Ad Valvas 1992-1993 - pagina 331
,993
AD VALVAS 11 FEBRUARI 1993 I
I PAGINA 5
Priesters namen het niet zo nauw met celibaat Middeleeuwse parochies van vader op zoon doorgegeven De val van bisschop Gijsen trok dezer dagen veel aandacht. In de jaren dat Gijsen ten strijde trok tegen hedendaagse gruwelen, deelde de conrector van de door hem opgerichte priester opleiding het bed met zijn leerlingen. Dat de kloof tussen principes en praktijk bepaald geen recent verschijnsel is, toont de dissertatie waar A J . Bijsterveld 1 1 februari op promoveert. Hij berekende bijvoorbeeld ^a t in de late middeleeuwen meer dan de helft van de Noordbrabantse pastoors een liefje had. Anne Pek Op 25 mei 1464 ruilde pastoor J ohan nes Godefridi zijn Noordbrabantse pa rochie Asten en Lierop met Mathias Marcelii.voor diens altaar in het Arden ner decanaat Stavelot. Mathias Marcelii hield het in zijn nieuwe ambt al na drie maanden voor gezien. Augustus 1464 gmg de parochie over in handen van ene Godefridus J ohannis Godefridi. Deze Godefridus J ohannis Godefridi was, u raadt het al, niemand minder dan de zoon van J ohannes Godefridi. Een zoon die m de voetsporen van zijn vader treedt; een verheugend feit in de middeleeuwen, ware het niet dat de vader zich in dit geval door zijn pries terwijding tot het celibaat verplicht had en dientengevolge geacht werd geen concubines plus kroost om zich heen te verzamelen. Pastoor J ohannes Godefridi had geen vrouw mogen hebben, geen Godefridus mogen verwekken en zich al helemaal niet door deze Godefridus mogen laten opvolgen. T o c h werd de hele transactie gefiatteerd door de patroon van Asten en Lierop, de abt van Floreffe. De pau selijke wetten boden namelijk de moge lijkheid om onwettige kinderen, in prin cipe van ieder kerkelijk ambt uitgeslo ten," dispensatie te verlenen. En ook aan het verbod op erfopvolging de kerk had bij de wereldlijke heren gezien welke rampen daar uit voortvloeiden viel wel een mouw te passen. Directe opvolging in een kerkelijk ambt was streng verboden, maar als het ambt tus sen vader en zoon in door een derde was vervuld, maakte de kerk geen be zwaar meer. De abt van Floreffe achtte een tussenperiode van drie maanden kennelijk lang genoeg om niet van erf opvolging te spreken. Godefridus, zoon van een dorpspastoor en diens concubine, was ter wereld ge komen met wat men een geboortesmet noemde. Geen pluspunt, maar er viel mee te leven. De middeleeuwse maat
schappij miegelde immers van de bui tenechtelijke kinderen, en die waren lang niet allen van lage afkomst. Zo produceerden dé meeste edelen naast de nodige officiële nazaten ook een om vangrijk regiment aan bastaarden. Omdat het kind van een geestelijke per definitie onwettig was, haalde de clerus een nog hogere bastaardproduktie. Voor een kerkelijke functie kwam een persoon met een geboortesmet niet in aanmerking, maar omdat strenge hand having van deze wetten het reservoir aan geschikte kandidaten gevaarlijk uit dunde, waren er dispensatiemogelijkhe den gecreëerd. In de regel waren die dispensaties gemakkelijk te verkrijgen. Kennelijk wogen de inkomsten uit die ontheffingen en uit boetes wegens on kuisheid voor de kerk zwaarder dan de plicht de wantoestanden uit te banned. Een pragmatisme waarmee de zondaren van harte instemden. De jaarlijkse boe tes werden door de geestelijken gewoon als een belastingheffing gezien. N a bet aling zetten ze hun zondige levenswijze ongestoord voort. Waar de laatmiddeleeuwse kerk het ge brek aan zelfbeheersing van haar pries ters oogluikend toestond, zetten de pa rochianen hun pastoor er soms zelfs toe aan. In kleine gemeenschappen heerste nogal wat argwaan tegenover alleen staanden. Ieder mens kende immers seksuele behoeften; was er geen partner voorhanden, dan kroop de duivel al snel tussen de beddelakens. In het geval van de dorpspastoor was dat risico natuur lijk niet zo groot, maar als hij een vriendin had, zou hij tenminste van de vrouwelijke parochianen afblijven. In de laatmiddeleeuwse kerk werd het celibaat dus niet streng gehandhaafd. Historicus ArnoudJ an Bijsterveld stelt in zijn proefschrift over de Noordbra bantse pastoors tussen 1400 en 1570 zelfs dat meer dan de helft van de pas toors uit het door hem onderzochte ge bied seksuele contacten met een vrouw onderhield. Dit percentage baseert hij op de lijsten van 'compositiones' en 'quitancie' in de kerkelijke registers van het door hem onderzochte gebied. Lijs ten waaruit blijkt dat maar liefst 90~pro cent van de betaalde schikkingen of kwijtingen betrekking had op oneer zaam en aanstootgevend gedrag van de geestelijken. Dronkenschap en geweld vallen daar ook onder, maar dat wange drag vormt slechts een klein deel van die 90 procent. De pastoors hadden kennelijk minder moeite om van de drank af te blijven dan van de vrouw tjes.
