Ad Valvas 1992-1993 - pagina 395
AD VALVAS 18 MAART 1993
PAGINA 5
Docent moet de klas uit Eerste Dag van het O nderwijs is groot succes Illustratie Aad Meijer
Universitaire doce nte n moeten de bibliotheek in om liun studenten te begeleiden en minder vaak voor de klas staan. Met hoorcolleges kwe e k je maar passieve, ongemotiveerde studenten, betoogde 'IVliste r Studeerbaarheid' prof.dr. W. Wijnen tijdens de eerste Dag van het Onderwijs die vorige week is gehouden aan de vu. Studenten en docenten discussieerden in druk bezochte workshops over de toekomst van het onderwijs.
Frank van Kolfschoote n De eerste Dag van het O nderwijs bracht afgelopen donderdag wat was gehoopt: levendige discussie over de praktijk van het universitaire onderwijs. Publiekstrekker prof.dr. W . F . H . W . Wijnen, voorzitter van de commissie Studeerbaarheid, was door de organisa tie geïnstrueerd om zich vooral ongenu anceerd uit te laten, zodat zijn gehoor hem het liefst zou willen neersabelen. Het kostte Wijnen inderdaad weinig moeite verzet op te roepen met zijn pleidooi voor een Copernicaanse wen ding in het denken over universitair on derwijs. D e zon (de student) heeft te lang om de aarde (de docent) gedraaid, en het is nu tijd geworden om dit Ptole meïsche wereldbeeld op zijn kop te zet ten. In het jargon van Wijnen: onder wijsprogramma's moeten studiepro gramma's worden. D e docent zou moeten worden omge schoold van stuurman, wat hij nu is, tot begeleider of adviseur. In het univer sum van Wijnen prikkelt de docent stu denten om zelf antwoorden te zoeken bij door de docent opgeworpen vragen. D e docent moet daarom niet voor de klas plaatsnemen, maar in de biblio theek, waar zich immers de informatie bevindt waarmee studenten aan de slag moeten. O p die manier benutten stu denten hun creatieve uren niet om te luisteren, maar om te studeren, iets dat nu meestal 's avonds en in de weekein den moet gebeuren. "Plaats de student in het centrum van de dagtaak", be pleitte Wijnen. Dat vereist wel een andere, effectievere
tijdsindeling van de docent. Wijnen herhaalde nog eens de conclusie van de commissie Studeerbaarheid dat docen ten minder hoorcolleges moeten geven. Zij verspillen de kostbare tijd van de student als hoorcolleges neerkomen op voordragen uit eigen syllabus, meende Wijnen. Lezen gaat immers vijf keer zo snel als praten. Het hoorcollege staat voor Wijnen symbool voor een verwer pelijke vorm van passiviteit. Docenten klagen vaak over het ongemotiveerde karakter van de huidige student, maar vergeten dat ze dit door hun onderwijs zelf in de hand werken. "Motivatie is iets dat je teweeg moet brengen", zei Wijnen. Mooi gezegd, vonden sceptici in de zaal, maar hoeveel zal de omscholing van docenten tot studentvriendelijke begeleiders wel niet kosten? Wijnen antwoordde hun met een ironische we dervraag: hoeveel boeken kun je wel niet aanschaffen voor het salaris van één docent? Serieuzer bedoeld was de rekensom die hij daaraan toevoegde over de tijd die een docent kwijt is aan het voorbereiden en geven van een hoorcollege aan driehonderd studenten. Hij vroeg zich af of de 240 uur die dat kost niet effectiever kunnen worden be steed door tweemaal een kwartier een persoonlijk gesprek met elke student te voeren. De zaal bleef echter sceptisch. D e vrees was groot dat de student het spoor bij ster zou raken zonder ouderwetse do centen. Het schrikbeeld van de 'gede mocratiseerde' onderwijsprogramma's van het begin van de jaren zeventig doemde op, waarbij de studenten in spraak eisten in de leerstof, met als ge
