Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 548

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 548

9 minuten leestijd

AD VALVAS 2 4 JUNI 1 9 9 3

PAGINA 6

VU-orkest op tournee met cellist Wispelwey Het vu­orkest o l.v Daan Admiraal speelt het Cellocon eert van Dvorak en de Vierde Symfonie van Sjostako­ w/itsj Solist Pieter Wispelwey op cello Concertgebouw Amsterdam, zaterdag 26 juni 20.15 uur Toegang 17,50 gulden (CJP/Pas65/Stud 15 gulden)

Dick Ro o denburg Met 68 strijkers kun je al voor spektakel zorgen. Voeg daarbij nog eens achten­ dertig blazers, twee harpspelers, twee paukeslagers en vijf slagwerkers en je hebt het meest uitgebreide amateur symfonie­orkest van Nederkand: het vu­orkest. Deze bezetting stelt het ge­ zelschap in staat de groots opgezette symfonieën van M ahler en bijvoorbeeld de Sacré du Pnntemps van Stravinsky uit te voeren. Op dit moment reist het or­ kest door Nederland, waar tijdens de jaarlijkse zomertoumee wereldsteden als Temeuzen, Veere, Utrecht, Zutphen en natuurlijk Amsterdam wor­ den aangedaan. Ook dit keer staat weer een spektakelstuk op het programma, de Vierde Symfonie van Sjostakowitsj, die na de pauze wordt gespeeld. Daarvóór laat het vu­orkest zich van een meer ingetogen kant zien, in het Celloconcert van Dvorak, waarin Pieter Wispelwey de solopartij speelt T o e n de Tsjech Antonin Dvorak in 1894 aan zijn Celloconcert begon te schrijven, woonde hij al geruime tijd in de Verenigde Staten. Daar had hij een jaar eerder zijn bekendste symfonie Uit de nieuwe wereld gecomponeerd. On­ danks de optimistische toon die uit dat werk opklinkt, kon Dvorak toch niet aarden in N e w York. Hij voltooide het celloconcert in zijn geboorteland, waar hij directeur van het conservatorium van Praag was geworden. Het celloconcert bestaat uit drie delen. In de orkestinleiding van het allegro klinkt via de klarinetten meteen al het hoofdthema door. Het adagio ma non troppo wordt gedragen door de melodie van het lied Las s mich allein in meinem Traümen gehen, dat Dvorak al jaren eer­ der had geschreven. Het was een lieve­

lingslied van zijn zuster, die begin 1895 ernstig ziek werd. De finale kenmerkt zich door een snelle, ritmische opening ­ niet voor niets leerde Dvorak m Ame­ rika de 'negermuziek' kennen ­ en een langzamer lyrisch vervolg. In het naspel wordt het hoofdthema nog een keer herhaald. Zowel in de muziekliteratuur als bij het grote publiek geldt het celloconcert van Dvorak als hèt celloconcert. Precies tien jaar geleden ­ op 26 juni 1983 ­ speelde de destijds nog jonge en veelbe­ lovende Pieter Wispelwey dezelfde so­ lopartij bi) het vu­orkest. Hij viel toen tijdens de zomertoumee in voor M arien van Straalen. Dat openluchtconcert in Nijmegen werd volgens de overlevering vooral gekenmerkt door neerzeilende meikevers. Inmiddels heeft Wispelwey alle beloftes ingelost. Na zijn opleiding te Amsterdam studeerde hij in de Ver­ enigde Staten en in Engeland. Zijn re­ pertoire varieert van J.S. Bach tot m o ­ derne componisten als M aurice Kagel. M e t het vu­orkest speelde hij m 1988 het Celloconcert van Dutilleux en in 1989 het Eerste Celloconcert van Sjo­ stakowitsj. In 1992 won Wispelwey als eerste cellist de Nederlandse M uziek­ prijs.

