Ad Valvas 1991-1992 - pagina 86
PAGINA 1 6 1
I AD VALVAS 1 9 SEPTEMBER 1 9 9 1
Verhalen uit de joodse cultuur Selma Schepel De ene medewerkster van de vu boekhandel zegt: "Meijers? Dat is die rabbiachtige figuur die hier nu en dan komt vragen of zijn boek al ver kocht wordt." De andere: "Nou, dat hoeft toch niet? Volgens mij is 't als verplichte literatuur op een boeken lijst gezet." Daniel Meijers, schrijver van Reb Gedalja, de huwelijksmakelaar en andere verhalen is docent culturele antropologie aan de vu. In een 'we tenschappelijk nawoord' schrijft Me ijers dat een antropoloog zijn onder werp pas echt dicht benadert wan neer hij zich nestelt in de cultuur ervan, zijn onderzoek verpakt in de culturele uitmgsvormen van de be
lUustratie 'Gele zen' (uit oude krant) Tekst 'Gelezen' in steunkleur; zie vorige week
Het bestaan van officiële gedoogzones Is een door rokers zelf gecreëerde mythe studeerde groep mensen. Dus sluit Meijers zich bij de chassidische ver halende traditie aan. Dat klinkt aan nemelijk, maar juist door dit na woord valt op dat zijn boek uitmunt in kritiekloosheid en eenzijdigheid. De verhalen zijn lief en braaf, en ont roeren. Zeker waar ze lijden en dis cnminatie van joden door de eeuwen heen, vaak indirect aanstippen. Maar ik mis veel. Begin jaren '70 kwam ik middenin een buurt te wonen die Daniels be schnjft: de orthodox joodse 'Dia mantenwijk' in Antwerpen. In die tijd was discriminatie voor jonge Ne derlanders een woord dat alleen op De Oorlog en op Amenkaanse en Zuidafnkaanse toestanden sloeg. In Antwerpen leerde ik het pijnlijk en van nabij kennen. Uit een reeks van anekdotes deze: als ik op zaterdag thuis kwam, stond er meestal een groepje orthodoxe joden te praten voor onze gemeenschappe lijke ingang. Schijnbaar informeel. Maar zodra ik de sleutel m het slot stak, vlogen ze achter me aan naar binnen: men stond alleen maar te wachten tot wie dan ook de deur voor hen opende, wat ze op Sabbath zelf niet mogen. Zonder "goeden dag", "dank u wel" of welke elemen taire westerse beleefdheidsvorm dan ook. Als goj, maar vooral als vrouw was je gewoon lucht, ook al konden ze je goed gebruiken. Vrouwen mag men bij deze ortho doxen niet alleen geen hand geven, zoals Daniels schrijft. Andere verne derende gebruiken die hij hier ver zwijgt, licht hij misschien op college toe? Zoals: een vrouw die menstru eert is onrein en mag geen eten voor haar man klaarmaken Als ik door het gebeeldhouwde trap gat naar beneden keek, kon ik soms bossen hossende zwarte hoedjes zien "met lange krullende peijes die als kleine vlaggetjes wapperden" zoals Daniels beschrijft. Dol als ik ben op de weemoedige en tegelijk opzwe pende Jiddische muziek, stond ik graag te luisteren. Waarom er geen dames bij waren, leerde ik snel: vrou wen horen zich bij elkaar en de cycli van bevrucht worden, baren en zor gen voor man en kinderen te hou den. God is een man die de leuke dingen, zoals studeren, maar ook met vrienden filosoferen en dronken worden, alleen voor zijn eigen ge slacht heeft weggelegd. Waren Meijers' motieven dit boekje te schrijven alleen maar literair ge weest, dan zou ik zeggen: "Een nieu we Nescio is het niet, maar hij leest lekker weg". Om de wetenschappelij ke pretenties waar te maken, staat de auteur waarschijnlijk iets té dicht bij zijn onderwerp.
D. Meijers, Reb Gedalja, de huwelijksmakelaar en andere verhalen ISBN 90 5350 029 4 (fl 29,50)
Foto NICO Bomk AV C/V U
Ondanks het rookverbod wordt er nog altijd stevig gepaft Frank van Kolfschooten De ochtendkoffie klokt door zijn slok darm richting ingewanden. Meneer C. krijgt aandrang. Gehaast begeeft hij zich richting toiletten. Hij laat zijn broek zakken, gaat zitten op de bnl, schuift een sigaret tussen zijn lippen, steekt hem aan en blaast de eerste rook van die dag uit. Onder hem klinkt ge plons. De tevredenheid van roker C. kent even geen grenzen. Dit tafereel zou in openbare gebouwen tot het verleden moeten behoren, want roken is daar immefs sinds 1 januari 1990 verboden. Maar is de roker ook inderdaad teruggeslagen of kruipt hij waar hij niet gaan kan? Bij het koffiepunt op de twaalfde ver dieping van het Hoofdgebouw lijkt de lucht zuiver. Twee studenten staan ni cotinevnj met elkaar te praten. De air conditioning ratelt geruststellend. Aan een pilaar herinnert het skelet van een metalen asbak aan de gouden jaren van de rokers. Nadere inspectie leert echter dat een onverlaat twee peuken heeft uitgedrukt in een holte. Een incident? Bepaald niet, want even verderop blijkt achter een aantal lege koffiebekertjes een heuse glazen asbak schuil te gaan. Hij is tot aan de rand gevuld met peu ken. Hoe kan dat nou? De dienstdoen de koffiejuffrouw weet het ook niet: "Ik ben uitzendkracht en werk hier pas twee dagen. Maar waar staat die asbak dan?"
