Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 288

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 288

1 minuut leestijd

AD VALVAS 2 1 JANUARI 1 9 9 2

PAGINA 6

IVIotoriek van couveusekinderen nader bekeken 'Met het enthousiasme van de ouders hebben we echt geboft' Te vroeg geboren ba by's zijn klein. Zo Itiein soms dat ze nog nauwelijl<s op gewone baby's iijken. Wel zijn het volwaardige proef­ personen, want bij de vak­ groep bewegingsa gogiek loopt een uitgebreid onder­ zoeksproject na a r het wel en wee van zuigelingen die twee a drie maanden te vroeg ter wereld komen. Biologe Julia Geerdink pro­ moveerde er afgelopen vrij­ dag op haar onderzoek naar de ontwikkeling van de motoriek va n de pre­ term infants. Titia Buddingh' Een kamer bij de faculteit bewegingswe­ tenschappen was er speciaal voor inge­ richt: een rond bedje, met plexiglas wanden waar twee camera's staan opge­ steld. Via de video in de kamer ernaast volgden Geerdink èn de moeder alle be­ wegingen van het kind. "Ik was geïnte­ resseerd in spontane bewegingen," ver­ klaart Geerdink. "Daarom kon ook de moeder er niet bij blijven. Want ook al zijn de kinderen nog zo jong, ze reage­ ren wèl op hun omgeving." Behalve een videoscherm was er in de observatieruimte ook een apparaatje aanwezig waarmee het bedje gedraaid kon worden. Zo kon het kind steeds recht ten opzichte van de camera's ge­ legd worden zonder dat er iemand naar binnen hoefde te gaan. "Op die manier konden we de verschillende videobeel­ den het best vergelijken," legt Geerdink uit. "Want soms gaat het om hele kleine bewegingen." De te vroeg geboren kinderen werden gevolgd tot ongeveer een half jaar na de dag dat ze normaliter geboren zouden

zijn. ledere zes weken kwamen ze met hun moeder naar de vu, zodat Geerdink ze in het kamertjg kon observeren. Voorwaarde was wel dat het kind wak­ ker en tevreden was. Bewegingen bij huilende of slapende kinderen vereisen een onderzoek op zichzelf Geerdink vertelt dat er drie groepen proefper­ soontjes waren: gewone, op tijd geboren baby's ­ 'niks mee aan de hand', aldus Geerdink en twee groepen baby's die ter wereld kwamen tussen 27 en 34 weken zwangerschap. Een 'normale' zwangerschap duurt tussen de 38 en 42 weken. Van de twee groepen te vroeg geboren baby's was er één waarvan de ! zuigelingen onder het verwachte ge­ I wicht zat, de derde groep had relatief [ een goed gewicht. Geerdink: "Het is be­ langrijk je te realiseren dat je te maken hebt met kinderen die normaal langer in de baarmoeder hadden gezeten. Ze horen dus ook lichter te zijn dan andere pasgeborenen. Zelfs bij onderzoek zie je nog wel eens dat dat vergeten wordt."

Gezond Geerdink vertelt verder dat ze bij de 38 preterms zeer strikte criteria heeft aange­ houden. "Te vroeg geboren kinderen hebben vaak ook andere afwijkingen. Maar ik wilde juist zo veel mogelijk al­ leen naar het effect van de te vroege ge­ boorte kijken. Daarom moesten ze ver­ der zo gezond mogelijk zijn. Om dit na te gaan hebben we de standaard­zieken­ huisprocedures gebruikt." Het bleek mogelijk'om door nauwkeuri­ ge observatie van de bewegingen ver­ schillen te ontdekken. Een aantal kinde­ ren varieerde minder in haar bewegin­ gen dan anderen en voerde de bewegin­ gen minder vloeiend uit. Is dit nu zo'n interessante bevinding? Geerdink vindt van wel. De standaard­procedures gaan altijd uit van uitgelokte bewegingen. Binnen de groep vroeggeboren kinderen werden daarmee geen verschillen ont­ dekt. "Met onze observatiemethode ontdekten we wèl verschillen. Dat bete­ kent dat deze methode een veel gevoeli­ ger instrument is." Maar gevoelig waar­ voor? Geduldig legt de promovenda het uit. "We hebben de kinderen gedurende negen maanden gevolgd. Het bleek dat het verschil in kwaliteit van de spontane

