Ad Valvas 1992-1993 - pagina 355
Het gedwongen vertrek van griffier Hetty Lieftinic 'Ik heb een ander soort autoriteit dan de heren bestuurders wensen'
I
Het ontslag van de griffier van de universiteitsraad, Hetty Lieftinl<, beheerst al maanden de bestuursgelederen van de VU. De raad wil dat ze blijft. Het college wil dat ze gaat. Zij heeft nu zelf de l<noop doorgehal^t en het college laten weten dat zij akl^oord gaat met een vertrekregeling. De arbeidsverhoudingen zijn dermate verziekt dat een terugkeer er toch niet meer inzit. Vorige week nam ze een 'geenszins vrijwillig' afscheid. "Het liefst was ik griffier gebleven"
b£: .....lil... „««sm^m^^^-Bfm.
\ ,
. , Ï^'M'^^*
Hetty Lieftink: populair bij leden van de universiteitsraad
.
y^". ? » c . I's. ' - >' É-1 | I B > ^ - %
Foto Bram de Hollander
Dirk de Hoog
"Dat ik een vrouw ben, heeft zeker in vloed gehad op de gang van zaken." Hetty Lieftink hoeft geen moment na te denken over het antwoord op de vraag of het feit dat ze een vrouw is een rol heeft gespeeld bij het ontslag. Als grif fier van de universiteitsraad woonde zij de vergaderingen bij, was zij verant woordelijk voor de notulen en zorgde zij dat raadsleden makkelijk aan infor matie konden komen. Zélf vond Lief tink het bovendien heel belangrijk dat de raad volwaardig democratisch kon functioneren. Deze benadering maakte haar populair onder raadsleden. Ze was dan ook vastbesloten om er met steun van de raad voor te vechten grif fier blijven. Maar een maand geleden realiseerde zij zich dat terugkeren on mogelijk zou zijn door de ernstig ver stoorde verhouding met het college van bestuur. Ook zag ze dat het ontstane conflict een enorme druk legde op een aantal raadsleden. Daarom besloot Lieftink een vertrekregeling te treffen met het universiteitsbestuur.
Goudschaaltje Aan die overeenkomst wordt nu de laatste hand gelegd. Ze heeft daarbij moeten beloven geen uitlatingen te doen die schadelijk kunnen zijn voor de universiteit en voor mensen die daar werken. Ze kan in dit interview dus niet vrijuit spreken en weegt haar woorden op een goudschaa Itje. Bijna twee jaar geleden, mei 1991, kwam ze naar deze universiteit. Als doctorandus in de bestuurs en organi satiekunde had ze bewust voor de baan
van grifïier gekozen. Daarvoor werkte ze onder meer als projectcoördinator voor fusies in het beroepsonderwijs in NoordHolland. "Daar heb ik geleefd met een team aan een gemeenschappe lijk doel te werken en heb ik manage mentervaring opgedaan in zeer com plexe situaties", zegt ze. Behalve de inhoudelijke interesse voor het werk met de universiteitsraad had ze ook persoonlijke motieven. "Ik wilde weten hoe ik zou functioneren in een professionele bureaucratische organisa tie." Dat weet ze nu. Vanaf haar eerste werkdag in het Hoofdgebouw heeft ze kritiek gekregen van de mensen met wie ze moest samenwerken. "Het is niet te geloven hoe vaak ik de eerste weken heb gehoord 'het ging vroeger zo'." De toon maakte duidelijk dat men vond dat ze het fout deed. Er bestond een verschil in benadering van het werk door de nieuwe griffier en de gegroeide praktijk. Lieftink: "Ik ben wat brainstor mend, ik vraag wat de mogelijkheden zijn en geef eventuele alternatieven aan. De mensen om me heen waren meer stellend: Zo moet het, zo is het altijd gegaan"
Complimenten Het viel haar op dat de raadsleden wei nig gebruik maakten van de griffie. Ze organiseerde een inwerkdag waar nieu we raadsleden werd uitgelegd wat de griffie zoal voor de raad zou kunnen doen. Sinds die tijd was het open huis en liepen de raadsleden in en uit. Ze kreeg complimenten van de raad over haar aanpak, maar andere mensen von den die openlijke waardering voor de griffier niet altijd even leuk. "De griffier
