Ad Valvas 1992-1993 - pagina 291
AD VALVAS 2 1 JANUARI 1 9 9 3
PAGINA 9
Analist Ruud Bank moest promotie drie keer uitstellen
De analist Ruud Bank heeft zijn promotie drie keer moeten uitstellen door een ruzie over de inhoud van zijn proefschrift. Volgende week hoopt de inmiddels naar TNO vertrokken Bank dan toch te promoveren. De ruzie heeft de samenwerking tussen de vakgroepen antropogenetica en interne geneeskunde onherstelbaar verwoest. Een verslag uit de loopgraven van de medische faculteit.
,W
.
> V
"^^
1, ;
V
T^*
'
»
f.
^^. v ^ ^
*''^'
. > , . . : • > . ^ , v ^•
Illustratie Aad Meijer
Frank van Ko fschooten Zelden zal een promotie zoveel voeten in de aarde hebben gehad als die van Ruud Bank. De oorsprong van dit wetenschap pelijke drama ligt in Elsinore in Dene marken. Daar woonde in )uli 1988 de Canadese hoogleraar dr. M ichael James een lezing bij van dr. Reinier ten Kate, die op dat moment verbonden was aan de vakgroep interne geneeskunde van de vu. Ten Kates lezing over de rol die pepsin ogene eiwitten spelen in de nier bracht James op een idee, dat kon worden uit gevoerd in zijn laboratorium in Edmon ton waar de benodigde apparatuur aan wezig was. Hij legde het idee voor aan Ten Kate en stelde hem voor dat hij of een andere vumedewerker tijdeli)k naar Canada zou komen. Ten Kate ging in op deze eervolle uitnodiging van James, in wie vakgenoten een potentiële Nobel prijswinnaar zien, en vroeg bij de Nier stichting een subsidie van 7500 gulden aan om de reis en verblijfkosten te dek ken. Hij zou het onderzoek niet zelf gaan uitvoeren, maar liet dat over aan de me dische researchanalist Ruud Bank van de vakgroep antropogenetica, waarmee de vakgroep interne geneeskunde tot dan toe zeer vruchtbaar samenwerkte. In mei 1989 vertrok Bank voor een periode van drie maanden naar Edmonton. Hij maakte dankbaar gebruik van de uitste kende faciliteiten in Canada, zoals een bibliotheek die zeven dagen per week tot twaalf uur 's avonds geopend was, en schreef ter plekke het verslag van zijn on derzoek, dat de goedkeuring van James kreeg. Toen hi) Edmonton in juli 1989 verliet had hij een kant en klaar manu script in handen, geschreven volgens de instructies van het tijdschrift Kidney In ternational en in Banks ogen klaar om naar dat blad te worden opgestuurd.
Onzalig idee Terug in Nederland raakte de vaart er al snel uit. Ten Kate en diens hoogleraar prof dr. Ab Donker maakten weinig haast met de lezing van Banks artikel. In november 1989 kreeg Bank van hen te horen dat het artikel te lang was en dat hij het moest splitsen, zodat er niet één maar twee publikaties uit het onderzoek voort zouden komen. Dat zou achteraf een zeer onzalig idee blijken. Bank had er direct al bezwaar tegen omdat er een enorme overlap in tekst en figuren ont stond tussen de twee artikelen, maar voerde de opdracht toch uit. T e n Kate leverde vervolgens kritiek op beide stuk ken. Bank verwerkte die erin en retour neerde ze aan T e n Kate en Donker. Om redenen die Bank nooit duidelijk zijn ge worden, herschreef Ten Kate een van de twee artikelen volledig zonder daarover van gedachten te wisselen met Bank. Die kon zich weer niet vinden in het stuk van Ten Kate en er volgde een eindeloos proces van herschrijven waarbij meer
De lange weg naar een omstreden doctorstitel dan tien bijgestelde versies het licht zagen. De irritaties tussen het tweetal lie pen daardoor flink op. Op 3 juli 1990 schreef T e n Kate een brief waarvan de bevelende toon Bank in het verkeerde keelgat schoot. Vooral Ten Kates slotzinnen wekten de woede van Bank op: "Ik hoop dat je snel verder werkt. We lopen een achterstand op, zeker t.o.v. het werk van Toon en M ark. Dat IS onaanvaardbaar." De brief ging in afschrift naar Donker, wat het begin in luidde van een 'afschriftenoffensief. Bank ergerde zich eraan dat Ten Kate hem tot spoed maande, terwijl deze in zijn ogen zelf de publikatie van het arti kel nu al bijna een jaar ophield. Verder vond Bank het eigenaardig dat Ten Kate kritiekpunten op zijn tekst terzijde had geschoven die wel waren verwerkt nadat ook James ze vanuit Canada naar voren had gebracht. "Blijkbaar laat je je niet leiden door wetenschappelijke argumen ten, maar telt bij jou in hoge mate de status van een persoon," concludeerde een boze Bank, die net als Ten Kate door collega's wordt getypeerd als 'ei genwijs'. Bank schreef terug aan Ten Kate: "Dat 'uit de hoogte' gedoe begint me nu wel de keel uit te hangen. Ab Donker vroeg ook al naar mijn curricu lum, om te zien op wat voor gronden ik de God Reinier nu eigenlijk kan en mag bekritiseren." Bank eiste dat Ten Kate zijn excuses zou aanbieden, en stuurde zijn brief als tegenoffensief in kopie naar een achttal bij deze zaak betrokken we tenschappers uit beide vakgroepen, onder wie ook Donker. Ten Kate re ageerde hierop met een zeer kort briefje, waarin hij zijn excuses niet aanbood en ook niet inging op de forse kritiek van Bank. De kemphanen zouden de onenig heden op 14 augustus 1990 bespreken in bijzijn van Donker en nog twee andere wetenschappers. Ten Kate verscheen echter niet bij deze discussie. Bank wist Donker ervan te overtuigen dat de twee stukken toch weer in elkaar moesten worden geschoven tot één stuk. Hij be zorgde Donker een versie (gedateerd 15 augustus 1990) waarop deze zou schrij ven: "Wordt uiteindelijk een prima stuk!" Donker zou volgens Bank in deze periode hebben toegezegd dat Ten Kates naam zou worden geschrapt als hij de in houd van het stuk weer zou afkeuren.
