Ad Valvas 1992-1993 - pagina 133
'Weerstand veel groter dan verwacht' Overheidsmaatregelen tegen milieuverontreiniging zijn wassen neus Milieuvervuiling blijkt nauwelijks te bestrij den. Het bedrijfsleven werkt overheid singrij pen tegen, de burger ^ ^ a t t zijn schouders op "óver alle voorlichting. De milieueconoom prof.dr. J.B. Opschoor verklaarde dit gebrek aan succes op een symposium van de We , tenschapswinkel uit de 5 onbeheersbaarheid van de economie. "Door , schaalvergroting en in ? ternationaiisering Is de r economie een onafhan kelijk systeem gewor den, dat zich nauwe |iUJks nog door de poli ? tïek en de samenleving 1 laat sturen."
Jan-Jaap Heij
"We moeten instrumenten bedenken om het economische systeem te laten doen wat wij willen, namelijk minder grondstoffen en energie verbruiken en minder afval produceren." Prof.dr. J.B. Opschoor geeft een zo op het oog een voudige oplossing voor een probleem dat maandag 12 oktober op het sympo sium Milieubewustzijn. ..van denken naar doen, georganiseerd door de We tenschapswinkel, aan de orde werd ge steld. Er is het nodige bekend over de oorza ken en de gevolgen van milieuvervui ling, zo constateerden de sprekers. Ie dereen weet dat het terugdringen van die vervuiling dringend noodzakelijk is. Overheden, onderzoekers en de milieu beweging hebben daar bibliotheken over volgeschreven en bovendien al dan niet in samenwerking met het be drijfsleven allerlei plannen, normen en doelen geformuleerd. Er gebeurt alleen niets of veel te weinig mee. De overheid sluit vage en tot niets verplichtende convenanten met het be drijfsleven af, die doorgaans in de la verdwijnen. Bekende Nederlanders roe pen in een ware vloedgolf van voorlich tingsmateriaal dat een beter milieu bij jezelf begint, waarna iedereen overgaat
Frank Steenkamp
In het hoger onderwijs is veel te weinig aandacht voor de manier waarop studenten leren. Docenten dragen vakkennis over en niet meer dan dat. Ze staan er nauwelijks bij stil wat studenten met die stof doen. Gevolg is dat studenten te lang gericht blijven op het onthou den van feitjes in plaats van op een meer actieve verwerking van de stof. En dat leidt tot onnodig slech te studieresultaten. Dat is in een notedop de kritiek van de vorige week in Tilburg (met lof) gepro moveerde onderwijspsycholoog dr. J. V ermunt. Volgens zijn proefschrift moet goed on derwijs niet alleen aansluiten op het kennisniveau van studenten, maar ook op hun leerstijl. Leerstijlen van studen ten blijken onderling te verschillen, van schools feitjes leren tot actief spelen met de stof. Op het eerste gezicht toont Vermunts onderzoek slechts aan wat veel succesvolle studenten in de loop van hun studie zelf wel ontdekken. Na melijk: dat spelen met de stof betere re sultaten oplevert dan stampen zelfs bij
tot de orde van de dag en rustig in de auto stapt. Opschoor, hoogleraar milieueconomie aan de economische faculteit, conclu deert aan de hand van ideeën van de Duitse filosoof Jürgen Habermas dat het naïef is om te denken dat de milieu vervuiling met dit soort maatregelen terug te dringen is: het economische systeem, dat de vervuiling produceert en de grondstoffen en hulpbronnen in een hoog tempo opmaakt, laat zich niet zo makkelijk veranderen. Opschoor onderscheidt, met voormalig milieuminister Pieter Winsemius, drie soorten instrumenten om milieuvervui ling terug te dringen. "Je kunt een bok op drie verschillende manieren door een hoepel laten springen: door hem met de zweep te geven, door hem een peen voor te houden of door hem een preek te geven. Analoog daaraan kun je met ge en verboden het bestrijden van milieuvervuiling reguleren, je kunt in de economie prikkels als milieuheffingen inbouwen en je kunt met mensen gaan praten in de hoop dat ze hun gedrag veranderen."
ï ' i t "• '•*
,. * ? i . '.
