Ad Valvas 1992-1993 - pagina 12
PAGINA 12
AD VALVAS 24 AUGUSTUS li DVA
'Hoe moet dat nou?' Voor de stxidentenpsychologen vorm e n eerstejaars s t u d e n t e n b e l a n g r i j ke klandizie: v a n d e k r a p d r i e h o n d e r d s t u d e n t e n d i e h e t afgelopen j a a r bij h e n a a n k l o p t e n w a s bijna e e n d e r d e m e t h e t eerste studiejaar bezig. Volgens drs. Berend Jan Maten, hoofd van het Bureau Studentenpsychologen, worstelt het merendeel van de studenten dat naar het bureau komt met problemen die direct te maken hebben met h u n studie, zoals de wijze van studeren, de motivatie, of tegenvallende resultaten. "Het kan ook zaken betreffen in de persoonlijke sfeer, die h u n weerslag hebben op de studie. Op een gegeven moment merken die studenten dat het langzaam gaat met de studie en dat de tijd opraakt. Die komen, door de toenemende studiedruk wat sneller dan vroeger bij ons terecht om te kijken waar dat aan ligt. De studiedruk maakt dat persoonlijke problemen die zich misschien sowieso wel voorgedaan zouden hebben, nu eerder zichtbaar worden. Er is minder mogelijkheid om te vluchten." O m d a t de huidige student het zich niet kan veroorloven om de studie maanden te laten sloffen, ziet Maten het als de belangrijkste taak van zijn bureau de studieproblemen zo snel mogelijk te verhelpen. "Maar er komen ook mensen met problemen die met zo direct op te lossen zijn, die een meer psychopathologische achtergrond hebben. Zulke gevallen verwijzen we vaak door, naar het RIAGG of naar een psychiater, wat regelmatig gecombineerd wordt met begeleiding binnen ons bureau voor wat betreft de studieproblematiek. Het grootste deel van de studenten dat hier komt zit echter met problemen, die na een paar gesprekken verhelderd kunnen worden." D e relatief grote groep eerstejaars die een gang maakt naar de studentenpsycholoog, bestaat met name uit wat oudere studenten. "Dat zijn vaak mensen die al wat meegemaakt hebben, ook op studiegebied, waardoor het niet meer zo vanzelfsprekend is dat ze hun positieve gang door de middelbare school ook hier voort zullen zetten. Veel stu-
denten die beginnen met studeren denken: 'op het vwo is het goed gegaan, dus zal het op de universiteit ook wel lukken.' Deze wat oudere groep heeft een ingewikkelder voorgeschiedenis. Die hebben bijvoorbeeld MAVO-HAVOvwo gedaan, of ze komen van het HBO, of het zijn mensen die elders mislukt zijn. Ze hebben geworsteld met bepaalde studieproblemen, motivatieproblemen. Ze hebben een jaar gewerkt en nu toch besloten te gaan studeren, maar aarzelen nog. Die mensen hebben het probleem of ze wel goed zitten op de universiteit en bij h u n studierichting." Maten heeft de indruk dat voor de eerstejaars studenten de overgang van middelbare school naar universiteit vrij groot is, waarbij vooral het verlaten van het ouderlijk huis voor aanpassingsproblemen zorgt. "Dat is vaak een belangrijk punt waarmee mertsen hierheen komen: loskomen van je ouders, een eigen leven opbouwen, vrienden maken, het opbouwen van een sociaal leven, dat kost moeite. Dat geeft ook vaak problemen, die kunnen interfereren met het studieverloop: je moet die propaedeuse halen binnen een bepaalde periode en dan gaat het wringen." Kenmerkend voor de psychische gesteldheid van studenten noemt Maten het fenomeen van de uitgestelde adolescentie: in plaats van na school te gaan werken, verlengt de student eigenlijk zijn schooltijd. "Dat betekent dat de oplossing van een aantal problemen wordt uitgesteld, je kunt wat langer jong blijven, en dat is een verschil met mensen die na h u n school de maatschappij in gaan en een baan moeten zoeken. Werk is toch wat anders dan studeren, daar is een baas die zegt wat je moet doen, je kunt ontslagen worden. Studenten krijgen langer de tijd om met adolescentie-problemen, - het losmaken van thuis, eigen normen en waarden, seksualiteit, relaties - te worstelen, de noodzaak die op te lossen is niet zo dringend. Je bent bijvoorbeeld ook langer afhankelijk van je ouders, als je geld van ze krijgt is dat heel concreet. Je blijft wat langer kind." Is de eerste hobbel van aanpassingsproblematiek genomen, dan volgen voor de studentenpsychologen over het algemeen een aantal rustige studiejaren.