Meestal wijs ik het verontwaardigd van de hand, maar het is waar: ik ben in wezen een potentaatje. Het kan voorkomen dat ik in de tram zit en inten sief naar het knopje zit te staren. D e prachtigste grachten, herenhuizen, pakhuizen, volstrekt ge stoorde boeren en buitenlui schieten langs mij heen en ik zie ze niet. Ik zie alleen dat knopje. Zal ik wel, zal ik niet drukken? Nu? O f toch nog eventjes wachten? Mijn medereizigers staren meestal allemaal wezenloos voor zich uit, ze zien er allemaal even onnozel uit. En ik maar wachten. Misschien zit er toch iemand bij die er, wie weet, ook bij het Concertgebouw uit moet. En dan kijk ik naar dat knopje en probeer tegelijkertijd de rest in de tram te kinetiseren: ik maak mezelf wijs dat ik die lui kan besturen, dat ik ze kan dwingen op dat knopje te drukken door het alleen heel hard te willen. Door gewoon heel hard te denken. En gelukkig, vlij ik mezelf, is er altijd wel iemand bij wie het lukt, er is altijd wel een sufferd bij die de spanning niet meer aankan, die het opgeeft, en tenslotte drukt. Victorie. Ik geef toe: dat is ook « i e t zo moeilijk bij het Concertgebouw, maar
volg dat ze helemaal niets meer leerden. Wijnen erkende weliswaar dat zijn ideeën over de actieve student geboren waren in de jaren van de democratise ring, maar hij zag niet in waarom een actieve rol van studenten tot chaos zou moeten leiden. "De leersituaties die we kunnen creëren zijn talrijker dan de leersituaties die we nu gebruiken", con stateerde hij.
Onbenut Dat er ook leven mogelijk is buiten het hoorcollege bleek tijdens de tien ver schillende workshops die rondom Wij nens optreden waren georganiseerd. In deze workshops konden studenten en docenten ervaringen uitwisselen over aspecten van het onderwijs aan de vu. De meeste daarvan werden druk be zocht en de inbreng van studenten en docenten was opvallend groot. Op dit soort bijeenkomsten blijkt vaak dat aan universiteiten veel overbodig werk wordt verzet doordat docenten niet weten over welke kennis en vaar digheden collega's beschikken die een verdieping hoger werken. Zo bleek bij de workshop over het schrijven van werkstukken dat de inleider lang niet alle collega's kende die studenten de beginselen van helder schrijven probe ren bij te brengen. En zo blijft wel meer kennis onbenut. Hoeveel docenten zouden weten dat het onderwijsadviesbureau een mede werker in dienst heeft die desgevraagd multiple choicetentamens met statisti sche middelen doorlicht op tekortko mingen? Bijscholing over het maken van tentamens lijkt geen overbodige luxe. Studenten en docenten bogen
Margot van Mulken
Gewoon heel hard denken toch. Mijn dag is goed. Ik kan de wereld aan. Ik heb dat ook op de fiets. Ik regel met mijn geest alle stoplichten mijn eigen groene golf en als er dan eens af en toe eentje bijzit die niet mee wil werken, nou ja, dan negeer ik die: ik neem meteen wraak. Ik ben hier nog altijd de^ba^s over de^ diij, gen. ' •
zich namelijk over een aantal vragen die h u n kennis toetste over theorie en prak tijk van het opstellen van tentamens. Het resultaat van deze toets, afgeno men tijdens de workshop 'Loterijgedrag en de kwaliteit van tentamens', was ontluisterend; de gemiddelde uitslag (iets minder dan elf van de twintig vra gen goed) was namelijk onvoldoende. Of zouden de studentdeelnemers het gemiddelde omlaag hebben gedrukt en haalden de docenten wel een voldoen de?
Gokken Tijdens dezelfde workshop over het lo terijgedrag hekelden twee economiestu denten de opvatting dat bij hun studie zo weinig studenten slagen (tussen de 7 en 25 procent) omdat zij niet of nauwe lijks voorbereid aan een tentamen zou den beginnen. Een analyse van de re sultaten van h u n medestudenten wees uit dat de cijferverdeling afweek van de statistische verwachting. Niemand haal de bijvoorbeeld een acht of hoger, ter wijl toch moeilijk valt vol te houden dat de vele honderden economiestudenten allemaal even middelmatig zijn. Docenten beweren dat economiestu denten 'loterijgedrag' vertonen: ze gok ken erop dat ze ook per ongeluk kun nen slagen. Dit zou blijken uit het feit dat zoveel studenten nog niet eens een vier halen. Het kwam de twee econo miestudenten echter onwaarschijnlijk voor dat meer dan de helft van de stu denten een tentamen niet leerde. D e docenten van hun faculteit moesten de hand maar eens in eigen boezem steken en niet direct de schuld bij de studen ten zoeken.
