Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 85

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 85

11 minuten leestijd

AD VALVAS 24 SEPTEMBER 1992 I

I PAGINA 5

Oude bijbelillustraties systematisch gerangschikt Kunsthistorisch onderzoek naar uitgaven in zestiende eeuw Voor antieke gedrukte Bijbels bestaat rui me belangstelling. Het i s niet moeilijk om aan i nformati e daarover te komen via diverse catalogi van Bijbelverzamelingen of bibliografische handboeken die een deelgebied behandelen. Toch bleef tot op heden een speciaal gebied, het i llustreren van de Bijbel met houtsneden zoals dat een eeuw of drie, vier geleden populair was, op een paar detai lstudi es na een ondergeschoven kindje.

Selma Schepel Het proefschrift D e Nederiandse Bijbe­ lillustratie in de zestiende eeuw waar Bart Rosier op 24 september op pro­ moveert, wil een zo volledig mogelijk overzicht geven van illustraties uit 130 verschillende zestiende eeuwse Bijbe­ luitgaven. O m preciezer te zijn: prenten van tussen 1522 en 1599. De periode tussen deze jaartallen is ge­ kozen omdat er vóór 1522, het jaar dat de eerste Nieuwe Testamenten naar de Duitse vertaling van Luther versche­ nen, nauwelijks Nederlandse Bijbeluit­ gaven bestonden. N a 1599, toen de rijk geïllustreerde Bijbel van Jan Mouren­ torf te Antwerpen het licht zag, deden zich geen vernieuwingen meer voor in het verluchtigen van de Bijbel. Al gaat het over Bijbelse prenten, Ro­ siers boek is vanuit kunsthistorisch oog­ punt beschreven en beoogt geen bijdra­ ge te zijn tot kerkhistorisch onderzoek. De zestiende eeuw was voor christenen een woelige tijd, waarin nieuwe geloofs­

inzichten scheiding van geesten veroor­ zaakten. Het was ook de tijd waarin de Bijbel voor het eerst op grote schaal in landstalen vertaald ging worden. D e vraag naar Bijbels was enorm en druk­ kers concurreerden met elkaar om de marktpositie. Zowel de Rooms­Katho­ lieke Kerk als de oppositionele groepe­ ringen hechtten sterk aan een door eigen autoriteiten goedgekeurde vert­ aling. Diverse Bijbeluitgaven van de te­ genpartijen werden bestempeld tot ver­ boden boeken, die verbrand dienden te worden op straffe van verbanning van de bezitter en verbeurdverklaring van zijn bezittingen. D e Leuvense theologi­ sche faculteit gaf bij voorbeeld halver­ wege de zestiende eeuw een paar m a a l ' een index uit: 'Die catalogen oft inven­ tarisen vanden quaden verboden bouc­ ken', waarop op een gegeven moment alle niet­katholieke Bijbels voorkomen.

veelal naar Duitse voorbeelden van kunstenaars als Dürer, Cranach en Holbein. Vooral de Apocalyps­illustra­ ties van Holbein spraken tot de verbeel­ ding, ze komen in meer dan dertig ver­ schillende Nederlandse Bijbels voor. Door het uitbundig kopiëren, ook van prenten die zelf al weer kopieën waren, kon het resultaat soms onbegrijpelijk worden. Rosier toont aftreksels van een origineel waarbij een persoon via een kopie van een kopie tot een hoofdloos gedrocht wordt. D e houtsnijder had vermoedelijk niet de moeite genomen nog even in de tekst te kijken waar het ook alweer over ging. Maar Rosier maakt ook een speurtocht langs gelukkiger picturale stambomen, die heel uitgebreid kunnen zijn. O or­ spronkelijkheid was nog geen eis die aan illustratoren gesteld werd. Er is een traditie die teruggaat op de 'Biblia Pauporum', handschriften uit de dertiende en veertiende eeuw die per bladzijde drie gebeurtenissen uit drie periodes aan elkaar relateren. Verhalen uit het O ude Testament die ante legem (van voor de tien geboden) en sub lege (van Mozes tot de annunciatie) waren, werden in verband gebracht met Nieuwtestamentische. Als voorlopers, als aankondiging van waar het uiteinde­ lijk om ging: de periode sub gratia (onder de genade) die begon met Jezus' komst. Zo is Melchisedek die Abraham wijn en brood geeft een prefiguratie van het laatste avondmaal, de instelling van de eucharistie.

