Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 255

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 255

10 minuten leestijd

AD VALVAS 17 DECEMBER 1992

I PAGINA S

Leden van de zwarte­ kousenkerken gaven zichzelf acht jaar geleden een nieuwe naam: bevindelijk gereformeerden. De historicus Jan Zwemer, die enkele populaire boeken over de Zeeuwse geschiedenis op zijn naam heeft staan, schreef een gedetailleerd proefschrift over de bevindelijken in Zeeland, hun problemen met de moderne cultuur en hun samenwerking met bevindelijken uit andere landsdelen in de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP).

Kerkgang in Staphorst

:5iH^

Foto Jaco Klamer, HH

'Een dorp zonder muziek is als een aardappel zonder zout'

l;

Moderne cultuur botste met agrarisch leefpatroon in SGP Erno Eskens T o e n de communicatie begin deze eeuw verbeterde, ontdekten de bevin­ delijken dat ze het eigenlijk al tijden niet meer met elkaar eens waren. T o t die conclusie komt Zwemer na archief­ onderzoek en interviews met bevindelij­ ken op het platteland van Zeeland. Twee procent van de Nederlandse be­ volking rekent zichzelf tot de bevinde­ lijk gereformeerden. Afgezien van een kleine groep in Rotterdam bewonen ze hoofdzakelijk de dorpen van Zeeland, Utrecht, de Veluwe en het rivierenge­ bied. "Bevindelijken gaan uit van de persoonlijke ervaring, oftewel bevin­ ding, van de bekering tot G o d " , vertelt de Zeeuw Zwemer in zijn Amsterdamse pied­a­terre, maar ze zijn moeilijk over één kam te scheren. Ze vormen een pl­ uriform geheel van allerlei verschillende kerkelijke gezindten, variërend van Ge­ reformeerde Gemeenten tot de Gere­ formeerde Bond binnen de Hervormde Kerk, Stammianen, Oud­Gereformeer­ den en vele andere. Ondanks h u n pluri­ formiteit hebben de bevindelijken een paar zaken gemeen, waaronder h u n vroom­gereformeerde houding en h u n plattelandsmentaliteit.

Afkeer Het agrarische leefpatroon botste deze eeuw met de consumptiemaatschappij, beschrijft Zwemer in zijn proefschrift In conflict met de cultuur. Hoewel sommige 'lichte' groeperingen zich nauwelijks tegen de moderne consumptie­ en ver­ zorgingsmaatschappij verzetten, be­ stond er veel afkeer van vernieuwing: de bemoeizucht van de centrale over­ heid, de televisie en het vrouwenkies­ recht, het werd allemaal afgewezen.

Ook de vrije tijds­cultuur die na de tweede wereldoorlog ontstond, werd maar moeilijk geaccepteerd. In een aantal bevindelijke gemeenten in Zeeland, die Zwemer onderzocht, werd de aanleg van voetbalvelden jarenlang tegengehouden door de SGP : sport, de fanfare en het toerisme waren 'onnut' en 'een bedreiging voor de zondags­ rust'. "Dat vvas een typische agrarische kijk op vrije tijd", meent Zwemer. "Maar ook hierin waren per gemeente weer grote verschillen. D e SGP wethou­ der van Bruinisse was bijvoorbeeld fel tegenstander van de fanfare, maar werd eind jaren zestig een even fel voorstan­ der. Ik heb hem voor mijn proefschrift gesproken. Hij zei: 'een dorp zonder muziek is als een aardappel zonder zout.'"

PoUo In 1971 kregen de bevindelijken een slechte naam. Een aantal 'zwaren' uit Staphorst weigerde opnieuw injecties tegen polio. D e mens mocht zich vol­ gens hen niet met vaccins verzetten tegen de wil van God. D e media trok­ ken naar Staphorst en schreven dat de bevindelijken bereid waren h u n kinde­ ren op te offeren uit naam van h u n dogmatische geloof. "Achteraf kun je zeggen dat de pers op dat moment de bevindelijken tot zondebok heeft ge­ maakt", vindt Zwemer. "De pers heeft bijvoorbeeld nooit laten zien dat er al­ lerlei verschillen waren binnen de be­ vindelijken. Meningen verschilden van predikant tot predikant, maar de pers schreef alleen over de extremen: over de Staphortsenaren die tegen inenting waren. Het waren De Telegraaf­2Lch t\%e hetzen." D e meest geduchte critici van de bevin­