Foto Arno Linge' . HH ;tl!<
V.
Van :orp ligs Dver iet I leze Wanneer het moment van afstuderen nadert, zoeken weer meer studenten hun heil bij het bureau. "Dan is de vraag haal ik het wel?, maar aan het einde van de studie zijn de problemen waarmee mensen komen vooral duidelijk gekoppeld aan de vraag wat daarna?. Vaak is er angst om een ander
'Met veel moeite heb ik voor Joy een plaats in de VU-crèche gekregen'
V a n alle t h u i s w o n e n d e j o n g e r e n t u s s e n d e 18 e n 21 jaar is m e e r d a n e e n vijfde o p z o e k n a a r e e n k a m e r of s t u d e n t e n f l a t . D a t is e e n g e z a m e n lijke v r a a g n a a r 1 2 6 . 0 0 0 k a m e r s . Volgens onderzoek n e e m t het aantal jongeren dat een k a m e r zoekt eerder af d a n t o e .
»
van de VU-studenten heeft een plaats bemachtigd in de gezamenlijl<e crèche van de universiteit, het ziel<enhuis en de sociale verzekeringsbank. K i n d e r e n krijgen is n i e t h e t e e r s t e waar studenten aan denken. D e m e e s t e n zijn al blij als ze d o o r h u n o u d e r s niet m e e r als e e n k i n d w o r d e n b e h a n d e l d . I n " t Olifantje', h e t kinderdagverblijf v a n d e V U , b r e n g e n zestien s t u d e n t e n h u n k i n d e r e n onder.
Foto Bram de Hollander
dat ik zwanger was. Ze waren heel verrast toen ze me ineens met een kindje zagen. Als ze het al zagen, want Joy bengelde ook vaak in een buideltje onder mijn jas. De eerste maanden moest ik vaak het bed uit, dat was wel vermoeiend. Ik moest zelfs ophouden met borstvoeding omdat dat me te veel energie kostte. Ik viel daardoor tijdens de colleges vaak in slaap. Dat was over toen ik haar de fles ben gaan geven. Joy gaat nu vijf dagen in de week naar de crèche en in die tijd kan ik colleges volgen en studeren. Ik moet 's morgens heel vroeg opstaan: eerst douchen, brood eten, tandjes poetsen en dan met de trein en de bus naar de vu. 's Middags moet ik al weer koken en ook 's avonds vraagt ze veel
sommigen valt dat niet mee, die zien met angst en beven het moment tege'?age moet dat ze in hun eentje moeten ga^ solliciteren, en dan misschien ergens - ik noem maar wat - Winterswijk te- ing recht komen. Daar moet je het dan \ een bedrijf waar maken, je vrienden ' raak je kwijt: hoe moet dat nou?!" (AS "iverc iocii last [nd m et perk het' dad , ,,,.... dedi wenste kamer en ook zij zijn erg geste op privacy. Dat komt mede doordat u ^ kwaliteit van het wonen bij de ouders j : sterk vooruit gegaan is de afgelopen ^ . twintig jaar. Doordat de gezinnen klei|^gjj] ner zijn, hebben de meeste jongeren „ thuis een eigen kamer, die niet met et-j.^^ broertje of zusje gedeeld hoeft te wor^j^j^ den. Bovendien ervaren jongeren de 'jjgj.j tuatie thuis als veel vrijer dan jaren „gj^ terug en voelen ze zich zelfstandig. Waarom dan nog weg bij moeders pajZe pot? Nadat jarenlang jongeren steeds ggj^ eerder het ouderlijk huis uitgingen, i-^^jj stijgt sinds 1980 de gemiddelde leeftiij^-gg, waarop jongeren uit huis gaan weer ^gjg Die was toen 22 en een halfjaar. Nu g^.j zijn jongeren gemiddeld een jaar oude^gjj, als ze het huis verlaten. Qjjd Overigens is op 25 jarige leeftijd driCQg kwart van de jongeren het huis uit. Xüimet het ouderlijk huis verlaat, gaat wel gjjg steeds vaker (nu veertig procent) eersigjjj,. alleen wonen in plaats van te hokken 15^5 te trouwen. Opvallend is dat hoogte ygjj van het opleidingsniveau geen rol speijfoj bij de leeftijd waarop jongeren het ou J^Q^ derlijk huis verlaten. (DdH) ggj had
