Ad Valvas 1993-1994 - pagina 85
AD VALVAS 30 SEPTEMBER 1993
PAGINA 5
Nederland en Oranje Studie naar het wereldbeeld van achttiendeeeuwse dominees De basis voor onze moderne maatschappij ligt in de achttiende eeuw, meent de historicus Joris van Eijnatten. Geloven is in die eeuw niet na a r de achtergrond verdreven, maar juist meer in de wereld komen te staan. Het proefschrift da t hij over het onderwerp schreef probeert deze stelling kracht bij te zetten.
tuurlijk een rol. Naarmate de mensen meer leerden verklaren, werd Gods rol kleiner, of liever gezegd: anders." Een ander voorbeeld dat Van Eijnatten aanhaalt om zijn proefschrift te verdui delijken is dat van de inenting. In de achttiende eeuw slaagde de medische wetenschap erin vaccinaties te vinden tegen diverse ernstige ziektes. "Veel do minees hadden daar in eerste instantie moeite mee. Ziek worden is immers heel lang als een straf van God be schouwd, waar de mens zich niet in mocht mengen. Toch waren er in de achttiende eeuw o'ok veel dommees te vinden die 'meer in de wereld stonden' en die dachten dat de hand van God ook in het uitvinden van de vaccinatie betrokken moest zijn geweest."
OnheU
Peter Boerma n Afgelopen maandag promoveerde de historicus Joris van Eijnatten op een werk met de prozaïsche titel God, Ne derland en Oranje. De ondertitel Dutch Calvinism and the search for the social centre dekt misschien meer de lading. Van Eijnatten is ooit aan de vu met een studie geologie begonnen. Hij haalde zijn propaedeuse wel, maar zag toen toch m dat dit niet de richting kon zijn waarin hij verder wilde. Vier jaar later studeerde hij af als historicus. Mm of meer vanzelf kwam daar een aioschap uit voort. Een hoogleraar vroeg hem of hij zin had in een studie naar het we reldbeeld van achttiendeeeuwse domi nees en omdat hij altijd al interesse had voor 'ideeënhistorische' onderwerpen, leek dit hem een uitgelezen mogelijk heid. Promoveren was altijd zijn jeugd droom geweest. Hij praat met zulk enthousiasme over het calvinisme dat het lijkt alsof hij zijn hele leven nooit anders gedaan heeft. Toch wist hij naar eigen zeggen voordat hij aan het proefschrift begon nog hele maal niets van het calvinisme af. Met een katholieke achtergrond kan nie mand dat ook verwachten. De studie begon als een onderzoek naar het politiek en maatschappeUjk denken
Historicus Joris van Eijnatten ziet niets in de versnippering van het postmodernisme in de achttiende eeuw. In de loop van de tijd IS het onderwerp echter steeds breder geworden. Het thema werd daarbij langzamerhand ook veel filosofi scher. "Het is nog altijd een studie van de achttiende eeuw, maar nu vanuit een andere optiek. Ik ben steeds meer ver banden gaan leggen. Dat is onconven tioneel, maar je knjgt daardoor wel een goed overzicht van je onderwerp. Mijn studie gaat over 'wereldbeelden'. Ik denk niet dat het goed is dat je een be paalde tijd vanuit één oogpunt onder de loep neemt. Je moet een onderwerp zo grondig mogelijk proberen aan te pakken, zowel in de breedte als in de diepte vanuit meerdere disciplines."
Schamierfunktie De leuze 'God, Nederland en Oranje' is pas in de achttiende eeuw ontstaan. Die eeuw heeft een schamierfunktie, meent Van Eijnatten. "In de zeventiende eeuw richtten de dominees zich slechts op
één overheersend thema: het voorrecht om God naar Zijn Woord te kunnen dienen. Het Woord is het centrum waaraan cultuur en geschiedenis hun 'diepere' zin ontlenen. Een eeuw later verandert die opvatting een beetje." "Achttiende eeuwse dominees zien God vooral als de God van Nederland. Nederland is een bijzondere, door God uitverkoren natie, met een eigen taak en roeping, en het Oranjehuis vervult in die geschiedenis een onuitwisbare rol. Het driesnoer 'God, Nederland en Oranje' wordt dan steeds meer innerlijk op elkaar betrokken." "Niet de mensen die hun levensbe schouwing voorop stelden interesseer den mij, maar veel meer de mensen die hun levensbeschouwing probeerden in te passen in hun wereldbeeld. En dat is precies wat in de achttiende eeuw veel gebeurde. De orthodoxie van het Calvi nisme bleef wel bestaan, maar de maat schappijvisie werd steeds horizontaler.
