Ad Valvas 1992-1993 - pagina 468
Levenslang last van kindermishandeling VUwerkgroep: 'Slachtoffers hebben aanmerkelijk minder kans op een evenwichtig bestaan' "Professor wil pak slaag verbieden", schreven sommige Icranten vorige weel< wat badinerend. Aanleiding waren de uitspraken van vu-hoogleraar dr. H.E.M. Baartman bij de presentatie van het jaarverslag Vertrouwensartsen kindermishandeling. Wie kennis neemt van de omvang en de gevolgen van dit probleem vergaat het spotten wel. Bij ruim dertig procent van de kinderen in medische kleuterdagverblijven, is de diagnose: mishandeling. Ook op latere leeftij d komen veel van hen in aanraking met de psychiatrie.
Dirk de Hoog "Ik wil het slaan van kinderen met ver bieden door een simpel artikel in de wet. Het gaat mij erom dat mensen stilstaan bij de vanzelfsprekendheid van geweld als opvoedingsmaatregel. Daarbij gaat het om meer dan slaan. Je kunt ook op een verbale manier verrekte rauw en ge welddadig optreden tegenover een kind." Aan het woord is prof.dr. H.E.M . Baartman. Sinds 1988 is hij door de ver eniging tegen kindermishandeling aange steld als bijzonder hoogleraar bij de fa culteit psychologie en pedagogiek van de vu. Baartman deed zijn uitspraken vori ge week bij de presentatie van de cijfers over 1992 van het bureau vertrouwens artsen kindermishandeling. De uitspraken kwamen hem te staan op een schrobbering van columnist Jan Blokker in de Volkskrant. Die vraagt zich af op welk onderzoek Baartman zich ba seert bij zijn "opvatting over dewaarde van een mep tegen een jengelend rot kind.' Baartman durft de stelling aan dat mis handeling van kinderen vaak begint met uit de hand gelopen 'gewone' straffen. In Zweden, Denemarken, Finland, Noor wegen en Oostennjk staat overigens al in de wet dat ouders hun kinderen met re spect moeten benaderen en geen geweld of vernederende straffen mogen gebrui ken.
Meer meldingen Het gaat Baartman niet om die inciden tele draai om de oren, maar om ouders die hun kinderen systematisch kleineren en kwetsen. "Dat kindermishandeling niet mag, daar zal iedereen het over eens zijn. Maar waar de grenzen liggen, is
. vtfwfe/v
moeilijk aan te geven." De cijfers liegen er niet om. In 1992 kre gen de vertrouwensartsen 17 procent meer meldingen binnen dan het jaar daarvoor. In totaal 11.500. Het betekent dat over één op de 330 kinderen ia.Ne derland een signaal binnen komt. De meeste meldingen, 43 procent, betreffen emotionele mishandeling en verwaarlo zing. Bij 21 procent gaat het om fysieke mishandeling en in 7 procent om fysieke verwaarlozing. Maar liefst 17 procent van de meldingen slaat op seksueel mis bruik. Dat het aantal telefoontjes naar de ver trouwensartsen zo is toegenomen heeft twee oorzaken. De meldpunten zijn nu zo ingeburgerd dat vrijwel iedereen de weg erheen weet te vinden, en tegelijker tijd verdwijnt langzaam maar zeker het taboe op melding van kindermishande ling. De werkelijke omvang van het pro bleem is in Nederland niet onderzocht. De vertrouwensartsen noemen de mel dingen een topje van de ijsberg. Volgens onderzoek komen in Amerika drie op de honderd kinderen in aanraking met ern stige' vormen van fysiek geweld. Over de ervaringen van Nederlandse vrouwen met ongewenst seksueel contact voor hun zestiende jaar is wel het een en ander bekend. Volgens een veel bespro ken onderzoek uit 1988 van dr. P.J. Dra ijer, inmiddels ook aan de vu verbonden bij de vakgroep psychiatne, zegt één op zeven vrouwen ongewenst lichamelijk contact te hebben gehad met verwanten. Hulpverleners schatten dat seksueel mis bruik bij meisjes dne a vier keer zo vaak voorkomt dan bij jongens.
