Ad Valvas 1993-1994 - pagina 311
il 1994 \B VALVAS 10 FEBRUARI 1994
PAGINA 1 1
'Lui, laks en arbeïdsschuw' 3p de ir de en, leTioede niet norm larVO ner
üitstelgedrag studenten heeft niets met faalangst te maken Niet met ze gaan )raten. Nooit proberen ie te begrijpen. Begrip is l<oren op de molen \ian liet uitstelprobleem." Voor )romovendus Harry Schouwenburg is het nmiddeis duidelijk dat chronisch uitstelgedrag bij studenten een kwestie van karakter is. Te genezen is het niet, maar het aanleren van 'domme boerenslimheid' kan wel uitkomst bieden. En met faalangst . ieeft het allemaal liets te maken.
Een potje biljarten is een stuk leuker dan uren met de neus in boeken zitten Ellis Ellenbroek e doen het op grote schaal. Onze belastingpapieren blijven liggen tot de ondag voor de deadline, de afwas blijft e afwas of het strijkgoed stapelt zich op tot ongekende hoogte. T o c h staat het woord 'uitstelgedrag' niet in Van Dale. In het Amerikaans-Engelse taalgebied hebben ze er wel een naam voor: procrastination. De Groningse promovendus Harry Schouwenburg onderzocht de meest bekende vorm, de 'academie procrastination', zeg maar het uitstellen in schoolsituaties, en dan met name het uitstellen door universitaire studenten. Hoe kan het toch dat die bij bosjes 'The bold and the beautiful' en 'Oprah iWinfrey' kijken, gaan stappen of koffie ijJrinken terwijl ze boven de boeken zou' den moeten zitten? Of dat ze h u n syllabi pas kopen als de colleges allang begonnen zijn, of zich op het laatste nippertje inschrijven voor een tentamen? "Van studenten zou je denken dat die de leeftijd des onderscheids hebben en rationeel kunnen omgaan met h u n tijd en energie. T o c h doen ze dat niet, dat verbaast en verbijstert", aldus Schouwenburg, als psycholoog verbonden aan .de afdeling Studieondersteuning van de Universitaire Gezondheidsdienst van de Groningse Rijksuniversiteit.
I Vuilnisbakkenbegrip In zijn proefschrift Uitstelgedrag bij stu' denten, waarop hij eind vorige maand promoveerde, verfijnt Schouwenburg ^ e t begrip procrastinatie. "Ik vond dat ften beetje een vuilnisbakkenbegrip", ^ e g t hij. In de weinige literatuur die erover is wordt al het uitstellen over een ^kam geschoren. Schouwenburg maakt echter onderjscheid tussen uitstelgedrag en uitstelneiging. Uitstellen op zich hoeft geen ' reden te zijn voor paniek. Iedereen bezwijkt van tijd tot tijd voor de natuurlij|ke neiging een concurrerende korte ternijn-activiteit te verkiezen boven een verder in de toekomst gelegen belang[rijker doel. "Soms zijn er zelfs hele feoede redenen voor om dingen uit te f'stellen", aldus Schouwenburg, "dan is er natuurlijk helemaal geen probleem." Problematisch wordt het als er sprake is Lvan een voortdurend niet te onderdrukp n neiging die onverantwoord vaak tot uitstelgedrag leidt. Aristoteles zag dat
als een vorm van wat hij 'akrasie' of wilszwakte noemde. Hoe goed iemand zijn natuurlijke neiging tot uitstellen kan bedwingen hangt af van de mate van zijn zelfbeheersing. Die wordt, stelt Schouwenburg die zich daarbij baseert op schattingen uit de erfelijkheidspsychologie, voor de ene helft door ons karakter bepaald en voor de andere door onze opvoeding. "Ouders leren h u n kinderen nog steeds hun directe behoeftebevrediging uit te stellen. Dat ze bijvoorbeeld even moeten wachten met eten." Naast karakter en opvoeding komt het bij zelfbeheersing aan op slimheid. " D o m m e slimheid wel te verstaan. Trucjes. Een mooi voorbeeld in dat verband is Odysseus die zich aan de scheepsmast liet vastbinden toen hij langs de Sirenen moest. Die waren zo aanlokkelijk, zo onweerstaanbaar en zo dichtbij. Maar het grote doel, de thuiskomst was er ook."