*T
Ba-
. '•
JSsliw
I
M
i'il'"
Zweep, peen of preek De zweep en de peen werken op dit moment niet, meent hij, omdat het economische systeem tegenwoordig 'autonoom' is: "Door schaalvergroting en internationalisering is de economie een onafhankelijk systeem geworden, dat zich nauwelijks nog door de politiek en de samenleving laat sturen. Binnen dat systeem bestaan allerlei belangen, bijvoorbeeld die van grote bedrijven. Die komen in het geweer zodra hun po sitie of hun winst bedreigd wordt." Gebruikt de overheid de zweep, dan re ageert het bedrijfsleven met een verwij zing naar Brussel. "Het bedrijfsleven wil geen regelgeving als de internatio nale concurrentie die niet ook opgelegd krijgt", aldus Opschoor. Op de peen re ageert het ambivalenter: "Aan de ene kant redeneert het systeem zelf in ter men van de markt, waardoor het ge bruik van economische prikkels herken baar is en in theorie ook wel op steun kan rekenen. In de stukken van de mi lieuconferentie die onlangs in Rio de Janeiro werd gehouden vond ik voort durend kreten als 'de vervuiler en de gebruiker moeten betalen'. Aan de an dere kant: in de praktijk stuiten econo mische prikkels wel degelijk op grote bezwaren. Ik ben lid geweest van een commissie die in opdracht van de mi nisters Alders en Andriessen de moge lijkheden van een heffing op het ge bruik van energie moest onderzoeken. Toen het werk van die commissie resul taat dreigde te krijgen, hebben de zeven grootste ondernemingen van Nederland Andriessen gevraagd om daar een stok je voor te steken: het zou hen teveel kosten. Dat heeft hij gedaan. Als het er op aankomt, zijn economische prikkels dus ook niet acceptabel." Resteert het instrument van de preek: convenanten en voorlichting, in de
^mm Performance tijdens het aoor ae weienscnapswinKei georganiseerae symposiu m over miiieu Dewu sizijn Foto NICO Boink, AVC/VU
hoop dat bewustwording leidt tot een schoner milieu. De resultaten tot nu toe zijn nihil. Het probleem wordt volgens Opschoor nog verergerd doordat overheidsingrij pen tegen milieuvervuiling tegenwoor dig moeilijk te legitimeren valt. "Het moderne westerse denken kenmerkt zich door een combinatie van antropo centrisme, vooruitgangsgeloof en geloof in economische groei en de vrije markt. In de antropocentristische opvatting is de mens belangrijker dan al het andere leven op aarde: het kan ons weinig schelen dat door onze omgang met het milieu allerlei planten en dieren uitster ven. Ontstaan door die houding moei lijkheden, dan zullen de vooruitgang in de technologie en de economie die van zelf oplossen; ook als de problemen, zoals bijvoorbeeld de milieuvervuiling, door de technologie en het economi sche systeem zelf zijn opgeroepen. Overheidsingrijpen belemmert in dit denken de vooruitgang en de economi sche groei: die zijn slechts gewaarborgd in een vrijemarkteconomie." Dit gedachtengoed en het onafhankelij ke economische systeem waarvan het de rechtvaardiging is de politiek mag^ zich immers nergens mee bemoeien breiden zich volgens Habermas uit tot terreinen waar de economie oorspron kelijk geen invloed op had. "Het econo
mische systeem koloniseert wat Haber mas de biosfeer noemt de natuur en het milieu. Je ziet bijvoorbeeld opko men dat boeren het recht op een be paalde hoeveelheid vervuiling door mest kunnen gaan kopen. Bovendien koloniseert het de normen en waarden van mensen. Tegenwoordig is het argu ment dat een idee economisch onhaal baar is voldoende om het van de hand te wijzen." "Langzamerhand ontstaat zo een situ atie waarin de wetten van de economie zowel ons omgaan met de natuur als ons omgaan met elkaar, en bovendien nog onze ideeën daarover, bepalen. Gaat die ontwikkeling door, dan wordt het op een gegeven moment voor de maatschappij en de politiek onmogelijk om het bestrijden van bijvoorbeeld mi lieuvervuiling ter hand te nemen, omdat ze helemaal geen invloed meer hebben op de alles overheersende eco nomie. Een dergelijk ingrijpen is dan bovendien ongepast: de markt regelt het wel, vindt iedereen, en de samenle ving is niet maakbaar", aldus Opschoor
Marxisme De toenemende macht van het eco nomische systeem en de dominantie van de bijbehorende ideologie zorgen er voor dat het bestrijden van milieuver vuiling beperkt blijft tot gerommel in de
