Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 126

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 126

14 minuten leestijd

A D V A L V A S 2 1 OKTOBER 1993

PAGINA 6

Doctorandus verdient evenveel als doctor D e enige g o e d e r e d e n o m e e n proef­ schrift t e schrijven is i n t e r e s s e in o n ­ d e r z o e k of e e n u n i v e r s i t a i r e l o o p ­ b a a n . V o o r e e n flitsende m a a t ­ schappelijke c a r r i è r e zal d e d o c t o r s ­ titel n i e t z o r g e n . D a t blijkt u i t e e n e n q u ê t e o n d e r a f g e s t u d e e r d e n in vier v a k g e b i e d e n . E e n d o c t o r a n d u s e n e e n d o c t o r v a n dezelfde leeftijd s t a a n o p d e a r b e i d s m a r k t e v e n sterk. M a a r : a f g e s t u d e e r d e n u i t d e tweefa­ s e n s t r u c t u u r zijn n o g n i e t in h e t o n ­ derzoek betrokken. Frank Steenkamp "Een promotie verlicht niet duidelijk de weg naar het grote geld ­ laat staan naar de directiekamer." Zo vatten de onderzoekers h u n bevindingen samen. Zoals te verwachten viel, belanden de 'doctoren' wel vaker op de universiteit of bij onderzoeksinstellingen. Maar daarbuiten hebben ze in de meeste vak­ gebieden geen streepje voor. N a ruim tien jaar werkervaring verdient een ge­ promoveerde gemiddeld hetzelfde als een gewone academicus. Wel is hij iets minder vaak werkloos. Het rapport De meerwaarde van een promotie van het Leidse bureau Research voor Beleid gaat over 3762 academici die tussen '73 en '87 afstudeerden op vier terrei­ nen: scheikunde, biologie, economie en sociologie/politicologie. D e responden­ ten lezen het gratis tijdschrift In terme­ diair. D a t verklaart ook waarom men­ sen ouder dan 45 of uit alfa­ disciplines in het onderzoek ontbreken: die groe­ pen vallen buiten het bereik van In ter­ mediair. Gepromoveerd was een kwart van alle respondenten. Gemiddeld blijken ze even oud als de niet­gepromoveerden (38), maar ze zijn wat sneller afgestu­ deerd en iets eerder aan werk gekomen. Daardoor hebben ze anderhalfjaar meer werkervaring. En dat tijdsverschil is de hoofdreden waarom de gemiddel­ de doctor bruto zo'n 600 gulden per maand meer verdient. H e t promoveren

zelf brengt geen salariswinst. Bij socio­ logen en politicologen geldt zelfs het omgekeerde: ondanks een jaar extra er­ varing verdient een doctor daar gemid­ deld hetzelfde als een doctorandus: 7200 gulden per maand.

Laboratoria Niet­gepromoveerden kwamen volgens het onderzoeksrapport in een breder scala van functies terecht, van leraar of beleidsmedewerker tot produktieleider of automatiseerder. Maar het gemid­ delde niveau van deze functies is niet lager dan dat van de gepromoveerden. Wie een staf­ of directiefunctie am­ bieerde, had er weinig aan om vier jaar in een wetenschappelijk proefschrift steken. Alleen de doctor in de econo­ mie heeft iets meer kans om in een bankdirectie te komen dan de docto­ randus. Maar bij sociologen en politi­ cologen geldt in hoge mate het tegen­ deel: van de doctorandussen heeft 14 procent een directiefunctie, van de doc­ toren niet meer dan één procent. Dat lijkt een verklaring voor het lagere sala­ ris van de laatsten. Wel nuttig is het proefschrift voor een loopbaan in onderzoek of onderwijs. Want de meeste doctoren maken een loopbaan waarin de wetenschap cen­ traal staan. En dat is precies de reden waarom 70 procent van hen een meer­ waarde in de doctorstitel ziet. Per vakgebied zijn er uiteraard verschil­ len. Bij de sociale wetenschappers vor­ men de doctoren een kleine en vaak pas later gepromoveerde minderheid van krap 10 procent. H u n domein is de universiteit; de helft van hen vindt er werk. Verder komt tien procent terecht bij andere onderzoeksinstituten. Docto­ randussen belandden veel minder vaak in de wetenschap. Maar bij overheid, bedrijfsleven en scholen kwamen ze even goed of beter terecht dan gepro­ moveerden. Bij de bèta's valt de grote rol van de re­ search op. Van de chemici is maar liefst de helft gepromoveerd. Daarmee werd voldaan aan de vraag van de industrie:

