Ad Valvas 1993-1994 - pagina 323
AD VALVAS 17 FEBRUARI 1 9 9 4
PAGINA 7
Het vergeten proza van Jacob Israël de Haan Dubbelpromotie op brieven van homoerotische dichter Komende maandag promoveren twee neerla ndici op één proefschrift. Een dubbelpromotie als kroon op twee decennia gezamenlijk onderzoek na a r leven en werk van Jacob Israël de Haan. Rob Delvigne en Leo Ross zien hun dissertatie als 'een daad van rechtvaardigheid' tegenover deze schrijver, wiens proza grotendeels in vergetelheid is geraakt. Anne Pek Als hij al bekendheid geniet in N eder land, dan vooral vanwege zijn geweld dadige levenseinde in Jeruzalem. Jacob Israël de Haan, correspondent voor het Algemeen Han delsblad in het roerige Pa lestina van na de Balfour Declaratie, werd op 30 juni 1924 op 42jarige leef tijd doodgeschoten voor de poorten van de synagoge waar hij de gebedsdienst had bijgewoond. Het was een politiek geïnspireerde moord, de eerste in de moderne joodse geschiedenis; D e Haan had zich als vertegenwoordiger van het antizionistische jodendom in Palestina de vijandschap van de joodse nationa listen op de hals gehaald. Een paar weken lang was de in Drente geboren dichter wereldwijd voorpagina nieuws. Al snel ging echter het gerucht dat het motief voor de aanslag eerder in De Haans geflikflooi met Arabische knaapjes dan in zijn politieke ideeën moest worden gezocht. Opgelucht schoof de wereld het geval weer van zich af. Nederland heeft zich sindsdien niet be paald ingespannen om de herinnering aan D e Haan hoog te houden. Voor zijn vertrek naar Palestina had hij zich hier te lande dan ook weinig populair gemaakt. Jacob Israël de H a a n was een lastpak, een luis in de pels van de brave bourgeoisie; maar ook in die van de so ciaaldemocratie, waarvan hij in zijn jonge jaren vurig aanhanger was. Als beginnend schrijver shockeerde hij vij and èn vriend met zijn expliciet homo erotische romans Pathologieën en Pijpe lijntjes. Laatstgenoemde roman kostte hem in 1904 zijn baan als onderwijzer en zijn redacteurschap bij Het Volk, en leverde hem in ruil daarvoor nauwelijks geld op. D e eerste oplage werd opge kocht en vernietigd door Arnold Aletri no, de schrijver aan wie D e Haan de roman malicieus had opgedragen. Het maakte hem meer berucht dan be
roemd. Hoewel hij regelmatig contact had met bekende schrijvers als Van Eeden en Van Deyssel, brak D e Haan nooit werkelijk door met zijn proza werk. Ook op andere fronten incasseer de hij tegenslag na tegenslag. Zijn frus tratie hierover verklaart voor een deel zijn vertrek naar Palestina.
Outcast Zijn biografen verwijzen meestal naar de opbrengst van zijn 'tweede carrière' die als dichter. N a 1914 publiceerde De Haan meerdere poëziebundels, waarvan Een n ieuw Carthago en Het Joodsche lied de grootste faam genieten. Eerstgenoemde bundel bezong op . nieuw, minder aanstootgevend nu, de gelijkgeslachtelijke liefde. M e t de twee de bundel maakte D e Haan zijn terug keer naar het geloof van zijn jeugd we reldkundig. Hij sloot zich aan bij de zionistische beweging en tooide zich met de titel 'dichter van het joodsche lied'. D e bewustjoodse gemeenschap ont ving de verloren zoon met verbaasde blijdschap. Een blijdschap die al snel omsloeg in verbijstering, want eenmaal in Palestina ontwikkelde D e Haan zich zoals gezegd tot een uitgesproken anti zionist. Het leek wel of niets hem zo zeer beviel als de positie van outcast. Al met al kent men De Haan dus vooral als de vermoorde joodse dichter. " T e n onrechte", meent Rob Delvigne, die volgende week promoveert op brieven van D e 'Haan uit de periode dat deze nog geen poëzie schreef en zich niet om zijn joodse afkomst bekommerde. Delvigne: "De Haan is méér dan de tot het joodse geloof teruggekeerde zon daar die zijn biograaf Jaap Meijer van hem heeft gemaakt. En hij is meer dan de homoerotische dichter die onder Neerlandici bekendheid geniet. Juist aan zijn proza valt veel te ontdekken. Zowel inhoudelijk, door de voor die tijd schokkende thematiek, als stilistisch.