Slechte studieresultaten ontstaan door foute manier van leren 'Docenten moeten studenten actiever bij stof betrekken' tentamens met louter kennisvragen. Maar dat is pas het begin van het ver haal. Populair samengevat zou het mooiste zijn als alle studenten snel met de stof gingen spelen, en het onderwijs erop gericht was hen daarin te stimule ren. Maar er zijn twee belemmeringen voor dit ideaalbeeld. Ten eerste kunnen studenten hun leer stijl niet in één dag veranderen, ze moeten er langzaam in groeien. En ten tweede: faculteiten en docenten missen nog het didactisch bewustzijn om zo'n groei te bewerkstelligen. Ze dragen de stof over op een manier die óf de fei tengerichte student boven de pet gaat, óf de actieflerende student lui maakt. Stagnatie en onnodig slechte resultaten zijn het gevolg. In zijn proefschrift geeft V ermunt drie
soorten uitwegen uit deze stagnatie, waarbij steeds de term 'procesgerichte instructie' opduikt. De eerste remedie is een nu al bij enkele universiteiten toegepaste cursus studievaardigheid. Studenten leren daar hoe ze actiever met de stof kunnen omgaan. Uit verge lijkend onderzoek van Vermunt blijkt dat deelname aan die cursus aantoon baar betere tentamenresultaten ople vert: het sterkst bij open vragen, maar zelfs ook bij multiplechoice toetsen. Het probleem van docenten die op een standaardmanier hun stof presenteren, is daarmee nog niet opgelost. Hier luidt de remedie: 'differentiatie van didacti sche maatregelen'. Dus: bij het behan delen van een theorie moet je feitenge richte studenten vragen die theorie te reproduceren, terwijl anderen de op
dracht moeten krijgen om er voorbeel den of kritiek bij te bedenken. "V ooral aan het begin van de studie is variatie in opdrachten heel belangrijk", licht Vermunt toe. "In die fase heb je de meeste afhakers. Dan komt het er ook op aan dat je mensen geleidelijk een ac tievere leerstijl bijbrengt."
Didactisch Het variëren dat Vermunt propageert, is moeilijk te organiseren in een mas saal hoorcollege. Hij meent dan ook dat werk in kleinere groepen en com putergestuurd onderwijs een grotere rol in de studieprogramma's moeten krij gen. Resterende hoorcolleges dienen dan eerder om te demonstreren hoe je met de stof kan stoeien dan om die stof zelf over te dragen.
marge. De instrumenten werken niet of mogen niet. Hoe moet het dan? Op schoor: "Ik geloof niet dat de overheid of de milieubeweging het allemaal an ders aan moeten gaan pakken. Er is niet zoveel mis met alle plannen en ideeën. Ze ontmoeten alleen een veel grotere weerstand dan verwacht was. Ik pro beer te analyseren waar die weerstand vandaan komt. Als je dat weet, dan kun je er rekening mee houden en hoef je niet al te moedeloos te worden omdat het almaar niet lukt om het milieu schoner te krijgen." Verder lijkt het hem verstandig het marxisme een zeker eerherstel toe te kennen. "Het feit dat de politieke naza ten van Marx misgekleund hebben, wil niet zeggen dat zijn wetenschappelijke volgelingen, waar je Habermas op be paalde punten wel toe kunt rekenen, op iedere bladzijde van hun boeken onge lijk hadden. De dominantie van het economische systeem, het uitgangspunt van het marxisme, is tegenwoordig in het Westerse denken alom aanvaard. Misschien is het daarom verstandig om al die oude boeken maar weer eens uit de kast te halen als we meer van de problemen rond de milieuvervuiling willen weten."
De derde bijdrage om te zorgen dat studenten op een universiteit ook echt zelfstandig leren denken, moet van het beleid van complete faculteiten en in stellingen komen. Zolang op het hoog ste onderwijsniveau in ons land zelfs van individuele docenten zelden didac tische ervaring geëist wordt, mag je van dat beleid misschien weinig verwach ten. Maar eigenlijk moet er samenhang zijn, tussen de didactische aanpak van docent A en B, en C. "Je hebt nu maar twee universiteiten die als instelling be sloten hebben om vanuit één didacti sche aanpak te gaan werken. Dat is ten minste 'n begin", vindt Vermunt. Toe vallig werkt hijzelf bij één van die twee: onder het motto 'studentgericht onder wijs' koos Tilburg vorig jaar voor zo'n centrale filosofie voor al zijn onderwijs programma's. Er gaat meer gewerkt worden met kleine groepen en er komt meer nadruk te liggen op zelfstudie. Maar Vermunt geeft hier wel een waar schuwing: ook zo'n gekozen didactische aanpak mag niet standaard door de hele studie heen worden gehanteerd. Dan zou opnieuw de groei van studen. ten geremd worden. "Je brengt met deze aanpak nogal veel structuur aan. Dat is prima voor de eerste jaren. Maar verderop in de studie moeten studenten juist zelfleren structureren." (HOP)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992
Ad Valvas | 554 Pagina's