Ad Valvas 1993-1994 - pagina 274
PAGINA 6
AD VALVAS 27 JANUARI
iMsVI
VU-onderzoekers naar Olympische Winterspelen Volgens D e Koning is experimenteeh bepalen hoeveel energie een atleet kan produceren, aldus het weekblad. "Zo laat hij schaatsers, bijvoorbeeld dertig seconden heel hard fietsen. O p die mi nier kan de onderzoeker meten hoevet anaërobe vermogen zonder dat er zuurstof nodig is een schaatser kan Ie veren. Vooral voor sprinters is de anae robe energie belangrijk. Een topsprintf kan daarvan in het begin van een rit meer aanspreken dan matige sprinters waardoor hij eerder een hogere snelhci bereikt." Verder berekent en meet D e Koning diverse andere persoonsgebonden ei genschappen. D e houding van de schaatser bijvoorbeeld. En de zuurstof opname, de lichaamsmaten en het ge wicht van de atieet. O m de vermogens balans en dus de snelheid van een schaatser te simuleren, moeten ook de externe wrijvingsfactoren worden ge meten. Zoals de luchtdruk op het mo ment van de wedstrijden. En de kwali teit van het ijs. Speciaal om de ijswrij vingscoëfficiënt te meten, ontwikkelde ingenieurs aan de v u een meetschaats "Daarmee kunnen we als enige ter we reld wetenschappelijk en objectief de ijswrijving meten", stelt D e Koning m het weekblad Aan de 'elektronische' schaats is jaren gewerkt. De schaats kan de wrijvings kracht en de afzetkracht van de schaat ser meten. Tussen schaats en ijzer zit
Coen van Basten D e medische commissie van het In ternationaal Olympisch Comité (lOC) wil w e t e n s c h a p p e l i j k o n d e r zoek in d e s p o r t w e r e l d b e v o r d e r e n . D i t o m t e g e n w i c h t te g e v e n a a n z a k e n als d o p i n g . D a a r o m heeft h e t IOC b e w e g i n g s w e t e n s c h a p p e r d r J o s de K o n i n g samen m e t enkele v u collega's u i t g e n o d i g d v o o r d e O l y m p i s c h e W i n t e r s p e l e n in N o o r w e g e n . In Hamar testen de onderzoekers van de Vrije Universiteit een simulatiemo del (computerprogramma) dat de eind tijden van individuele schaatsers voor spelt. D e Koning: " H e t model voor spelt een bepaald snelheidsverloop tij dens de race. Vanuit vier posities vol
Sport gen wij met camera's de schaatsers. En met deze beelden kunnen wij exact be rekenen wat de snelheid van de schaat ser gedurende ieder moment van de wedstrijd is. Als het goed is moeten de gegevens van de videobeelden overeen komen met het berekende snelheidsver loop van het simulatiemodel. D e vraag is of mijn model overeenkomt met de werkelijkheid. In H a m a r gaan we het programma dus valideren." D e v u heeft een goede naam voor wat betreft schaatsonderzoek, vertelt De Koning. "Onder leiding van prof. G. van Ingen Schenau, wordt bij de facul teit der bewegingswetenschappen al jaren onderzoek gedaan naar verschil lende factoren die een schaatsprestatie bepalen. We doen hier ook onderzoek naar fietsen, zwemmen, tillen en rijden in een rolstoel. D a t zijn allemaal cycli sche bewegingen, die een patroon heb ben dat je makkelijk kunt herhalen en die daarom erg geschikt zijn om te on derzoeken." "We willen ontdekken hoe mensen in elkaar zitten, hoe ze h u n bewegingen sturen en waarom ze bewegen zoals ze bewegen. Het gaat ons om de weten
«-i^^'iise»—'-^*' - - ' *
-•««^V
,,j^Sü^^"
i^***?*
Hy
¥ Ie aat\ sï\ leli
Ito ei )el' iet ste
kei
ES ,en rees ;ult£ art loet lev
lOOJ e e n v e r n u f t i g p a k k e t e l e k t r o n i c a wegge j eit i
De elektronische schaats: bijna de hele Nederlandse schaatstop is ermee op het ijs geweest schap en niet om het produceren van schaatskampioenen." De Koning heeft in 1991, het jaar waarin hij tevens promoveerde op dit gebied, twee jaar onderzoek gedaan aan de universiteit van Calgary. Daar heeft hij alle leden van de Canadese ploeg onderzocht en via een computermodel uitgerekend wat de tijdwinst zou zijn wanneer bepaalde veranderingen in de voorbereiding voor een wedstrijd zou den worden toegepast. Over energielevering van schaatsers: "We ontdekten het verschil tussen sprinters en allrounders. Deze twee typen schaatsers verstoken evenveel energie op de 500 meter. Maar toch is
de sprinter sneller omdat hij sneller uit de startblokken komt." "Ze hebben allebei een lege tank als ze aan de finish arriveren, maar de sprin ter is in staat om vlak na de start meer energie aan te spreken. Hij stort daarna wel in en komt ook met een lagere snel heid over de streep dan de allrounder. D e laatste 100 meter van een sprinter gaan langzamer dan die van een al lrounder, maar omdat de eerste in het begin zoveef gewonnen heeft, kan hij aan het eind wel wat tijd verliezen."