Ernstige gevolgen Sinds 1986 zijn verschillende weten
'
*. 's
'M
Illustratie Huug Schipper/Vereniging tegen Kindermishandeling
schappers aan de vu bezig met onder zoek naar kindermishandeling. Op initia tiefvan de hoogleraar Kinderrecht mr. J.E. Doek ontstond de interfacultaire werkgroep 'geweld in het gezin' waaraan juristen ook medici, psychologen en pe dagogen meedoen. Behalve het aanbie den van een jaarlijkse collegecyclus be spreken de wetenschappers eikaars on derzoek, waardoor aan de vu een redelij ke expertise is opgebouwd. Uit een nog lopend onderzoek aan de vu blijkt dat bij één op de drie kinderen in medische kleuterdagverblijven en kinder psychiatrische klinieken, ernstige ver moedens of bewijzen bestaan van fysieke mishandeling en verwaarlozing of seksu eel misbruik. vu onderzoekers kijken ook naar mensen die op volwassen leeftijd in aanraking komen met de psychiatrie. Veel patiën ten hebben te maken gehad met geweld of seksueel misbruik in het gezin. "Neem je de groep slachtoffers en kijk je hoe het hen verder vergaan is in het leven dan
moet je constateren dat ze aanmerkelijk minder kansen hebben op een evenwich tig bestaan. Binnen die groep komen meer psychiatrische opnames voor als gevolg van depressies, zelfverwonding, relatieproblemen en een heel fundamen teel gevoel van twijfel aan hun eigen waarde", zegt Baartman. Die ernstige gevolgen onderstrepen volgens Baartman de noodzaak van preventie tegen mis bruik en mishandeling en een zo vroeg mogelijk ingrijpen door hulpverleners. Naar mogelijkheden van preventie wil hij de komende tijd onderzoek doen.
Poppenmethode Het middel waarmee wetenschappers in een vroeg stadium seksueel misbruik proberen vast te stellen, is echter omstre den. Er bestaan grote twijfels aan de be trouwbaarheid van de zogenaamde pop penmethode waarmee kinderen met 'anatomisch correcte poppen' hun erva ringen na zouden moeten spelen. Toch wordt deze methode ook aan de vu ge
Er zijn van die tentamens waarbij je je afvraagt of iemand ze ooit wel gehaald heeft. Ad Valvas neemt er een aantal onder de loep:
ah.'kiiacJiial-
. / h/ihier3ciie
hanteerd. Baartman: "Ik geef toe dat er geen enkele test of onderzoeksmethode bestaat, die volledig uitsluitsel geeft over de vraag of er wél of niet sprake is van misbruik. Maar vaak is er geen andere manier om er achter te komen wat er ge beurd is. Plegers van incest hebben de neiging hardnekkig te ontkennen. Ik ge loof niet dat hulpverleners te snel tot de conclusie komen dat er sprake is van seksueel misbruik, omdat ze dan te maken krijgen met een geweldig inge wikkelde problematiek." Volgens Baartman kan het er bij veel mensen gewoon niet in dat vaders, ooms, opa's en anderen, kleine kinderen seksueel misbruiken. Dat ongeloof uit zich dan in kritiek op hulpverleners die een heksenjacht zouden ontketenen. Ook Baartman vindt dat de gehanteerde diag nosetechnieken, zoals die poppenme thode, kritisch bekeken moeten worden op bruikbaarheid. In Utrecht en aan de vu vinden inmiddels zulke onderzoeken plaats.
