Ad Valvas 1992-1993 - pagina 272
AD VALVAS 14 JANUARI 1 9 9 2
PAGINA 6 I
Het gejammer over de teloorgang van de moraal is in het publieke debat niet van de lucht. Autonomie en zelfbepaling scoren hoog bij de burger. Maar wie bekommert zich dan over ons gemeenschappelijke welzijn? Hoe voorkom je dat de individuele b urgers zich van de publieke zaak afwenden? A.W. Musschenga In het najaar van 1991 en het voorjaar van 1992 organiseerde de Thomas More Academie een samenwerkings verband van katholieke universiteiten en enkele andere katholieke instellingen die aandacht willen schenken aan maat schappelijke problemen in levensbe schouwelijk perspectief een nu in druk verschenen lezingencyclus over de vraag of wij nog wel beschikken over een gezamenlijke publieke moraal, een consensus over wat wel of niet behoort in de relatie tussen de burgers en de ge meenschap waarbinnen zij leven; of een beroep op 'burgerzin' en een 'publieke moraal' een antwoord kan zijn op de kennelijke symptomen van verminderde betrokkenheid van burgers bij behoud van waarden en normen die aan onze samenleving te grondslag (moeten) lig gen. De suggestie daarbij is dat er iets mis is in onze samenleving. Het is niet moeilijk om een opsomming te geven van wat de gemiddelde Neder lander de ernstigste maatschappelijke problemen vindt. Criminaliteit zal op dat lijstje hoog scoren. Misbruik en on eigenlijk gebruik van sociale voorzienin gen komt er zeker ook op voor. Zeer zeker ook egoïsme, individualisme en onverschilligheid tegenover anderen, ledere samenleving kenmerkt zich door waarden die zij hoog acht en waarden
Het je inspannen voor de publieke zaalc is ook een voorrecht die zij als gevolg daarvan minder bena drukt. Want het is zelden zo dat de waarden die mensen belangrijk vinden, harmonieus met elkaar samengaan. Vrijheid concurteert met gelijkheid, moed met zachtmoedigheid, rechtvaar digheid met barmhartigheid, autonomie met gemeenschapszin enzovoort. Daar om bestaat de ideale samenleving ook niet. Het is tamelijk eenvoudig om op grond van een tekening van de sterke punten van een samenleving ook haar zwakke punten in te vullen. En al naar gelang de persoonlijke of groepsgebon den waardenhiërarchie zal iemand dan een somber of een juichend vehaal hou den over de samenleving waarin hij leeft. En soms zo vergaat het mij ten minste kan een en dezelfde persoon beide verhalen houden, afhankelijk van de indrukken die het meest vers op zijn netvlies liggen. ledere samenleving zo zou je het ook kunnen zeggen betaalt tol voor haar eigen dominante waarden. Dat lijkt een afstandelijke constatering die geen recht doet aan de reële proble men die in een samenleving vóórko men, maar zo is het niet bedoeld. Het geeft wel aan hoe moeilijk het kan zijn om aan bepaalde problemen iets te doen.
Paradox In het boekje wordt wat ik hier boven omschreef aangeduid met de term 'pa radoxen van de modernisering'. Ener zijds staan in onze samenleving de waarde van autonomie en zelfbepaling hoog in de waardenhiërarchie. Ander zijds valt een afname van solidarisering met anderen en dentifïcatie met bove nindividuele projecten te constateren. Lokale tradities en lokale gemeenschap
pen het maatschappelijk middenveld eroderen en boeten aan betekenis in. En als mensen niet meer voor elkaar zorgen, dan is er alleen nog maar de overheid die die zorg op zich kan nemen. D e verzorgingsstaat, zo formu leert Loose het, is een substituut voor een maatschappij zonder enige solidari teit en voor een samenleving waarin alle sociale verbanden zijn opgebroken. En zo gaan individualisering en centralise ring hand in hand. Maar centralisering heeft de neiging om individuele vrijheid in te perken. En de individualistische burger beschouwt de overheid als een leverancier van diensten en goederen waarvan zo veel mogelijk gebruik ge maakt moet worden tegen een zo laag mogelijke betaling. De overheid is er om de rotzooi van de vrijheid en nut maximaliserende burgers op te ruimen. Het politieke bedrijfis niet de zaak van de burgers maar van beroepspolitici en ambtenaren.' Met accentverschillen zijn dit de thema's die in de bijdragen van H . Oosterling, G. Dierickx, H.J. Tieleman, D . Loose en G.J.M, van Wissen behan deld worden. Ik heb over die analyses niet zo veel op te merken, behalve dan dat ze te veel ingaan op de schaduwzij de van de moderne samenleving en de zonzijde of niet erkennen of als een ge geven aannemen. Autonomie is een groot goed. Een autonoom mens is niet per definitie een individualist, een so lipsist die alleen maar aan eigen goed en eigen belangen denkt. Het hele idee van een verantwoordelijke samenleving veronderstelt juist de persoonlijke auto nomie van individuele burgers. H o e zit het dan met de publieke moraal de moraal voor de vormgeving van de