bewegingen een goede voorspeller is voor later motorisch functioneren. Ook hebben we ontdekt dat er een aantal kinderen is dat bij drie maanden 'om­ slaat'. Drie maanden is dan de leeftijd gerekend vanaf het moment dat het kind normaliter geboren zou zijn. Vanaf dat moment kun je zien of er blijvende problemen met de motoriek zullen zijn." "^ Er IS een theorie waarbij drie maanden als een soort magische leeftijd wordt ge­ zien. Het achterliggende idee is dat pas­ geboren kinderen in vergelijking met (andere) diersoorten wel erg hulpeloos zijn. Als het kind in de baarmoeder blijft tot het meer volgroeid en wat min­ der hulpeloos is, zou het hoofdje te groot worden en tijdens de bevalling het geboortekanaal niet meer kunnen passe­ ren. Daarom zou de zwangerschap nu korter duren. Misschien had de zuige­ ling dus eigenlijk nog drie maanden lan­ ger in de baarmoeder moeten blijven. Geerdink noemt dit waarschuwend een 'wilde hypothese' en wil het zeker niet aanhalen als een conclusie van haar on­ derzoek. Geerdink concludeert wel dat kinderen met een relatieve groei­achterstand vaker een abnormaal bewegingsbeeld hebben. De zwangerschapsduur speelt uiteraard een belangrijke rol. "Met de traditionele procedures, waar­ bij men kijkt naar uitgelokte bewegin­ gen, wordt vooral gelet op de ontwikke­ ling van het zenuwstelsel. Uit mijn on­ derzoek blijkt dat ontwikkelingsproble­ men niet alleen aan het zenuwstelsel hoeven te liggen. Toch komt dit blind staren op de neurologie nog regelmatig voor." Geerdink vindt dat de observatiemetho­ de uit haar onderzoek standaard moet worden uitgevoerd bij te vroeggeboren kinderen. "Het kost maar een paar mi­ nuten. In Duitsland en Zweden doen ze het al. Daar is gebleken dat er weinig variatie is tussen verschillende beoorde­ laars. De betrouwbaarheid is dus vrij groot." Een ander voordeel van de methode is dat hij kan worden uitgevoerd zonder het kind zelf lastig te vallen. Je hoeft al­ leen maar te kijken. Dit maakt de me­ thode zeer geschikt voor de bestudering

Twee na een vergelijkbare zw angerschapsduur geboren kinderen; de een normaal, de ander met een groeiachterstand van de vaak zo fragiele couveusekinde­ ren. Op de vraag of de uitkomst van het on­ derzoek ook consequenties heeft voor interventiemogelijkheden, reageert Geerdink voorzichtig. "In eerste instan­ tie is het voornamelijk diagnostisch. Het veranderen van de motoriek is een uto­ pie. Wel kun je natuurlijk zwakke kan­ ten stimuleren, maar daar heb ik me niet zo op gericht." Het onderzoeken van interventiemoge­ lijkheden is dus een volgende stap ? "Er zijn zeker ideeën, maar ik vind dat je eerst precies moet weten hoe het alle­ maal in elkaar zit, voordat je ouders hoop geeft op iets dat er wellicht niet is." Een voorbeeld van zo'n idee is het gebruik maken van waterbedjes in plaats van gewone couveuse­matrassen. De kinderen kunnen h u n hoofd name­ lijk nog niet recht in het midden hou­ den. Het hoofdje ligt daardoor steeds op een zijkant. Dit veroorzaakt bij veel couveusekindjes een afplatting van de schedel. Daardoor wordt het nog moei­ lijker om zelf het hoofd te bewegen. Daarnaast heeft de vorm van het hoofd

Zelden hebben ze contact met studenten en toch werken ze dagelijks op de universiteit. Ook degenen achter de schermen zijn essentieel voor de VU. Wie zijn deze mensen en wat doen ze eigenlijk? Deel 2: de hovenier.

Augustus is wespenmaand Harriet Kroon "In de zomer krijg ik het geijkte com­ mentaar: "Mooi beroep hebben jullie'. 'Die opmerking krijg ik 's winters nooit', reageer ik dan." Jan Verhaar (37) is hovenier aan de vu. "Toch zou ik niet willen ruilen," zegt hij. "Het is leuk om altijd buiten te werken. Het maakt niet uit of ik nou sta te schoffelen of te snoeien. Als ik een hele dag binnen zit, voel ik me niet lekker." Verhaar groeide op met het buitenwerk.

zijn ouders hadden een chrysanienkwe­ kerij. Hij volgde een hoveniersopleiding en werd direct erna aangenomen bij de universiteit. Verhaar is nu 12,5 jaar in dienst. De laatste vijf jaar is hij verant­ woordelijk voor de begroeiing op de vu­campus. Met z'n drieën. Verhaar is voorman en geeft leiding aan twee col­ lega's, zorgen ze dat het gebouw er 'netjes bijligt'. Uilenstede was eerder Verhaars terrein. Zaken als halve auto's, vloerbedekking en tv's waren er zijn deel. En niet te vergeten een piano.

