Ad Valvas 1993-1994 - pagina 536
AD VALVAS 9 JUNI 1994
PAGINA 16
Zij wel
Pieter Vonck
De nestwarmte van een woongroep
Studeren is een race tegen de klok geworden. Vroeger kon je rustig aan het studentenleven wennen, aan die totaal andere manier van leren dan je op de middelbare school gewend was. Nu moet je van het begin af aan veertig uur in de week werken, anders volgen er maatregelen. Wie geen discipline bezit, kan een titel wel vergeten. Studenten die gestresst raken door opjagende docenten, moe ten voor de grapeens vragen hoeveel tijd meester of juf zelf nodig heeft gehad. Talloos zijn de doctorandussen van middel bare leeftijd die 7, 8 soms zelfs 9 jaar over hun studie deden. De politici die voor het krimpen en verkrampen van de universi taire studies verantwoordelijk zijn, hebben zelf wel lekker ge middeld zes jaar gestudeerd. Voormalig onderwijsminister Deetman deed er een jaar korter over, evenals Lubbers. Maar de grote afknijper in persoon, Rit zen had langer nodig. Onze rec tor magnificus deed zesenhalf jaar over z'n studie, maar wel cum laude, net als Hirsch BaUin. Door iemand als Hedy d'Ancona zou ik me als student evenwel nooit iets aan de neus laten han gen: acht jaar hing ze rond aan de universiteit voor ze klaar was. De nieuwe burgemeester van Amsterdam heeft ook acht jaar gestudeerd, maar daarin twee studies afgerond. De grootste studiebol is onbetwist Bolkes tein: twaalf jaar was hij student, waarin hij titels haalde in wis en natuurkunde, filosofie, Grieks en economie rechten. De helft van de tijd in combinatie met een voUe baan. Het kostte wei nig: in zijn tijd kreeg je na het behalen van een titel verder vrij stelling van betaling van college geld. De sobere Kok is de enige die vroeger al in het moderne profiel paste: op z'n tweeëntwintigste zwaaide hij af van Nijenrode en nam een baan.
Wonen In Amsterdam vergt enige creativiteit van de vustudent. De kamermarkt zit potdicht, de wachtlijsten groeien en de huurprijzen stijgen navenant. Toch lukt het veel studenten aan de zo begeerde woonruimte te komen, variërend van corpshuis tot woonboot, van houten keet tot grachtenpand. In deel dertien van de studentenhuisserie vertellen bewoners van de woongroep aan de Marnixstraat over hun 'sof te en idealistische' gemeenschapsleven. E en van Da en "Passie. Wat is het en wat betekent het voor mij?" Marcel Elsenaar (27), stu dent theologie legt in bloemrijke be woordingen aan zijn medebewoners uit waarom passie zo'n vruchtbaar begrip voor hem is. De meesten luisteren aan dachtig en bewogen naar zijn verhaal, behalve de 18jarige studiegenoot van Marcel, Pieter Boersma. Van achter zijn hand gniffelt hij om de voor hem zwevenge woorden. Als jongste inwoner moet hij nog wen nen aan deze dagelijks terugkerende overweging na de maaltijd. Het is een van de rituelen die regelmatig worden uitgevoerd door de negen bewoners van woongroep Marnixstraat. Op tafel staat een grote familiepan waarin nog een laatste restje van de ve getansche rijstmaaltijd zit. Op het aan recht staat een metershoge afwas van lege rabarber, meloen en aardbeien schaaltjes. Zes borden. Zes glazen. Vier pannen en drie handen vol bestek. AI ruim een uur van tevoren was bewo ner Syb de Lange (64), studentenpas tor van de vu en de kok van vandaag, bezig met het klaarmaken van het ge recht. Vandaag eten van de negen be woners vijf mensen mee. Klokslag kwart over zes komen zij vanuit alle hoeken van het huis opeens te voor schijn en schuiven al groetend bij el kaar aan tafel. Voordat het eten wordt opgeschept wisselen de bewoners in leeftijd variërend van 18 tot 64 jaar de laatste ditjes en datjes uit. Aansluitend wordt er gebeden. "Voor de mensen die vanavond alleen moeten eten." Woongroepen worden vaak als 'soft en alternatief bestempeld. Dit clichébeeld klopt aardig voor de leefgroep aan de Marnixstraat, beaamt bewoner Marjan ne Tamminga (22), vustudente psy chologie. "We zijn samen vreselijk soft, socio en te idealistisch. We weten bijna alles van elkaar. Maar we zijn wel kin
deren van deze tijd. Als individualisten stellen we eisen aan onze eigen vrijheid. We gaan elk ons eigen gang." Als eerstejaars student had Marjanne drie jaar geleden geen zin om als eenza me kluizenaar op een zolderkamer te moeten leven. Een woongroep moest uitkomst bieden. De bescherming en veiligheid van vader en moeder thuis? "Nee hoor", lacht ze, "een woongroep is geen verlengstuk van nestwarmte. Ik wilde graag zelfstandig zijn, maar niet alleen. Toen ik nog thuis woonde, we waren met z'n zessen, zag ik het al als ideaal om in een grote stad als Amster dam samen met anderen een gemeen schapsleven op te bouwen." Dit zogenaamde gemeenschapsleven leerde ze voor het eerst kennen tijdens een verblijf van vijf maanden in een klooster in Taizé m Frankrijk. Daar raakte ze in de ban van de onderlinge solidariteit, de stilte en de regelmaat die de mormiken en de gasten met el kaar deelden. "Ik vind het mooi dat we net als in het klooster ook in dit huis met elkaar een plek kunnen creëren waar veel dingen tegelijkertijd plaatsvmden. Ik kan bij voorbeeld studeren terwijl een ander voor mij kookt. Het voordeel hiervan is dat ik door de samenwerking tijd win, waardoor ik later weer ruimte overhoud om iets voor een ander te kunnen bete kenen. Op die manier leer je voor ie dereen levensruimte te scheppen", zegt de vustudente met zachte stem. Ter wijl ze rustig de juiste woorden zoekt, fronst ze telkens haar voorhoofd en kijkt ze peinzend de lucht in. Net als in een klooster biedt de woon groep gastvrijheid aan mensen m nood. "We hebben hier twee kamers om bij voorbeeld vluchtelingen, gescheiden vrouwen of mannen of psychiatrisch hulpbehoevenden onderdak te bieden. Ik probeer voor hen klaar te staan als ze er om vragen. Dat geeft me een fijn ge voel."