relatie tussen individu en burger? Ik geef D . Scheltens, D . Meuwissen en E. Jurgens gelijk als ze zeggen dat die er wel is. In de concepties van grond en mensenrechten, in de hele institutionele orde van onze parlementaire democra" tie zit heel veel moraal ingebakken. De consensus over een publieke, politieke moraal is althans virtueel aanwezig. We hoeven het ook over veel dingen niet met elkaar eens te zijn, als we het maar eens zijn over de principes en de voor waarden voor ons samenleven als vrije en gelijke burgers. En dat zijn we in grote lijnen wel. Het probleem is vee leer gelegen in het feit dat de burger de politieke gemeenschap, de overheid te weinig ziet als iets dat ook van hem is, zichzelf als een onderdeel daarvan er vaart, zich daarmee te weinig identifi ceert. Het besef ontbreekt dat we in een samenleving van vrije, gelijke en welva rende burgers leven waarop we trots kunnen zijn en dat het niet alleen een plicht, maar ook een voorrecht is om je voor het publieke goed in te spannen. D e trots mag niet leiden tot een gevoel van superioriteit ten opzichte van ande re culturen. Juist in de ruimte voor an dere culturen toont zich de kracht van een democratische samenleving. O ver dat thema schrijft B. Prins. John F. Kennedy heeft ooit eens gezegd dat de vraag niet is wat Amerika voor mij kan doen, maar wat ik voor Amerika kan doen. Zo'n houding tegenover de ge meenschap ligt mensen niet zo goed die sociale verbanden vooral zien als vrij willige associaties waarbij je je aansluit als het in je levensplan past en die je ook weer verlaat als het je daarbinnen niet bevalt. Maar de schuld voor alles wat er schort
in onze samenleving kan niet alleen op het conto van de individuele burger ge schreven worden. D e overheid moet daarop wijzen ook verschillende auteurs voorkómen dat burgers zich machte loos van de publieke zaak gaan afwen den, bij voorbeeld omdat ze stukgelo pen zijn op de starre en gesloten bu reaucratieën die veel overheidsinstellin gen zijn. Daarnaast moet de overheid ook meer ruimte laten voor initiatieven die burgers zelf op het maatschappelijk middenveld ontplooien. De overheid kan niet alles regelen een samenleving is beperkt maakbaar en moet dat ook niet willen. De samenleving moet er een worden van vrije, gelijke en verant woordelijke burgers.
Genade E. Burggraeve, E. Jurgens, D . T h . Kui per, H . Vuijsje en H . van Munster gaan in op de rol van het christelijk geloof en de kerken. Burggraeve waarschuwt dat te overspannen verwachtingen ten aan zien van de ethiek kunnen omslaan in hardheid wanneer ze gefrustreerd wor den. De ethiek moet verbonden blijven met een geloof dat over genade spreekt. D e andere drie auteurs zien de kerk vooral als een actor op het maatschap pelijke middenveld, niet als een concur rent van de overheid. Het boekje bevat ook nog twee aardi ge, maar gezien de centrale thematiek wat marginale bijdragen van R. La ermans en R. Abma over jeugd re spectievelijk tegencultuur. Al met al is het een lezenswaardig boekje met sterkere en minder sterke bijdragen. Nieuwe inzichten zal de lezer niet veel tegenkomen. De compositie van het boekje is los; de bijdragen zijn persoonlijke bespiegelingen rond het zelfde thema. Veel lijn en samenhang kent het boekje daarom niet. Maar dat is van een lezingencyclus ook niet te verwachten. Prof. dr. A. W. Musschenga is hoofd van het Bez inningscentrum van de VU en bij zonder hoogleraar in de sociale ethiek aan de faculteit wijsbegeerte. Jurgens (red.),E.. De Stenen Tafelen. Een nieuwe mo raal voor burgers en overheid. Baarn, Gooi en Sticht, 1992 ISBN 90 304 637. Hfl. 40,00
Zelden hebben ze contact met studenten en toch werken ze dagelijks op de universiteit. Ook degenen achter de schermen zijn essentieel voor de VU. Wie zijn deze mensen en wat doen ze eigenlijk? Deel 1: de medewerker van de postkamer.