Dan liever het zwerfvuil op de vu­cam­ pus, hoewel Verhaar 'de papierronde' het mindere werk vindt. "R ommel van een ander opruimen is het. Maar de studenten vallen hier wel mee. Ze maken zelden iets stuk en laten niet bij­ zonder veel rommel achter. Misschien zien ze het hier meer als eigen terrein. Van het vuiltransport heb ik meer last. Valt er zo'n plastic zak van het karretje af, gaat­ie stuk en waait de inhoud over het terrein." In het kantoortje van Verhaar hangt een

plattegrond van het vu­complex tussen de Buitenveldertselaan en de Van der Boechorststraat. Hij heeft de perken en tuinen ingekleurd. De kleurtjes corre­ sponderen met mappen in het archief. Daarin zitten uitvergrote plattegronden van de perken en ook gegevens over aanplantingen en afsterven. "In de loop der jaren is er veel veranderd," vertelt Verhaar. "Planten gaan dood en wor­ den weer aangeplant, maar het werd niet bijgehouden. Ik ben het maar eens gaan bijwerken. Als het veel regent.

ook psychische gevolgen. Mensen willen een snoezig, bol hoofdje zien. Een baby die dat niet heeft wordt al gauw minder enthousiast bejegend. Dat een dergelij­ ke koele benadering gevolgen heeft voor de sociale en emotionele ontwikkeling van het kind laat zich raden.

Wonder Geerdink kan aan één stuk door over de kinderen en over haar onderzoek vertel­ len. Maar wat maakt prematuren nou eigenlijk zo boeiend? "Ik heb in Gronin­ gen stage gelopen bij verloskunde," ver­ telt zij. "De hele zwangerschap ging me toen intrigeren. Het is iedere keer weer een wonder. Bovendien is het leuk om moeders van zo dichtbij mee te maken in deze intensieve periode." Over deze moeders is Geerdink vol lof "Veel van deze mensen moeten al zo vaak met het kind naar ziekenhuizen. Met het enthousiasme van de ouders hebben we echt geboft."

Geerdink, Juira J Ea rly motor development in preterm infants Amsterda m. 1993 ISBN 90 9005761 7

begin ik er weer eens een stukje aan." Het werk en de planning wordt echter niet op papier vastgelegd. "Er komt al­ tijd wel iets tussendoor. Is het opeens aardig weer. Gaan we alle drie even schoffelen. Dan schuift dat andere maar een stukje o p . " De seizoenen vormen de leidraad. Het blad ruimen is vanzelf­ sprekend typisch najaarswerk. Net als het winterklaar maken van de vaste planten: afknippen of afmaaien. In de winter bestaat het merendeel van de werkzaamheden uit snoeien en het ver­ vangen van dode planten. Het voorjaar luidt de eerste schoffelronde in. D e zomers staan in het teken van schoffelen, het vrijknippen van voetpa­ den van overhangende takken en het legen van de prullenbakken. Verhaar: "Nu worden de prullenbakken amper gebruikt, ik kan ze rustig een keer per maand legen. Maar als het heet weer is, zitten de studenten lekker buiten en zijn ze zo vol. Moet ik er soms twee keer per dag langs. Augustus is dan een hele mooie maand met al die wespen." Bij regen is het werk zoeken. De garage aanvegen, gereedschap schoonmaken, een steel van een schop repareren. Maar duurt het slechte weer een paar dagen, dan wordt het moeilijker bin­ nenshuis bezigheden te vinden. Het ar­ chiefkan dan uitkomst bieden. Niet dat het fijn is dat het buitenwerk intussen stilligt; vooral 's zomers is het aanpoten. Moeten er zelfs prioriteiten worden ge­ steld. De indruk moet netjes zijn, dus worden in ieder geval het zwerfvuil en het onkruid voor de ingangen wegge­ haald. Met name de beslissing maar eens min­ der 'chemisch' te 'schoffelen' (verdel­ gingsmiddelen spuiten) heeft extra werk met zich meegebracht. Voorheen werd vroeg in het voorjaar gespoten, zodat het onkruid wel een paar maanden weg­ bleef. Met het oog op het milieu heeft Verhaar voor het eerst eens niet in de plantsoenen gespoten. "Het was even druk in het voorjaar: ben je met het schoffelen aan het eind gekomen, staat het in het begin weer knap hoog."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992

Ad Valvas | 554 Pagina's

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 288

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992

Ad Valvas | 554 Pagina's