Ad Valvas 1992-1993 - pagina 259
AD VALVAS 17 DECEMBER 1992
I PAGINA 9
Prof.dr. A.Th. van Deursen vond een artikel in Ad Valvas godslasterlijk, (zie nummer 13 van 19 november). De voorzitter van de beleidsraad van Ad Valvas, prof.dr. P.J.I.M. de Waart, is het met hem eens dat godslastering in strijd is met het publiek fatsoen (zie nummer 15 van 3 december). De heren verschillen echter van mening over wat nou eigenlijk 'godslasterlijk' is en wat niet. Van Deursen benadrukt nu dat een weekblad dat bestemd is voor een pluriforme samenleving de taak heeft om op de hoogte te zijn van de verschillende gevoelens van alle leden van die samenleving. Zo'n blad dient die gevoelens ook te respecteren.
Een recept voor persfatsoen elen of biseksuelen; want dat zijn alle maal mensen, die menselijke fouten kunnen begaan, en dus in staat zijn zich belachelijk te maken. D e satire wijst h u n gebreken aan, maar hoeft aan het respect dat je h u n als mensen ver schuldigd bent daarmee nog geen af breuk te doen. Ik zie echter met geen mogelijkheid, hoe voor een christen, of hoe voor welke gelovige ook. God het mikpunt van een satire zou kunnen zijn. D e gedachte alleen al is met het wezen van godsdienst zelf in strijd. Sa tire kan zich enkel richten tegen het on volmaakte en gebrekkige. Wie in de trant van een satire over God schrijft, moet altijd anderen kwetsen. Iemand die zelden met gelovigen verkeert zal dat misschien niet beseffen. Maar wie zo lang aan de V rije Universiteit ge werkt heeft als collega De Waart, kent heel wat mensen van wie hij weten kan dat zulke uitspraken hen pijnlijk zullen treffen.
A.Th. van Deursen
W
ie wil leren zijn gedachten helder en bevattelijk uit te drukken, moet kookboeken lezen. Dat zegt althans S.I. Hayakawa in zijn studie over taal als in strument van denken en handelen. Ik heb nooit de durf gehad dit recept aan de praktijk van het onderwijs te toet sen, maar het is zonder twijfel een uit stekend advies. Een kookboek moet het hele proces stap voor stap beschrijven, en mag zelfs in het kleinste detail geen misverstand wekken. Als dus binnen kort het universiteitsbestuur een nota ontvangt over het beleid van het week blad Ad Valvas, dan hoop ik van harte dat dit stuk de duidelijkheid en ondub belzinnigheid zal bezitten van een eer ste klas kookboek. Misschien staat daar dan ook in te lezen wat de redactie en de haar stimu lerende beleidsraad onder godslastering verstaan. Zelf heb ik daarover een heel eenvoudige mening. Ik geloof dat je Gods naam of met eerbied moet ge bruiken, of helemaal niet. Die regel is zo simpel als een recept voor water koken. Er is geen geleerde discussie voor nodig om haar te begrijpen en toe te passen. Wie haar in acht neemt, geeft niemand aanstoot en betracht in de omgang met anderen de voorzichtig
Waterfietsen
_|
heid die juist in pluriforme samenlevin gen wordt vereist.