SccLincfa L u cc imago

Chronologisch Rosier behandelt de grote Bijbeluitga­ ven in chronologische volgorde, Room­ se en protestantse Bijbels door elkaar. Het centrum van Bijbeluitgaven lag in de Zuidelijke Nederlanden, in Antwer­ pen en Leuven, en in Keulen. In de tweede helft van de zestiende eeuw vluchtten de ketterse drukkers naar de Noordelijke Nederlanden, die tot het protestantisme overgingen. D e Bijbels die in het noorden gedrukt werden, kwamen vrijwel allemaal meteen op de Leuvense index terecht. D e reformatie had evenwel geen in­ vloed op de aard van de illustraties, van een confessionele signatuur is, op enke­ le uitzonderingen na geen sprake. Wel verdwenen de plaatjes geleidelijk uit de protestantse Bijbels. Eerst bleven nog de verklarende prenten van bij voor­ beeld tabernakel en tempel, maar de meeste voorlopers van de Statenvert­ aling hadden helemaal geen illustraties meer: de beeldenstorm drong ook door tot het papier. In plaats van met houtsneden geïllus­ treerde Bijbels, en naast de tekstuitga­ ven kwamen eind zestiende eeuw Bij­ belse prentenboeken in zwang met ko­ pergravures. Een techniek die veel meer mogelijkheden biedt tot subtiel lijnen­ spel dan het stijve hout. Een uitzondering tussen de grote varia­ tie aan artisticiteit en kwaliteit die de voorbeeldprenten in Rosiers boek laten zien, vormen de houtsnedes van Dürer.

Gebruiksgrafiek D e Bijbelse houtsneden kwamen voort uit een traditie van gebruiksgrafiek. In een tijd dat velen analfabeet waren en iets als onkerkelijkheid niet bestond, speelde het beeld natuurlijk een grote rol. Illustraties maakten het ook voor het ongeletterde publiek mogelijk de Bijbel te 'lezen'. Op de zestiende eeuwse houtsnedes zijn de gebeurtenissen 'dicht bij huis' afge­ beeld, wat de invoelbaarheid voor de toenmalige beschouwer natuurlijk ver­ grootte. De illustraties staan dan ook bol van de anachronismen en de fanta­ sievoorwerpcn. Er draagt wel eens ie­ mand een lange jurk, zoals de vermoe­ delijke Palestijnse klederdracht in de tijd voor en rond Christus was, maar de meeste Bijbelse figuren dragen zestien­

Schakeringen

Het geheugenbeeld van Lucas, de apostel die met een stier vereenzelvigd wordt de­eeuwse mode, wonen in bakstenen hoofdstukken uit zijn Evangelie. Zo kon huizen en gebruiken eigentijdse voor­ men eenvoudig met een blik op het werpen. Kennelijk deed het voor zes­ plaatje het Evangelie in de juiste volgor­ tiende­eeuwers geen afbreuk aan de de in de herinnering roepen. boodschap als de werkelijkheid niet his­ Dit soort memo's had slechts een korte, torisch getrouw werd afgebeeld. Dus hoewel sterke traditie. Het leeuwedeel ontvangt Abraham zijn gasten voor een van de Bijbelillustraties wil een verhaal stenen huisje in plaats van bij zijn tent, uitbeelden, liefst met het begin en het zit Salomo in een Romaanse biblio­ eind van het verhaal tot in de hoekjes theek en draagt David een deftig Re­ van het kader gepropt. Zo wordt Jezus naissancekostuum. door een prachtig eng duivelsbeest be­ zocht. Uit Zijn gebaren begrijpen we Geheugenbeelden dat Hij hem weerstaat. O p de achter­ grond staat nog een Jezus, op een rots Plaatjes hielpen de gelovige uit vroeger en de Duivel wappert flink met zijn eeuwen ook de teksten te visualiseren handen om aan te geven hoe groot de en te verklaren, en waren een hulpmid­ macht wel is die hij Jezus kan geven. In del om de Bijbelse geschiedenissen te een hoekje staat het paar nogmaals, als kunnen onthouden. Fraaie voorbeelden van memo's zijn de zogenoemde geheu­ op het Drosteblikje in miniatuur. genbeelden. Bijgaande illustratie is het Houtsnijders geheugenbeeld van Lucas, de apostel die met een stier vereenzelvigd wordt, Het grootste deel, ruim tachtig procent waarop alle symbolen, opgesteld in de van de plaatjes is het werk van Ant­ vorm van een kruis verwijzen naar werpse houtsnijders. Zij kopieerden

Er zijn waarschijnlijk maar weinig Nederlanders die, zoals ik, een kleine snik voelden opwellen bij de beelden die we vorig jaar mochten aanschou­ wen van de val van het O osteuropese communis­ me. Ik bedoel de beelden waarop stenen Lenins werden opgetakeld, op weg naar de vergetelheid. Niet dat ik die aanblik niet komisch vond: de aan­ voerder der revolutionaire massa's, decennia lang de schrik van het rijke westen, bungelend aan een hoogwerker met zijn vuist soms nog omhoog. Ik moest er, net als iedereen, om lachen. Maar het la­ chen verging me bij elke herhaling weer; zoals de slappe lach soms zenuwachtig in huilen overgaat, zo eindigde mijn grinnik telkens in een rare snik. Weinigen zullen dat herkennen, maar weinigen zullen dan ook in de Koude O orlog zijn opge­ groeid in een communistisch gezin met een vader die de hele zomer in het Stedelijk Museum te zien die redacteur was van het Volksdagblad De Waar­ was (wie het heeft gemist zal naar New York of heid en een moeder die haar kinderen in 1956 met aan de catalogi moeten): De Grote Utopie, een een pot gemalen peper tegen aanvallers moest be­ omvangrijke uitstalling van werk van de Russische schermen. En ook al heb je alle geloof allang verlo­ avant­garde uit de jaren 1915­1932. ren, zo'n verleden legt kennelijk een stevige laag in Dat laatste jaartal duidt het moment aan waarop de onderste regionen van de ziel, een archaïsch het definitief uit was met alle geëxperimenteer. In fundament dat soms even geraakt wordt en dan 1932 werd van staatswege het socialistisch­realis­ door een onverwachte reactie van zijn onherroepe­ me tot het enig toegestane genre verklaard. Daar­ lijke aanwezigheid blijkt geeft. mee kwam een eind aan constructivisme, futuris­ Ik kom hier op door de prachtige tentoonstelling ­ • me, suprematisme en wat er, zo rond 1920, al niet

