Ad Valvas 1993-1994 - pagina 351
PAGINA 1 1
AD VALVAS 3 MAART 1994
'Ik ga niet met een puzzleboekje achter de geraniums zitten' Hoofd civiel beheer Brosky gaat na 43 jaar met pensioen J.L. Brosky: 'Ik beoordeel mensen op hun intentie'
Na een dienstverband van 43 jaar heeft J.L. Brosky, hoofd civiel belieer, vorige week afsctieid genomen van de vu. Nou ja, afscheid: de komende tijd zal hij weer twee dagen per week als adviseur in het academisch ziekenhuis te vinden zijn en hij zit in het bestuur van het Hospitium. "Een beetje reuring", meer heeft Brosky niet nodig.
Bram de Hollander
Ben Rogmans
Brosky is groot geworden met de vu. Meegegroeid. Begonnen als jongste bediende, geëindigd als hoofd civiel beheer. Hij valt op door zijn praktische instelling, afkeer van bureaucratie en zijn persoonlijke benadering van de zaken. Meegroeien met de vu was wel comfortabel: "Ik heb wel eens nagedacht over een functie elders, een andere universiteit. Maar je weet natuurlijk toch niet o^ je daar gepikt wordt als je meteen hoog binnenkomt. Bij de vu heb ik steeds kunnen werken op het niveau waar ik op dat moment aan toe was." "In militaire dienst was het zaak een stapje achteruit te doen als ze wat vroegen, bij de vu heb ik altijd geprobeerd een stapje vooruit te doen. En dat is redelijk gelukt.Ik heb altijd heel veel krediet gekregen op de vu." "Totdat ik als dienstplichtige naar Indonesië moest, werkte ik bij Albert Heijn. Ik ben op mijn vijftiende begonnen, ik heb alleen Mulo-A. Toen ik in '51 terugkwam had ik niet zo'n zin om weer terug te gaan naar Albert Heijn. Via mijn broer, die werkte bij de Amsterdamse Kininefabriek, hoorde ik dat er op de vu mogelijkheden waren." "Ik ben op de vu begonnen in 1951 en toen ik binnenkwam was het eerste dat ik te horen kreeg dat ze helaas de eerste tijd geen salaris voor me hadden. Mijn moeder heeft me in die tijd een beetje onderhouden: toen gold voor een baan bij de universiteit dat je verzekerd was van de wieg tot het graf, en dat vond zij heel belangrijk. Ze betaalden wat minder, maar de zekerheid was veel groter." "Mijn functie was 'jeugdig knecht' en op mijn eerste loonstrook stond dat ik een 'mannelijke, niet volwassen werkkracht' was. Voor de overheid was je in
die tijd pas volwassen als je 23 jaar was. Ik werkte als een soort manusje van alles in het laboratorium aan het Valeriusplein. Glaswerk spoelen, studenten helpen, dieren verzorgen." "Ik werd later bediende, toen amanuensis, bedrijfschef, laboratorium-assistent, laboratorium hoofdassistent, biotechnicus, chef biotechniek. Dat heeft wel gescheeld toen ik uiteindelijk hoofd civiel beheer werd: je kunt goed begrijpen wat die mensen van de bèta-faculteiten nodig hebben en bedoelen, als ze wat willen. Je kunt ook wat makkelijker zeggen dat ze te veel willen. "Toen we in 1967 vanuit de stad naar de De Boelelaan verhuisden, heb ik een grotere verantwoordelijkheid gekregen. Daarvoor was ik chef van de twee laboratoria in de stad. Het was hard werken, altijd wel 55 of 60 uur per week. Maar elke dag weer leuk. Hoewel ik chef was, nam ik ook mijn deel van de voerbeurten van de proefdieren op zondag. Later kwam daar ook de zaterdag
bij, toen de vijfdaagse werkweek werd ingevoerd." "Wat me altijd geïnspireerd heeft is de omgang met mensen. Hoe je die gernotiveerd kunt houden. Ik ben niet iemand die moeilijk doet als er eens eentje te laat komt. Ik betaal geen aanwezigheidsgeld. Ik beoordeel mensen op hun intentie. Als het rustig is, hoeven ze niet net te doen alsof ze het druk hebben. Als het druk is, moeten ze wel klaar staan. Natuurlijk zijn er altijd mensen die om drie uur al gaan zitten wachten tot het vijf uur is. Ik vind overigens dat je van mensen tot een bepaald salarisniveau niet mag verwachten dat ze zonder extra vergoeding gaan overwerken."
