Ad Valvas 1992-1993 - pagina 172
I AD VALVAS 5 NOVEMBER 1992
PAGINA 6
Meisjes gaan wel studeren, maar kiezen niet exact Meer onderzoek gewenst naar keuze voor en verloop van studie Dirk de Hoog
Bijna de helft van de nieuwe studen ten is vrouw (43%), maar de verde ling over de verschillende studier ichtingen is erg scheef. Bij letteren en sociale wetenschappen zijn vrou wen ver in de meerderheid. Bij de bèta studierichtingen en de techni sche universiteiten zijn ze zwaar on dervertegenwoordigd. Deze weinig schokkende conclusie bevat het rap port Studentenemancipatiebeleid. De vu wijkt niet af van het landelijke beeld wat betreft de participatie van vrouwelijke studenten. Het rapport is een tussenrapportage van het zogenaamde Loekwo project. In januari 1991 gaven de gezamenlijke universiteiten en de ministeries van on derwijs en sociale zaken er opdracht toe. Doel is in twee jaar tijd een eman cipatie gericht studentenbeleid te ont wikkelen. Deze tussenrapportage is vooral een inventarisatie van instroom cijfers en al bestaande initiatieven op de diverse universiteiten. Het rapport ver onderstelt dat de grote verschillen tus sen mannen en vrouwen bij de verschil lende studierichtingen vooral te maken hebben met de oriëntering op de latere beroepspraktijk. Vrouwen zouden daar bij veel meer rekening houden met het zogenaamde dubbele levensperspectief, namelijk een baan, maar ook zorg voor kinderen. De universiteiten kunnen die keuze dan ook moeilijk beïnvloeden, daar die al eerder gemaakt wordt.
Dirk de Hoog
De studentenvereniging van de juri dische faculteit QBDBD bestaat een dezer dagen honderd jaar en is daar mee een van de oudste gezelschap pen aan de vu. Het lustrum is aan leiding voor een congres over recht, staat en macht. O ok zal een vereni ging van oudstudenten worden op gericht omdat de faculteit meer bin ding wil houden met de zogeheten alumni. De festiviteiten vinden aan staande woensdag en donderdag plaats. "Nee, er komt geen apart feest voor studenten, want QBD organiseert er toch al twee per jaar. We wilden iets in houdelijks doen. Dus een congres met
Het Loekworapport stelt dat er veel meer onderzoek naar studiekeuze en studieloopbaan van vrouwen gedaan moet worden, want harde gegevens ontbreken. Daar kan de universiteit wél wat aan doen. Van de zeven aanbeve lingen hebben er maar liefst drie be trekking op het doen van nader onder zoek: mogelijke verschillen in redenen om de studie te staken tussen meisjes en jongens; keuzeverschillen tijdens de studie en de samenhang hiermee voor de latere positie op de arbeidsmarkt en tot slot moet er onderzoek gedaan wor den naar de verschillen in uitstroom tussen mannen en vrouwen. Daarnaast moet de registratie verbeteren van de studieloopbaan van studenten, want nu zijn eigelijk alleen cijfers bekent van aantallen eerstejaars studenten. Het rapport komt met drie concrete aanbe velingen: bij voorlichting meer aan dacht voor meisjes, meer aandacht voor zwangerschapsproblematiek tijdens de studie en het organiseren van cursussen levensloopbaanplanning, waarin zowel mannen als vrouwen geconfironteerd worden met het levensperspectief var) zowel een baan als kinderen.