Vrij van vloeken Zo zou ik het zien. Collega D e Waart, voorzitter van de beleidsraad, denkt er anders over. Hij gelooft dat men van mening kan verschillen over de vraag, wat we precies onder vloeken en gods lasteringen moeten verstaan. Het is in teressant te weten dat hij een andere opvatting heeft. Het zou nog interes santer zijn als hij ons vertelde hoe die opvatting dan luidt. N u zegt hij alleen, zonder het verder toe te lichten, dat het door mij gewraakte artikel van Dick Roodenburg volgens de omschrijvingen van de beleidsraad vrij is van vloeken en godslasteringen. Laten we dat stuk dan nog eens nader bekijken. Het gaat om twee passages. In de eerste gebruikt een betrapte roker de naam van Gods Zoon als stop woord. Ik ken geen enkele definitie van
vloeken die zulk gebruik aanvaardbaar maakt. Ik heb nog nooit een vergade ring bijgewoond waar het geoorloofd was zich zo uit te drukken. Als collega D e Waart mijn kamer binnenkomt en dat stopwoord bezigt zal ik hem verzoe ken daarmee op te houden, en als hij toch doorgaat, het gesprek beëindigen. Ik verwacht echter niet dat hij zo zal optreden. Al vindt hij zelf die manier van spreken christelijk en beschaafd, hij zal het laten terwille van anderen. Maar als wij in de onderlinge omgang deze fatsoenscode in acht nemen, zie ik met in waarom die regel voor een universi teitsblad niet zou gelden. V roeger al thans deed ze dat wel. Dat was nu het punt, waarop een vorige hoofdredac teur en ik het jaren geleden al met el kaar eens waren. Gewoonlijk leg ik een krant weg en zet ik radio of televisie uit zodra iemand vloekt. Ik neem dan aan dat de spreker of schrijver alleen iets wil zeggen aan
'Antwoord van De Waart is een typische bestuursreactie' G. Manenschiin
A
ls geïnteresseerde buitenstaan der kijk ik regelmatig Ad Val vas in. Tenslotte heb ik aan de vu gestudeerd, ben er gepro moveerd en heb er, studentassistent schappen inbegrepen, meer dan twintig jaar gewerkt. In het nummer van 3 de cember j.1. viel mij het standje op dat door de voorzitter van de beleidsraad, prof dr. P.J.I.M. de Waart, in zijn bij drage Waar om we Ad Valvas wel moeien lezen, aan prof dr. A. T h . van Deursen wordt uitgedeeld. En dat allemaal naar aanleiding van een protest van V an Deursen tegen een bijdrage van Dick Roodenburg, die zich godslasterlijk geuit zou hebben. Wat men ook van het stuk van V an Deursen mag denken, het bevatte alle elementen van een leesbare column: een scherp geslepen pen, perfecte taal beheersing, gevoel voor stijl, intelligen tie, evenwicht tussen overdrijving en understatement, ironie, licht sarcasme, eruditie en een terecht ontbreken van ontzag voor gangbare meningen. Alle maal elementen die in de grauwe ko lommen van Ad Valvas slechts spora
disch te vinden zijn, in de columns al helemaal niet. De Waart heeft daar geen oog voor. Zijn antwoord is een typische bestuurs reactie: wij doen toch zo ons best, de redactie vond de kritiek van V an Deur sen onterecht, maar plaatste haar toch (alsof dat niet vanzelfsprekend behoort te zijn), wij hebben respect voor de opi nie van V an Deursen (ook al geen ver dienste), maar hebben ons ook gestoord aan zijn uitspraken. En dan wordt hem verweten dat zijn bewijsvoering tekort schiet, dat hij gevaarlijk dicht in de buurt komt van laster en dat hij een be denkelijke weg inslaat als hij zegt dat hij geen bijdragen zal lezen van mensen die zonder te vloeken niet schrijven kun nen. Tenslotte wordt hij heel neerbuigend aangespoord om toch maar Ad Valvas te lezen, want dat is een literair produkt waarop de vu nu en dan met reden trots kan zijn. Bij monde van De Waart gedraagt de beleidsraad zich als een lichtgeraakte bovenmeester zonder enig gevoel voor taal en stijl, die een begaaf de, maar stoute leerling in de hoek zet. Dat zal Van Deursen een zorg wezen, maar als Ad Valvas medewerkers zou kunnen aantrekken met het schrijftalent
van V an Deursen, zou de leesbaarheid er stukken op vooruitgaan. Tenslotte, wat de opmerking van V an Deursen aangaat dat de redactie niet meer rekening wil houden "met de m o gelijkheid, dat onder de lezers van Ad Valvas ook christenen gevonden zouden kunnen worden" moet mij van het hart dat mij dit ook al was opgevallen. Enige tijd geleden stonden de kolommen wijd open voor die medewerkers aan de vu, die bij hun aanstelling de doelstelling nog onderschreven, maar daar onder tussen royaal afstand van hebben geno men en nu zonder enige gêne hun af keer van het christelijk geloof uitstal den. Dat moest kunnen, zeggen wij dan, maar dat in zo'n intolerant klimaat de christenen aan de vu liever hun mond houden, is maar al te begrijpelijk. Het enige waar je op kunt rekenen is een paternalistische waardering van de beleidsraad voor je opinie. En of je ver der maar braaf ^ d Valvas wilt lezen.
