Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 347

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 347

11 minuten leestijd

AD VALVAS 18 FEBRUARI 1993

PAGINA 9

Een amateur, tijdelijk geroepen tot liet ambt Frustraties van een dekaan boeiend verwoord iemand die positie voor onbepaalde tijd bekleedt. Hij/zij wordt ook beter be­ taald dan de collega's die negen maan­ den salaris per jaar krijgen, want de be­ roepsdekaan vangt elf maanden salaris. Het lijkt een goede manier om het ama­ tetirisme te bestrijden.

G.E. BOOM

Klagen en vooral regelmatig klagen over de bestuurders en de bureaucratie van de universiteiten is terecht een on­ derdeel van de universitaire subcultuur. Het is de weerspiegeling van de onver­ mijdelijke spanning tussen wetenschap en het institutionele kader. Die weten­ schap drijft immers op eigenzinnige in­ dividuen die tijd nodig hebben om on­ bekommerd na te denken en onderzoek te doen. Het institutionele kader is nodig om het wetenschappers mogelijk te maken hun werk te doen, maar vormt er tegelijkertijd een bedreiging voor. Daarom is klagen hier goed. Uni­ versitaire bureaucraten kunnen er niet vaak genoeg aan herinnerd worden dat de universiteit er primair is voor weten­ schappelijk onderzoek en onderwijs. Zo moeten de hoofden van 'centrale dien­ sten' vooral niet de kans krijgen te ver­ geten dat het woord dienst afgeleid is van het werkwoord dienen. Zulke klaagzangen vinden we veel in columns van universitaire weekbladen, en ze blijven leuk als ze geestig en iro­ nisch geformuleerd worden. Helaas komen sommige Ad Kafoas­columns zoals recente van Arjan Berkvens en Jo­ lande Withuis (die er gelukkig mee ge­ stopt is) niet verder dan schelden op 'calvinistische regenten' als er iets is waarmee ze het niet eens zijn. Iemand die het wèl goed kan, is Herman Pleij, hoogleraar Historische Nederlandse Letterkunde aan de universiteit van Amsterdam, voormalig columnist van Foha Civitatis en begaafd publicist over de Middeleeuwse cultuur en literatuur. Bij zijn vertrek als dekaan van de facul­ teit der letteren van de Universiteit van Amsterdam schreef hij een klein boekje met de titel Zachtjes rammelen aan de ketting. Herinneringen van een ama­ teur­dekaan, een nieuwjaarsgeschenk in beperkte oplage van de Amsterdam University Press. Het toont aan dat de frustraties en ergernissen die iemand kan hebben in een universitaire organi­ satie, weinig te maken hebben met cal­ vinisme. Want dat is het laatste waar ik de universiteit van Amsterdam van zou willen beschuldigen.

Gemangeld Pleijs verhaal maakt duidelijk hoe een faculteitsdekaan zich gemangeld kan voelen tussen centraal bestuur en de fa­ cultaire achterban. Hij opent als volgt: "De vijand, die woonde in het Maag­ denhuis. Mijn voorgangers in het deka­ naat raakten niet moe om daarop te wijzen. Omringd door een stoet wakke­ re ambtenaren slepen de leden van het College van Bestuur dagelijks hun mes­ sen om argeloze schapen als ik behen­ dig te villen. Voor ik het zou weten, was ik een lam in hun handen. En met ge­ hinderd door enig inzicht kleedde ik mijn faculteit net zover uit als zij dat wilden. Of nog erger." Voortreffelijk verwoord is ook hoe een faculteitsbestuur wordt bejegend bij een onverwacht begrotingstekort en de daaruit voortvloeiende reorganisatie: "Toch was iedereen duidelijk­en werd door niemand betwist, dat al die ronde sommen in het rood eenvoudig waren ontstaan door een scherp teruglopende

Bovenbazen

C-D

\

'^^^z .*­ " . - - i ; >*--•

Illustratie Aad Meijer

middelen­verstrekking van het centrale niveau en erg ongunstig voor mijn fa­ culteit uitpakkende herzieningen van de interne verdeelmethode. Desondanks werd mij te verstaan gegeven om deze slordigheden op de kortste keren weg te werken. Ik had een probleem, liet men mij weten. En men zag mijn oplossin­ gen daarvoor graag per kerende post te­ gemoet." Een zeer herkenbare situatie, ook voor faculteitsbestuurders van de Vrije U niversiteit. De opvatting van het college van be­ stuur van de vu is door de voorzitter wel als volgt verwoord: "Wij hebben geen problemen, want we hebben een verdeelmodel." Dat betekent in de praktijk dat problemen worden ver­ schoven naar het facultaire niveau, dat voortdurend oplossingen moet vinden. Je kunt je afvragen of dat erg is. Als het geld dat een universiteit ontvangt, zo­ veel mogelijk direct wordt doorgesluisd naar de faculteiten, dan kun je ook niet verwachten dat het college van bestuur nog allerlei fondsen achter de hand heeft om noodlijdende faculteiten bij te staan. Maar iets meer meedenken zou geen kwaad kunnen.

