Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 303

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 303

10 minuten leestijd

PAGINA 5

AD VALVAS 28 JANUARI 1993 .'>.•//».•

Prof.dr. G.E. Booij: 'Wij zijn klaarblijkelijk genet isch uit gerust met een bepaalde verwacht ing over de werking van t aal' Foto Nico Boink, AVC/VU

werkt. Die verwachtingen worden in de eerste levensjaren ingevuld door con­ crete taaiervaring, maar de regels zitten op dat moment al in het hoofd van het kind." De aanleg voor, of 'verwachting' van, taal wordt ook wel de 'universele gram­ matica' genoemd. Het universele eraan is dat de genetisch vastgelegde taalre­ gels voor iedere taal hetzelfde zijn, vol­ gens Booij. "Wij zien talen dan ook als variaties op één thema: de menselijke taal. Er zijn principes die in alle talen voorkomen: er is bijvoorbeeld geen taal ter wereld die losse woorden aan het begin van een zin plaatst. Een zin be­ gint altijd met een groep woorden. Elke woordgroep heeft daarbij een kern, het zogenaamde hoofdwoord. Dat is ook iets dat voor alle talen geldt. Neem een zin als 'De zonen van mijn vader zijn rijk'. Niemand in de wereld zal zeggen 'De zonen van mijn vader is rijk', omdat een kind al aanvoelt dat 'zonen' het hoofdwoord is van de woordgroep. Het kind wordt volgens ons geboren met de verwachting dat een woord­ groep altijd een hoofd heeft en hoeft dat dus niet nog eens te leren. Het hoeft in dit geval alleen te leren waar het hoofdwoord in de zin staat. "Wij zeggen 'koffiekop' en het woord 'kop' is daarbij natuurlijk het hoofdwoord. Het hoofdwoord staat bij ons altijd rechts. In het Vietnamees is het net omge­ keerd: daar is 'vleessoep' 'soepvlees' en omgekeerd."

Erno Eskens "Dieren communiceren met een be­ perkt repertoire van symbolen", vertelt de hoogleraar taalkunde aan de vu, dr. G.E. Booij, tevens voorzitter van het nieuwe Holland Institute of generative Linguistics (Hil). "Dolfijnen maken bij­ voorbeeld een aantal tonen en bijen dansen om aan te geven hoe ver de ho­ ning weg is, maar het aantal symbolen dat de dieren gebruiken is heel beperkt. Bij de mens daarentegen ontstaan steeds nieuwe rangschikkingen van de symbolen: nieuwe taalvormen. En het opvallende is dat wij elkaar daarbij blij­ ven begrijpen." Hoe komt het dat de taal, die steeds verandert, zo begrijpelijk blijft? Dat is één van de vragen die in het Hil aan de orde komt. Dit onderzoeksinstituut, waarin taalkundigen van de universitei­ ten van Leiden en Amsterdam samen­ werken, is namelijk op zoek naar de principes waarmee mensen zich de taal eigen maken. Met een mooi woord heet dat 'generatieve taalkunde'. "Wij kijken hoe een kind taal verwerft", verklaart Booij. "Hoe wordt een taal begrijpelijk voor een kind?" De generatieve taalkundigen zijn het erover eens dat een kind spelenderwijs in de eerste levensjaren een stelsel van regels, een grammatica, verwerft. "Het regelsysteem bepaalt hoe je nieuwe taaluitingen kunt vormen en in welke volgorde je de woorden moet plaatsen om een lopende zin te krijgen. Het be­ paalt ook de klankstructuur: elke N e ­ derlander zal bijvoorbeeld een 'd' op het eind van een woord als een 't' uit­ spreken. Spreek het woord 'honderd' maar eens uit. Dat is een fonologische regel. De generatieve grammatica brengt dit soort formele regels in kaart." Het opsporen van de formele regels blijkt niet altijd eenvoudig. "Het Engels is de best bestudeerde taal ter wereld," volgens Booij, "maar er bestaat nog steeds geen sluitende analyse van. Het is blijkbaar buitengewoon ingewikkeld. Daarom zijn er ook nog problemen bij het automatisch vertalen: we kennen nog niet alle taalregels en dus kunnen we computer niet leren hoe een taal in elkaar zit."

