Ad Valvas 1993-1994 - pagina 551
994
)fd
ADVALVAS 16JUNI1994
PAGINA 15
Wat kun je van studiebegeleiding verwachten? Een inhoudelijk verslag van de Dag van liet Onderwijs
'an ter er-
n letlan en
de
Dit is een Info-pagina van het Bureau Bestuursondersteuning
Publiek debat
jOp 1 juni werd voor de tweede keer de Dag van het Onderwijs georganiseerd, ditmaal over het thema studiebegeleiding. Tijdens deze dag hebben de deelnemers diverse workshops gevolgd. Ook waren er presentaties van faculteiten en afdelingen over studiebegeleiding te bezichtigen. De dag werd afgesloten met een publiek debat. Hoewel er een redelijk grote opkomst was van VU-personeel, waren er bij de workshops maar weinig studenten te bekennen. Om de afwezigen toch op de hoogte te stellen van de wijze waarop studiebegeleiding aan de orde is gekomen, volgt op deze info-pagina een omschrijving van de verschillende workshops.
De Dag van het Onderwijs is afgesloten met een publiek debat tussen prof. Boeker (rector magnificus) en Jasper Schouten (lid SRVU-studentenvakbond) over de vraag hoe studiebegeleiding aan de VU vormgegeven kan worden. Boeker stelt dat goede kwaliteit van het onderwijs studiebegeleiding overbodig maakt. Jasper kon zich hier gedeeltelijk in vinden. Hij benadrukte desondanks het belang van studiebegeleiding, omdat die gewenste kwaliteit er eenvoudigweg nog niet is. Een aanwezige in het publiek, de studentenpsycholoog drs C. Claus, sloeg volgens velen de spijker op z'n kop. Volgens hem kun je (zelfs wanneer de kwaliteit van het onderwijs optimaal is) drie groepen studenten onderscheiden: de betere student, de gemiddelde student en de student met studieproblemen. Studiebegeleiding moet zich richten op deze laatste groep studenten.
Boekers visie: Goed onderwijs maakt studiebegeleiding overbodig
len
Peter Wolters - AVC/VU
De workshops Studieadviseur spin in web faculteit I Enige tijd geleden is de Dienst Studentenzaken en -Welzijn (DSW) van de UvA j gestart met een projectgroep studiebegeI leiding. Deze projectgroep heeft een I raamplan opgesteld voor systematische studiebegeleiding. Tijdens de workshop heeft Jacqueline van Zoggel (hoofd DSW) de uitgangspunten van dit beleid nader toegelicht.
Uitgangspunten , l.Studiebegeleiding is gebaseerd op ! 1 kennis van verschiiiende groepen stu• dentèn. Het is belangrijk om door middel van onderzoek kennis te vergaren over verschillende groepen studenten zodat er begeleiding 'op maat' geboden kan worden. 2.Goede communicatie tussen docenten en studieadviseurs. De studieadviseur is niet alleen een 'doekje voor het bloeden', maar een interne organisatie-adviseur die klachten doorspeelt naar de verschillende docenten en het faculteitsbestuur. 3. De begeieiding moet systematisch georganiseerd worden. Elke faculteit formuleert een studiebegeleidingsplan waarbij duidelijk is wie eindverantwoordelijk is voor studiebegeleiding. In de ogen van Jacqueline van Zoggel is de studie-adviseur de aangewezen persoon hiervoor, omdat hij of zij het best op de hoogte is van de problemen die op een faculteit spelen.
Studiebegeleiding en masse
Uit een in 1992 gehouden enquête onder VU-studenten blijkt dat studenten op grote faculteiten minder tevreden zijn over de studiebegeleiding. Nadat Marian Verweij (hoofd Dienst Studentenzaken, VU) een overzicht heeft gegeven van deze resultaten, vertelt Klaas Visser (hoofd afdeling Onderzoek en Onderwijs van de subfaculteit der Psychologie, UvA) hoe studiebegeleiding bij psychologie wordt aangepakt.