Smoes Chronisch uitstelgedrag bij studenten wordt in de literatuur nogal eens in een adem genoemd met faalangst. Schouwenburg meent dat de angst om af te gaan vaak wordt gebruikt als smoes om achteraf uitstelgedrag te vergoelijken. Faalangst geeft tenminste nog recht op medelijden. "Het is sociaal acceptabeler. Als je het hebt ben je zielig, niet slecht. Dat ben je wel als je zegt: ik kon de neiging niet weerstaan steeds tv te blijven kijken." Schouwenburg vindt dat studieadviseurs en andere hulpverleners zich vooral niks op de mouw moeten laten spelden door studenten die zich bij voortduring bezondigen aan uitstelgedrag. O m te laten zien dat faalangst en de neiging tot uitstellen twee totaal verschillende dingen zijn haalt hij het Big Five model aan, een door psychologen vrij algemeen geaccepteerd model van gronddimensies waarop karakters van elkaar kunnen verschillen (emotionele stabiliteit, introversie versus extraversie, vriendelijkheid, zorgvuldigheid en openheid van geest). Volgens de promovendus hoort de uitstelneiging thuis op de negatieve pool van de factor zorgvuldigheid, terwijl faalangst is terug te voeren op de factor emotionele stabiüteit. "Ook in mijn empirisch onderzoek vond ik een correlatie van nul tussen
uitstellen en faalangst", aldus Schouwenburg. Tussen 1989 en 1992 werd iedere deelnemer aan een cursus van de afdeling Studieondersteuning van de RUG automatisch betrokken in zijn onderzoek. Verspreid over een aantal rondes waren er in totaal tussen de achthonderd en negenhonderd respondenten. Zij werden aan de tand gevoeld over h u n uitstelgedrag met vragen als "Wanneer heb je je ingeschreven als student en wanneer was je dat van plan?" "Wanneer heb je de studiegids doorgenomen?" "Hoe vaak was je op college?" Ook liet Schouwenburg studenten reageren op stellingen over onder meer faalangst: "Ik ben bang dat bij tentamens al mijn zwakke punten naar voren komen." Of: "Dikwijls kan ik niet in slaap komen omdat ik aan mijn werk moet denken." Studenten konden zichzelf bovendien karakteriseren aan de hand van 190 adjectieven. Studenten met uitstelgedrag kwamen daarbij tot een heel ander rijtje dan h u n faalangstige collega's. Kruisten de eersten onder meer lui, laks, dromerig, sloom en arbeidsschuw aan, de faalangstigen noemden zichzelf gespannen, paniekerig en onzeker.
Studiesucces Schouwenburg beschouwt het ontbrekende verband tussen faalangst en procrastinatie als zijn meest opvallende.resultaat: "Zelfs Albert Ellis, een goeroe op het gebied van de psychotherapie, zegt dat er een verband is. Ik voer aanvankelijk op zijn kompas." De onderzoeker dacht eerst nog dat er iets mankeerde aan zijn steekproef: "Studenten die naar een cursus van Studieondersteuning komen vormen natuurlijk niet zomaar een afspiegeling van de studentenpopulatie." Maar in dat bewustzijn had hij juist ook alle deelnemers aan alle cursussen bij het onderzoek betrokken; dus ook cursisten van meer 'onschuldige' trainingen als 'Spreken voor publiek' of 'Solliciteren'. "Overal en steeds weer vond ik een correlatie van nul. Wat dat betreft zijn de resultaten toch wel robuust. Ik denk ook wel dat ze representatief zijn voor de hele studentenpopulatie in Nederland." Hoe verder men komt in de studie, des te minder uitstelgedrag er is. Enerzijds kan dat een kwestie zijn van selectie, maar het kan ook te maken
Bram de Hollander