Kritiekpunten Op 26 oktober 1990 schreef Ten Kate aan Donker dat hij het stuk 'volstrekt in
acceptabel' vond: "Ik denk dat jij (en mogelijk ik) met Eriksson, Pals, Arwert en JVIeuwissen om tafel moeten gaan zit ten en vaststellen wat de tekst moet wor den en dan moeten zi) Ruud opdracht geven de tekst aan te passen aan onze wensen. Zij zijn immers de leiding van antropogenetica en derhalve de chefs van Ruud die analist is." Ten Kate voegde er een lange lijst met inhoudelijke kritiek punten waaruit onder andere moest blij ken dat Bank opzettelijk bepaalde litera tuurverwijzingen wegliet om zijn eigen wetenschappelijke belang te overdrijven. Bank was het hier absoluut niet mee eens. Tijdens een vergadering in oktober 1990 verbrak Donker volgens (de daarbij af wezige) Bank verrassenderwijs zijn belof te dat Ten Kate zou worden afgevoerd als coauteur als hij niet inhoudelijk ak koord ging. Deze ontwikkeling zou een nieuwe wen ding geven aan het conflict. Bank had Donker, als dank voor diens bemidde lingspogingen, namelijk in september ge vraagd om op te treden als tweede pro motor van zijn proefschrift, wat deze had geaccepteerd. Op een vergadering in ja nuari 1991 gaf Bank Donker een con cept van zijn proefschrift en hij besprak wat formaliteiten met hem over de pro motie. Een week later vond op de kamer van Donker een bespreking plaats in ver band met een nieuwe ontwikkeling. Ten Kate had namelijk geëist dat hij niet al leen laatste auteur zou worden van het bewuste artikel (dat was nu James), maar zelfs cor r esponding author, de auteur die het laatste woord heeft over de inhoud. Discussieleider prof. S. M euwissen liet tijdens deze bijeenkomst (zonder Ten Kate) weten dat Banks promotie niet kon doorgaan als aan deze eis niet werd voldaan. Bank (volgens Donker ongeno^ digd aanwezig) ontlaadde nu zijn woede over de gang van zaken en zei onder an dere dat Donker zijn belofte had verbro ken. Donker voelde zich beledigd en ver liet zijn eigen kamer. Bank trok zijn pro motieaanvraag in omdat hij zich ge chanteerd voelde en wachtte af tot er duidelijkheid zou zijn over Donkers toe komstige houding. Al de volgende dag werd duidelijk dat Bank er een machtige vijand bij had in de persoon van Donker, zo blijkt uit een brief van Donker aan prof.dr. A.W. Eriksson, de hoogleraar van Banks vak groep. Donker viel in zijn brief onder an dere over een leugen die Bank had geuit
tijdens de bijeenkomst van 30 januari, en waarvoor deze later zijn excuses zou aan bieden. De hoogleraar viel echter vooral over het feit dat het omstreden artikel als hoofdstuk was opgenomen in het con ceptproefschrift van Bank. Donker: "Het moet u (...) duidelijk zijn dat ik mij als medepromotor van de heer R.A. Bank moet terugtrekken en eigenlijk vind dat er helemaal niet gepromoveerd kan worden. Het moet u verder niet onbe grijpelijk voorkomen dat mijn vertrou wen in de samenwerking met uw vak groep grondig geschokt is." Deze bnef ging in kopie naar het college van dekanen en het bestuur van de me dische faculteit, en betekende het begin van een correspondentie waarin allerlei beschuldigingen werden geuit en excuses geëist, en die de verhouding tussen de twee vakgroepen totaal zou ontwrichten, ook al zou Eriksson de zaak herhaalde malen proberen te sussen. Op 21 maart 1991 was ook Eriksson het zat. Hij schreef aan Ten Kate: "Ik ben er tot nu toe in mijn interventiepogingen van uitgegaan, dat de onjuistheden in de brieven van collega Donker op misver standen berustten. (...) Als jij inderdaad van mening bent dat het geen misver standen betreft, is de enige conclusie dat het om doelbewuste leugens van jou en/of collega Donker gaat. (...) Ik zal voorlopig echter jouw reactie over het 'gepast' zijn van mijn 'ingaan op details' maar negeren en het houden op misver standen. (...) Als je