Machteloos Bovendien twijfelen de faculteiten wel eens: is er van dezelfde zuinigheid spra­ ke bij de toebedeling van de financiën aan de centrale voorzieningen en dien­ sten en het daarbij horende ambtena­ renapparaat? Om maar eens een voor­ beeld te geven: in het college van deka­ nen is regelmatig geklaagd over de vele

miljoenen die Sara (het rekencentrum van onder meer de vu, r ed.) verslond voor voorzieningen die slechts aan een beperkt aantal groepen ten goede kwa­ men. Maar niemand is erin geslaagd daar veel verandering in te brengen. Hoe verloopt het overleg tussen college van bestuur en faculteitsbestuur aan de vu? Gaat dat in een andere sfeer dan aan de U VA? Het vindt plaats in het

jaarlijkse 'Bestuurlijk'Overleg' dat te­ genwoordig modieus wordt aangeduid als management audit. Als je niet oppast, is het een zitting waarbij een faculteits­ bestuur op het matje geroepen wordt, en bij elke kwestie streng wordt onder­ vraagd over wat het eraan gedaan heeft, hoewel het soms even machteloos is als het college van bestuur zelf Zo wordt van de faculteitsbesturen een flexibel personeelsbeleid gevraagd, met niet te veel vaste aanstellingen. Maar probeer eens iemand een vaste aanstelling te onthouden wanneer wettelijke regelin­ gen of afspraken tussen vakbonden en college van bestuur dat onmogelijk maken. Het omgekeerde gebeurt ook. Een faculteitsbestuur komt met een concreet probleem en krijgt vervolgens van de college­voorzitter een antwoord dat bestaat uit een college organisatiek­ unde van een dermate hoog abstractie­ niveau, dat het faculteitsbestuur uitge­ put vertrekt, en het zelf maar weer uit­ zoekt.

Grote vijand Toch denk ik niet dat de bestuurscul­ tuur aan de vu net zo is als die aan de

UVA, waar het centraal bestuur echt als de grote vijand ervaren wordt. Voor een deel heeft dat te maken met de alge­ meen bekende incompetentie van de vonge college­voorzitters van de univer­ siteit van Amsterdam. De mooiste ver­ halen doen daarover de ronde. Tijdens de jaarlijkse cursus voor nieuwe facultaire bestuursleden van de vu, merk je wel degelijk iets van betrokken­ heid bij deze universiteit als geheel en wordt er goed gepraat met vertegen­ woordigers van het centrale bestuursni­ veau. De lijn tussen faculteit en cen­ traal niveau is bij de vu duidelijk korter dan bij de UVA. Bovendien zijn de leden van het college van bestuur gemakkelijk te bereiken als er urgente problemen zijn. Het verschil m grootte tussen vu en UVA werkt hier ook in het voordeel van de vu. En het is in principe een goede zaak dat problemen op een zo laag mogelijk niveau worden opgelost omdat daar kennis aanwezig is over de alledaagse werkelijkheid van een facul­ teit. Pleij suggereert al in de titel van zijn boekje dat het probleem van de dekaan vooral hierin ligt, dat hij een amateur is, tijdelijk geroepen tot dit ambt. Zelf ge­ loof ik niet dat daar het kernprobleem ligt: zoals ik hierboven heb uitgelegd, is het faculteitsbestuur in de universitaire organisatie de plek waar 'boven' en 'be­ neden' met elkaar in botsing komen. Voor Pleij is er maar één remedie: de introductie van de beroepsdekaan. Het IS een oplossing die gebruikelijk is aan veel Amerikaanse universiteiten, waar

