Ad Valvas 1992-1993 - pagina 115
AD VALVAS 8 OKTOBER 1992
I PAGINA 5
Werkloosheid moet omlaag Econoom in proefschrift: 'Drastische ingrepen onvermijdelijk als beleidsmakers door blijven modderen' Ons stelsel van werkloosheidsuitkeringen is ontworpen voor een kleine groep tijdelijk-werklozen. Het pakte anders uit. Meer dan 300.000 mensen maken nu gebruik van de regeling, mensen die vaak al maanden zonder werk zitten en op korte termijn geen uitzicht hebben op een baan. Dr. J.A. Vijlbrief promoveerde op een onderzoek naar de voorzieningen voor werklozen en de invloed ervan op de arbeidsmarkt. Zijn conclusie is duidelijk: werklozen moeten nu aan een baan geholpen worden anders is het uitkeringsstelsel binnenkort onbetaalbaar. "En dan moeten de uitkeringen drastisch omlaag."
Jan-Jaap Heij
"Het stelsel van werkloosheidsverzeke ringen is van oudsher bedoeld om werklozen een inkomen te garanderen, en niet om ze weer aan het werk te hel pen. In de jaren vijftig en zestig, toen de regelingen van kracht werden, leek massale en langdurige werkloosheid tot het verleden te behoren. Men ging er daarom vanuit dat een betrekkelijk kleine groep werklozen op zijn hoogst een paar maanden van de verzekerin gen gebruik zou maken, waarna ze van zelf wel weer werk zouden vinden. Dat is, met gevoel voor understatement, een beetje tegengevallen. Nederland heeft nu een harde kern van meer dan 300.000 mensen die al heel lang werk loos zijn. Het ontbreekt in de N eder landse regelingen, veel meer dan in een land als Zweden, aan instrumenten om die mensen weer aan het werk te krij gen." In zijn proefschrift Unemployment Insu rance and the Dutch Labour Market be schrijft dr. J.A. Vijlbrief (29) de proble men die 's lands werkloosheidsverzeke ringen op de arbeidsmarkt en in de economie hebben veroorzaakt. Die ver zekeringen stimuleren mensen niet om aan het werk te gaan, en zorgen boven dien zelf voor extra werkloosheid. Vijl brief: "Een deel van de mensen die een uitkering krijgen trekt zich terug van de arbeidsmarkt: ze willen met meer werken of ze willen maar een deel van de week werken. Ze concurreren niet met de mensen die wel werken, en daardoor stijgen de lonen. Een werkge ver kan niet op looneisen reageren met 'dan zoek ik wel een ander', want die ander is er met. Hoge lonen leiden tot verlies aan werkgelegenheid: hoe duur der mensen zijn, hoe minder winstge vend het voor werkgevers is om ze in dienst te nemen. Het verstrekken van uitkeringen aan werklozen zorgt op die manier voor nieuwe werklozen."
Vanzelf Hij betwijfelt echter of dit effect in Ne derland grote gevolgen heeft. Hij on derscheidt twee modellen van de ar beidsmarkt, een evenwichtsmodel waarin onvrijwillige werkloosheid niet langdung voor kan komen en een model dat er van uit gaat dat de ar beidsmarkt niet in evenwicht is. On
vrijwillige werkloosheid, een gebrek aan banen, kan dan wel voorkomen. "In het evenwichtsmodel dalen de lonen als er veel mensen werkloos wor den. Door die lagere lonen wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om personeel aan te nemen, zodat de werkloosheid na een bepaalde periode weer verdwijnt. In het andere model hebben de vraag naar en het aanbod van arbeid veel minder invloed: de lonen worden vastgesteld in onderhan delingen tussen werkgevers en vakbon den. Ze dalen niet of veel minder als de werkloosheid stijgt. Daardoor kan die werkloosheid niet vanzelf verdwijnen."
verzekeren. Voorstanders van een mi nistelsel, de WD bijvoorbeeld, hopen dat werklozen eerder bereid zullen zijn om aan het werk te gaan als ze alleen nog maar een minimumuitkering krij gen. De werkloosheid kan daardoor dalen. Dat zal inderdaad gebeuren, be rekende Vijlbrief met behulp van mo delsimulaties: een ministelsel kan het aantal werklozen met zo'n 100.000 mensen doen dalen. Die berekening is echter gebaseerd op de opvattmg dat werklozen werkloos zijn omdat ze niet willen werken. Als de werkloosheid vooral te wijten is aan een gebrek aan banen, zoals volgens Vijlbrief in Nederland het geval is, le vert het ministelsel weinig op. De werklozen worden dan wel gestimu leerd om werk te gaan zoeken, maar kutmen niks vinden. Het aantal werklo zen zal met slechts 22.000 mensen dalen, aldus Vijlbrief.