Een proefschrift over de geschiedenis van de vrou­ welijke kantoorarbeid, vol met prachtige prenten, levert onmiddellijk inspiratie op, ook al behoor ik zelf tot de eerste generatie in wier ogen kantoor­ werk niets verleidelijks meer had. De schrijfmachi­ ne, eind negentiende eeuw door feministen gezien als het apparaat dat de vrouw uit haar ketenen zou bevrijden, en nog decennia na die eerste golf voor grote groepen jonge vrouwen inderdaad de weg naar een respectabel en zelfstandig bestaan, sym­ boliseerde voor mijn Dolle Mina­generatie juist de ondergeschiktheid van vrouwenwerk. D e secreta­ resse was de belichaming geworden van de assis­ tente, of erger nog: een tikpoes. Voor ons baby boomers gloorde de wetenschap, al was het dan ook als 'werkstudent'. Wij waren echter grensgevallen. T o e n ik na mijn eindexamen gymnasium in 1967 mijn toekomst overdacht, zag mijn moeder het secretaressevak, haar eigen vak, nog als een aantrekkelijk perspec­ tief: ik moest, vond zij, naar Schoevers. Dat gaf toegang tot de hoge functie van directiesecretares­ se. En anders naar de kweekschool, want die kon je na het gym in twee luttele jaren voltooien. Als juf of secretaresse, luidde de redenering, stond je binnen de kortst mogelijke tijd op eigen benen en was je je verdere léven financieel onafhankelijk. Ik wilde echter studeren, aan de universiteit, en had

delijken kwamen uit de linkse hoek. "Eigenlijk is dat opmerkelijk", zegt Zwemer. "De linkse mensen hielden er namelijk in grote lijnen eenzelfde soort maatschappijvisie op na. Ze geloven ook in decentralisatie en zij zetten zich ook af tegen het materialisme en de consumptiemaatschappij. Maar toch waren zij het felst. Mijn hypothese is dat de linksen wilden laten zien dat ze toch tot het establishment hoorden en dat ze zich daarom afzetten tegen de bevindelijken." ­ Maar er waren toch ook enorme versch il­ len? De linkse provo 's waren uit op vrij­ heid, bevindelijken h ech tten meer waarde aan dogma's. "Ja, dat was inderdaad een verschil. Maar het is toch opvallend dat de links­ en alleen naar die verschillen keken. D e punten die ze gezamenlijk hadden met de bevindelijken werden veronacht­ zaamd. Bevindelijken werden alleen maar in een negatief daglicht gezet. Dat had bij die bevindelijken overigens een radicaliserende invloed. Sinds de jaren zestig is Staphorst bijvoorbeeld zwaar­ der een geslotener geworden door de belangstelling van de pers." ­ Zijn dergelijke vormen van radicalisering de reden voor de versplintering van de be­ vindelijken in allerlei kerkgenootsch appen? "Het had er wel mee te maken, maar er was een belangrijke factor: de integratie van de landsdelen. In de negentiende eeuw zaten allerlei mensen in een kerk­ genootschap die eigenlijk niet bij elkaar pasten. T o e n de mogelijkheden om te reizen in de loop van de twintigste eeuw groter werden en er meer werd samengewerkt, ontdekte men de ver­ schillen die er al een hele tijd waren.

Jolande Withuis

D e tikpoes als assistente op kantoor mijn kost noch mijn verdere leven voor ogen, maar veeleer zoiets vaags als 'me ontwikkelen' en de wereld verbeteren (ik zeg het maar eerlijk). Ons verschil van inzicht was niet exclusief: het had alles te maken had met de vergrote beroeps­ kansen voor vrouwen en met veranderingen in het kantoorwerk zelf. Met name de uiteenlopende beelden die voor en naoorlogse vrouwen hechtten aan 'de secretaresse' laten een algemeen maat­ schappelijke omslag zien. In hedendaagse staatjes met hoge en lage beroepen wordt zij steevast'oit'. derin gesitueerd.

D e bevindelijken gingen weliswaar alle­ maal van dezelfde bronnen uit, maar interpreteerden het allemaal verschil­ lend. Daardoor ontstonden ruzies en omdat het de mensen na aan het hart lag, werd de onderlinge vijandschap soms erg groot."

derne cultuur. Kun je de SGP een ressenti­ mentspartij noemen? "Ik denk het niet. Daarvoor waren de bevindelijken waarop de SGP steunde te a­politiek ingesteld. Ze hielden gewoon erg vast aan de agrarische cultuur en aan h u n godsdienstige principes."

­ Wat waren de hete h angijzers? "De uitverkiezingsleer bijvoorbeeld. D e uitverkiezingsleer zegt dat God een deel van de bevolking 'van eeuwigheid uit­ gekozen' heeft om de ware gelovige te zijn. Dat heeft als consequentie dat je er achter moet zien te komen of je tot de kleine groep uitverkozenen behoort. Daarbij bestonden allerlei variaties die deze eeuw naar voren kwamen. D e uit­ verkiezingsleer was bovendien niet overal even sterk. Sommigen geloofden bijvoorbeeld dat maar één op de zoveel honderd mensen is uitverkoren en dat een lootje uit de loterij is of je daartoe behoort. D e verschillende visies bot­ sten."