Prof.dr. G. Manenschijn is hoogleraar Ethiek aan de Theologische universiteit te Kampen
Illustratie Aad Meijer
hen die het gebruik van Gods naam als uitroep van schrik of verbazing normaal vinden, en dat zijn woorden dus voor mij niet bestemd zijn. In dit geval ech ter besloot ik meteen toen ik deze vloek las te reageren, en daarom heb ik zo'n stuk ditmaal ten einde toe gelezen.
Uitroep Zo kwam ik aan bij de tweede passage, het gesprek met Petrus aan de hemel poort. Ook daarin kan de beleidsraad 'geen godslastering bespeuren'. En waarom dan niet? Omdat het hier gaat om een parodie. Zelf zou ik liever van een satire spreken, maar laten we over woorden niet twisten. Het gaat niet om de nauwkeurigheid van de term, maar om de kracht van het argument. Een satire maakt toestanden of perso nen belachelijk, omdat ze het verdie nen. Je kunt dus een satire schrijven over professoren of predikanten, over joden of christenen, over homoseksu
T o c h zijn er ook christenen, zegt de voorzitter van de beleidsraad, die daar in geen misbruik van Gods naam kun nen zien. Zij vinden het op h u n beurt zelfs lasterlijk, als ze op die grond van vloeken beticht worden. N u , dan wil ik over woorden geen ruzie maken. Als het van de beleidsraad geen vloeken mag heten, verzin dan maar een andere naam. N o e m het pingpongen, noem het waterfietsen maar houd er gewoon mee op. Een krant die van dat water fietsen nooit genoeg kan krijgen, is voor iedereen die er de meer gangbare term vloeken op toepast volstrekt onaan vaardbaar. Die keus moet elke krant maken. Ze kan besluiten zich van go'dslasteringen te onthouden. D a n stelt ze zichzelf een eenvoudige regel, die zonder moeite kan worden toegepast. Ze kan ook het begrip godslastering aan een nieuwe definitie onderwerpen, en het dan zo eng inperken, dat er helemaal niets meer onder valt. Het delict godslaste ring houdt dan op te bestaan. D e nieu we schuldige is degene die klaagt. Hij v e r v o l g
op
p a g i n a
10
Goede recepten leiden zelden tot hapklare brokken P.J.I.M. de Waart
G
oede recepten in kookboeken geven zelden panklare oploss ingen voor hapklare brokken. Zij kenmerken zich door aan wijzingen als toevoeging van een snufje van dit of een takje van dat naar smaak. Goede koks proberen telkens weer de toepassing van h u n eigen recepten te overtreffen tot streling van de tong. M e t een recept voor persfatsoen is het niet veel anders. Daarom werkt het recht van de werkelijkheid met aandui dingen als goede trouw, schuld, opzet, behoorlijk bestuur, billijkheid et cetera, kwalificaties die telkens weer naar tijd, plaats, omstandigheden en persoon concretisering behoeven. Godslastering vormt op het voorgaande geen uitzondering. D e intentie is be langrijk, evenals de vraag of er opzet in het spel is. D e grens ligt daar waar ver keerde woorden leiden tot verkeerde daden, waar vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst ontaarden in haat, discriminatie en onverdraagzaam heid. Collega's V an Deursen en M a nenschijn houden zich daarvan verre, evenals de redactie en de beleidsraad van Ad Valvas.
D e beleidsraad beoordeelt alleen ach teraf of woordgebruik in een gegeven context misplaatst is. Het is aan de re dactie om daarop vooraf toe te zien. Die constatering moge een typische be stuurs (beleids) reactie zijn maar is daarmee niet minder relevant als ant woord op de uitdaging van collega V an Deursen in zijn eerste opinie. Leden van de beleidsraad worden niet geacht qualitate qua zelf de kolommen van Ad Valvas te vullen. Een vermen ging van verantwoordelijkheden moet worden vermeden, ook als die zou lei den tot het prettige resultaat dat collega Van Deursen zich zou scharen in de rij van medewerkers.
Prof.dr. P.J.I.M. de Waar t is voor zitter van de beleidsraad van Ad Valvas.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992
Ad Valvas | 554 Pagina's