m /

Voortrekkersrol

De aangeboren taalvaardigheid

Suikerklontje En dat werpt de vraag op hoe het m o ­ gelijk is dat kinderen de taal in hun eer­ ste levensjaren leren spreken, terwijl niemand ze de regels van de taal in de­ tail kan uitleggen. Hoe kan het dat kin­ deren een paar jaar na de geboorte die regels toepassen, waar professoren maar geen greep op krijgen? D e zogenaamde behaviouristen dach­ ten in de eerste helft van deze eeuw het antwoord te hebben gevonden: zoals een paard via de sporen of een suikerk­. lontje wordt aangeleerd om mooi te galopperen, zo leren kinderen via belo­ ningen en straf de taal te beheersen. De voorvader van de behaviouristen, John Watson, drukte het ooit, ietwat cryp­ tisch, zo uit: "Mind is, what body does". Alle geestelijke zaken, inclusief de taal, kwamen voort uit de lichamelijke erva­

£^^.

Taalregels die professoren niet begrijpen, zijn voor kinderen geen probleem Hoe komt het dat jonge kinderen het verschil begrijpen tussen 'soepvlees' en 'vleessoep'? En hoe kan het dat kinderen zo snel een taal leren? Bij het onlangs opgerichte onderzoeksinstituut Holland Institute of generative Linguistics (HIL) heeft men een antwoord: de mens wordt geboren met een universele grammatica in het hoofd. ringen. Het bleek een aardige, maar volstrekt onhoudbare opvatting. In 1957 toonde de taalkundige Chomsky, nog altijd de belangrijkste man in zijn vakgebied, de zwakte aan van de theo­ rie: het behaviourisme kan niet verkla­ ren dat een kind steeds nieuwe zinnen formuleert, die het niet kent op grond van ervaring. Booij is het helemaal eens

Ik sta altijd verkeerd op feestjes. Ik heb heus niet te klagen over de mensen die mij gebruikelijk om­ ringen, daar zitten echt ontzettend leuke mensen bij, hoor, maar op feestjes bekruipt mij steevast het gevoel dat ik weer verkeerd sta. Ik kijk dan ter­ sluiks over mijn schouder, en zie dat het elders veel gezelliger is. Dat anderen het veel leuker heb­ ben. Ik hoor voortdurend het bulderend gelach van anderen, of het instemmend gegrinnik van weer anderen, of de verhitte discussies bij nog weef anderen. En ik hoor er weer niet bij. O, ik klets altijd, daar niet van. Ik neem deel aan het gesprek waarin ik op dat moment verzeild ben. Maar ik heb mezelf getraind in het tegelijkertijd afluisteren van de gezelligheid van anderen. Niet opvallend, ik kan het namelijk zelf niet uitstaan als ik zie dat anderen er niet met hun volle aandacht bij zijn, maar stiekem. En intussen doe ik zelf mijn best het gesprek gaande te houden. Ik ben daar een ongelooflijke trut m: ik ben niet van het type dat durft te zeggen: "Zo, nu ga ik maar weer eens ergens anders kijken." Of: " H é , daar zie ik die­en­ die, wat heb ik die lang niet gezien." Ik durf zelfs

met Chomsky. "Het is inderdaad op­ merkelijk dat kinderen zo ontzettend weinig fouten maken in hun taal. Een kind zegt bijvoorbeeld nooit 'Wie is dat zijn boek?'. Het kent klaarblijkelijk een regel die zegt dat zoiets niet mag. Het kent die regel echter'ook als het maar een heel beperkte taaiervaring heeft. Taal is dus niet, zoals de behaviouris­

Margot van IVIulken

De omzetcijfers van de Opel Astra niet eens naar de wc te gaan, terwijl dat toch een fantastisch excuus is om ergens weg te komen, maar nee, ik houd alles zo lang mogelijk op om te voorkomen dat iemand denkt dat ik hem ont­ vlucht. En maar ja knikken, minzaam instemmen, of "Goh, wat interessant", "Is dat zo?", "Nee wer­ kelijk" roepen of zelfs:

ten dachten, een reeks gedragspatronen dat is aangeleerd door d w a r ^ of belo­ ning." Als een kind de taal niet volledig van buitenaf krijgt aangereikt, dan moet er, volgens de generatieve taalkundigen, sprake zijn van een aanleg: "Wij zijn klaarblijkelijk genetisch uitgerust met bepaalde verwachtingen over hoe taal