De VU in cijfers

Verltouding werlinemers en studenten

Geldschieters moeten opschieten de helft van alle doctoren in de chemie werkt er, meestal in een onderzoekslab. Van de rest bleef de helft op de univer­ siteit. O p beide plekken zijn doctoran­ dussen in de minderheid. Maar elders in onderwijs, bestuur en bedrijfsleven domineert de doctorandus. Voor bio­ logen geldt in mindere mate hetzelfde: een op de drie afgestudeerden promo­ veerde. Zeventig procent van hen werkt op de universiteit of een onderzoekslab. Opvallend is dat ook hier de chemie (gevolgd door de voedingsindustrie) een belangrijke werkgever is. De doct­o­ randussen zijn opnieuw vooral in het onderwijs, de produktie en het beleid te vinden. Op de werkloosheid onder doctoren en doctorandussen gaan de onderzoekers niet uitgebreid in. Uit hun resultaten blijkt wel dat gepromoveerden al direct na hun afstuderen makkelijker aan de slag kwamen en ook n u minder vaak werkloos zijn. D a t verschil is het sterkst bij de exacte vakken. E n wat betekent dit alles voor de huidi­ ge aio's? Een lastige vraag, vindt onder­ zoeksleider ]. de Jonge, zelf doctoran­ dus. Door het aio­stelsel kan het aantal gepromoveerden op de arbeidsmarkt de komende jaren aanzienlijk toenemen. "Als dat inderdaad gebeurt, krijgen de doctoren het moeilijk." Want de banen waardvoor de doctorstitel per traditie entreebewijs is, zijn door de economi­ sche teruggang dun gezaaid. Gepro­ moveerde aio's en oio's moeten nu voor het eerst op grote schaal met doc­ torandussen concurreren om 'gewone' academische banen. Hoe dat afloopt, valt op grond van het rapport van Research voor Beleid niet te voorspellen. Het onderzoek gaat im­ mers niet verder dan de afgestudeerden tot 1987. De oogst van de tweefasen­ structuur kwam daarna en krijgt pas nu zijn eerste recessie­test. En niemand weet welke keus werkgevers maken als er zowel een ruim aanbod is aan piep­" jonge afgestudeerden als aan meer ge­ rijpte doctoren.

Gamma Gezondheid

Bèta

Rechten

Letteren

In verhouding met het aantal studenten werken bij de bèta­wetenschappen de meeste mensen. Natuur­ en sterrenkunde spant de kroon: per student is hier 0,7 werknemer voltijds in dienst. Dat betekent dat voor tien studenten gemiddeld zeven personen voltijd aan het werk zijn. Vooral het aandeel OBP, ondersteunend en beheerspersoneel, is hier groot. Ook bij de sector gezondheid (geneeskunde, tandheelkunde en bewegingsweten­ schappen) werken relatief veel mensen. Vooral tandheelkunde, waar per student 0,58 werknemer in dienst is, springt er hier uit. In deze sector werkt relatief meer WP, wetenschappelijk personeel. Vooral bij economie (0,05 voltijds werknemer/student), sociaal­culturele weten­ schappen (0,07) en rechten (0,07) geldt het omgekeerde: tegenover een groot aantal studenten staat hier maar een beperkt aantal medewerkers. De sector gamma komt boven de 0,1 werknemer per student uit door hoge scores van wijs­ begeerte (0,33), godgeleerdheid (0,20) en psychologie en pedagogiek (0,15). (PBJ Graphic Roelie Fopma/Ad Valvas