Levensloopbaan Volgens Monique Hodes, secretaris van de emancipatiecommissie aan de vu worden hier de meeste aanbevelingen al min of meer uitgevoerd, weliswaar meestal op initiatief van de commissie en niet van bestuurders. Zo heeft de commissie alle voorlichtingsfolders over studierichtingen doorgenomen en be commentarieerd; er zijn, alhoewel be perkt, crècheplaatsen beschikbaar voor
Bij de bèta-richtingen zijn vrouwen nog zwaar ondervertegenwoordigd
studentes en de decanen en psycholo gen zijn goede aanspreekpunten bij zwangerschapsproblemen. O ok worden
Juristenvereniging viert lustrum met congres een breed thema leek ons wel leuk", vertelt Marjan Hanrath, bestuurslid van de juristenvereniging en betrokken bij de organisatie van het congres. Ook zal er geen lustrumboek verschijnen. Een groot deel van het verenigingsar chief is namelijk verdwenen. Waar schijnlijk is dat in de oorlog gebeurd, want de archiefdozen gaan terug tot 1946. De geschiedenis van voor die tijd moet dus via oral history worden over gedragen. Dan blijkt dat QBD waar
schijnlijk ontstaan is in de boezem van het vucorps en ooit een dispuut ge weest is met de naam Qui Bene Distinquit, Bene Docet. Dat betekent iets in de trant van Wie goed kan onderscheiden, kan goed lesgeven. Het lustrum wordt dus alleen gevierd met een congres. Of eigenlijk met drie deelcongresjes, die vagelijk een ge meenschappelijk thema hebben, name lijk "machtsverhoudingen die een rol spelen binnen onze rechtsstaat", ver
Foto Nico Boink, AVC/VU
door het vormingscentrum en verschil lende faculteiten levensloopbaan cur sussen gegeven met een emancipatoire
inhoud. In januari zal over het hele on derzoek van Loekwo een groot congres in Utrecht plaatsvinden.
meldt het persbericht. O p de eerste congresdag, woensdag aanstaande, is het centrale thema volgens Marjan Hanrath "de rechtspleging en het handhaven van de rechtsstaat in brede zin". Naast een historische beschou wing door mevrouw mr. E. Poortinga zal vooral de vraag aan de orde komen wie eigenlijk de rechtshandhavers in de gaten houd. "Wie bewaakt de wach ters?", is dan ook de titel van de rede van prof mr. P.H. Kooijman. Hij zal met name ingaan op het handhaven van de internationale rechtsorde. Daar naast spreken die dag prof.mr. J. de Ruiter en prof dr. H.G. van de Bunt. Op de tweede congresdag staat 's mor gens de medische rechtspleging in de aandacht. Letterlijk van het wieg tot het graf, want prof.J. Griffiths gaat in op de euthanasieproblematiek en
prof.dr. C. Versluys zal juist spreken over medische beslissingen bij (tevroeg) pasgeborenen en de juridische gevolgen daarvan. De middag staat in het teken van de ri sico's van persoonsregistratie. Vooral de uitwisseling van allerlei gegevens tussen de overheid en particuliere be drijven en de juridische problemen daarbij, worden belicht door prof mr. J.M.A. Berkvens en dr. J. Holvast. Waarom dit onderwerp? Marjan Han rath: "We zochten een thema dat veel studenten en afgestudeerden zou aan spreken. De meeste juristen komen bij het bedrijfsleven of de overheid terecht. Dus we wilden een onderwerp dat ac tueel is en waarbij zowel de staat als de particuliere sector is betrokken. Met de registratie van persoonsgegevens heeft gewoon iedereen te maken." '
Lezen van tweede taal v e i ^ vooral oefening 'Ik ben geen politicus, ik kan niets zeggen over het onderwijs aan minderheden' Anne Pek
Afgelopen maandag promoveerde aan de vu taalwetenschapper Bart Bossers op een proefschrift waarin de leesvaar digheid van vijftig hoog opgeleide, in Nederland studerende Turken aan een onderzoek onderworpen wordt. Weer een werk in het kader van het minder hedendebat? Nee. Bossers heeft dan wel vijftig Turken onder de loep geno men, maar het had net zo goed om vijf tig Fransozen of vijftig Raetoromanen kunnen gaan. Bossers onderzocht de problemen die hoogopgeleide personen ervaren wanneer ze lezen in een taal die niet hun moedertaal is. In wetenschap pelijke termen; hij onderzocht het tekstbegrip van tweedetaallezers. "Of ik politieke consequenties verbind aan dit proefschrift?" Bart Bossers klinkt verbaasd. "Nee, dat is helemaal mijn tertein niet. Ik ben geen politicus en ook geen didacticus. Ik vind niet dat ik iets kan zeggen over het onderwijs aan minderheden. Ik doe onderzoek op het terrein van de taalkunde. Mijn proefschrift is vrij theoretisch gericht, het heeft niets met zwarte scholen, moedertaalonderwijs of wat dan ook te maken. Natuurlijk heb ik daar wel een mening over, maar die staat helemaal los van mijn promotieonderzoek." Het komt er haast verontwaardigd uit.