Nico Boink, AVC/VU
steeds meer op de wereld gericht. Daar om heb ik ook zo'n hekel aan het woord 'Verlichting'." "Verlichting sug gereert dat men in die eeuw het geloof heeft laten vallen, dat men er afkerig van werd. Ik heb juist geprobeerd om aan te tonen dat men toch gelovig bleef, alleen op een hele andere manier. Misschien moeten we het woord Ver lichting maar vervangen door zoiets als 'moderniteit'."
Dijkpalen Van Eijnatten probeert zijn betoog zo veel mogelijk met anekdotes toe te lich ten. "In de achttiende eeuw werden wel eens dijkpalen doorgeknaagd door zee wormen. De gelovigen beschouwden dat nog wel als een straf van God, maar Hij ging zich toen veel meer via via laten gelden. Men ging zich steeds meer op de oorzaken van zo'n ramp richtten. Ook de opkomst van de na tuurwetenschappen speelde daarin na
In de zeventiende eeuw waren de cen trale begrippen nog 'zonde en gerech tigheid'. Wie zondig is, roept onheil over zichzelf af: God straft immers on middellijk. In de achttiende eeuw ver schuift het accent. Dan wordt de oor zaak van maatschappelijke verandering veel meer gezocht in oneerlijkheid, on redelijkheid en onzorgvuldigheid. Dat zijn zuiver menselijke eigenschappen. "Zo IS het nu eigenlijk nog. De knik in het denken zit echt in de achttiende eeuw, dat hoop ik met dit proefschrift wel duidelijk te hebben gemaakt. God is langzamerhand steeds meer in het maatschappijdenken getrokken. En dat kan je zien als de basis voor onze mo derne wereld!" Maar is het modernisme al weer niet op zijn retour en vervangen door het post modernisme, dat niets moet hebben van begrippen als transcendentie en God? "Transcendentie verleent samen hang en zorgt voor orde. Mensen heb ben dat nodig, dat blijkt uit de geschie denis. Nu we leven in een compleet technologische cultuur, zie je dat toch weer. Er is nu voor 'het hogere' welis waar steeds moeilijker een plaats te vin den, maar op de een of andere manier moet men daar toch mee leren omgaan. De maatschappij als zodanig heeft een oriëntatiepunt nodig. Al is het maar een hypothetische doelstelHng. We hebben gewoon iets nchtinggevends nodig, iets wat 'erboven' zweeft. Wat je nu in het postmodernisme ziet is versnippering. Zeker dan moet je ervoor oppassen dat je niet het zicht op het geheel uit het oog verliest!"
^^^LMMié^.y-//.
Zelden hebben ze contact met studenten en toch werken ze dagelijks aandeuniversiteit. Ook degenen achter de schermen zijn essentieel voor de VU. Wie zijn deze mensen en wat doen ze eigenlijk? De petuniakasbeheerder.
