Ad Valvas 1991-1992 - pagina 183
AD
7 NOVEMBER 1991 ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ i ^ ^ i ^ H H i ^ ^ i ^ ^ ^ i H B a i i ^ ^ ^ ^ M i ^ H ^ ^ l H M H ^ H
PAGINA 13
De universitaire microicosmos als literair genre De academische roman weerspiegelt de geschiedenis van de universiteit Onlangs verscheen de bundel De universiteit in opspraalf, e e n historisch overzicht van 'de unive r siteit in de roman'. Lite ratuur over het universi taire wereldje is door gaans geïnspireerd door de idealen die de bewo ners over dat we re ldje koesteren. Voor de op komst van de burge rlijke student be schrijve n de romanciers he t ade llijk gezuip. De literatoren uit de burgerij mijme re n over vriendschap en es thetica. Moderne au teurs zien de weten schapper als dolende rid der op een globai cam pus.
Peter dessen
"Men leert tijd vermorsen, lui zijn, (...) onbruikbaar worden voor zijn gansche leven en in acht maanden tijds de vrucht van twmtig jaren ouderlijke zorg vernielen. Men leert veel af, niets aan dan kwaad", zo schreef Klikspaan in 1841 over het studentenmilieu aan de Leidse universiteit. "lp Leiden ben ik mensenhater gewor den", heeft een andere negentiende eeuwse auteur. Marcellus Emants, ooit gezegd. Hij gebruikte de academie slechts voor één kort verhaal, waarin de hoofdpersoon zich walgend afkeert van zo veel studentikoze liederlijkheid. Deze negatieve kijk op de universiteit is karaktenstiek voor veel negentiende eeuwse universiteitsliteratuur, zo blijkt uit de onlangs verschenen bundel De universiteit in opspraak, onder redactie van de Groningse neerlandica Annie van den Oever. Het boek is een uitwer king van een serie lezingen aan de Rijks Universiteit Groningen in 1989 en geeft een internationaal, histonsch overzicht van de universiteitsroman. De aandacht voor de universiteit in de literatuur verschilt sterk per land. In 'Reis naar het einde van de nacht' doet Céline zijn hele studie geneeskunde af in één zin: "Toen ik eindelijk die vijf of zes jaar academische ellende achter de rug had, bezat ik m'n mooie snorkende titel." Ook in andere Zuideuropese literatuur komt de universiteit zelden ter sprake. Het genre bloeit vooral in Engeland en de Verenigde Staten, waar het een eigen aanhang heeft, net zoals bijvoor beeld de detective of de spionagero man.
Adellijke losbol In Nederland komt de universiteit re gelmatig voor als decor, recentelijk weer in 'De Wetten' van Connie Pal men. Literatuur met de universiteit of het studentenleven als onderwerp is echter schaars. De bekendste voorbeel den zijn de negentiendeeeuwse 'Stu dentypen' van Klikspaan en de twee academische romans van W.F. Her mans, 'Onder professoren' en 'Uit tal loos veel miljoenen'. Het bitternostal gische 'Bij nader inzien' van J.J. Voskuil IS vooral bekend door de gelijknamige televisieserie, die een bepaalde groep le zers geïnspireerd heeft tot een worste
Scène uit 'Bij nader inzien', de TV-s
rie naar aanleiding van het gelijknan ;e boek van J.J. Voskuil
ling door het twaalfhonderd pagina's tellende, vnjwel vergeten boek. De ontwikkeling van de academische roman weerspiegelt de geschiedenis van de universiteit, zo stelt Annie van den Oever in haar inleidende bijdrage aan De universiteit in opspraak. In de negen tiende eeuw wordt de universiteit nog sterk gedomineerd door een anstocrati sche cultuur, adellijke jongelui studeren niet om kennis op te doen, maar om hun opvoeding tot 'gentleman' te vol tooien. Vaak gebeurt dat met behulp van harde practical jokes, warvan de restanten nu nog voortleven in de ont groeningsrituelen. Deze aristocratische cultuur komt in botsing met de opko mende burgerij, die een heel ander idee van universitaire vorming heeft. De burgerzoon van dochter is pas na 1870 sprake gaat vooral studeren om een beschaafd mens te worden. Iemand met kennis van de klassieken, van ge schiedenis en kunstgeschiedenis. Dit romantische Btldungsideal wordt hard handig gefrustreerd door de lanterfan tende adellijke losbol met een ongezon de preoccupatie voor Wem, Weib und Gesang, aldus Annie van den Oever. De hoogleraren passen zich vaak moeite loos aan. Zij worden beschreven als lui, ongeïnteresseerd en onbegnjpelijk, niet in de laatste plaats vanwege het potjes latijn waarin zij college geven. Dit con flict tussen burgelijk 'Bildungsideal' en anstocratische cultuur is het thema van veel negentiendeeeuwse universiteits romans.