Het aantal propaedeuse-studenten bij Psychologie steeg in 1992 van 250 naar 750. Deze toeloop ging gepaard met een enorme teruggang in studierendement en grote onvrede over de massaliteit van het onderwijs onder de eerstejaars. Om zo goed mogelijk in te kunnen spelen op de behoeften van studenten is besloten om te onderzoeken welke verschillende groepen propaedeuse-studenten te onderscheiden zijn. De volgende groepen studenten zijn geïdentificeerd: - Bijvak-studenten die niet van plan zijn een propaedeuse psychologie te behalen (15% van alle eerstejaars); - studenten die alleen de propaedeuse psychologie willen behalen en daarna willen doorstromen naar communicatiewetenschappen (25% van alle eerstejaars); - de 'echte' psychologiestudenten die van plan zijn hun doctoraal te behalen (60% van alle eerstejaars). Bovenstaande groepen worden vervolgens weer uitgesplitst op basis van de door hen behaalde studieresultaten. Nadat deze analyse gemaakt is, kan speciaal op de doelgroep gerichte begeleiding geboden worden. Als eerste krijgen alle eerstejaars in januari een brief van de studieadviseur waarin ze, afhankelijk van de studieresultaten, min of minder dringend worden uitgenodigd voor een gesprek. Naast de individuele gesprekken met de studieadviseur, kunnen studenten speciaal voor hen georganiseerde extra cursussen volgen. Zo is er voor studenten met studievaardigheidsproblemen een studeer-stappenplan voorradig. Voor tweedejaars studenten die behalve twee 'struikelblok'-tentamens alle propaedeuse-vakken gehaald hebben worden er zogenaamde 'reparatiewerkgroepen' gegeven. De resultaten van deze clubs zijn bemoedigend: negentig procent van de deelnemers behalen alsnog hun propaedeuse. Tijdens de discussie vroegen sommigen zich af of al die aandacht voor studiebegeleiding niet wat overdreven is. 'Het zijn toch zelfstandige mensen, die je niet continu aan het handje moet nemen?' Klaas
is het grondig oneens met deze retorische vraag. Het bewijs wordt geleverd door de resultaten van de reparatie-werkgroepen. 'Ook studeren moetje leren'.
Mentorgroepen Mentorgroepen zijn groepjes eerstejaars die door een ouderejaars-student begeleid worden. Vaak is de functie van mentorgroepen zowel sociaal als studie-inhoudelijk van aard. In deze workshop vertelde de heer Annard hoe de mentorgroepen bij Rechten op de VU en bij Bedrijfskunde aan de RUG georganiseerd zijn.
Bedrijfskunde Groningen De mentoren bij Bedrijfskunde worden geselecteerd uit studenten die het vak 'managementsvaardigheden' gevolgd hebben. Het mentorschap is voor deze studenten een stage. In het verleden bestonden de mentorgroepen vooral uit met elkaar uitgaan en samen eten. Tegenwoordig wordt de opzet van het mentoraat steeds vakinhoudelijker en meer gericht op studievaardigheden.
Rechten aan de VU Het mentoraat bij Rechten is voornamelijk vakinhoudelijk van opzet. In de mentorgroepen bij rechten wordt onder andere aandacht besteed aan de begeleiding tijdens de IDEE-week, bibliotheekinstructie, collegedictaten, tentamenvoorbereiding, wetboekoefeningen, een casus bespreken, studeer-strategieën en studieplanning. Alhoewel het mentoraat bij beide faculteiten verschillend is georganiseerd, valt wel op dat beiden de nadruk leggen op studievaardigheden en vakinhoud. Wellicht wil de huidige student waar voor z'n tijd. Pret en gezelligheid vinden ze zelf wel, dat hoeft een faculteit niet te bieden.
De betere student in de workshop van dr. Jan Heijlma'n (hoofd Onderwijs Geneeskunde, VU) is gekeken naar de mogelijkheden voor studenten die in de positieve zin een probleem hebben. Het probleem dat zij (in
een bepaalde periode van hun studie) meer kunnen en/of willen dan dat het reguliere ondenwijsprogramma biedt. Samen met de deelnemers is gekeken welke mogelijkheden aanwezig zijn, zowel binnen als buiten de faculteit: iVlogeiijl^heden binnen de faculteiten Als eerste wordt het volgen van extra keuzevakken genoemd. Vooral bij het volgen van practica kan dit roosterproblemen veroorzaken. Samen met de studieadviseur kan er naar oplossingen gezocht worden. Ten tweede kunnen docenten zorgen voor meer diepgang in hun programma's. Docenten moeten dan wel bereid zijn om het programma voor de betere student meer individueel toe te spitsen. Als laatste kan de faculteit de betere student de mogelijk geven om het programma sneller te doorlopen door bijvoorbeeld de invoering van 'snellere' tentamenmomenten. IVIogeiijl<heden buiten de facuiteiten Jan Heijlman geeft als voorbeeld de refereergroepen bij geneeskunde. Hierbinnen kunnen geïnteresseerde studenten samen met een docent medische literatuur kritisch bespreken. Zowel docenten als studenten doen dit uit interesse, er staat geen beloning tegenover. Tevens is het voor de betere student interessant om in het buitenland leer- of werkervaring op te doen. De studiebegeleiders van de faculteiten moeten dan goed op de hoogte zijn van deze mogelijkheid en de studenten van de juiste informatie voorzien. De workshop is afgesloten met de opmerking dat de faculteit de betere student met alleen de mogelijkheid biedt, maar ook stimuleert om extra onderwijs te volgen. Om deze reden is het belangrijk om de betere student te identificeren. Volgens dr Jan Heijlman herken je hem niet aan de goede cijfers, maar wel aan de hand van verslagen en antwoorden op open tentamenvragen.