Stammenstrijd Hij ziet daarom meer in zogenaamd 'activerend arbeidsmarktbeleid' om de werkloosheid te verlagen. Scholing, hardere sancties kortingen op uitke ringen tegen hen die niet willen wer ken en het scheppen van 'werkerva ringsplaatsen' tijdelijke banen van het type stadswacht moeten werklozen stimuleren om aan het werk te gaan. De stammenstrijd tussen arbeidsbu reaus en bedrijfsverenigingen moet op houden door de organisaties met elkaar
te integreren. Bovendien moet de over heid door het aanstellen van werklozen te subsidiëren met zogenaamde loon kostensubsidies zorgen dat er vol doende werk beschikbaar is. Hoewel Vijlbrief niet voor kan rekenen of de werkloosheid door deze maatre gelen zal dalen, denkt hij toch dat het activerende beleid beter zal werken dan invoering van een ministelsel. "Werk loosheid is voor een deel ook een kwa litatief probleem. Er zijn op het ogen blik wel banen, maar de huidige werk lozen zijn daar niet geschikt voor omdat ze niet voldoende scholing of er varing hebben. Een ministelsel lost dat probleem niet op, arbeidsmarktbeleid mogelijk wel."
van het Sociaal en Cultureel Planbu reau. Ligt het daarom niet veel meer voor de hand om het aantal banen zonder om wegen toe te laten nemen, door de lonen te verlagen? Vijlbrief: "Loonsver laging zou heel effectief kunnen zijn, maar het is niet helemaal duidelijk hoe dat aangepakt moet worden. Er is onder economen een debat gaande over de vraag wat lagere lonen ople vert: de loonvorming aan de markt overlaten, door de macht van werkge vers en werknemersorganisaties terug te dringen, of juist zoveel mogelijk cen trale afspraken maken tussen de sociale partners en de overheid."
Op een niet onbelangrijk punt kampt dit beleid echter met hetzelfde manco als het ministelsel: er is geen enkele ga rantie dat de van alle kanten gestimu leerde werklozen ook daadwerkelijk een baan zullen kunnen vinden. Het idee achter beide plannen is dat door werklozen tot werk zoeken aan te zet ten de lonen op den duur zullen dalen, waardoor de werkgelegenheid toe neemt. Maar juist in Nederland, met zijn onevenwichtige arbeidsmarkt, zal het lang duren voor een dergelijk effect optreedt. De loonkostensubsidies, die in het leven zijn geroepen om dit pro bleem te ondervangen, blijken nauwe lijks een oplossing. Ze werken maar matig, zo bleek onlangs uit een rapport
Ondanks dit risico van banengebrek meent Vijlbrief dat het activerend ar beidsmarktbeleid, als het met volle overtuiging wordt uitgevoerd, het werkloosheidsprobleem zo ver kan ver minderen dat de verzekeringen betaal baar blijven: drastische ingrepen zijn dan met nodig. Die zijn echter wel nodig als de be leidsmakers "door blijven modderen." "Het is volgens mij een heldere keuze: of je probeert werklozen en gedeelte lijk arbeidsongeschikten nu aan het werk te krijgen, of het stelsel van socia le zekerheid wordt op termijn onbetaal baar. In het laatste geval is een drasti sche verlaging van de uitkeringen on ontkoombaar."
Helder
Ministelsel Het tweede model, dat volgens Vijl brief "een veel realistischer beschrijving van de Nederlandse arbeidsmarkt geeft dan het evenwichtsmodel", heeft als voordeel dat het verstrekken van uitke ringen maar in een beperkte mate tot extra werkloosheid leidt. "Het feit dat mensen zich terugtrekken van de ar beidsmarkt heeft op een onevenwichti ge markt niet zoveel gevolgen. Het aan bod van arbeid daalt, maar de lonen stijgen niet mee; in ieder geval veel minder dan ze op een evenwichtige markt zouden doen." Het nadeel is echter dat werkloosheid, zowel de 'gewone' als de extra werk loosheid die ontstaat door uitkeringen, moeilijk te bestrijden is. Is er sprake van een evenwichtige arbeidsmarkt, dan hoef je niet meer te doen dan wachten tot het over is. Om het N eder landse werkloosheidsprobleem op te lossen is echter overheidsbeleid nood zakelijk. Vijlbrief, die na zijn promotie als be leidsmedewerker bij het ministerie van economische zaken gaat werken, schetst in zijn proefschnft twee moge lijkheden. De overheid kan een zoge naamd ministelsel invoeren, waarin werklozen evenals zieken en arbeids ongeschikten alleen nog een uitkering krijgen op het niveau van de bijstand. Nu krijgt een deel van de werklozen meer dan dat: hun uitkering is geba seerd op het salaris dat ze vroeger ver dienden, en kan daarom hoger uitval len dan een bijstandsuitkering. Willen mensen meer dan een mini mumuitkering als ze werkloos worden, dan moeten ze zich daar zelf maar voor
De vorige keer schreef ik over muzikale schoon heid van de allerhoogste orde, maar er is een on overzienbare hoeveelheid muziek die daaronder zit, traploos afdalend van prachtig naar gewoon mooi. Ook daar doen zich opmerkelijke verschijn selen voor. Zo is er het bekende geval van de schitterende muziek die opeens, na x keer ten ge hore te zijn gebracht, haar glans verliest: we zijn erop uitgehoord. Wie muziek koopt die onmiddel lijk zeer prachtig in het gehoor ligt, hoede zich daarna voor een al te veelvuldige beluistering, want hij heeft een rijpe vrucht gekocht die spoedig rot kan zijn. Ik ken één uitzondering op deze regel. Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band, het verbijsterende wonder van 1966. Het is vaak spannender om muziek te kopen die nog wat hard en groen is, en die door vaak te lui steren naar de fase van de rijpe schoonheid kan worden vergezeld. Het kan trouwens ook voorko rnen dat het proces onderweg blijft steken. Zo'n tien jaar geleden kocht ik platen van Peter Schat, Ligeti, Krenek en meer moderne klassieken in het stadium waarin hun schoonheid voor mij nog niet eens ontkiemd was, maar ondanks mijn zorg en geduld hebben de dorre staken die zijn opgeko men nog geen vrucht gedragen.