Blinde galop De Vierde Symfonie voltooide Dmitri Sjostakowitsj in 1936, een keerpunt in zijn carrière. T o t die tijd gold hij als een compromisloos componist, in zijn latere werk richtte hij zich steeds meer naar de normen van de Sovjetautoritei­ ten. Dat jaar werd hem in partijkrant De Pravda verweten dat zijn muziek bourgeois, decadent en gewild m o d e m was. Sjostakowitsj zag zich genoodzaakt zijn opera Lady Macbeth van Mts ens k uit 1932 en ook de Vierde Symfonie terug te trekken. M e t zijn Vijfde Symfo­ nie uit 1937 wist hij zich bij het regime te rehabiliteren, maar ondanks pogin­ gen om in zijn zevende en achtste sym­ fonie ­ respectievelijk Leningrad uit 1942 en Stalingrad uit 1943 ­ een bij­ drage te leveren aan de 'nationale Sov­

Cellist Pieter Wispelwey: alle belo ftes ingelo st jetmuziek', moest hij later toch weer bij de Partij op het matje komen: zijn Ne­ gende Symfonie werd als 'neo­classicis­ tisch maniërisme' bestempeld. Pas met zijn oratorium Het lied der bossen (1949) verwierf hij zich de goedkeuring van de allerhoogste, in de vorm van de Stalin­ prijs. Weliswaar wordt de Vierde Symfonie be­ schouwd als de meest moderne van Sjostakowitsj, toch is het werk in com­ positorisch opzicht niet echt vernieu­ wend. Schönberg, Bartók en Stravinsky waren Sjostakowitsj al voorgegaan. De

Vierde moet het vooral hebben van zijn muzikale geweld. In het programma­ boekje van het vu­orkest wordt de sym­ fonie door altviolist M arien Abspoel zo barok beschreven, dat ik niet kan nala­ ten enkele fragmenten te citeren: "Na drie schreeuwen door het hele orkest opent de symfonie met een drammende mars. Slechts korte momenten van be­ rusting trachten deze helse machinerie te doorbreken. D e grillige melodieën en extreme instrumentatie dragen bij aan een vervreemding, waardoor de expres­ sie nooit een warme gelukzalige gloed

krijgt die we van M ahler kennen. [...] D e fuga die volgt brengt de strijkers tot een tomeloze razernij. Als deze uit­ mondt in een macabere blinde galop, beklemt de gedachte aan de appca­ lyps. [...]" Het zal duidelijk zijn dat hier geen ob­ jectief recensent aan het woord is, maar een musicus die op de stoel van de componist zit. Dergelijk proza maakt de muziek bijna overbodig, het orkest zal er na de pauze hard tegenaan moeten.

Barlaeus en Vossius regeerden met de plak Anne Pek De Vrije Universiteit mag met haar 113 jaar een dame op leeftijd zijn, vergele­ ken met de Universiteit van Amster­ dam is ze nog steeds een wichtje dat net komt kijken. De UVA kan, met enig wroeten weliswaar, haar wortels name­ lijk terugvoeren tot 1632. T o e n werd aan de Oudezijds Voorburgwal Amster­ dams eerste instelling voor hoger on­ derwijs gevestigd, 'de Doorluchtige School'. Ook wel het Atheneum lllustre genoemd, alsof het een aan de godin Athena opgedragen heiligdom gold; ze­ ventiende­eeuwers zagen zichzelf nou eenmaal graag als erfgenamen van de klassieke cultuur. Met dit aan de wijsheid gewijde heilig­ dom haalde Amsterdam een aantrekke­ lijke instelling binnen de muren. Dat werd tijd ook. D e stad had haar inwo­ nertal binnen dertig jaar naar 120 dui­ zend zien verdubbelen en was op eco­ nomisch terrein tot eenzame hoogten gestegen; maar voor hoger onderwijs moesten de inwoners nog steeds naar Leiden of verder. Het Atheneum bracht daar verandering in. D e school was dan ook meteen een doorslaand succes. D e openbare lessen die de beide hoogleraren van het eerste uur ­ Vossius en Barlaeus, niet toevallig de naamgevers van twee hedendaagse Am­ sterdamse gymnasia ­ dagelijks gaven, trokken veel belangstelling. De colleges waren overigens altijd al om elf uur 's ochtends afgelopen. D a n ging de beurs namelijk open en moest het immaterië­ le weer voor het materiële wijken.