Anaëroob Twee en een halve week doen de K o ning en zijn collega's op kosten van het
Bram de Hollander
IOC onderzoek in Hamar. H e t lijkt haast onmogelijk om eindtijden van schaatsers te voorspellen. Toch simu leert het model dat De Koning gebruikt redelijk precies. D e Koning: "Bij eerde re proeven was het computerprogram ma. Vooral op de korte afstanden, rede lijk nauwkeurig gemiddeld minder dan een procent verschil." Bij het programma van D e Koning staat de vermogensbalans centraal, meldt het Polytechnisch Weekblad. " O m zijn snelheid te behouden moet een schaatser voldoende vermogen leveren om lucht en ijswrijving te overwinnen. Wil hij versnellen, dan moet de atleet meer vermogen in de strijd gooien."
stopt, dat signalen doorgeeft naar een 1 i u 2 doos op de rug van de schaatser. Alle [ gegevens worden opgeslagen op een gi heugenkaart, die later in de computer kan worden gestopt in het laboratori um. Bijna de hele N ederlandse schaat stop is al met deze schaats het ijs opge gaan. D e Koning over zijn huidige simulatieS model: " M e t behulp hiervan kan ik be rekenen welke strategie voor een indiv duele schaatser de beste is. En hoe de, schaatser zijn vermogens moet verdelci om tot de optimale prestaties te komen." En dat moet Falko Zandstra en Rintje Ritsma toch als muziek in de oren klinken.
Tentoonstelling over Scythen: op zoek naar de griffioen Dick Roodenburg Meestal mijd ik musea. Kunstvoorwer pen verliezen aan waarde zodra ze in rijen van meer dan één uitgestald han gen of liggen. Dat ontaardt al gauw in een snelle wandeling door een bos waarin je de bomen niet meer onder scheidt. Over de tentoonstelling Het rijk der Scythen ging echter het gerucht dat er een griffioen te zien zou zijn. Als v u verslaggever moet je daar natuurlijk op af. Welnu, de liefhebber zal niet teleur gesteld worden: adelaargriffioenen, leeuwegriffioenen, een drakegriffioen en een griffioen met ramshoorns. N ooit geweten dat er zoveel soorten beston den. D e Scythen waren een nomadenvolk dat tussen 700 en 300 voor Christus het gebied van de Zwarte Zee tot Mongolië beheerste. Ze hadden zelf geen schrift, maar zijn door de Griekse geschiedkundige Herodotus in de vijfde eeuw voor Chr. uitvoerig beschreven.