Het orakel Bolkestein zwijgt aiweei' enige weken, maar het door hem geïnitieerde minderhedendebat is nog niet verstomd. De opiniepagina van de Volkskrant staat ais voorheen voi met verhitte twiststukken over het verschijnsel zwarte scholen en over de integratieproblemen van migranten. De taalachterstand is het grote struikelblok voor allochtonen, daar zijn alle partijen het wel over eens.
De dissertatie van Bossers probeert een antwoord te geven op de vraag hoe het komt dat vergevorderde tweedetaalle zers toch vaak nog moeite hebben met tekstbegrip in die tweede taal. De meest gangbare opvatting, zo vat Bos sers samen, luidt dat de taalkennis van de tweedetaallezer niet meer verant woordelijk kan zijn voor deze proble men, omdat deze kennis al een zeker 'noodzakelijk minimum' heeft over schreden. Als een gevorderd tweede taallezer op een gegeven moment moei te heeft met een tekst, moet dat dus sa menhangen met zijn leesvaardigheid in het algemeen. O ok in zijn moedertaal zou hij dezelfde tekst dus niet goed be grijpen; zijn 'tekstbegripstrategieën' en zijn achtergrondkennis schieten te kort. Is dat nu wel echt zo dat het om een lees in plaats van om een taaivaardig heidsprobleem gaat?, vroeg Bossers zich af En hij zocht vijftig mensen bij een die hun moedertaal en hun hoge opleidingsniveau met elkaar gemeen hadden en die daarnaast een voldoende kennis van het Nederlands bezaten om de Nederlandse teksten die hij ze voor legde redelijk te kunnen lezen. Hij kwam op een groep van vijftig Turken, omdat de Turkse minderheid in Neder land na de Surinaamse bevolkingsgroep de grootste minderheid vormt en bo vendien wat de taal betreft relatief ho
mogeen is. Surinamers spreken zes ver schillende talen, Marokkanen hebben ook de beschikking over meerdere moedertalen. Maar de Turken in Ne derland hebben, op een kleine minder heid van Koerden en van TuroyoAra mees sprekenden na, allen het Turks als eerste taal. Daarmee wist Bossers zich er tenminste van verzekerd dat alle deelnemers aan het onderzoek dezelfde eerste taal bezaten. Bovendien hoefde hij nu niet al zijn tekstbegriptoetsen in meerdere talen over te zetten. Bossers nam zijn onderzoeksgroep een aantal tekstbegriptoetsen in het Neder lands en in het Turks af, plus twee taal toetsen en een vragenlijst. Zo onder zocht hij de relatie tussen taalkennis, tekstbegrip in de moedertaal en tekst begrip in de tweede taal.
Leesplezier Wat was Bossers' conclusie? "Taalken nis is de belangrijkste factor". Zelfs voor de vergevorderde tweedetaalle zers uit Bossers' onderzoek bleken de lacunes in de kennis die ze van het Ne derlands hadden een groter struikelblok dan hun eventueel tekortschietende leesstrategieën in het Turks. Er waren nog zoveel Nederlandse woorden en begrippen waarvan ze niet automatisch de betekenis zagen, dat het lezen in deze taal op zich al teveel aandacht op
eiste. Dit ging dan ten koste van het begrip van de teksten als geheel. "Tweedetaallezers moeten simpelweg zoveel als mogelijk lezen in hun tweede taal", is Bossers' conclusie: "Dat lijkt voor de hand te liggen, maar de extra inspanning die dit kost, neemt veel leesplezier weg. Alle deelnemers aan dit onderzoek gaven zonder uitzondering aan dat ze nog steeds het liefst in hun moedertaal lazen." Hard voor jezelf zijn, is dus de boodschap; lezen, lezen, lezen, tot die tweede taal je de neus uit komt. En daar mogen dan geen politieke con sequenties uit getrokken worden? Niet de voorzichtige conclusie dat extra les sen Nederlands bij immigranten die hier al naar basis en middelbare school gaan, meer nut zouden hebben dan on derwijs in eigen taal en cultuur? "Zoals ik al zei", antwoordt Bart Bossers, "ik vind niet dat ik op basis van dit onder zoek politieke uitspraken kan doen. Dat is helemaal mijn tertein niet. Pohtici gebruiken heel andere argumenten voor dergelijke beslissingen."
B.H. Bossers: Reading in two languages. A study of rea ding compreriension in Dutcri as a second language and in Turt<ish as a first language. Gegevens over han delseditie nog niet bekend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992
Ad Valvas | 554 Pagina's