Econoom Vijlbrief: Stoppen met stammenstrijd tussen arbeidsbureaus en bedrijfsverenigingen. Foto Nico Boink, AVC/VU
Auke van der Woud
D e rijpe schoonheid tegemoet Ongenietbare serieuze muziek kan men echter ta melijk snel beter leren waarderen wanneer men de uitvoerenden ziet. Een eigenaardig fenomeen. Blijkbaar is de zichtbare overgave waarmee musici de soms bizarre aanwijzingen van de componist tot leven brengen, kunstmest voor het muzikale groeiproces. Let wel: het gaat nu niet om de inter pretatie van de muziek, maar om lichaamstaal, een door de musici uitgezonden visuele boodschap dat deze muziek een zaak van groot gewicht is. Onwil
lekeurig laat de luisteraar zich daardoor op sleep touw nemen. Iets soortgelijks doet zich voor bij het muziek corps. De muziek van een voorbijmarcherende fanfare kan huiveringwekkend mooi zijn, niet al leen omdat zij zelfs onze darmen en nieren doet meetrillen maar ook door de granieten vastbeslo tenheid van al die individuen om ondanks ver schillen in jeugdpuisten, brillen en schoeisel als één lichaam te handelen, één stampend onweer van muziek te zijn. Nu we het toch over de show hebben: sommige musici kunnen die zo perfectio neren dat ze door de massa worden aanbeden, hoe doodsaai hun muzikale prestatie ook is. Luciano Pavarotti, James Galway, Frank Sinatra en Lee Towers zijn daar grootmeesters in. Andere musici zijn uitgesproken ongeraffineerd m hun doen en laten, maar hun Spielfreude kan, buiten de klas sieke muziek, een boeiende muzikale schoonheid doen ontstaan. 'Ik verscheurde je foto' van Koos Alberts is daarvan naar mijn smaak een goed be wijs. (Wie die wereld wil ontdekken, geniete van de radiopiraten die zich in het Nederlandse lied specialiseren). De schoonheid van de muziek van bij voorbeeld De Havenzangers of Corrie en de Rekels komt, vind ik, het best tot haar recht als we
de uitvoerenden niet zien, althans niet op televisie. Amenkaanse hits uit de jaren zestig, tegenwoordig gelukkig weer uitgezonden door Radio Tien Gold, behoren eveneens beslist alleen klank te blijven, hoe verwarrend mooi Conny Francis ook was. In de klassieke muziek ligt dat weer anders. Uit voerende dirigenten kunnen naast de muziek een bron van visueel behagen zijn, zoals Haitink met zijn heerlijke gretige hoofd (en zijn zweet!), of Jean Foumet, die eens met jichtige, oude gebaren de Symphonic fantastique leidde met gevolgen die me deden vergeten dat ik moest ademhalen. Ins trumentalisten en vocalisten zijn daarentegen fy siek neutraal. De muziek die ze voortbrengen, dringt hun uiterlijk en hebbelijkheden naar de achtergrond (behalve bij bovenvermelde ongeniet bare moderne klassieke muziek). Zangers en zan geressen hoeven niet aan de lijn te doen, immers een goede stem ligt in het vet'. Een ander voor beeld is het soms luidruchtige snuiven van strij kers tijdens het spelen. Platenfirma's laten dat op hun allesregistrerende cd.'s gewoon meelopen: de luisteraar wordt door Rosamunde of Der Tod und das Madchen naar de hoogste toppen der schoonheid gevoerd en inderdaad, the" rest is si lence.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992
Ad Valvas | 554 Pagina's