Jacob Israël de Haan - po rtret do o r Maurits de Gro o t ( 1 9 1 8 ) Het proza van D e Haan past goed in de decadente stroming van het einde van de vorige eeuw. Die stroming is in N e derland sterk ondervertegenwoordigd. Alleen bij Couperus zie je soms deca dente invloeden. Er valt wat dat betreft dus een daad van rechtvaardigheid aan D e H a a n te voltrekken. Wij hopen daar met ons proefschrift een bijdrage aan te leveren.'
lange betogen, vleiende briefjes die de lezer haast plaatsvervangend doen blo zen en razende tirades. Ze zijn allemaal onverkort en onveranderd in de disser tatie opgenomen. Aaneengeregen geven de brieven een helder beeld van D e Haans getourmen teerde persoonlijkheid. Sympathiek kan men hem niet noemen, maar fascine rend zeker. En fascinerend moet een schrijver wel zijn, wil hij haast twintig jaar lang de aandacht vasthouden van twee neerlan dici. In 1975 publiceerden Ross en Delvigne hun eerste gezamenlijke arti kel over D e Haan. Het was een kriti sche beschouwing over de zojuist ver schenen heruitgave van Pijpelijn tjes. In de jaren die volgden publiceerden ze samen een lange reeks artikelen over D e Haans leven en werk en verzorgden ze de heruitgave van de roman On der gangen en van Nerveuze vertellin gen , een vijftal verontrustende verhalen in de
Onsympathiek Ons proefschrift inderdaad. Want op 21 februari hopen twee Neerlandici te promoveren op D e Haan. O m twee uur 's middags zal Delvigne zijn aandeel tn Brieven van en aan Jacob Israël de Haan , 18991908 verdedigen; een uur later is het de beurt aan Leo Ross. Samen heb ben deze neerlandici alle nog te trace ren brieven bestudeerd die D e Haan in de beginjaren van zijn schrijverschap aan onder andere Van Eeden, Verwey en Kloos schreef. Kattebelletjes en
trant van Huysmans en Wilde. Hoe ontstond het idee om samen te promoveren? Delvigne: "Dat was een logisch voortvloeisel uit die jarenlange samenwerking. We hadden zoveel ma teriaal over D e Haan verzameld dat we er meer dan alleen artikelen over wil den schrijven. We besloten ons te con centreren op de minst bekende periode uit zijn leven. Over zijn dichterschap en zijn verblijf in Palestina was al redelijk veel bekend. Wij vonden zijn vroege prozaperiode interessanter." Geeft het proefschrift aanleiding om het huidige D e Haanbeeld bij te stel len? Volgens Delvigne valt dat wel mee: "In onze artikelen hebben we veel ge polemiseerd, onder andere tegen het beeld dat Jaap Meijer in zijn biografie schetste. Meijer beschouwde het proza van De Haan maar als homofiel gedoe, een jeugdzonde. Bovendien interpre teerde hij D e Haans doen en laten ge heel vanuit zijn joodse achtergrond. Wij wilden die beeldvorming bijstellen. Maar in ons proefschrift nemen we niet zo expliciet stelling. We bieden het ma teriaal aan en hopen dat de lezers zelf ontdekken dat Meijer het De Haan beeld heeft vertekend." "We hebben overigens wel nieuw mate riaal ontdekt, namelijk de brieven die D e H a a n schreef aan zijn Belgische 'ge voelsgenoot' Georges Eekhoud. T o e n tertijd een beroemd schrijver, en de enige die het in de Pijpelijntjestijd openlijk