Reuring Ik denk dat het nog steeds wel mogelijk is om hogerop te komen, ook al heb je geen diploma's. De chef van de kantine bij Geneeskunde bijvoorbeeld, is aanvankelijk bij ons binnengekomen met
een diploma bloemist en daaama heeft hij nog andere diploma's gehaald. Hij doet het uitstekend. Het is misschien moeilijker dan vroeger, maar de uitdagingen zijn er nog steeds." Ik heb natuurlijk veel reorganisaties meegemaakt. Steeds meer. Ik verwacht ook niet dat die spanning in de organisatie nog zal verdwijnen. Mensen zullen vaker van baan moeten veranderen. Maar de vu gaat altijd heel sociaal met het personeel om. Er zijn heel weinig mensen die ooit echt hun baan zijn kwijtgeraakt. De meesten zijn binnen de vu herplaatst en niet slecht terechtgekomen." Het leuke van een universiteit is dat je er bijna alle beroepen die bestaan, kunt vinden. Van het college van bestuur, hoogleraar tot postbode. En al die mensen samen zijn de vu. De vu, dat is niet het gebouw, maar dat zijn de mensen. En als ik bij promoties en diesvieringen die stoet hoogleraren zie lopen in hun toga's, dan denk ik altijd weer: dat heb-
ben die gereformeerden toch mooi gefikst." Er moet altijd een beetje reuring zijn, bij mij. Ik heb me dus ook wel voorbereid op de tijd na mijn pensioen. Voorlopig blijf ik twee dagen per week als adviseur bij het ziekenhuis. Verder zit ik in het bestuur van het Hospitium. Ik woon in Krommenie, daar hebben we een beetje de ruimte. In de schuur heb ik een paar antieke bolderkarren en twee oude koetsjes staan. Die ga ik restaureren. Verder moet ik de tuin een beetje bijhouden en doe ik het onderhoud aan mijn huis zelf. Bijna zestig jaar geleden ben ik met een postzegelverzameling begonnen. Ik spaar alles! Verder zal ik wel wat gaan wandelen en fietsen. Ik zie mezelf in ieder geval niet zo snel met een puzzleboekje achter de geraniums zitten."
Arbeidsmarkt voor politicologen gunstig 'Je hoeft geen kennis meer te hebben, maar wel inzicht' Peter Boerman
De landelijke kranten staan bol van verontrustende werkloosheidscijfers over academici. In tien jaar tijd is het aantal werkloze politicologen vertienvoudigd. T o c h is er geen reden tot pessimisme, was de strekking van de afgelopen vrijdag gehouden stoomcursus arbeidsmarkt voor politicologen en bestuurskundigen. "Gewoon jezelf blijven, dan komt het allemaal best wel goed." Het collegezaaltje op de vierde verdieping van het hoofdgebouw was afgelopen vri)dag maar ternauwernood gevuld. Misschien omdat er schaatsen op tv was. Of zouden politicologen en bestuurskundigen zich geen zorgen maken over hun positie op de arbeidsmarkt? Volgens de sprekers hebben studenten daar ook weinig reden toe. "Al zijn de perspectieven matig; als je goed je best doet, red je het heus wel." Sommige studenten dachten te horen te krijgen welke specialisatie ze moesten kiezen om veel kans op een baan te hebben. Of in ieder geval tot welke
banen welke specialisatie opleidt. Maar daar werden ze niet veel wijzer over. "Welke richting je kiest is afhankelijk van wat je zelf wil", stelde prof. dr J. van den Heuvel. Een nieuwe vraag uit het publiek: "Is er misschien iets bekend over de plek waarop de afgestudeerden van elke specialisatie terecht zijn gekomen?" Medeorganisator dr J. Verhoogt geeft antwoord. "Er is geen onmiddellijke link tussen een academische studie en de arbeidsmarkt. We hebben gemerkt dat de ene specialisatie niet minder is dan de andere. Voorlopig gaat het met alle specialisaties qua kansen op een baan nog 'redelijk' gemakkelijk."