als een plaats van eruditie en estheti sche verfijning, maar ook op een vriendschap die haar belofte niet waar kon maken. Een enigszins vergelijkbare Nederlandse roman is 'Bij nader inzien' van Voskuil, dat overigens pas in 1963 verscheen. Ook Voskuil beschnjft de studententijd als een tijd van illusies, van een soms naïef vertrouwen in de toekomst.
Bij n a d e r inzien In de eerste helft van de twintigste eeuw heeft het 'Bildungsideal' vaste voet aan de grond gekregen. De soms wat bittere zedenschetsen a la Klik spaan raken uit de tijd. In plaats daar van kijken steeds meer schrijvers nostal gisch terug naar hun studententijd, zoals Evelyn Waugh in 'Brideshead re visited' uit 1945. Het burgerlijke cultuurideaal inspireert bijna vanzelfsprekend tot zoete herinne ringen: op de universiteit mag de stu dent zich even met kunst en weten schap bezighouden, voordat hij het 'echte' leven ingaat, met alle verplich tingen en verantwoordelijkheden van dien. Intellectuele en persoonlijke ont plooiing lopen in deze romans door el kaar heen. De hoofdpersoon van Waugh kijkt niet alleen terug op Oxford
Microkosmos De aristocratische cultuur is nog niet geheel verdwenen, zoals Waugh be schrijft in 'Decline and Fall' uit 1928. In het fictieve Scone College vieren de voornamelijk adellijke studenten hun jaarlijkse 'BoUingerdiner': "It was a lo vely evening. They broke up Mr Aus ten's grand piano, and stamped Lord Rending's cigars into his carpet, and smashed his china, and tore up Mr Par tridge's sheets, and threw the Matisse into his waterjug; Mr Sanders had not hing to break except his windows, but they found the manuscnpt at which he had been working for the Newdigate Prize Poem, and had great fun with that." Voor de Tweede Wereldoorlog zijn het doorgaans exstudenten die over de universiteit schrijven. Na 1945 veran dert dit radicaal: docenten produceren een lange reeks boeken. Dat heeft een tamelijk banale reden. De universiteiten groeien sterk en vooral in de Verenigde Staten vinden veel schrijvers een baan als docent creative writing of als litera tuurwetenschapper. Deze schrijvers vonden onder hun neus een uiterst dankbaar onderwerp. Op de Angelsaksische universiteiten woont en werkt de academische gemeenschap in een besloten gebied, de campus of het college. "De universiteit is een soort microkosmos, waar de principes, drijf veren en conflicten worden getoond die het collectieve menselijk bestaan bepa len. In die microkosmos kunnen ze be studeerd worden in een duidelijk per spectief en een hanteerbare schaal", aldus David Lodge, schrijver van een aantal Britse universiteitsroraans. Als literair onderwerp is de universiteit extra interessant vanwege de pretenties die zij met zich meedraagt. Niemand kijkt er van op als een fabrieksdirecteur zijn positie bereikt door laagbijde gronds gekonkel of regelrecht bedrog. Evenmin is het erg schokkend als hij
een bezoek aflegt aan het plaatselijke bordeel of een verhouding met zijn se cretaresse aanknoopt. Maar voor een hoogleraar ligt dat an ders. De geleerde wordt verondersteld zich te wijden aan het onpartijdig stre ven naar waarheid en kennis. Daarom krijgen de universele thema's seks en macht in de universiteitsroman zo'n ironische lading, aldus David Lodge. In de campus novel wordt de academicus ontmaskerd als 'slaaf van platvloerse in stincten en hartstochten'. W.F. Her mans' beschrijving van de kleinzielige nvaliteit aan de 'dorpsuniversiteit van Paterswolde' is een illustratie van het menselijk tekort. "Het aloude thema van de spanning tussen schijn en wer kelijkheid ligt op de universiteit voor het oprapen", zo schrijft de Groningse letterkundige Dorleijn in zijn bijdrage over de Nederlandse universiteitslitera tuur.