Het liefst sta ik alleen in de lift. Ik ga dan breeduit voor de spiegel staan en bestudeer uitgebreid het rood in mijn oogwit, of de spieren in de onderkant van mijn tong, of het kraakbeen in mijn linkeroor. Ik zing uit volle borst aria's en smartlappen, het hele badkamerrepertoire, en het verbaast mij dan ook keer op keer dat ik nog steeds niet ontdekt ben. Want ik heb zo het gevoel dat ik voortdurend in de gaten gehouden word, in die lege lift. Dat er een onderzoeksproject loopt van Psychologie of Gedragswetenschappen, dat met behulp van verborgen camera's en valse spie gels het liftgedrag van studenten en medewerkers bestudeert. Af en toe maak ik dan ook een praatje met zo'n student in de spiegel. Ik spreek hem bemoedigend toe, zo van: "Ach, als je wat goochelt met statistie ken is er best iets significants te maken van zo'n project." Of: "Kom op, zo erg is het toch niet, je kunt nog beter achter zo'n spiegel zitten dan op straat gokverslaafden interviewen, of van die nut teloze idiote computersimulaties uitvoeren. En nu kun je later nog altijd zeggen dat je mij ontdekt hebt. In de lift." En dan zing ik nog een liedje
is een ambtenaar en ambtenaren beho ren geen pluimpjes te krijgen." Op de vu heeft ze zelden van iemand buiten de raad gehoord 'hartstikke goed ge daan'. "JVien zegt wel de negatieve din gen, maar niet de positieve. Als je dan toch complimenten krijgt, wordt dat als concurrerend ervaren." Zelf vindt ze dat ze haar taak pragma tisch heeft opgevat. In haar ogen is de griffier er ter ondersteuning en stimule ring van de raad en als een intermediair tussen de raad en het college van be stuur. "Misschien vonden mensen mij minder ambtelijk, omdat ik me sterk betrokken voelde bij de raadsleden en ik de belangen van de raad heb verde digd. Ik zit er niet primair voor het col lege, maar ben bewaker van de rechten en plichten van de raad. Mijn persoon lijke mening over de beleidsvoorstellen is niet van belang. Ik vind het mijn taak te zorgen voor de randvoorwaarden voor een goede besluitvorming." In maart van het vorig jaar kreeg ze te horen dat de secretaris van de universi teit, drs. D.M Schut, haar formele diensthoofd, haar aanstelling niet wilde verlengen. Volgens Lieftink was dat voornemen gebaseerd op zeer eenzijdi ge informatie van de raadsvoorzitter Zeijlemaker. Uiteindelijk kreeg ze toch de toezegging voor een vast dienstver band. Bij de laatste raadsverkiezingen in juni ontstonden problemen met het verzen den van de stembiljetten. De griffier te kende bezwaar aan tegen de gang van zaken. Dat is haar niet in dank afgeno men. "Het is een enorme rel geweest binnen de bestuursvleugel. Ik mocht als ambtenaar geen beroep aantekenen."
IVIargot van IVIulken
É
Met een VUfundi in de lift
voor hem. Soms, net als ik het aantal wiraperhaartjes in mijn rechter bovenooglid tel, vliegen de deuren open. 'Mogge', haast ik mij dan te groeten, en doe snel een stap achteruit. De instapper groet altijd be leefd terug en kan een grijns vaak niet onderdruk ken. Vervolgens gaan we dan beiden een potje staan zwijgen, de blik strak gericht op de balk met
In oktober zou een gesprek volgen over haar functioneren. Althans dat ver wachtte de griffier. Maar ze kreeg slechts de mededeling dat haar aanstel ling niet verlengd zou worden. Ze mocht meteen naar huis om na te den ken over haar toekomst. De universiteitsraad reageerde onmid dellijk. Diezelfde dag nog sprak de raad zich unaniem uit voor het aanblijven van de griffier. Het college weigerde echter die motie uit te voeren en er brak een maandenlange bestuurscrisis uit.