'"Vertelt u daar eens meer over." Ik hoor het me­ zelf zeggen, terwijl ik innerlijk in elkaar schrompel. Zo heb ik op één van die nieuwjaarsborrels wel een half uur naar de fantastische omzetcijfers van Opel Astra geluisterd, naar het slinkende markt­ aandeel van concurrent Ford en naar de gevolgen van de afwachtende houding van de kopers, die immers popelend uitkijken naar de introductie van de nieuwe Mondeo. Zo zeg. P oepoe. "En wan­ neer, schat u, zullen die nieuwe modellen in de showrooms prijken?" vraag ik dan beleefd, en ik kan mijn tong wel afbijten. Of laatst nog, op zo'n oergezellig zitfestijn, zat ik helemaal klem tussen een natuurkundige en een grafoloog. Iedereen had lol, de moppen vlogen over de tafels, er waren mensen bij, die haalden wel twintig keer opnieuw iets te drinken voor ie­ dereen, er werd zelfs gezongen en ik zat daar maar, mijn zoveelste eenzame sjekkie te rollen en intussen diepgaand te bomen over de bodemge­ steldheid in China. In China! En dat terwijl slechts twee tafels verder de bodem voorlopig niet in zicht was. En ik was natuurlijk weer te besche­

Door de grammatica van de talen on­ derling te vergelijken, proberen de taal­ kundigen de regels van elke taal en die ene, universele, genetisch bepaalde, grammatica in kaart te brengen. Bij de zoektocht speelt Nederland een voor­ trekkersrol. "Er is in Nederland altijd al veel aandacht geweest voor taalkunde", verklaart Booij. "We leven in een klein landje, vandaar dat we waarschijnlijk veel interesse hebben in de talen om ons heen. We hebben bovendien een koloniaal verleden. Daardoor hebben we aandacht gekregen voor exotische talen." Ook de generatieve taalkunde blijkt te profiteren van het gunstige klimaat. Vlak voor kerst kreeg het Hil nog een miljoen gulden Stimulans­subsidie toe­ gewezen, ter ondersteuning van het in­ ternational erkende toponderzoek. De bedoeling is om het Hil in 1994 er­ kend te krijgen als onderzoekschool, hetgeen wellicht nog meer subsidies oplevert. Booij benadrukt echter dat fi­ nanciën bijzaak zijn: "Je moet geen on­ derzoeksinstituut oprichten om extra geld te krijgen. Je moet mensen bij el­ kaar brengen die elkaar ook echt iets te vertellen hebben. Ze moeten eikaars publikaties lezen en met elkaar in dis­ cussie g a a n . " , Binnen het Hil is er genoeg om over te discussiëren, want het is toch een beet­ je gênant dat kinderen moeiteloos de taalregels hanteren die professoren maar niet begrijpen. "Je zou toch zeg­ gen", peinst Booij, "dat de regels heel eenvoudig en simpel moeten zijn als een kind er zo snel mee kan werken."

ten om iets te drinken te halen. Die grafoloog had bovendien, en dat was trouwens helemaal de limit, foto's bij zich van de bodemgesteldheid in China. Jawel, als je langs zijn schatjes van kinderen heen keek; en daar, vijf foto's verder, voorbij die oenig kijkende ober, waar hij overigens een waaaaanzin­ nig grappige anecdote over kon vertellen, was de bodemgesteldheid te zien. Goh. P oepoe. Laatst trof ik iemand, die precies hetzelfde had: "Heb )ij dat nou ook, het gevoel dat het overal veel leuker is dan bij jou?" vroeg ik, terwijl ik de mensen tegenover ons in de peiling hield. "Zou het aan ons liggen?", vroeg zij en we keken tegelij­ kertijd naar de hilarisch lachende mensen achter ons. "Je bedoelt dat wij gewoon niet gezellig ge­ noeg zijn?" vroeg ik ongelovig. "Neu. Dat kan het niet zijn!" zeiden we in koor. We zwegen. Nee, dat zou toch al te bar zijn. Maar daarna bekeek ik haar nog eens goed en bij haar wist ik het toch niet zeker. Ik zag dat zij dezelfde blik in haar ogen had. We zijn samen naar de wc gegaan.

^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992

Ad Valvas | 554 Pagina's

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 303

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992

Ad Valvas | 554 Pagina's