Relevantie Sterk verwant aan deze 'ontmaskering' van de intellectueel is de twijfel aan de maatschappelijke relevantie van het universitair bedrijf. Dit is een tweede centraal thema in de naoorlogse cam pus novel. Het 'Bildungsideal' wordt ter discussie gesteld, aldus Van den Oever. Wat schiet de maatschappij er mee op, als academici hun leven wijden aan kwesties die slechts eén handjevol vakgenoten interesseren? In 'Onder professoren' is de weten schap vrijwel geheel irrelevant gewor den. Professor Rufiis Dingelam consta teert dat hij een Nobelprijs heeft gekre gen "voor een artikel dat niet zijn beste is en dat hij al ruim twintig jaar eerder schreef, bovendien een artikel waarvan de maatschappelijke betekenis beperkt is om zich na deze overwegingen over meer praktische zaken te buigen, zoals het schoonmaken van de paling die zijn vrouw speciaal voor deze feestelijke ge legenheid met haar brommertje heeft opgehaald in Delfzijl", schrijft Annie van den Oever. Dorleijn vindt de satire in 'Onder pro fessoren' wat al te gemakkelijk. "De duur betaalde wetenschapper die maar met zijn 'Some preliminary remarks concerning the idea of 'Bezogenheit' in nineteenth century Holland tradeunio nism' kan schrijven, levert een beeld op dat beantwoordt aan de vooroordelen die de maatschappij koestert; ze nemen
Foto Pie f We yman
de plaats in van de vroegere clichés als die van de eerbiedwaardige professor die zijn pen in de koffie doopt terwijl hij een slok uit de inktpot neemt". Het gebrek aan maatschappelijke rele vantie IS dan ook een uitvergroting van de klassieke verstrooide professor die wel thuis is in de wetenschap, maar niet in het gewone leven. Deze figuur komt al in de vroegste geschnften over de universiteit voor en is er sindsdien met meer uit weg te branden, zoals in 'Pnin' van Nabokov. Moderne universiteitsauteurs als Mal colm Bradbury en David Lodge breken echter met de stereotypen van het genre, aldus Van den Oever. David Lodge creëerde de flitsende Morris Zapp, geen dorre asceet, maar een vrouwenjager die niettemin een presti gieuze leerstoel bekleedt en een enorme publikatielijst heeft. Zijn academische avonturenroman 'Small World' speelt ook niet in de claustrofobische beslo tenheid van Oxford, maar op de global campus, de wereld van internationale congressen. "Wetenschappers zijn te genwoordig te vergelijken met de do lende ndders van vroeger", aldus Lodge. "Ze zwerven door de wereld, op zoek naar avontuur en roem." De universiteit in opspraak, onder redactie van Annie van den Oever, uitgeverij de Prom, Baarn Prijs f 35,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's