Jolande Withuis

Sterft gij oude v o r m e n en gedachten

aan stromingen en concepties een explosie van cre­ ativiteit en vrijheid veroorzaakte (die we deels pas nu kunnen zien nu het allemaal, kwantitatief en kwalitatief veel meer dan ooit vermoed, uit de Sov­ jet­kelders naar boven komt). Alles was daar m o ­ gelijk en alles werd daar beproefd. Een van de verrassingen van de tentoonstelling is dat ook kunstenaressen deel hadden aan die ge­ durfde vernieuwing. Wij kennen naast Cézanne, Matisse en Picasso weliswaar vele anderen, maar een vrouw die zo schilderde bleef uitzonderlijk. Bij de Russen niet, getuige de zalen vol krachtige kleu­ ren en abstracte vormen. Een tweede schok is de rijkdom aan toegepaste kunst. Schilderijen als van Malewitz en Kandinsky, indrukwekkend aanwezig, kunnen we vaker zien. Maar de nieuwe wegen die tegelijkertijd werden ingeslagen inzake de vormgeving van het dagelijks leven komen, vitrine na vitrine, aan als een inspire­ rende dreun. Sterft gij oude vormen en gedachten ­ die fameuze regel werd daar gepraktiseerd. Ter­ wijl in Nederland mijn sekse geacht werd armen, benen, hals en liefst hoofd zedig bedekt te houden, verhuld in donkere doffe kleding, ingesnoerd in baleinen en korsetten, verstofd in pluche, keper en fluweel, vormde daar juist de moderne vrouw, een vrouw die in het openbare leven als gelijke meed­

Een onderwerp op zichzelf vormen de titelbladen van de Bijbels waarin kun­ stenaars zich bijna wild uitleefden om het menselijk leven in al zijn schakerin­ gen, krullige letters en de wonderscho­ ne beloften die de Bijbel doet dooreen te vlechten. D e Nederlandse Bijbelillustratie in de zestiende eeuw bestaat uit twee delen. Het eerste is een beschrijvend deel met voorbeeldprenten, het tweede een cata­ logus van illustraties in Bijbels die in 'De Nederlanden' gedrukt zijn en van in het buitenland gedrukte Nederlands­ talige Bijbels tussen 1522 en 1599. Voor een leek is het moeilijk te contro­ leren op incompleetheid of fouten, maar het geheel komt over als een zeer degelijk en uitgebreid naslagwerk. Al is het niet al te luxueus uitgegeven, het zijn mooie crèmekleurige boeken die prettig open vallen. Van een kunsthisto­ ricus had ik alleen een pietsje meer zorgvuldigheid bij het behandelen van de illustraties verwacht: vele staan scheef of wandelen van de bladzij af.

eed, een bron van inspiratie. Ronduit ontroerend, en zo m o d e m dat je ze direct zou willen dragen, zijn de staaltjes met stofontwerpen ­ een donker­ blauw katoentje met gestileerde motorrijdsters; een wit stofie met tractorbestuursters; patronen als 'mijnwerker' en 'elekrifikatie'. Terwijl het westen ernaar streefde dat vrouwen niet 'hoefden te' (lees: niet mochten) werken, ontwierpen Sovjet­kunste­ naressen vrolijke werkkledij: jasjes, broeken en rokken waar de energie en bewegingsvrijheid vanaf stralen. En voor na gedane arbeid een van krul en prul ontdaan 'suprematistisch' servies of een thee­ pot met een hijskraan erop. Het is niet zonder reden dat we dit allemaal niet weten, want het Sovjet­experiment is ook op dit front mislukt: niks geen vrouwenbevrijding, maar altijd nog thuis een tweede baan en onder StaHn weer trouwen in een witte jurk. Toch laat de tentoonstelling zien wat ooit gepro­ beerd is en gehoopt. Dat is verwarrend, want het is makkelijker om mee te huilen met de wolven in het bos ­ alsof zelfs de droom nooit heeft gedeugd. De Grote Utopie is een confrontatie met verloren illusies, en niet alleen de mijne. Het gelijk van het 'vrije westen' is dan ook geen comfortabele triomf maar een tragedie. En dat verklaart die snik zo af en toe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992

Ad Valvas | 554 Pagina's

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 85

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992

Ad Valvas | 554 Pagina's