hebben met wennen aan, zoals Schouwenburg het noemt, 'de regels van de studie'. D e psycholoog onderzocht ook of er een verband is tussen uitstellen en studiesucces. Dat bleek er inderdaad te zijn. 243 eerstejaars studenten economie kregen eveneens vragenlijsten voorgelegd. "Toen h u n antwoorden werden samengevoegd met hun studieresultaten bleken de studenten die naar eigen zeggen minder uitstelden een tot anderhalve punt hoger te scoren." T o t slot bleek uitstellen, niet verwonderlijk, rechtstreeks samen te hangen met studiemotivatie. "Ik geloof helemaal niet dat voor de meeste studenten het studeren nou zo belangrijk is. JViaar iedereen zweert samen en doet alsof het zo is", zegt Schouwenburg. D e aanpak van studenten die de studie geen lor interesseert is in zijn ogen simpel. "Tegen zo iemand zou ik zeggen: 'Meisje, probeer je ouders gerust te stellen en ga iets anders doen.' Of: 'Zie toch niet zo op tegen die studiefinanciering. Er zijn toch ook auditorenregelingen? Of je gaat later maar een beetje werken. Je kunt net zo lang studeren als je wilt.'" Maar wat te doen met wel gemotiveerde chronische uitstellers? Schouwenburg: "Niet met ze gaan praten. Nooit proberen ze te begrijpen of zoiets. Daarmee ga je alleen maar in op al h u n excuses. Begrip is koren op de molen van het uitstelprobleem. Al die hoe's en waaroms zijn overbodig." Chronisch uitstelgedrag is niet te genezen, wel te beheersen, stelt hij. "De tempobeurs is een mooie maatregel om dat in het groot aan te pakken." Een schoolser systeem met kort op elkaar volgende tentamens kan ook. Maar vooral dienen studenten zelf 'disciplinaire maatregelen' te nemen: "Iemand moet zichzelf, zoals Odysseus, aan die mast binden of zorgen dat iemand hem eraan bindt."
Boerenslimheid "Je kunt de tv de deur uitdoen of je brievenbus dichtspijkeren, dat is boerenslimheid, maar nogal primitief. Ook een studiehokje in de Universiteitsbibliotheek reserveren is een manier om je psychologisch te binden." En natuurlijk hoort het maken van een studieplanning (en het je eraan houden) erbij. Oftewel: 'self control' en 'time management'.
Op Schouwenburgs eigen afdeling staat het maken van een studieplanning centraal in de zevenweekse training 'Effectief studeren'. En een paar jaar geleden werden van de Rotterdamse Erasmus Universiteit het idee van 'studieversnellingsgroepen' overgenomen waar aan 'self control' en 'time management' gewerkt wordt. Vooral bij zo'n studieversnellingsgroep kan een 'procrastinerende student' baat hebben, meent Schouwenburg: "Er worden plannen gemaakt voor de volgende week en die worden achteraf gecontroleerd door de groep.
Vlaggetjes Daarbij worden beloningen uitgedeeld in de vorm van vlaggetjes en straffen in de vorm van minpunten. Wie meer dan zoveel minnetjes heeft mag niet meer aan het feest meedoen. Het zijn kinderachtige procedures, maar op zichzelf wel goed. Afgaan voor de groep is gewoon een goede straf. Bovendien loopt zo'n groep een jaar, waardoor je een relatief grote kans hebt om een opvoedingsgebrek, althans in deze zin, te compenseren." T o c h gaat de promovendus op zoek naar een nog betere remedie tegen uitstellen. "Het mag van mij nog wel strenger. In de studieversnellingsgroep is het al goed als je zegt: 'Ik ga volgende week twee uur studeren', terwijl dat natuurlijk een belachelijk plan is." Onderdeel van een echt effectief middel tegen uitstellen is volgens Schouwenburg in elk geval ook de theorie. "Zo'n studieversnellingsgroep is een pure doegroep. Suf dingen doen omdat de regels nu eenmaal zo zijn. Dat stuit mij eigenlijk tegen de borst. De deelnemers weten waartoe, maar niet waarom ze iets doen. Terwijl dat toch ook bij een academische opleiding hoort."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's