Bovenmeester Dat raadsvoorzitter Z eijlemaker en grif fier Lieftink geen dikke vrienden waren, is binnen bestuurskringen algemeen be kend. Op de vraag waar dat aan lag, volgt een lange stilte. "In essentie zit het verschil in de benadering van de raad: wil je sturen of begeleiden. Als je wilt sturen geef je selectieve informatie, als je wilt begeleiden geef je alle infor matie." Gedroeg raadsvoorzitter Z eijle maker zich dan als een bovenmeester? "Het ging er niet om wie de baas was op de griffie. Ik vind dat de voorzitter de raad voor verkeerde besluiten moet behoeden. Maar soms stond hij te ver van de raad af." Ze vindt trouwens dat er een tendens is om de universiteitsraad niet serieus te nemen. De bestuurders zien de raad als een stelletje bemoeials die over details zeuren. "Ik vind de reacties van het col lege van bestuur vaak minachtend en denigrerend. Ik heb mijn werk altijd ge daan vanuit de opvatting dat de menta liteit van de bestuurders bepalender is voor het democratisch functioneren dan
aan en uitflitsende nummertjes. Want je moet na tuurlijk kost wat kost vermijden dat de ander denkt dat je ook maar de geringste behoefte hebt om hem te bekijken. Dat is onbeleefd. Dus kijk je naar het stijgen van de lift. Het leven wordt verhevigd in de lift. Dat komt: de Uft is geen doel op zich. Hij dient alleen om van plek naar plek te schuiven, hij dient alleen om tijd te doden, hij staat letterlijk aan de rand van het leven en dus houdt men geen rekening met de lift. Men is er aardiger, mooier, lelijker maar vooral erger dan normaal. Zo stond ik laatst met iemand in de lift. Het woei buiten dus ik verzon een originele binnenkomer: 'Koud hè," zei ik. En dat had ik nou niet moeten zeggen. "Nou, daar is anders pas wat aan gedaan, hoor," beet hij me toe. "Er is onlangs naar de air conditioning gekeken." "Nou, ik bedoel anders buiten." verontschuldigde ik me. Maar hij ging onverstoorbaar voort. Ik had hem op zijn stok paardje getild. "Dat er mensen zijn die de vu een koud gebouw vinden, dat begrijp ik niet. Het is bouwkundig zeer functioneel, in een tijd neergezet dat men over beperkte financiële middelen be
het bestuursmodel en de reglementen." Mede naar aanleiding van haar vertrek is een discussie ontstaan over de vraag of er een specifieke vubestuurscultuur bestaat. Wat vindt Lieftink? "Ja, die is er. Men is bang voor conflicten, terwijl er alleen meningsverschillen zijn. Daarover kan je zakelijk discussiëren zonder dat het uit de hand loopt." De vu vertoont volgens haar kenmer ken van een monocultuur, met alle ge varen van dien. De grijze middenmoot is erg dominant. Mensen die wat afwij ken of boven het maaiveld uitsteken, zijn een zeldzaamheid. "Ik had bij de universiteit verwacht dat kritische gees ten de ruimte krijgen. Maar het is alle maal een beetje meer van hetzelfde. Er zijn weinig verschillen in houding en denkwijze. Dat vind ik ernstig, want uiteindelijk werkt dat verstarrend voor de hele universiteit." Binnen die cultuur passen vrouwen, maar ook sommige mannen niet zo goed, volgens Lieftink "Z e mogen mee doen, maar misschien is het nog de cal vinistische achtergrond dat marmen meer worden geassocieerd met 'autori teit' dan vrouwen." Ze heeft ook erva ren dat men conflicten niet op zakelijke argumenten beslecht, maar op de per soon speelt. Zo kreeg zij zelf te horen dat ze te emotioneel was. "Ik ben inder daad emotioneel, maar ook pragma tisch en zakelijk." Volgens haar zijn mannen meer getraind om met zo'n cultuur om te gaan en sluiten zich mak kehjker af voor kritiek. "Ik denk dat je daardoor als vrouw eerder onderuit gaat. Ik heb wellicht een ander soort autoriteit dan gemiddeld gewenst door de heren bestuurders."
schikte, stilistisch past het uitstekend in zijn om geving, en de rheeste medewerkers, dat is uit on derzoek gebleken, zijn zeer tevreden met de facili teiten alhier," predikte hij. Jawel hoor. Dat moest mij weer overkomen: sta ik met een vuftmdi in de lift! Het liftpaneel wees uit dat ik nog vijf etages met hem moest. En hij bleef maar doorzeiken. Over de vooraanstaande positie die de vu in de wetenschappelijke wereld inneemt, over de internationale erkenning die de vu geniet bij ministeriële instanties in binnen en buiten land. Over de ongekend fenomenale vorderingen die geboekt zijn dankzij vuwetenschappers. Ver schrikkelijk. Z o iemand die terwijl er geen enkele aanleiding toe is, op een verongelijkte toon zijn gelijk gaat staan bewijzen. Die voortdurend zijn gehoor ongevraagd de les leest. Op de elfde ver dieping kon ik er gelukkig uit. "Een welgemeend arbeidsvolle dag toegewenst!" riep hij me nog na. Later ben ik diezelfde lift nog even binnen ge stapt: om aan die gedragswetenschapper uit te leg gen dat niet iedereen in het Hoofdgebouw zo erg is. En om te zeggen dat ik met opzet de rest van de dag niets heb uitgevoerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992
Ad Valvas | 554 Pagina's