Het vertrouwde kamertje op zolder is aan het verdwijnen
O 0.125 %
Gerrie Tjong Ayong is derdejaars studente medische biologie en haar dochtertje Joy is nu twee jaar oud. "Ik was net begonnen met mijn studie toen ik merkte dat ik zwanger was. Dat verklaarde meteen waarom ik op weg naar college in de bus soms last van duizelingen had. Die zwangerschap had wel grote gevolgen voor mijn studie natuurlijk, maar ik was ook heel blij. Ik ben daarna een tijdje gestopt en heb met hulp van de studentendecanen hier een plaats in de crèche gekregen toen Joy tweeënhalve maand oud was." "Tijdens mijn zwangerschap heb ik nog wel tentamens gedaan. D a t was in de winter, toen het nog koud was en ik dikke truien droeg. Daarom is het mijn medestudenten niet eens opgevallen
soort verantwoordelijkheid te gaan dragen, die toch als zwaarder wordt beleefd. Je moet je waar gaan maken in de maatschappij. En er is angst om wat op te moeten geven van een zekere veiligheid binnen de studie, en van een heel sociaal netwerk, een kader waarbinnen je bezig bent geweest als student. Voor
aandacht omdat ze overactief is en pas laat in slaap valt. Dus veel tijd om thuis te studeren heb ik niet. Maar overdag kan ik wel van alles doen, behalve als ze ziek is, wat in het begin vaak voorkwam. Ze kon toen niet lang altijd naar de crèche. Pas dit jaar is gebleken dat ze allergisch is voor koemelk. N u ze dat niet meer drinkt is ze niet meer ziek en hoef ik ook geen lessen meer te missen. Ik krijg hele leuke reacties op Joy, veel vrouwelijke studenten willen haar zien." (FvK)
Oorzaak van de jaarlijks stijgende kam e m o o d is dan ook vooral de afname van het kameraanbod door met name particuliere verhuurders. Het vertrouwde zolderkamertje met de hospita verdwijnt. Voor deze ontwikkeling zijn verschillende redenen aan te geven. De financiële prikkel voor particulieren om te verhuren is door de bestaande huursubsidie en belastingregelgeving afwezig. Vaak is kamers verhuren zelfs financieel nadelig. Daarnaast verdwijnen door renovatie en sloop in rap tempo verhuurbare kamers bij particulieren. Ook in studentenhuizen neemt het aantal kamers af. De kleine kippenhokken voldoen niet aan de eisen van deze tijd. O m de eenheden verhuurbaar te houden en verloedering te voorkomen, voegen de huisvesters kamers samen tot wat grotere eenheden. Het angstbeeld van de studentenflat de Zilverberg in Amsterdam-Noord, die voortijdig gesloopt moest worden wegens totale verloedering, staat alle verhuurders helder voor ogen. De kwaliteit van de woonomgeving speelt een belangrijke rol bij het teruglopen van de kamermarkt. D e traditionele hospita is met haar tijd mee gegaan en hecht meer waarde aan privacy dan aan de paar gulden, die de verhuur van een kamer opbrengt. Bovendien stellen jongeren hogere eisen aan de ge-
22 roo
yup aal syn ren
van de thuiswonende jongeren ^oz ..^
^^ .
.
ziel
tussen 18 en 2 1 is op zoek ^g, naar een eigen kamer. De een leeftijd waarop zij de grote stap ^
zetten, stijgt echter weer. j^j.^ .
r-
•
•—I
nie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992
Ad Valvas | 554 Pagina's