ssW-rïv'\v:ao3rt-^-^.f'j-s:A
ITRUIKELBLOKKEN
deel 2
Methoden ei Technieken IL 2
Tr gaapt een kloof tussen studenten en docent bij MT 11.2' Yvonne de Keulenaar Methoden en Technieken II.2 (M T II.2) is ver plicht voor alle studenten antropologie. Van de 556 studenten die het tentamen tot nu toe hebben ge daan, heeft veertig procent het niet in één keer ge haald. Van de studenten die MT II.2 wel in één keer haalden, kreeg ruim zestig procent een zes. MT II.2 biedt de studenten een inleiding in het in terpretatieve onderzoek, dat niet gericht is op getalle tjes maar op het 'begrijpen' van sociale verschijnse len binnen hun context. Student Han haalde pas bij zijn derde poging een voldoende voor het vak. Han zegt dat MT II.2 vooral gaat om het ter discussie stellen van bepaalde keuzes die gemaakt moeten worden bij een onder zoek. "Maar door het grote aantal studenten en de hoorcollegevorm die dat met zich meebrengt, wor den het vak en het tentamen gereduceerd tot het
doen van kunstjes. Het wordt minder relevant om te weten waarover het gaat, het gaat erom dat je aan de verwachtingen van de docent voldoet." Ook smdente Marloes had problemen met MT II.2, zij haalde het vak uiteindelijk bij de vierde po ging. Net als Han vindt zij dat er op een starre ma nier naar de formulenng van het antwoord wordt ge keken. Daarnaast vindt zij de vraagstelling vaag. "Je moet eerst heel goed nadenken voor je begrijpt wat de docent nou eigenlijk bedoelt met zijn vraag. Als je uiteindelijk weet wat hij wil, is er al veel kostbare lentamentijd verloren gegaan." Ook over de aanpak en de presentatie van de docent zijn Han en Marloes niet te spreken. "Hij brengt de stof op een manier alsof het een afgerond verhaal is, dat je zo in je tas kan stoppen om er tentamen mee te doen. Aan reflectie en verwerking van de stof be steedt hij weinig aandacht en er is geen goede inter actie tussen de grote groep studenten en de docent.
Hij reageert niet goed op wat er in de collegezaal ge beurt en ziet niet waar de problemen liggen. Hij weet misschien teveel, waardoor hij vaak als een speer over heel complexe stof heengaat. Eigenlijk word je afgestraft als je er echt over na wilt denken. En dat leidt er weer toe dat je het vak kritiekloos gaat vol gen." Dr. P. van den Eeden geeft de gewraakte colleges. Hij is het eens met de kritiek dat de hoorcollege vorm en de massaliteit het vak niet tot zijn recht laten komen. "Je zou onder leiding moeten oefenen in kleinere groepen. Massale hoorcolleges zijn daar niet voor geschikt. Maar deze organisatie van het vak is een gevolg van het faculteitsbeleid, gesplitste colle ges zouden teveel tijd en personeelsuren kosten. Door een in het verleden gevoerd wanbeleid is er nu geen geld meer voor goed onderwijs." De gennge interactie tussen studenten en docent is volgens Van den Eeden ook te wijten aan studenten.
"Als ik holle ogen zie, vraag ik om respons, maar door de massaliteit durft bijna niemand te reageren. Daarnaast wordt er door de studenten te weinig voorbereidend werk gedaan." Van den Eeden geeft toe dat het voor een deel gaat om sterk theoretische stof, waar studenten lang op moeten zitten. "Zij moeten geduld opbrengen en dat hebben de meeste studenten niet." Over één ding zijn docent en studenten het eens: de afstemming tussen MT en de inhoudelijke vakken is ronduit slecht. Hoofdvakdocenten zouden MT slechts als een hulpmiddel zien, een noodzakelijk kwaad. Volgens Han is dit funest voor MT. "Het is een losstaand vak, als je het gehaald hebt ga je opge lucht verder met de dingen die je leuk vindt." Van den Eeden is verbaasd dat zijn vak een struikelblok IS. Maar hij voegt daaraan toe dat "je wat van de we reld gezien moet hebben wil je het vak echt goed kunnen begrijpen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992
Ad Valvas | 554 Pagina's