Vier verdiepingen lager ligt ook een koffiepunt. Het is pauze bij het hoor college 'Externe berichtgeving' van de controllersopleiding. Wat die studier ichting en dat college behelzen gaat he laas verloren in de rookdampen. De jongens en meisjes paffen erop los dat het een lust is. Hebben ze dan nog nooit van het rookverbod gehoord? "Jawel, maar in deze hoek geldt dat niet. Dit is een gedoogzone," verzekert een meisje met eerlijke blauwe ogen. Volgens de koffiejuffrouw is er echter geen sprake van een gedoogzone op de achtste verdieping. "Nee, die heb je al leen op de tweede en de vierde verdie ping. Hier mag het niet. Maar dat kan ik nog zo vaak zeggen, het helpt toch niet." Het college gaat zo weer beginnen. Een onberispelijk geklede 'controller' zuigt snel nog wat nicotine uit zijn filtersiga ret en drukt hem dan uit onder de hak van zijn glimmende Van Bommel. Doen wij dat thuis ook? "Ja, wat moet ik dan? Er staan hier toch veel te weinig asbak ken," zegt hij grijnzend en sluit de deur van de collegezaal achter zich. Uit de vuilnisbak aan de muur blijven nog en kele minuten rookslierten omhoog dwarrelen. Het is nog geen twaalf uur en hij is al halfvol. Een inhoudsanalyse leert dat de shagrokers tegenwoordig in de minderheid zijn. In de kantine van Provisorium I hebben rokers het zwaar te verduren. Daar zwaait koffiejuffrouw Josephine de
JOOL HUL FlMR, Z\r E \ iw t>ir tteU l^^K. hm Nier EÉW eonr
scepter. De'bestrijding van rokers is een "obsessie" voor haar geworden. "Ik erger me nu zelfs op straat al aan ro kers." Ze had gedacht na de invoering van het verbod eindelijk zonder stin kende kleren te kunnen thuiskomen. Dat viel tegen, want ze moet zich nu in het zweet rennen om rokers te verdnj ven uit haar domein. Josephine heeft speciaal bordjes laten maken met de tekst "Dit is een rook vrije kantine. Gaarne uw medewerking. Dank u." Toen die onvoldoende bleken te werken, heeft ze bij het postkantoor nog een paar posters gehaald met een man erop bij wie de rook uit zijn oren ontsnapt. De hardnekkigste rokers laten zich echter ook door deze papieren ver maningen niet afschrikken en steken er rustig eentje op. Dan krijgen ze met juf rouw Josephine te maken. Tot nu toe heeft ze alle sigaretten gedoofd weten te krijgen. "Ze roepen soms wel dat het onzm is en dat ik er toch geen last van heb, en ze vragen zich jammerend af waar ze dan naar toe moeten." Als het erg druk is in de kantine staat Josephine echter machteloos. Ze is dan gekluis terd aan haar kassa en kan niet uitruk ken om de rokers te bestrijden. Het personeel van de kamers die gren zen aan de kantine heeft ze er inmiddels aardig onder. Deze verslaafden heeft ze verwezen naar de gedoogzone bij het aquarium, in de verste hoek van de kantine. "Die doen het in ieder geval ook niet meer op de wc," zegt Josephi
ne trots en ze wijst naar een zwijgend groepje meisjes dat tevreden rokend bij elkaar zit. Josephine zoekt alleen nog een rookbestrijder die tijdens haar pauze de wacht kan houden. De kassa is tussen één uur en kwart voor twee dicht, en dan grijpen de rokers meteen hun kans. "Je zou er gestoord van wor den," verzucht Josephine. Meneer Kops van de gebouwendienst maakt zich geen illusies meer over een succesvolle handhaving van het rook verbod. "Ze storen zich toch aan nie mand. En wie wil zich nou laten uit schelden? Het probleem is dat er geen sancties staan op roken in openbare ge bouwen," zegt Kops. De zogenaamde officiële gedoogzones bestaan helemaal niet volgens hem. Dat is een door de rokers zelf gecreëerde mythe. Roken ' mag op de vu alleen in het rokersdeel van de mensa. "Maar als je meer wilt weten moet je naar mijn baas gaan. Die zit namelijk in een werkgroep die het rookverbod binnenkon zal evalueren." Op de deur van meneer C. prijkt een grote blauwe sticker met een dampende asbak erop en de tekst "Ga gerust uw gang." Meneer C. is helaas even weg.
door Aad Meijer ^ ^ J we u/£B^ m.L£:mkL DOMDEI^ OP
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's