Predikanten Lex Borghans, medewerker van het Maastrichtse Researchcentrum voor onderwijs en arbeidsmarkt, is speciaal uit Limburg gekomen om de vu-politicologen en -bestuurskundigen met cijfermateriaal te overdonderen. Hij relativeert zijn cijfers direct al. "Van de driehonderd mensen die we onderzoeken zijn er misschien drie politicoloog. Als er dan toevallig twee werkloos zijn, heb je gelijk 67 procent werkloosheid. Dat is toch moeilijk hard te maken."
De opleiding met de beste perspectieven is theologie, vertelt Borghans. "Daar is de vervangingsvraag heel hoog. Er zijn nauwelijks nieuwe mensen te vinden voor al die predikanten die met pensioen gaan." Voor rechtsgeleerden en sociaal-culturele wetenschappers zijn de perspectieven maar 'matig'. "Daar moeten wel twee 'echters' bij worden gezet", zegt Borghans. Op de eerste plaats zijn de 'uitwijkmogelijkheden' voor dit soort studenten vrij redelijk. Ook als ze niet precies een baan vinden in de richting waarvoor ze zijn opgeleid, zijn er nog genoeg andere banen waarvoor ze een kans maken. In de tweede plaats: "Perspectieven zijn maar gegeneraliseerde kansen. De werkelijke kansen verschillen per persoon. Als je de beste politicoloog van Nederland bent, hoef je vast niet lang te zoeken." Omdat veel van de studenten waarschijnlijk een baan bij de overheid zullen vinden, is een medewerker van de vakbond voor hoger geschoold personeel uitgenodigd. Drs A. Spieseke geeft uitleg over het begrip 'ambtenaar'. "De aanstellingen bij de overheid worden flexibeler", denkt hij. "En de beloning meer afhankelijk van de prestatie. Dat
is voor het bedrijfsleven misschien al wel bon ton, maar voor heel wat ambtenaren even schrikken." En: "Het bedrijfsleven staat erom bekend dat de salarissen beter zijn dan bij de overheid. Maar als goedmaker voor die zaktelefoon, de dertiende maand en die auto van de zaak in het bedrijfsleven krijg je bij de overheid wel vaak betere kinderopvang en ouderschapsverlof"
Kerntaken Daarnaast moet een ambtenaar steeds mobieler zijn, denkt Spieseke. "Het 25jarig jubileum is niet meer het hoogste goed. Die zekerheid 'van de collegebanken tot aan het pensioen' is wel aan het verdwijnen." Of het specifiek des ambtenaars is om ontevreden te zijn over het werk, wil iemand weten. "Dat denk ik niet, nee. Als in het bedrijfsleven je markt instort, word je ook niet vrolijk." Ook de boodschap van mw drs A. de Wilde Porcelijn is niet pessimistisch. Ze werkt bij de RPD, de Rijks Psychologische Dienst. "De overheid beperkt zich voortaan tot de kerntaken. En dat is voor jullie niet negatief Want al die nieuwe organisaties zoeken allemaal
jonge, enthousiaste mensen. Jullie dus." Overal kun je als bestuurskundige of politicoloog terechtkomen, denkt ze. Zelfs in de Europese gremia. "Als je maar goed netwerkt. Vroeger deden de Nederlanders het slecht in Europa. Maar dat is nu gelukkig verbeterd. Eindelijk worden de quota gehaald die we voor ogen hadden." De vraag naar generalisten groeit volgens De Wilde Porcelijn: "Je hoeft geen kennis meer te hebben, maar wel inzicht. Het gaat erom dat je een brede scope hebt. Maar nog belangrijker: persoonlijkheid." Drs B. Cohen, werkzaam bij een outplacement-bureau in Haarlem, mag de middag besluiten. Zijn amusante verhaal gaat erin als koek. "Het goede nieuws is dat tachtig procent van de afgestudeerden binnen negen maanden een baan vindt. Het slechte nieuws is dat je niet weet of je bij die andere twintig procent hoort."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's