voor mij verzameld, is klaar. Vandaag maak ik een begin met het januarimonster, dat ik meteen na aankomst verzameld heb. Van tientallen kevers zal ik, middels pincet, ontleedmes en microscoop, de fase in de voortplantingscyclus vaststellen. Bemie, die in dienst van de Sea Mammei Research Unit hier is om zeeolifanten een satellietzender op de kop te plakken, lijkt het kleine niet te eren. Ik houd hem voor dat zo'n vijftig procent van alle diersoorten kever is: de één bestudeert zeeolifan ten, de ander het leven. O m een uur of vier 's middags stop ik er mee. Ik ga wat foto's maken van de vegetatie binnen en buiten zogenaamde 'exclosures', omheinde perce len die het dramatische effect van begrazing door rendieren tonen. Nog maar net op weg zie ik vanuit het walvissta tion twee mensengedaantes op me afkomen, in zeilkleding. Verbijsterd kijk ik naar de pier er ligt toch echt niets afgemeerd. Dit kan dus niet. Dich terbij gekomen komt er zelfs Nederlands uit de capuchons: "hallo...hoe is het? Daar hadden we je bijna nog gemist." Het zijn Hedwig van den Brink en Eerde Beulakker uit Harlingen die met hun jacht 'Teake Hadewych' in het haventje van het walvisstation L eith liggen, drie uur gaans van Husvik. Ergens had iemand ze verteld van een Nederlander in Husvik. N a drie weken Engelse conversatie met een Zweed en drie Schotten (de Engelsman zegt niet vee!) is het een weldaad om even Nederlands te kunnen praten, zoiets als een warm bad na een dag zware lichamelijke arbeid. Ze zijn na een zeiltocht van anderhalfjaar nu weer op de terugweg van Antarctica naar Nederland. Heen via de oostkust van ZuidAmerika, overwin terd op de Falklandeilanden, daarna Vuurland, Kaap Hoorn, Antarctica. D e terugweg: Shackle ton's route via Elephant island naar South Geor gia en dan naar Tristan da Cunha. In het najaar staat het allemaal in de Waterkampioen. Wanneer ze weer teruggaan naar de boot geven we ze een blik echte Nederlandse boter mee dat standaard in onze voedselpakketten zit: "take care behouden vaart."
Z a t e r d a g 15 februari Als we opstaan sneeuwt het licht uit een grijze lucht, maar na het ontbijt klaart het snel op. Ik neem vrijaf, niet omdat het weekend is, maar omdat ik geen zin heb in de microscoop. Ik ga bij Olof kijken in zijn pinguïnkolonie. Het is onge veer een uur lopen, over de heuvelrug achter het
beide einden van de vijver een schuin oplopende uitgang, en wachten op een dankbare aftocht. Maar, de dieren zien het verband niet tussen hun toestand en onze graverij; we porren ze uiteinde lijk met een walvisrib van het strand in de goede richting. Verontwaardigd vertrekken ze. De red ding geeft me een ontspannen gevoel mocht het met m ' n onderzoek niks worden dan zijn er toch altijd nog die acht zeeolifanten, die zich boven dien nog vermeerderen ook. Wanneer we weer terug zijn in het veldstation is het, zoals iedere zaterdagmiddag om vijf uur, tijd voor de sauna. De walvisstations stonden welis waar op Britse bodem, maar waren Noors en had den dus een sauna. De onze is de enige die nog functioneert. Husviksauna: de meest zuidelijke sauna ter wereld een begrip in de Zuidatlanti sche oceaan. Thuis ben ik geen saunaganger, maar hier heeft het een functie: het houdt je schoon en geeft ook nog structuur aan de tijd. Na de sauna diner. Wie 's zaterdags kookt maakt er iets speciaals van. Hector heeft van aardappel meel, water, vier blikken zalm en kruiden een ge raffineerde ovenschotel gemaakt: Saumon Supre me. Olof verrast met een fles Chablis. Buiten sneeuwt het weer.
kerkhof. Ik neem een skistok mee handig tegen agressieve pelsrobmannetjes. Ook gebruik ik de skistok als uitschuifhoofd tegen Grote Jagers. Deze vogels hebben nu kuikens en zijn zeer, zeer onvriendelijk. Je merkt ze vaak te laat wanneer ze laag aanvliegend een schampvlucht op je hoofd uitvoeren. Zonder zo'n uitschuifhoofd zou je aan dacht meer op de Grote Jagers gericht zijn dan op de vennen, wat waarschijnlijk ook hun bedoeling is. Als ik aankom heeft Olof net een pinguïn over meesterd; het dier krijgt een 'transponder' geïn jecteerd, een minuscuul zendertje dat de identiteit van de pinguïn verraadt aan een ontvanger bij een weegbrug. Die weegbrug is aangebracht in het pinguïnpad dat van zee naar de kolonie voert. Bij iedere passage worden tijd, gewicht en identiteit geregistreerd. Zo kom je straks te weten wanneer welk pinguïnkuiken hoeveel voedsel krijgt toegele verd. In donkerbruin donskleed scharrelen nog enkele late kuikens van vorig jaar in de kolonie rond; ze worden nog steeds gevoerd door hun ouders die om de paar weken met een krop vol vis en inktvis van zee terugkeren. Maar de meeste ouders zijn bezig met hun ei van dit jaar per paartje één dat afwisselend door hem of haar, staand, wordt be broed. 's Middags bevrijden Chrispin en ik acht zeeoli fanten uit een 'walloh' een wentelkuil zou je dat in het Nederlands kunnen noemen. Dat zit zo: zeeolifanten liggen graag tussen de pollen van het polgras. Door het wentelen en schuren slijten die ruimtes uit, het worden kuilen, gierkuilen, en na jaren baggervijvers. De zeeolifant die zich daar in waagt loopt het gevaar zich niet meer tegen de hoge walkant te kunnen ophijsen. Deze acht lig gen er nu al veertien dagen in glijsporen op de kant verraden dat ze er uit willen. We graven aan
E
I
Z
I
I k hou erg van lekker eten, meneer' J. Crouse is verantwoordelijk voor de versterking van de inwendige VUmens. De baas van de mensa gaat d eze zomer naar Engeland. Gaat hij daar misschien de kwaliteit van de Engelse mensa's testen? "Nee, want die zijn allemaal dicht. Ik heb dat in het verleden wel eens in Frankrijk en België gedaan. In Engeland eet ik gewoonlijk bij mijn zuster, die daar al 43 jaar woont. Ze kan heel lekker koken, en dat is maar goed ook want d e Engelse restaurants zijn slecht en duur. Je doet daar niemand een ple zier met in de stad eten, tenzij je naar een buitenlands restaurant gaat. Ik blijf overi gens niet de hele tijd bij mijn zuster, want je moet je familie niet zo zwaar belasten dat ze genoeg van je krijgen. Ik vind Engeland erg mooi, vooral de zuidkant is prach tig, prachtig, prachtig. In september ga ik naar Bretagne, om vis en schaaldieren te eten. Ik hou namelijk erg van lekker eten, meneer." (FvK)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's