Ad Valvas 1992-1993 - pagina 371
AD VALVAS 4 MAART 1993 I
PAGINA 9
Toëziekritiek is geen lezersservice' Hoogleraarcriticus Schouten ziet niets in knieval voor publiek Dichter en literatuurcriticus Rob Scliouten gaat soms onbegrepen door liet leven. Hij houdt van sonnetten, maar ook van het moeilijl< toegankelijke werk van dichter Gerrit Kouwenaar. "Dat schijnt niet te kunnen samengaan", aldus domineeszoon Schouten, die een afschuw heef t van preken. Per 1 januari volgde hij Carel Peeters op als bijzonder hoogleraar in de literaire kritiek aan de letterenfaculteit.
s^:
Frank van Kolfschooten Het schrijven van literaire kritieken is een ondankbaar vak. Altijd zijn er le zers die roepen dat de recensent dom is, geen smaak heeft of zich laat leiden door vriendjespolitiek. De stukken van Carel Peeters, de inmiddels afgezwaai de hoogleraar in de literaire kritiek aan de letterenfaculteit, zouden volgens Hugo Brandt Corstius vooral getuigen van 'truttige pitloosheid'. D e man die hem per 1 januari opvolgde, prof drs. Rob Schouten (39), is door literatuur minnaars uitgemaakt voor heteroseksu ele macho en lafaard. H e t zal niemand verbazen dat Schouten, dichter en re censent van onder andere Trouw en Vrij Nederland, deze kwalificaties onterecht vindt: " H e t is een misverstand dat ik voor een bepaald type poëzie zou zijn. Ik ben niet wat T . S . Eliot een werk plaatscriticus noemde, iemand die denkt dat zijn kritiekenschrijverij in het
u
^k;houten: 'Ik ben geen •«•.«i^iuseksuele macho'
verlengde ligt van zijn eigen schrijver schap. D a t is in de literatuurkritiek ja renlang gebruikelijk geweest, met hame voor de oorlog. Sindsdien is er een pro fessionalisering opgetreden, wat niet wegneemt dat kritieken vaak nog door schrijvers worden geschreven. Bemlef heeft wel eens gezegd dat hij alleen over poëzie kan schrijven die bij hem hoort. Dat heb ik niet. Ik heb niet het idee dat mijn kritieken veel te maken hebben met mijn eigen poëzie. Als criticus moet je een brede smaak hebben en van alle mogelijke soorten poëzie kunnen houden. Je moet de lezer niet steeds weer confronteren met je eigen stelsel van normen." Een eigenaardigheid van veel critici is volgens Schouten dat ze schrijvers be oordelen in het licht van hun gehele oeuvre. Als een oeuvre zo'n recensent bevalt, vindt hij alles wat erin staat
11 juli Toch ben ik nog in staat, dit dieptepunt, mijn plicht te doen: ik geef college, schrijf. Ik geef zelfs goed college: twee stoelen, door conciërges op elkaar gestapeld smeet ik het platform af, het zaaltje in. De studenten stonden te kijken heel goed voor ze, actie te midden der gedachten, een boos Zentrekje, nergens opgetekend behalve in de dagboeken der onbekende fans in 115 'Meester Harry raakt aan zijn grens'. Nog een klein slokje whisky graag. Nog een klein slokje whisky graag. Iets moet toch knappen in Henry Zenuwpees of de omgeving. Zo kan de strijd niet duren, sus ik mijzelf, ofschoon de laatste vijftig jaar oorlog voor koppen zorgt. Wachtend op herfst en op de kille rust daarvan in lieflijk Ierland. (Vertaling naar John Berryman. In: Rob Schouten: Huiselijk Verkeer. Amsterdam 1992)
goed. "Daarmee negeert een recensent dat ook binnen een oeuvre fluctuaties bestaan. Als je uitsluitend in oeuvres denkt, neem je een voorschot op de li teratuurgeschiedenis en doe je alsof het al is afgerond."
Statntnenoorlog Door zijn open houding is Schouten in zijn kritieken wat onvoorspelbaar. Dat heeft tot merkwaardige botsingen ge leid. "Het avantgardistische tijdschrift Raster heeft mij wel eens voorgesteld als een voorstander van het ergste soort traditionele anekdotiek, terwijl ik zelf het idee heb dat ik helemaal niet vies ben van moeilijk toegankelijke, herme tische poëzie. Ik vind alleen niet alle poëzie uit het hermetische kamp goed. Als je dat een keer opschrijft, breekt er meteen een stammenoorlog uit. Zij maken er een standpuntenkwestie van in plaats van een smaakkwestie. Maaike Meijer schildert mij in haar proefschrift af als een nraighte heteroseksuele macho, omdat ik de gedichten van EUy de Waard vreselijk vind. Ik geef toe dat ik erg heb ingehakt op De Waard in mijn recensies. Niet omdat ze lesbisch is, maar om haar gezwollen retoriek. Het is gewoon onzin om dan zoals M e ijer te schrijven dat in mijn recensies zichtbaar wordt dat vrouwen in mijn ogen literair pas iets presteren als ze verbonden zijn met de mannelijke auto riteit. Ik vond die bundel van De Waard slecht en dat heeft niks met mijn seksuele geaardheid, mijn onderontwik kelde intellect of mijn conservatisme te maken." Helemaal onverklaarbaar is het niet dat Schouten onbegrip ontmoet. Wie ver wacht immers dat een dichter die zelf debuteerde met twee bundels vol son netten, een liefhebber is van de gedich ten van Gerrit Kouwenaar? Schouten ziet echter niet in waarom dat niet zou kunnen samengaan. "Ik heb anderzijds ook niks tegen gedichten die anderen als anekdotiek ervaren, zoals dre van Jean Pierre Rawie. Daar wordt soms misprijzend over gedaan, omdat het n e gentiendeeeuws traditionalisme zou zijn waar niks in gebeurt. Ik breng wel begrip op voor Rawie, want ik wil zien wat hij probeert. Het is inderdaad geen spectaculaire poëzie, misschien zelfs saai, maar hij streeft wel een klassiek ideaal na. Hij probeert Petrarcaanse sonnetten te schrijven. O ok al lukt hem dat niet, hij is er wel mee bezig en dat waardeer ik. Zolang ik dt'uit die poë zie proef, doet het me wat."