Het wil niet altijd lukken. Soms gebeurt het dat ik twee haltes te ver doorsukkel in de tram, omdat niemand wil drukken. O f dat ik ruzie krijg met een vrachtwagenchauffeur, die hetzelfde spelletje speelde en de stoplichten toevallig op zijn hand had (en hij was niet eens knap om te zien!). Dat zijn mijn mindere dagen. Meestal slaat dan ook nog mijn computer op tilt, is mijn band lek, zie ik de tram voor mijn neus wegrijden en kom ik iemand tegen die ik liever niet had willen zien. Dan kan ik het de rest van de dag wel schudden. Ik heb dan ook vreselijk met mezelf te doen. Ik ben verongelijkt, vind alles onrechtvaardig en ben intens zielig. Het liefst ga ik dan naar huis, een beetje zwelgen in mijn ongeluk. En in arren moede draai ik de zaak maar om: als de dingen tegen mij zijn, dan ben ik tegen de dingen. Gelukkig is er dan televisie. Er is niets beter voor je gedeukte ego dan, op de bank, languit, chippen onder handbereik, heel de wereld weg te zappen. Ik ken geen beter remedie dan Hilversumpje pes ^ teri, door pp he,t m^merit,suprème, net als iemand een doelpunt drdgt te maken, zap, naar een ander
In Wijnens beeld van de actieve student past ook dat deze de wijde wereld in trekt, en enige tijd doorbrengt aan een buitenlandse universiteit. D e vraag is alleen of daar wel tijd is bij een cursus duur van vier jaar. D e praktijk heeft tot nu toe uitgewezen dat dit geen proble m e n hoeft op te leveren, als het buiten lands verblijf maar zorgvuldig wordt voorbereid. Tijdens de workshop 'Is in ternationalisering haalbaar?' bleek dat vooral de Rechtenfaculteit internatio naal aan de weg timmert. Studenten kunnen hun vrije studieruimte van vier maanden bijvoorbeeld gebruiken om in de Verenigde Staten (Berkeley) juridi sche vakken te volgen. Als de tenta mens die zij daar afleggen, voldoende aansluiten bij de rest van hun program ma tellen ze gewoon mee. O mdat de Rechtenfaculteit de internationalisering ook in eigen huis gestalte wil geven is er een cursus 'College geven in het En gels' van start gegaan, waaraan diverse docenten deelnemen. Bij de economen bleek de internationa lisering nog niet erg te leven. Een stu dent economie klaagde dat hij wel graag naar het buitenland zou willen, maar dat hij geen mogelijkheid zag dit in te passen in zijn programma, omdat hij na het volgen van de verplichte vak ken nog maar een maand over had. Dat vond hij wat kort voor een buitenlandse expeditie. De andere deelnemers (stu denten en docenten) ontfermden zich over deze gekooide vogel en droegen diverse oplossingen aan waardoor hij toch naar het buitenland zou kunnen uitvliegen. Kortom, de eerste Dag van het O nderwijs haalde het mooiste in de mens naar boven.
net te springen. Ik laat expres niemand uitzingen, ik laat met opzet Wim Bosboom door de Surpris eshow wandelen, ik hermonteer een oude James Bond met stukjes Journaal en ik laat Sonja niet uitpraten. Mij krijgen ze niet. Ik verstoor alle pro gramma's door bewust niet te kijken. Je kunt het toestel ook uitzetten, maar dat is natuurlijk jezelf voor de gek houden: hoe weet je dan dat je Hilver sum een loer draait? Het gaat er juist om dat je alle programma's wegbeamt. Je saboteert het hele zootje door elk beeld kapot te snijden. Wat ook wel helpt is van alle dingen een verklein woord maken: proefschriftje schrijven, rijbewijsje halen, bandje plakken, accordeonnetje spelen. Dat zal ze leren. N o u moet ik zeggen dat het niet echt oplucht. Aan zo'n avondje ether verpesten houd ik meestal een kater over. En ook al spreek ik van mijn 'proefschriftje', het wordt er niet affer van. Maar ja, dan neem ik de volgende dag een stoplichtloze route naar de vu,en dan heb ik de dingen toch nog beet. ' " '
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992
Ad Valvas | 554 Pagina's