Achter de schermen
'Door die blauwe VU-enveloppen moet ik steeds bukken' Harriet Kroon Vorig jaar is 'een rampenjaar' geweest op de postkamer. Veel zieken en veel invalkrachten die constant vragen stel len. Maar een chronische onderbezet ting kan ook positieve kanten hebben, vindt Paul Schukking, postkamermede werker. "Ik vind het een kick om als we met te weinig mensen zijn keihard met die postkarretjes rond te gaan." In wezen vindt hij het 'rondje lopen' (de post brengen en halen op de vuverdie pingen) het leukste van zijn werk. "De mensen zien. Ik ken ze onderhand acht jaar, dus maak je er als je tijd hebt echt een babbeltje mee. En het saaie sorte ren is dan voorbij. Salarisstrookjes in pakken vind ik ook leuk. Die machine, hè. Couverteermachine heetie, maar als je makkelijk wilt doen, zeg ik inpak machine. 't Is een prachtig gezicht als die draait. Maar eerst inoéten'de sala '
risstrookjes in de vouwmachine. Dat maakt een herrie! Hakketakketakketak ketak! En hij gaat hard hoor. Daarna gaan de strookjes in de ene kant van de couverteermachine en de envelopjes in de andere. Het is een groot ding van tweeënhalf bij drie meter en hoog ook. Je moet wel zorgen dat alles keurig op volgorde ligt. En dan schuift hij ze in mekaar. Er zit ook een borsteltje in met water: roets, roets en dan zijn ze dicht geplakt." Die nieuwe blauwe enveloppen van de vu, daar is Paul Schukking (30) niet dol op. Die dingen zijn zo glad als een aal. "Als ik een stapel enveloppen heb en er zitten een paar blauwe tussen", vertelt hij, "dan heb je kans datie sta pel zo helemaal op de grond gaat. En dat vind ik het vervelendste, moet je steeds bukken." Achtenhalf jaar werkt Schukking op de postkamer, in de Evleügel van het
hoofdgebouw. Eerder deed hij adminis tratief werk op een bank en werkte hij als schoonmaker. Zes krachten werken in de postkamer. Half acht beginnen. D a n staan er om en nabij vier rolcon tainers van de PTT, van die grote stalen dingen vol met postzakken. De P T T heeft die post al voorgesorteerd op huisnummer, behalve die van het voor malige postbusnummer. "Daarnaast is nog de post van het antwoordnummer. Dat kan soms uit de hand lopen, bij voorbeeld met de URverkiezing. Dui zenden enveloppen krijgen we dan extra. En dan nog de aangetekende, die komen ook apart binnen." Vervolgens wordt de post in twee sor teerkasten, voor grote en voor kleine post, gelegd. ledere afdeling heeft een vakje. Daarna wordt de eerste ronde gedaan. Binnen en buiten, want de stadspanden behoren er ook bij. Tege lijkertijd nemen ze de post van daar
mee terug. "Een jongen bij ons noemt de postzak van de Acta (tandheelkun de) de deprizak. Het is veel en ze maken er een puinhoop van, alles door elkaar." N a de lunch, om een u u r of een, gaan de postkamermedewerkers de tweede ronde in. N o g eens langs alle afdelin gen. Alleen op maandag brengt de PTT voor een tweede keer post. "Maar dat is niet noemenswaardig, een schattig klein bodempje in die zak." Daarna is het weer frankeren, met de frankeerma chine of de portbetaaldmachine. Als er tijd is worden extraatjes verwerkt, zoals partijen van een paar duizend interne verzendingen, etiketteren of de maan delijkse vijfduizend salarisstrookjes. O m kwart over vier wordt de post door de PTT opgehaald. O ok die van het vu postkantoortje wordt meegenomen. "Maar dat is een lachertje als je ziet wat wij dagelijks verwerken." Paul Schuk
king schat dat er jaarlijks zo'n twee mil joen poststukken op de vu worden ver werkt. Ook in de vakanties wordt doorge werkt. Lekker rustig, dan zijn er eens geen pieken. Voor die periodes heeft Schukking een dartboard neergehan gen. Een leuke bijkomstigheid van werken op een postkamer zijn de mooie postze gels. In twee jaar tijd heeft hij zo'n tien postzegelboeken vol gespaard. D e nog te weken volle afwasbak niet meegere kend. "Je wordt er niet goed van wat ik heb." Lesotho, Irak, Iran, Japan, Viet nam, China, de hele wereld. Speciale stickers heeft hij laten maken met de vraag mooie postzegels te retourneren naar de postkamer. Diverse hooglera ren knippen ze voor hem uit de enve lop. "Met enveloppes vol en hele series ongestempeld komen ze. Uniek wat ik allemaal krijg." '
I
!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992
Ad Valvas | 554 Pagina's