Cultuur Hij schetst een beeld van een oorlogs zuchtig ruitervolk met wrede gewoon ten. Ook in de bijbel waarschuwt de profeet Jeremia voor het volk dat 'je oogst opvreet en je zonen en dochters verslindt'. Toch laat Herodotus zijn be wondering voor de heldhaftige Scythen duidelijk merken. Met gepaste ^afschuw beschrijft hij de begrafenisrituelen, waarin mensenoffers een belangrijke rol spelen. En ruim tweeduizend jaar later mocht het weldenkende N ederlandse volk in het tvprogramma van Sonja Barend meegruwelen. Een van de orga
%
Griffioen op zadeldek, vilt
II % './ :
Stafbekroning met leeuwe griffioen, brons, 1 5 , 5 cm hoog nisatoren van de Scythententoonstel ling vertelde over de gewoonte om een jaar na de dood van de koning vijftig dienaren met paarden te doden en die als bewakers bij het graf neer te zetten, met een stok via de rug van de ruiter door het paard, om het zaakje overeind te houden. En Sonja kon maar niet begrijpen dat die wrede mensen zulke mooie dingen hadden gemaakt. Want de collectie die de N ieuwe Kerk in bruikleen heeft van de Hermitage te St. Petersburg, laat prachtige voorwerpen zien. Het zijn voor het overgrote deel ruiterattributen en paardetuig, meestal van goud, maar
f'
Hoofdtooi van paard met adelaarsgriffioen, hout, 0 1 2 , 7 cm
Griffioen kop van paardetuig, hout, 5 , 5 cm hoog
ook van hout en zelfs stof Op de ten toonstelling wordt overigens niet dui delijk waar die Scythen al dat goud vandaan haalden, goudmijnen zijn nooit gevonden. Eeuwenlang bleven de schatten bewaard in de Scythische graf heuvels, de koerganen, waarin de stam hoofden met hun vrouwen en dienaren werden begraven. De bij de tentoon stelling draaiende video is dan ook ge sponsord door een uitvaartvereniging. De Siberische kou zorgde voor een goede conservering van de koerganen. In 1716 kreeg tsaar Peter de Grote een paar gouden sieraden onder ogen. Hij vaardigde meteen een verbod uit om de voorwerpen om te smelten tot die tijd zeer gebruikelijk en legde een verza meling Scythische kunst aan die de basis vormde voor de huidige collectie van de Hermitage. H e t meest indruk wekkend vond ik zelf de getatoeëerde huid van een volgens het bijschrift zestigjarige man. Erg bijdetijds zijn ver der de hasjbuidels die de Scythen blijkbaar bij zich droegen. Je moet toch
wat, de hele dag in de kou op zo'n paard. Zo vreemd is het natuurlijk niet, die combinatie van wrede gewoontes en verfijnde kunstuitingen. D e Scythen waren natuurvolken en moesten zien te overleven. Tegen mensen kun fe vech ten, maar de natuur moet je bezweren. In de afbeeldingen komen veel voor stellingen voor van jachttaferelen, waar in het recht van de sterkste geldt. En je bent wat je eet: de leeuw neemt de krachten van zijn prooi over door deze op te vreten, de mens overwint de ziel van zijn tegenstander door zijn bloed te drinken. Het centrale thema van de kunst van de Scythen is de dierenwe reld. Deze dieren hadden naast een de coratieve functie vooral een magische betekenis: ze behoedden de drager voor tegenslagen of boze geesten. Vaak wer den de lichaamsdelen van verschillende dieren met elkaar gecombineerd, om de magische kracht te vergroten. De grif fioen is het bekendste voorbeeld van deze zoömorfe metamorfose. D e combi
natie van leeuwelichaam met adelaars kop, vleugels en soms ramshorens stond bij de Scythen voor onoverwin nelijkheid en kracht. Op de tentoonstelling zijn zo'n vijftien griffioenen te zien, afgebeeld op stafbe kroningen, op paardetuigelementen, op oorhangers, op een edelsteen en op een zadeldek, gemaakt van been, brons hout, goud of vilt. D e verwantschap met hun verre vuneef is niet te looche nen: die karakteristieke snavelkop en di vier poten met leeuweklauwen zijn dui delijk herkenbaar. D e vleugels blijken in de loop der eeuwen echter geëvolu eerd van soms korte stompjes tot de spanwijdte die nodig is om je op de vijf tiende verdieping van het vuhoofdg' bouw te wagen. Maar het belangrijkste verschil is dat de griffioenen van de Scythen vooruitblikken, terwijl die van de vu naar achteren kijkt. Alsof hij zicli afvraagt waar zijn soortgenoten geble ven zijn. Het rijk der Scythen, tot en met 10 april m de Nieuwe Kerk op de Dam te Amsterdam, elke dag van 10.00 tol 18.00 uur. Informatie: 6386909.
Hil in < de sch is e be2 TE( Hil be2 V0(
rise me var bei cia dei Hij zot stu
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's