Marjanne Tamminga is na haar verblijf m het klooster met meteen in een woongroep gaan wonen. Eerst leefde ze samen met een vriendm op een etage. Dat beviel haar uiteindelijk toch niet. "Ik vond het erg lastig dat ik iedere keer de deur uit moest om mensen te kunnen zien. Van het op visite gaan bij een vriend tot het bezoeken van het studentenpastoraat. Urenlang was ik als eenling onderweg." Nu ze in een woongroep leeft, hoeft dat tot haar genoegen nauwelijks meer. "Doordat alles in één ruimte plaats vmdt, heb ik mijn balans gevonden." Een ander voordeel van een woongroep is volgens haar de "vorming van je per soonlijkheid". "Als je als student alleen op kamers woont, toets je je eigen ka rakter minder goed en leer je mmder goed hoe je je moet aanpassen." 'Pasja' Syb de Lange luistert ademloos naar zijn huisgenoot. Met zijn noncha lante kruUebol, vaalgnjze joggingbroek, knalroze gympies en gele streepjesblou se is hij in dit huis het prototj^e van de woongroepbewoner. Zijn verfomfaaide uiterlijk komt over een met de inrichting van zijn kamer. Overal liggen boeken (voornamelijk
kunst en theologie). De bundels bedek ken de hele wand, een paar liggen opengeslagen op het versleten Perzi sche tapijt. Half afgebrande kaarsen staan er her en der tussen opgesteld. Op de lamp zijn oude foto's geplakt, waarop hij samen met zijn inmiddels volwassen dochter staat. Een bijbel ligt opengeslagen bij de tekst van Jesaja 19. Het IS de tekst die de bewoners van avond zullen overdenken tijdens hun wekelijkse meditatie in de kapel, in de nok van het huis. Deze meditatieruimte, van zeven bij acht meter, neemt verreweg het groot ste deel van het huis in beslag. Midden in de smetteloos lichte kamer liggen acht kussens keurig in een cirkel. Op de grond staat verder een icoon van Abra ham met twee engelen. Een metershoge kaars herinnert nog aan Pasen. En weer ligt er de bijbel. Syb de Lange: "Medi tatie zorgt voor een dagelijks ritme. Ik houd van vaste regels. Die geven mij houvast in het leven."
In veel restaurants wordt van de gasten verwacht dat ze de juiste combinatie Itiezen tussen voor hen onbekende wijnen en onbeltende gerechten (Proefschrift A. Hidding)
A-^
overal.--
SELJVIA SCHEPEL
Wie denkt dat de VCSA een zwaar y|f|. \ christelijke club *'* is voor bidden de, bijbelende, belijdende stu denten, heeft slechts ten dele gelijk. In het saaie verenigingsblad van de vcSA, Rook signaal, ontpopt een deel van de vcsAers zich als blije bierdrinkers met slechts één zorg: hoe overleven we de stakingen bij Heineken. "Dreigende berichten dat de voor raden in kroegen, sUjterijen en su permarkten nog maar voor twee weken toereikend zouden zijn", schrijft het 'bierdrinkersgilde', "dwongen ons bierloze zondagen in te stellen." Inmiddels draait Heineken weer en vloeit het bier als vanouds. Mis schien is dat wel de oorzaak van de dronkemanstaai die Rooksignaal enkele pagina's verderop publiceert onder het kopje 'Spreekwoorden en gezegden': "Het is vrijwel onmoge lijk de fakkel van de waarheid rond te dragen in een menigte zonder daarbij iemands baard te schroei en." En: "Door de wegen De Weg niet meer zien." De Weg met hoofdletters, het hoge woord is eruit. Het roept associa ties op met de christelijke 'grond slag', waarmee men zich nog altijd akkoord moet verklaren om zich vcsAlid te mogen noemen. T erwijl een deel van vcsAers op zoek blijft naar de Weg, neemt een steeds gro ter aantal leden het glas ter hand, onder het motto dat de vcsA een gezeUigheidsvereniging is. Uit een enquête onder de leden blijkt dat inmiddels 33 procent van de onder vraagden gezelligheid belangrijker vindt dan de christelijke vorming. Nog eens 59 procent denkt dat het christelijke karakter van de VCSA inmiddels wel zwaar genoeg is aan gezet. Zo'n 37 procent vindt daar entegen dat het geloof wel wat extra aandacht mag krijgen. De VCSA lijkt daarmee een moeilijke koers te varen in de woelige wateren tussen Scylla en Charybdis, tussen bier en god. (EE)
F4
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's