Sociografie Natuurlijk beperkte de promovendus zich niet tot een onderzoek naar herder lijke onkuisheid. Het doel van Bijster velds onderzoek was een sociografie van de Noordbrabantse pastoors op te stel len. Hij onderzocht uit welke regio en welke stand of klasse deze zielzorgers afkomstig waren, hoe hoog zij ge schoold waren, hoe zij door de kerk ge recruteerd werden en hoe hun carrière verliep. Bijsterveld is niet de eerste die zich over dergelijke vragen boog. Over de geeste lijkheid op het breukvlak van de mid deleeuwen en de nieuwe tijd zijn bibli otheken vol geschreven. Niet verwon derlijk, want in de wijd verbreide onvre de met 'het grauw der priesters' ligt een
Hoe komt een onverschillige Atheneumscholier erbij om aan de Vnje Universiteit te gaan studeren? Als je mazzel hebt of verstandig bent loop je de open dagen van verschillende universiteiten af en kom je tot een weloverwogen keuze. Aangezien ik er vast van overtuigd was dat mij nog een extra jaar zwoegen wachtte tussen scheikundepraktikum en minitrampoline ging ik alleen naar de open dag van de vu. Niet de dodelijk saaie voorlichting maar de gratis lunch maakten dat ik, onder voorbehoud, tekende voor de Gereformeerde kerk. Toen ik met de hakken over de sloot toch de gehate transpira tiefabriek mocht verlaten zag ik geen redenen mijn keuze te veranderen. De vu had er een nieuwe stu dent bij. Bij mijn vakgroep vierden de studenten de nade rende revolutie. Deetman was de grote boeman en dat leidde tot een ongekende actiebereidheid. D o centen spraken de massa toe en als klap op de vuurpijl werden de liften van het hoofdgebouw bezet. Dat enkele ballen vloekend en tierend met lichamelijk geweld dreigden, was geen aanleiding de actie te staken. Even leek de verbeelding de macht weer te grijpen. Tijdens de bezetting in 1988 hoorde ik een verliefde studiegenote tegen
* Fragment van het 'jschilderij 'De «Hooiwagen', waarop Jeroen Bosch de vraatzucht en de omgang met vrouwen door priesters hekelde Museo del Prado, Madrid
van de oorzaken voor de reformatie. Al sinds de dertiende eeuw werden geeste lijken in de populaire literatuur als heb zuchtig en platvloers afgeschildeird; zij raffelen hun gebeden af, sprekeruerbar melijk Latijn en hebben meer belang stelling voor culinaire en erotische hoogstandjes dan voor het zieleheil van de leken. Historici werden sterk door dergelijke geschriften beïnvloed. In re center studies naar de laatmiddeleeuw se kerk zijn wel pogingen gedaan dit beeld te nuanceren, maar tot nu toe was het ondoenlijk om een getalsmatig goed onderbouwde analyse te geven. Dankzij de introductie van de computer in de geschiedwetenschap is het sinds enkele jaren echter mogehjk om om vangrijk bronnenmateriaal te analyse ren. Tegelijkertijd deed in de mediae vistiek de prosopografie haar intrede; de collectieve biografische studie van een bepaalde groep personen die zich van de rest van de samenleving onder scheidt door beroep, sociale status en dergelijke. Bijstervelds proefschrift is dus een prosopografie van de laatmid deleeuwse Noordbrabantse zielzorgers.