Peter Boerman H o e lang is het rechtvaardig dat een schuldeiser een schuldenaar op een be­ paalde rechtsvordering kan aanspre­ ken? D a t is de vraag waarop de disser­ tatie Bevrijdeifde verjarin g van mw m r M . W . E Koopmann zich richt. Wie bij­ voorbeeld één keer zijn huur is verge­ ten te betalen, hoeft na vijfjaar wach­ ten al niet meer te betalen, mits zijn huisbaas er voor die tijd al geen werk" van heeft gemaakt. Verjaring is wat anders dan verval, wat ook uitgebreid in het proefschrift aan de orde komt. Verjaart een bepaalde vordering, dan blijft deze wel bestaan, maar kan je er alleen niet meer op worden aangesproken. O m bij het voorbeeld van de huisbaas en de huur­ der te blijven: besluit de huurder na bijvoorbeeld zeven jaar toch nog die ene maand huur te betalen, dan kan hij als hij daar later spijt van krijgt niet meer de huisbaas voor de rechter sle­ pen om zijn geld terug te vragen. Bij een vordering die vervallen is, ligt dat anders. De rechter redeneert dan dat de vordering nooit bestaan heeft zodat de burger gewoon zijn geld terug zou kunnen krijgen. Verval kan zodoende automatisch in werking treden, in te­ genstelling tot verjaring. Daar moet de schuldenaar zelf om vragen. Koopmann werkte voordat ze met haar proefschrift begon al aan de facul­ teit der rechtsgeleerdheid van de vu, waar ze veel onderwijs verzorgde. T o e n ze toevallig een artikeltje las in een vervoersrechterlijk tijdschrift, waarin gezegd werd dat gelijk hebben niet altijd gelijk krijgen hoeft te beteke­ nen, leek haar dat een mooi onderwerp

voor een proefschrift."Soms dacht ik: waar ben ik aan begonnen?" vertelt Koopmann. "Als ik toen had geweten wat ik n u weet, had ik het weer gedaan hoor, maar ik had er toch beter en lan­ ger over nagedacht. Gelukkig heeft de komst van de computer het schrijven van een dissertatie wel een stuk een­ voudiger gemaakt. Ik denk dat dat me zeker een jaar gescheeld heeft." D e verkorting van de oude veqarings­ termijnen komt de rechtszekerheid ten goede, meent Koopmann, die zoveel mogelijk aanknoping heeft gezocht bij de verandering van oud naar nieuw burgerlijk wetlaoek. Nadeel van de nieuwe wetgeving is echter wel de complexiteit ervan. Vroeger was de re­ geling veel eenvoudiger, zodat er n u waarschijnlijk wel vaker rechtspraak over dit onderwerp zal verschijnen. "Dit zal niet tot veel nieuwe rechtsza­ ken hoeven te leiden", meent Koop­ mann. "Maar het zal wel vaker een rol gaan spelen in rechtszaken die om an­ dere redenen zijn aangespannen. Wij lopen hierin in Nederland ook duide­ lijk voorop in vergelijking met de ons omringende landen. D a t vind ik wel goed. Er wordt immers ook in andere EG­landen al jarenlang gepleit om de verianngstermijnen in te korten." Het nieuw burgerlijk wetboek kent verschillende regelingen voor verja­ ringstermijnen. In veel gevallen geldt een vijfjarige termijn, maar de wetge­ ver kan hier soms van afwijken. Ook zijn er vaak overlappende termijnen nodig. Zo gaat bij milieuzaken de vijf­ jarige termijn pas lopen als de dader én de schade van een geval bekend zijn. Maar vóór die tijd gaat een over­ lappende termijn van dertig jaar lopen vanaf het moment dat de schadever­ oorzakende gebeurtenis plaatsvond, zoals een lozing. Zo wordt voorkomen dat een rechtsvordering helemaal niet of pas laat verjaart als de dader niet of in een laat stadium bekend wordt. Mw mr M W E Koopmann, Bevrijdende verjanng Han delseditie serie recht en praktijk nr 69 ISBN 90 268 2477 7

Honderd jaar literaire nijverheid Coen van Basten

Economie

W i e n o g geld v a n i e m a n d krijgt, m a a r d a a r al g e r u i m e tijd o p wacht, m a g wel haast m a k e n . M e t de invoering van het nieuw bur­ gerlijk w e t b o e k zijn d e m e e s t e verjaringstermijnen i m m e r s dras­ tisch i n g e k o r t .