planmatig en systematisch mogelijk op te lossen.' Dit is kort gezegd het advies van organisatiedeskundige Johan Boogaars met betrekking tot de aanpak van studiebegeleiding op faculteiten. Vervolgens vertelt hij hoe hij deze visie heeft vormgegeven bij de opzet van studie-intensiveringsgroepen voor studenten met studievertraging op de UvA en op de Erasmus Universiteit. In beide gevallen wordt de doelgroep en hun specifieke problemen nauwkeurig in kaart gebracht. In kleine groepen krijgen studenten met ernstige studievertraging een systematische huiswerktraining. Deelnemers maken wekelijks twee-aan-twee afspraken over wat er bestudeerd moet worden en hoe dit aangepakt wordt. De afspraken worden tijdens de bijeenkomsten gecontroleerd en beoordeeld.
Studieloopbaanplanning "Niets is moeilijker dan doen watje wezenlijk wilt". Uit onderzoek blijkt dat studenten behoefte hebben aan duidelijke informatie over hun studieprogramma, zodat ze weten waaruit ze kunnen kiezen bij de samenstelling van hun studieprogramma. Uit ander onderzoek blijkt dat een goede planning zowel de individuele als de collectieve studievoortgang bevordert. Om deze twee redenen is men in Wageningen gestart met een cursus studieloopbaanplanning. Deze cursus is opgezet door de vakgroep agrarische onderwijskunde en de decanen en is bedoeld voor tweede- en derdejaars studenten. De vragen 'Wat wil ik, wat kan ik en wat zijn de eisen van de arbeidsmarkt?' staan centraal. Op grond van de antwoorden zoeken de deelnemers bijbehorende activiteiten die ze zowel binnen alsbuiten de studie worden ondernomen. Deze activiteiten worden zodanig gepland, dat er aan het eind van de cursus een goed gefundeerd persoonlijk studieplan op papier staat. De deelnemers kunnen hier tot het eind van hun studie mee uit de voeten.
Studie-achterstand 'Probeer de situatie zo goed mogelijk te analyseren en probeer vervolgens de geconstateerde problemen zo specifiek,
Opmerkelijke uitspraken en uitkomsten Dit is een INFO-gedeeite. Infopagina's kunnen door VU-instanties tegen betaling worden benut voor publicatie van informatie die wegens uitvoerigheid en gedetailleerdheid niet thuishoort in de Mededelingenrubriek. Aanvragen voor Info-pagina's richten aan: Bureau Voorlichting en Externe Betrekkingen, Hoofdgebouw, kamer 1D-04, tel. 3096
• Veel voorkomende oorzaken voor studievertraging zijn: slecht plannen, uitstelgedrag en nevenactiviteiten. • Goed ondenwijs maakt studiebegeleiding overbodig. • Studenten op grote faculteiten zijn minder tevreden over de studiebegeleiding dan hun medestudenten op kleine faculteiten. • Onderzoek wijst uit dat studieachters-
tand niet zo makkelijk ingehaald wordt. Dit probleem heeft eerder de neiging om te verergeren. • Het is van essentieel belang om de verschillende groepen studenten in kaart te brengen. Zonder kennis van de verschillende doelgroepen is goede, op de behoefte van de doelgroep aangepaste studiebegeleidig onmogelijk. • 'Ook studeren moetje leren.'
• Goede communicatie tussen docenten en studieadviseurs is van essentieel belang. • Iedereen houdt zich bezig met studiebegeleiding, wat mist is iemand die duidelijke eindverantwoordelijkheid draagt. • De VU biedt weinig extra's voor de betere student. • Stages in het buitenland moeten worden aangemoedigd.
• Probeer de problemen rondom studiebegeleiding zo goed mogelijk te analyseren en probeer vervolgens zo specifiek, planmatig en systematisch mogelijk te werken aan oplossingen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's