Foto Bram de Hollander Schouten is een tegenpool van zijn voorganger Carel Peeters, wiens recen sies zich bij voorkeur op het snijvlak van literatuur en filosofie bewegen. Hij recenseert voor Trouw ook proza, maar voelt zich toch vooral thuis in poëziekri tieken. "Dat heeft te maken met de vorm. Een prozakritiek doet minder makkelijk recht aan een boek. Ik heb De harde kern van Frida Vogels bespro ken, een pil van achthonderd pagina's met complexe gedachtengangen. Tij dens het lezen van zo'n boek heb je zo veel verschillende ervaringen dat een recensie van tweehonderd regels altijd iets onbevredigends houdt. Bij poëzie is dat toch makkelijker, ook al wordt het als een moeilijker leesbaar genre be schouwd. Je kunt in een poëzierecensie door het citeren van regels of door het tonen van een of twee gedichten veel zeggender zijn voor de lezer dan in een prozarecensie, waarin je gedwongen bent tot suggestieve selecties."
Misverstaan Bij het schrijven van poëziekritieken is Schouten niet in de eerste plaats geïnte resseerd in de bedoelingen die de dich ter zelfheeft gehad met zijn poëzie. Een dichter moet zichzelf tonen in zijn ge dichten. "Sommige dichters geven bij wijze van spreken in het notenapparaat van tevoren een uitleg om de lezer in een bepaalde richting te sturen. Dat wil ik niet weten, want de gedichten moe ten mij op eigen kracht overtuigen. Daardoor kun je een dichter wel eens misverstaan. Ik heb ooit een bundel be sproken van Marcel Koopman, die ik erg raar vond door de maritieme meta foren die erin voorkwamen. Het deed me denken aan Slauerhoff, maar dan in een nieuw jasje. Ik kon er niet goed mee uit de voeten. Ik bleek over het hoofd te hebben gezien dat de schrijver in het Zwitserse Dornach woonde. Bij zijn volgende bundel werd dat ook weer nadrukkelijk vermeld en zo kwam ik er achter dat het antroposofische poëzie was en dat hij een mij onbekend we reldbeeld hanteerde. Zijn metaforen waren in een religieus mystiek kader bedoeld, terwijl ik ze aanzag voor mafk ezerij. Je kunt zeggen dat ik me heb ver gist, maar ik vind toch dat zulke poëzie zichzelf diskwalificeert, hoe arrogant dat ook klinkt. Echt goede poëzie is ook zonder kennis van de bedoelingen van de schrijver goede poëzie." Een recensent is in de ogen van Schou ten geen ordinaire journalist, die een knieval moet maken voor de lezer. De
kritiek dat veel critici vooral hun eigen intellectuele bevrediging zoeken in hun kritieken en de lezer niet op weg helpen naar het boek, vindt hij getuigen van een te publieksgerichte houding. "Elke behoorlijke criticus moet iets van een essayist in zich hebben. Hij moet het boek niet los laten dobberen in een krant die verder gericht is op nieuws en berichtgeving. Een recensent is niet ie mand die de inhoud van een boek na vertelt. Het is iemand die over dat boek heeft nagedacht en het plaatst in de context van andere boeken of in de so ciaalculturele of politieke context of whatever. Geen enkele criticus be schouwt zijn werk als een soort lezers service. D e meeste critici weten niet eens voor wie ze schrijven. En waarom zou je niet intellectueel mogen schrij ven? Je staat toch niet voor een klas middelbare scholieren. Je moet het ni veau van de lezer van literaire kritieken niet onderschatten. Een recensent moet aangeven wat een boek waardevol maakt, maar zonder naar de lezer toe te neigen met de boodschap: dit is typisch iets voor u lezer. Het literaire geweten ben je als criticus zelf. D a t bepaalt de aard van een recensie, of mensen zich daar nu tegen verzetten of niet", aldus Schouten.
Preek De nieuwe hoogleraar lijkt als domi neeszoon goed te passen bij de vu, al is zijn vader dan niet gereformeerd maar Zevende Dag Adventist. Wie tijdens colleges mooie preken verwacht van professor Schouten, zal echter bedr ogen uitkomen. De toon van zijn poëzie (en van zijn kritieken) is het tegendeel van prekerig. "Ik ben korzelig en grillig, niet zoet vloeiend. Ik gebruik het woord juist niet als retorisch middel om men sen over de streep te halen. Ik schrijf geen mooie gedichten die mensen wil len lezen in een rouwadvertentie. In mijn laatste bundel Huiselijk verkeer heb ik bewerkingen van gedichten van de Amerikaanse dichter John Berryman opgenomen. Dat is zeer eigenaardige poëzie. Hij verandert steeds van regis ter, zijn poëzie is moeilijk te begrijpen en houdt geen rekening met de lezers. Dat spreekt mij aan. Ik vind zwervers die op straat in zichzelf lopen te m o m pelen ook interessant. Laatst riep er op straat een tegen mij: 'Ik weet wel dat je gelukkig bent hoor!' Prachtig."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1992
Ad Valvas | 554 Pagina's