De auteur van Geschieden is van de Ne­ derlandse literatuur tussen 1885 en 1985 vond het tijd worden voor een overzicht van de Nederlandse literatuur. "Het is idioot dat er niet meerdere boeken over bestaan. D a t zou gezond zijn voor het vak. Maar mensen durven tegenwoor­ dig hun nek niet meer uit te steken." Prof dr T o n Anbeek, docent moderne Nederlandse letterkunde in Leiden, durfde dat wel. "Na het overlijden van m ' n collega Harry Scholten n a m ik diens college's over. In dertien u u r moest ik studenten een overzicht geven van de moderne tijd. T e r voorbereiding hiervan schreef ik zo'n 150 pagina's tekst. Dat is de basis geweest voor mijn boek. Vervolgens groeit zoiets verder uit, geef je het meer vlees alvorens het publikabel wordt." D e meeste mensen die jarenlang onder­ zoek doen in de Nederlandse letterkun­ de concentreren zich volgens Anbeek slechts op losse teksten. "Ze durven geen grote verbanden te leggen, zoals dat in mijn boek het geval is. Door ver­ banden te leggen, steek je je nek uit. Maak je jezelf kwetsbaar. Critici kun­ nen je aanvallen. En dan kun je in een lastige positie geraken." Anbeek bevindt zich vooralsnog niet in een dergelijke positie. Hij schreef reeds eerder Na de oorlog, over de Nederland­ se literatuur van 1945 tot 1960. Vier jaar erna, in 1990, verscheen de Ge­ schiedenis van de Nederlandse literatuur. "Al drie decennia wordt er door neer­ landici geklaagd over Knuvelders vier­ delige Han dboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkun de, schrijft Anbeek in het voorwoord. "Toch hebben al die bezwaren nog steeds niet geleid tot een adequate vervanging van dit eenmans­ werk. Wel zijn er heel wat artikelen ver­ schenen over hoe een goede literatuur­ geschiedenis eruit zou moeten zien. Maar die theoretische inspanning heeft

Elke studierichting kent handboeken die jaar na jaar op de boekenlijst staan. Waarom gebruiken de docenten ze, wat staat erin en wat vinden de studenten van deze verplichte kost?

Het HAND boek Deze week het handboek Geschiedenis van de Nederiandse literatuur tussen 1885 en 1985 voor studenten Nederlands.

het eigenlijke handwerk niet gestimu­ leerd ­ eerder het tegendeel lijkt waar. Want wie gaat nadenken over litera­ tuurgeschiedschrijving raakt al gauw overdonderd door de immense taak die de literatuurhistoricus op zich neemt: hoe zal men ooit op een verantwoorde manier de tientallen literaire teksten die in een bepaalde periode verschenen zijn plus de honderden, artikelen over die teksten kunnen verwerken tot één lo­ pend verhaal?"

Helder Dr Ad Zuiderent, docent moderne let­ terkunde op de letterenfaculteit van de vu, vindt Anbeek er een goed verhaal van heeft weten te maken. Hij gebruikt

Anbeeks boek in het eerste jaar. "Het is een mooi, helder, samenhangend ver­ haal over de Nederlandse literatuur. Je krijgt een behoorlijk overzicht." In februari verscheen een nieuwe hand­ boek over de Nederlandse literatuur en geschiedenis. "Het boek behandelt de middeleeuwen tot en met het heden", legt Zuiderent uit. "Maar het is door een heleboel personen geschreven. J e krijgt te maken met losse hoofdstukken, data's en kwesties. Een schatkamer waar je de weg niet in kunt vinden." D u s Anbeeks boek, 300 pagina's a vijf en vijftig gulden, is hét juweel? "Een nadeel is dat hij zich sterk richt op de hoofdlijnen", meent de vu­docent. "Wat nieUn zijn verhaal past, staat niet in zijn boek. D e Vlamingen staan er niet in. En een schrijfster als Hella Haasse of een dichter als Leo Vroman wordt nauwelijks genoemd. Terwijl Reve en Mulisch uitgebreid aan bod komen. Eigenlijk is Anbeeks werk meer een inleiding dan een handboek", con­ cludeert Zuiderent. "Want in een handboek verwacht je een evenwichtige verdeling van de aandacht." In de komende druk (dit is de derde) belooft Anbeek zijn boek aanzienlijk uit te breiden. "Er komt een systematische vergelijking met de Vlaamse literatuur bij. En een aantal auteurs die ik niet of marginaal behandel worden vermeld." Studenten vinden het boek van Anbeek OK. "Beter dan dat van ICnuvelder. Daar stonden soms rare dingen in, die gecorrigeerd moesten worden. Irri­ tant." Zuiderent is dat met z'n studen­ ten eens. "Anbeeks boek is eigenlijk een uitgeschreven collegereeks. H a n ­ dig. Hij geeft nuanceringen aan. Je zou het ook een handboek nieuwe stijl kun­ nen noemen. D a t graaft weliswaar min­ der diep, maar een nieuw soort oplei­ ding vraagt om een nieuw type hand­ boek."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993

Ad Valvas | 552 Pagina's

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 126

Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993

Ad Valvas | 552 Pagina's