Een thema van het genre niet­te­ver­ mijden: het Aalsmeerse Bloemencorso, de molen van Sloten en het antiquaria­ tenbestand rond de Nieuwe Spiegel­ straat doen er aan mee; door de hele binnenstad zal men zeventiende­eeuw­ se gebouwen in de schijnwerpers zet­ ten; overal zullen 'karakteristieke res­ taurants' Gouden Eeuw­menu's serve­ ren; op de Nieuwmarkt komt eind sep­ tember een 'zeventiende­eeuws stads­ feest met veel muziek en levensechte straatscènes'. M u s e u m Amstelkring presenteert kerkzilver uit de Gouden Eeuw, de Nieuwe Kerk 'pronkstukken uit de Gouden Eeuw' en de Hortus Bo­

tanicus 'gebruiksplanten uit de Gouden Eeuw'. Het universiteitsmuseum presenteert dus Gouden­eeuwse leermiddelen. Boeken, navigatie­instrumenten, globes en ontleedmesjes. M aar ook een plak, waarmee onwillige leerlingen tot de orde konden worden geroepen. T o c h is het aantrekkelijkste element van deze kleine tentoonstelling niet het geëxposeerde materiaal, maar de expo­ sitieruimte z­elf. Het universiteitsmuse­ um is namelijk gevestigd in de Agnie­ tenkapel, het gebouw waarin het Athe­ neum lllustre in 1632 onderdak vond. Een prachtig laat­gotisch gebouwtje dat

tot aan de machtsovername door de calvinisten in 1578 aan de nonnen van de heilige Agnes had behoord. De Alteratie betekende het einde van de vele kloostergemeenschappen die Amsterdam tot dan toe rijk was en le­ verde dus talloze leegstaande gebouwen op. Handig, want de stad barstte uit haar voegen. Zeker sinds de val van Antwerpen in 1585 een grote stroom vluchtelingen op gang had gebracht. Voor zover ze niet afgebroken werden, kregen de oude kloostergebouwen dan ook een andere bestemming. Zo werd de benedenverdieping van de Agnieten­ kapel een pakhuis van de Admiraliteit.

Vlijt en soberheid D e belangrijkste les op de stadsscholen was de zangles, die de jongens ­ van meisjes was natuurlijk geen sprake ­ op de kerkelijke eredienst voorbereidde. Sinds het begin van de zestiende eeuw waren verder her en der particuliere schooltjes te vinden, die h u n leerlingen opleidden voor de handel. Rekenen en boekhouden waren daar dus de hoofd­ vakken. M aar lezen en schrijven kwa­ men er bekaaid vanaf Dat veranderde met de reformatie. Het doel van het onderwijs werd nu in de eerste plaats de Bijbel leren lezen. Het aantal analfabeten daalde in duizeling­ wekkend tempo, het aantal hoger ge­ schoolden nam in sneltreinvaart toe. En zo sloeg de reformatie, de leer van de vlijt en de soberheid, twee vliegen in één klap. De Gouden Eeuw heeft veel van haar luister te danken aan deze ge­ wijzigde kijk op het onderwijs. En daar­ mee komt deze bescheiden tentoonstel­ ling eigenlijk meer eer toe dan ze te­ midden van weelderig kerkzilver en Spiegelstraat­antiek waarschijnlijk zal krijgen.

Gouden eeuw Onlangs werd in het universiteitsmuse­ um van de UVA aan de Oudezijds Voor­ burgwal een tentoonstelling geopend over onderwijs in Amsterdam in de ze­ ventiende eeuw. Daar was geen specia­ le aanleiding voor, of het moet het Gouden Eeuw­thema zijn dat de v w van Amsterdam voor dit jaar uitbroed­ de. Van 5 juni 1993 tot en met 6 maart 1994 is het alles Gouden Eeuw wat de klok slaat.

M e n sloeg er de goederen op die door het Rijk of de stad in beslag waren ge­ nomen ­ reden voor de bevolking om het gebouw om te dopen tot 's Rijks Hel. D e bovenverdieping werd de ge­ hoorzaal van het Atheneum lllustre en de op de zolder vond de stadsbiblio­ theek uit de Nieuwe Kerk een nieuw onderkomen. Met de oprichting van de doorluchtige school had Amsterdam eindelijk een openbare onderwijsinstelling die bij haar status van belangrijke stad paste. T o t die tijd stelde Amsterdam op edu­ catief gebied weinig voor. Daar moet wel aan toegevoegd worden dat open­ baar onderwijs tot aan de reformatie sowieso weinig voorstelde.

In de 'Do o rluchtige scho o l', het Atheneum lllustre, is tegenwoordig het universiteitsmuseum gevestigd

De geschoolde stad Onderwijs m Amsterdam in de Gouden Eeuw Tentoonstelling van 10 juni t/m 29 okto­ ber 1993 in het universiteitsmuseum in de Agnietenka­ pel, Oudezijds Voorburgwal 231 Amsterdam tel 5253339

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992

Ad Valvas | 554 Pagina's

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 548

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992

Ad Valvas | 554 Pagina's