­ Hoe kijken de bevindelijken terug op h un vroegere starre houding tegenover h omo­ seksualiteit, televisie, polio etc. ? "Ik geloof niet dat ik daar een ant­ woord op kan geven. Daar wordt niet zo over gepraat. P as sinds kort is er een tendens tot openheid. Het bevindelijke Reformatorisch Dagblad geeft nu eens in de veertien dagen een nogal progressie­ ve opiniebijlage uit. Daarin staan de meest recente ontwikkelingen, inclusief verhalen over incest enzo. Ik hoop dat de openheid doorzet, want onder de bevindelijken bevindt zich een poten­ tieel voor de hele maatschappij. Als ze meer in de openbaarheid treden, kun­ nen ze bijvoorbeeld goede kritiek uiten op de consumptiemaatschappij."

­ Hoe is het mogelijk dat al die ruziënde groeperingen binnen de Staatkundig Gere­ formeerde Partij (SGP) konden samenwer­ ken? "Niet alle bevindelijken voelden zich thuis binnen de SGP , maar de meesten konden ermee uit de voeten, omdat in de SGP allerlei ideologische kwestie ge­ woon niet aan bod kwamen. D e SGP was bovendien erg decentraal georgani­ seerd. D e nadruk binnen de partij lag op de gemeenteraden. Daarom hoefden de ideologische verschillen tussen de landsdelen niet altijd te botsen in de landelijke partij." ­ De SGP profileerde zich deze eeuw met name op punten van verzet tegen de mo­

Veel secretaresses, weinig professoren ziedaar het zoveelste universitaire bewijs van vrouwenonder­ drukking. Bovendien wordt in het alledaagse spraakgebruik weinig verschil gemaakt tussen de zelfstandig werkende secretaresse en haar collega de typiste, die, zoals een 'echte' secretaresse je haarfijn zal willen uitleggen, slechts uitvoerend werk doet. Secretaresses zijn in veler ogen het toonbeeld van traditionele vrouwelijkheid toegepast op de werk­ plek: gedwee, dienstbaar, beschikbaar, behulp­ zaam en invoelend doen zij op kantoor wat een echtgenote thuis doet: haar baas/man laten leven in een particuliere verzorgingsstaat. Maar met de sexy barbiepop zoals die ons door het naoorlogse Hollywood voor ogen werd getoverd een eeuwige glimlach rond de gestifte lippen, haar benaaldhak­ te nylon benen bungelend van het bureau van de baas had het vak van mijn moeder niets van doen. Voor haar was een secretaresse nog wat zij was ge­ weest in de jaren dat de hevige strijd om de toe­ gang tot kantoor althans wat de niet leidinggeven­ de functies betreft, in het voordeel van vrouwen werd beslecht: efficiënt, zakelijk, nauwkeurig, be­ trouwbaar, intelligent en ijverig dat vooral. Het kantoor belichaamde dé mogelijkheid, ook voor. »' meisjes uit de mindere standen, om door hard

Zwemer. J.; In conflict met de cultuur. De bevindelijk ge­ reformeerden en de Nederlandse samenleving in het midden van de twintigste eeuw. Kampen, De Groot Goudnaan, 1992. ISBN 90­6140­313.8.

werken een redelijk bestaan op te bouwen. Begin­ nend als typiste kon je in de avonduren ('s waren nog onbekend, laat staan CAO'S met 'loopbaanont­ wikkeling') een scala van akten halen: eerst typen (onder vermelding van het behaalde aantal aansla­ gen per minuut), dan stenografie, dan handelscor­ respondentie Nederlands, Frans, Duits en Engels. In deze moeizame gang de carrièreladder op is de overeenkomst gelegen met die andere jaren dertig kans voor gewone meisjes die mijn moeder voor mij in petto had: het vak van onderwijzeres, dat immers eveneens mogelijkheden bood om al wer­ kend op te klimmen, tot aan je MO B toe. En dat is nu zo interessant: als hedendaagse stu­ dentes het, wat meewarig meestal, hebben over de slechte beroepen waarin vrouwen terecht komen, doelen ze onder meer op het secretariaat. Maar de gemiddelde studente (m/v) mocht willen dat ze qua kennis, vaardigheden en vlekkeloos Neder­ lands kon tippen aan de meisjes op kantoor van de generatie van mijn moeder. Foute spelling? Krom­ me zinnen? Geen Frans gehad, geen Duits? Slor­ dig getikt of zelfs: niet af? Het zou h u n niet over­ komen.

de Haan, Francisca: Sekse op kantoor Over^/rouwelijkheid, mannelijk­ heid en macht, Nederland 1860­1940. Hilversum 1992.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992

Ad Valvas | 554 Pagina's

Ad Valvas 1992-1993 - pagina 255

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992

Ad Valvas | 554 Pagina's