Achter de schermen
Ik ben vier jaar ingewerkt' Liesbeth Klumper De lucht is er vochtig en ruikt zoet. Het is stil en licht krijgt alle kans in de petu niakassen achter het wis en natuur kundegebouw. Zo'n drieduizend plan ten, merendeels petunia's, gedijen in het domein van Pieter Hoogeveen, de beheerder van de kas. "Mijn werk lijkt simpel", vertelt hij, "maar het is heel gecompliceerd. T oen ik hier begon, werkte ik halve dagen, mijn voorganger heeft me vier jaar lang ingewerkt." En toch was Hoogeveen geen onbeken de in het vak. Bij de Hortus was hij jaren medeverantwoordelijk voor de nietwinterharde collectie, maar hij is er weg bezuinigd. Als vooropleidmg deed hij eerst mavo, toen dat niet zo lukte verhuisde hij naar de lagere tuinbouw school. "Als je niks kon, ging je naar de lagere tuinbouwschool zoals meisjes
naar de huishoudschool gestuurd wer den." Maar Hoogeveen had zijn draai gevonden en stroomde door naar de bloemistenopleiding aan de middelbare tuinbouwschool. "Wij zorgen voor de petunia's waar we tenschappeUjk onderzoek mee wordt gedaan. Bestuiven bijvoorbeeld is een heel secuur klusje, we doen dat met pincetten. Alles wat we doen aan elke knop en elke bloem moeten we be schrijven. Mijn collega en ik houden hier de administratie bij en dat is inten sief en zorgvuldig werk. Hier aan de vu zijn biologen al ruim dertig jaar bezig met onderzoek naar petunia's en alles wat er in die tijd is gebeurd, staat op papier." Volgens Hoogeveen is er destijds voor petunia's gekozen omdat die planten een beperkt aantal chromosomenparen hebben. Hoe mmder chromosomen, hoe makkelijker het is om onderzoek te
doen omdat het aantal genetische mo gelijkheden beperkt blijft. "Er wordt bijvoorbeeld onderzocht waarom een bloem rood is en het blad groen en waardoor dat wordt bepaald. Elke plant hier is uniek en je moet je ogen heel goed openhouden; opletten of er afwijkende exemplaren tussen zit ten. De wetenschappers houden dat natuurlijk ook m de gaten maar het is altijd goed om elkaar er op te wijzen." Hoogeveen is dik tevreden met zijn baan. "Je moet tegen stilte kunnen en van gepriegel houden, maar wat dat be treft zit ik goed. Bij de Hortus verzorg de ik Bonsaiboompjes, die schoffelde ik met een pincet. Ik heb mazzel gehad, ben er zomaar ingerold en het is ideaal. Het is een heel zelfstandige functie. Ik heb geen baas die me 's ochtends fron send aankijkt als ik om half tien bin nenkom. Ik deel alles zelf in. Zo begin ik ook weleens om zes uur, dat maakt
Pieter Hoogeveen: 'Je moet van priegelen houden'
niet uit. Natuurlijk zitten er ook verve lende kanten aan dit werk. Ik heb er een hekel aan om politieagentje te spe len en daar word ik soms toch toe ge dwongen. Kijk, de ruimte in de kas is beperkt en iedereen wil graag onder zoek doen. Ik moet mensen dus vertel len niet te veel planten en stekken te la ten staan. Dat kan gewoon niet, maar niet iedereen begrijpt dat en ik moet soms echt op mijn strepen gaan staan." Werken met bestrijdingsmiddelen doet hij ook niet graag, maar hij komt er 3 a 4 keer per jaar met om heen. Daarnaast heeft hij advies gevraagd aan deskundi gen op het gebied van plantenziekten in Wageningen. In de te kleine kas staan namelijk noodgedwongen ook tomaten en tabaksplanten, verwanten van de pe tunia, maar zij brengen een taai virus over. In Wageningen raadde men hem aan de planten niet meer met de blote hand aan te raken, maar een schaartje
NICO Boink, AVC/VU
te nemen en dat in melk te dompelen. Zodat hi) nu vaak in de kas rondloopt gewapend met een schaartje en een pak magere melk. "We werken nu een jaar met die methode en het werkt perfect, we zijn van 60 procent met virus terug gegaan naar 10, voor de petunia's ten minste." Verder probeert hij door een strikte hy giëne en door het ruimen van oude planten mogelijke ziekteverwekkers weinig kans te geven. Het is dan ook brandschoon in de kas. "Het is niet al leen vanwege die ziekten dat ik zo fana tiek ben op hygiëne", vertelt de beheer der. "Het is ook een kwestie van repre sentatie. Er komen hier nogal eens be zoekers over de vloer, binnen en bui tenlandse collega's van vuwetenschap pers en je kan het natuurlijk niet maken om die mensen hier in de troep te ont vangen. Alles moet er netjes en schoon uitzien."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's