coauteur wilt wor den (...) zou het wel zo tactisch zijn om niet (...) te proberen het antropogene tisch Instituut tot een psychopatische club te maken. We lossen geen proble men op door elkaar steeds tot pispalen te maken. Niemand is een god, ook jij niet." De brief ging in afschrift naar Donker, die furieus reageerde: "Ik ben het met u eens, wij zijn geen goden. Aangezien (...) ik in mijn leven nog nooit zoiets heb mogen meemaken en van zulke goddelijke ervaringen verschoond wil blijven, zal ik vanaf volgende week alle correspondentie van uw instituut on geopend retourneren." Hiermee sneed Donker zichzelf in de vingers, want toen hij een week later een antwoord wenste van dr. G. Pais, een medewerker van an tropogenetica, moest hij schrijven: "Doe je reactie niet in een enveloppe van de afdeling van antropogenetica, want mijn secretaresse heeft de opdracht post van Aldur Eriksson c.s. ongeopend te retour neren."
Bank en Pais hadden het omstreden arti kel inmiddels zonder vermelding van de naam van Ten Kate opgestuurd naar het tijdschrift Kidney Inter national, nadat zij van vicedecaan prof dr. T. Sminia had den gehoord dat Ten Kate zich terugtrok als auteur. Op onopgehelderde wijze raakte Donker als referee betrokken bij het beoordelingsproces van het artikel, en meldde de redactie onder meer dat T e n Kates naam in zijn ogen ten onrech te ontbrak. M ede hierdoor wees Kidney International het artikel af. De hoofdre dacteur van dit blad schreef/4d Valvas desgevraagd geen mededelingen te kun nen doen over de gang van zaken bij het refereeproces van dit artikel, omdat de identiteit van referees geheim wordt ge houden. Donker maakte daar zelf geen geheim van en bleek er al in september 1991 openlijk over te hebben gesproken tijdens een promotie. Hij zou als referee zijn gevraagd door redacteur Claude Amiel van Kidney Inter national en geen reden hebben gezien zichzelf te diskwali ficeren, zoals de ethische code voor schrijft die diverse wetenschappelijke tijdschriften hanteren bij belangencon flicten. Het tijdschrift Pr otein Science stelt bijvoorbeeld (in navolging van richtlijnen van de American Chemical Society): "Reviewers must disqualify themselves and return materials promptly to the Editor if (...) they ar e aware of any conflict of inte rest, such as (...) unusually close, or unusu ally acrimonious r elationship with any aut hor. "
Uitstellen In de loop van 1991 zijn ook het bestuur van de medische faculteit en rector mag nificus prof.dr. C. Datema zich gaan be moeien met het conflict. Een oplossing liet aanvankelijk op zich wachten, en Bank moest bij de pedel drie keer zijn promotiedatum uitstellen. In de zomer van 1992 ging uiteindelijk een geschil lencommissie aan de slag, die verklaarde dat beide kemphanen concessies moes ten doen. Bank kon zich daarmee niet verenigen en trok zich terug als auteur van het artikel. Dat betekende dat hij zijn proefschrift deels moest herschrij ven. Aldus geschiedde, en op 19 novem ber 1992 gaf decaan prof.dr. N . Arts het groene licht. "Hierbij bevestig ik u dat ik akkoord kan gaan met het toezenden van het manuscript aan de drukker en het voorleggen van het titelblad van het proefschrift aan de pedel." Ruud Bank (nu werkzaam bij TNO) hoopt op woensdagmiddag 27 januari om half vier des middags waardig te worden be vonden voor de doctorstitel. Nog nooit zal dit deze clichématige formulering zo van toepassing zijn geweest. Dit artikel is gebaseerd op de zakelijke correspondentie zoals die door diverse betrokkenen is gevoerd vanaf 2 de cember 1988 Het commentaar van Ten Kate op boven staand stuk luidde '90 procent leugens van Bank en 10 procent fouten = 100 procent onzin " Hij specificeerde deze 'leugens' en 'fouten' echter met
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992
Ad Valvas | 554 Pagina's