Toch is de introductie van de beroeps­ dekaan enigszins strijdig met Pleijs er­ varingen. Als we de faculteiten volledig laten besturen door professionele ma­ nagers, krijgen we er nog meer bureau­ craten bij die weten wat goed voor ons is. Bij veel universiteiten, waaronder de UVA, bestaat al de faculteitsdirecteur, die rechtstreeks onder het college van bestuur valt. Dat zijn de nieuwe boven­ bazen die als je niet oppast, de faculteit gaan regeren.' Het is niet toevallig dat juist in Foha Civitatis werd gepleit voor een bestuursmodel waarbij het facul­ teitsbestuur verantwoordelijk is voor beleid én beheer, zoals aan de vu, ('in­ tegraal management'). Het zou een einde maken aan de regelmatig optre­ dende fricties tussen bestuur en direc­ teur van een faculteit. Het grote nadeel van een beroepsde­ kaan is dat je die weer moeilijk weg­ krijgt als die zich ontwikkelt tot een hinderlijke autocraat. En bij regelmati­ ge wisseling van de wacht is er de mo­ gehjkheid dat er af en toe nieuwe ideeën in het bestuurscircuit komen. Zeer herkenbaar is Pleijs beschrijving van de manier waarop de facultaire achterban de dekaan bejegent; "Kla­ gende vakgroepen verschenen in een lange stoet aan mijn tafel. [..] Eerst prees men mij luidruchtig voor de in­ noverende ideeën, waarmee ik de gere­ zen problemen in de faculteit te lijf zou gaan. [..] Terzijde moest echter opge­ merkt worden, dat de voorgestelde maatregelen voor de eigen vakgroep jammer genoeg van nul en generlei waarde waren. [..] En nu men er toch was, wist ik eigenlijk wel dat het im­ mense en uiterst gecompliceerde vakge­ bied dat men bestreek gelijk algemeen bekend vier hoogleraren behoefde in plaats van twee, een peloton secretares­ ses en een pierenbad vol aio's?" Inderdaad, het lijkt wel of je een maso­ chist moet zijn om het ambt van de­ kaan op je te nemen, en Pleij houdt ons op fraaie wijze een spiegel voor. Toch hoop ik dat er aan de universiteit ruim­ te blijft voor gezond verstand en prak­ tijkkennis van het wetenschappelijk be­ drijf. Het is hard nodig als tegenwicht tegen bureaucratie en modieuze ma­ nagement­praatjes. Prof.dr. G.E. Booij was van 1988 tot 1991 dekaan van de faculteit der letteren

Pleij, H Zachtjes rammelen aan de ketting Amster dam, Amsterdam University Press, 1993 ISBN 90S 3560 238

'Het is niet verslavend. \ Ik verkoop puur amusement' handela Bedrijfsethiek van handelaars in dubieuze zaakjes nader bekeken amusement," was haar verweer. Ook ir. F.K. Ka ppetijn van een firma die 06­lijnen exploiteert, wist Het hoorcollege bedrijfsethiek va n niet waarom hij uitgenodigd was. prof.dr. E. Kimman leek vorige Verslaving aan 06­nummers komt week vi^oensdag veel op een talk­ volgens hem nauwelijks voor. Toch show. Sa men met de studentenver­ neemt zijn firma een aantal preven­ eniging Vesvu was namelijk een forum georganiseerd over het thema tieve maatregelen, de operateurs hebben opdracht kinderen te weren sex, drugs, gokken: Exploitatie van en volwassenen na twintig minuten verslaving. Ster van de dag was Miep Brons, die ­ bellen het dringende a dvies te geven op te hangen. in haar levensonderhoud voorziet door de verhuur van erotische vi­ Lulverhalen deofilms. Eigenlijk voelde ze zich niet zo thuis op het forum: "Ik zie Gokken dan. Daar heeft maar een niet in dat ik een verslavend produkt zeer beperkt aantal spelers versla­ aan de man breng. Ik verkoop puur vings­problemen mee, weet drs. Dirk de Hoog

M.W.M. Doll. Maar ja, hij werkt dan ook voor de bela ngenorga nisa tie van uitbaters van gokkasten. De doctorandus heeft de volgende rede­ nering om zijn uitspraak te onder­ bouwen: Gokkasten zijn legaal en daardoor is controle en preventie mogelijk. Zo kan er geen illegaal cir­ cuit ontstaan, dat altijd problemen met zich meebrengt. Zou hij soms vergeten da t alcohol ook legaal is? De gokbra nche zelf, zo betoogde Doll, heeft er belang bij dat er geen verslaafden zijn. "Een gokversla a fde zombie die maar aan een kast blijfi: kleven, stoot andere spelers af." Miep Brons had er een duidelijk

oordeel over: 'lulverhalen'. "U stelt het zo mooi voor, alsof u uit de hemel bent neergedaald, zo mens­ lievend. Het is alleen te mooi om waar te zijn." De directeur van de Jellinekkliniek drs. J.A. Walburg vond dat de on­ dernemers lichtzinnig oordelen over de verslavingsproblematiek. Wa l­ burg kiest voor een economische be­ nadering in plaats van het moralise­ rende vingertje op te heffen. "Die hulp aan verslaafden kost de ge­ meenschap miljoenen. Verreken da t in de prijs van het produkt, bijvoor­ beeld in de prijs van die gokkasten. Misschien worden die dan zo duur

dat het niet meer loont ze op de markt te brengen." De Katwijkse huisarts en RPF­raads­ lid drs. J.A. ten Hove koos wel voor de moraal: "Gokka sten, drugs en 06­lijnen horen bij een neerga a nde beschaving, cultuur in verval, som­ migen noemen dat a musement." De studenten in de zaal konden de bedrijfsethiek­show wel wa a rderen en beloonden de deelnemers met een daverend applaus. Helaas waren dealers van nicotine, alcohol, soft­ en harddrugs niet voor het forum uitgenodigd. Volgens de organisatoren 'gewoon door toeval'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992

Ad Valvas | 554 Pagina's

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 347

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992

Ad Valvas | 554 Pagina's