Arjen Berkvens
Het leven zuur gemaakt door de calvinistische penose haar vriendje (ik zal geen namen noemen) verzuch ten: "Ooh, ... ik voel de revolutie naderen.". Lei ders waren er ook, en soHdariteit... De Asva had een delegatie gestuurd die, na de vroegtijdige beëindiging van de bezetting, het heft m handen probeerde te nemen. "We moeten nu iets doen, anders loopt het fout! We moeten de verpleegsters mobiliseren, want die zijn ook te^^n de .regering! Waar is de telefoon?!" Een woedende vuist ramde
Hij achterhaalde de namen van het me rendeel van de pastoors, verzamelde ge gevens over hun afkomst, studie, carriè re en levenswandel en onderwierp het geheel aan een kwantitatieve analyse. Niet op alle vragen kwam een bevredi gend antwoord. Zo bleek het onmoge lijk een precieze uitspraak te doen over de sociale afkomst van de pastoors en over het verband tussen afkomst en car rièreverloop. Wel kwam Bijsterveld dus tot de conclusie dat meer dan de helft van de Noordbrabantse pastoors zich niet aan de celibaatsplicht hield en dat de gelovigen daar weinig moeite mee hadden. Ook concludeert hij dat de be roepskeuze van pastoors vaak werd be paald door de familietraditie; het be roep ging regelmatig over van oom op neef en van vader op zoon.
Eigen schuld Het beeld van de onderontwikkelde pastoor verdient volgens Bijsterveld de nodige nuancering. Hij constateert dat de populatie relatief hoog geschoold was. Het aantal pastoors dat de univer siteit had bezocht, nam zelfs toe. Dit
in een, op het bureau rondslingerende, punaise. Ideologieën had ik toen allang verworpen. Lenin en de ussR waren altijd al taboe en Trotsky was geen goed alternatief. Verheffing van de massa, de macht van het collectief, een revolutionaire voor hoede en de eenheid van denken en handelen, ik gruwde ervan. Anarchisme was interessant en een leuk alternatief, maar meer iets voor de borreltafel. Ik begrijp eigenlijk nog steeds niet dat mensen zich hierdoor zo hebben laten meeslepen, de mens als kuddedier. Een tijdje terug las ik Boliviaans dag boek van de guenllo Che Guevarra, een bijbel voor de praktiserende revolutionair. Voor mij was het niet veel meer dan een buitengewoon saai padvin dersboek. Dat iedere ideologie, hoe vooruitstre vend ook, leidt tot burgerlijke bekrompenheid, werd voor mij een dogma. Over dogma's gesproken. Langzaam maar zeker begon het wezen van mijn universiteit door te drin gen. Grijze mannen die grijze mannen benoemen. Belangrijke vufamilies die al decennia lang de dienst uitmaken. J e ziet ze voor je, die jongetjes, grootgebracht met de gereformeerde vuhuisvrou wenhulp. Grijze lucht inademend onderdrukken ze alle creativiteit en leggen ze hun verstikkende be
was ook wel nodig, aangezien de scho lingsgraad van de parochianen en daar mee de kritische houding ten aanzien van de geestelijkheid snel steeg. Overi gens had het merendeel van de ge schoolde pastoors slechts een studie in de lagere faculteiten doorlopen. Pries ters die aan de hogere faculteiten theologie, maar vaker nog rechten hadden gestudeerd, werden door de kerk steevast in functies buiten de ziel zorg geplaatst. Als het de pastoors dus aan specifieke kennis ontbrak, was dat eerder een fout van de kerk dan van de zielzorgers zelf; de pastoors waren leer gierig genoeg, maar de leiding in de kerk had nauwelijks belangstelling voor een speciale priesteropleiding. Pas aan het eind van de zestiende eeuw werden de eerste seminaries opgericht. Maar toen had de katholieke kerk al een groot deel van haar gelovigen aan de reforma tie verloren. Eigen schuld, dikke bult dus. Bijsterveld, A J A Laverend tussen kerk en wereld De pastoors in Noord Brabant 1400 1570 Amsterdam, VU Uitgeverij, 1993 ISBN 90 5383 199 1
leefdheid als een mottige wollen deken over je heen. Andersdenkenden worden als Fremdkörper uit het Veluwse keurslijf gesneden. Openheid wordt niet op prijs gesteld en waar mogelijk be straft. Democratisch gekozen leden van de univer siteitsraad moeten geheimhouding beloven als de zaken te gevoelig liggen voor het bestuur. Een schutterende superambtenaar zuivert de onwelge vallige berichtgeving. De facade van keurigheid mag niet doorbroken worden door loslippige pe danten of riooljournalisten. De geslotenheid van de vu werpt een barrière op voor mensen die niet in de 'bedrijfscultuur' passen. Als je toch door de mazen van het net weet te glip pen wordt je het leven wel zuur gemaakt door de calvinistische penose. T o m de Greef en de griffier van de universiteitsraad waren de laatste slacht offers. Intussen worden met een moderne marke tingstrategie nieuwe studenten binnen gehaald alsof ze hier op een m o d e m wetenschappehjk Wal halla kunnen rekenen. Voor columniste J olande Withuis was dit alles de reden om een punt achter haarycolumns te zetten. Ik zal ze dat plezier niet gunnen. __ . . „
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992
Ad Valvas | 554 Pagina's