voor De Haan opnam. D e Haan schrijft hem zeer openhartig over zijn homoseksuaUteit." Als het aan Ross en Delvigne hgt, ver schijnt er binnenkort ook een handels uitgave van D e Haans brieven. Die zal inhoudelijk wel iets verschillen van het proefschrift, want de subsidiegever oor deelde dat dat 'te hybridisch' was er stonden te veel verbindende teksten tussen de brieven. "Wij vonden juist dat we zo twee vliegen in één klap slaan", zegt Delvigne; "De kenner krijgt alle brieven onder ogen en de geïnteres seerde leek wordt goed ingevoerd in het levensverhaal van t)e Haan. Maar het is ook jammer om het alleen bij dit proef schrift te laten. Daarom gaan we het toch maar enigszins herschrijven." Delvigne Rob en Ross, Leo. Brieven van en aan Jacob Israel de Haan, 1899-1908.
Water uit loden leidingen sleclit voor lünderen
I Dirk de Ho o g K i n d e r e n die in o u d e huizen wonen, h e b b e n twaalf p r o c e n t m e e r lood in h u n b l o e d d a n leeftijdgeno ten u i t d e n i e u w b o u w . V o o r a l d e aanwezigheid van loden waterlei dingen veroorzaakt het hogere lood percentage, maar ook resten van verf o p l o o d b a s i s . D e g e v o n d e n l o o d g e h a l t e s zijn v o l g e n s d e h u i d i g e wettelijke n o r m e n n i e t v e r o n t r u s t e n d . B o v e n d i e n is d e h o e v e e l h e i d lood in h e t b l o e d v a n k i n d e r e n d e afgelopen t i e n jaar s t e r k a f g e n o m e n . Dit blijkt u i t e e n o n d e r z o e k v a n d r s B. M i n d e r v a n d e v a k g r o e p P s y c h o n o m i e a a n d e Vrije U n i v e r s i t e i t . Bij driehonderd onderzochte schoolkin deren varieerde het loodgehalte van 8 tot 144 microgram per liter bloed met en gemiddelde van 43 microgr3m. Bij slechts twee procent van de kinderen vonden de wetenschappers een percen tage hoger dan honderd microgram. Dit laatste getal is in de Verenigde Sta ten de maximum toelaatbare norm voor het loodgehalte in het bloed. In Europa geldt de lagere veiligheidsgrens van 250 microgram. Bij een vergelijk baar onderzoek uit 1981 bleken kinde ren een aanzienlijk hoger loodgehalte te hebben, namelijk tussen de 70 en 150 microgram.
die voor de oorlog zijn gebouwd zitten vaak nog loden waterleidingen. In oude stadswijken zijn soms ook de hoofdlei dingen in de straten nog van lood. T e genwoordig zijn waterleidingen van koper of kunststof gemaakt. Bij een onderzoek in 1980 zijn lood
concentraties tot 88 microgram per liter kraanwater gemeten. In de binnen steden van Rotterdam en D e n Haag bedroeg het gemiddelde 20 microgram per liter kraanwater. Momenteel is de veiligheidsnorm voor drinkwater maxi m, 1 50 microgram lood per liter. Vori
ge week maakten de waterleidingbedrij ven echter bekend deze norm op advies van de Wereld Gezondheids Organisa tie te verlagen tot 10 microgram. O m die norm te halen moeten alle loden waterleidingen worden vervangen, een oocratic die twee miljard gulden gaat
^5-'^
kosten. De waterleidingbedrijven advi seren water uit loden leidingen twee minuten te laten doorstromen voordat kinderen mogen drinken. Andere bronnen van lood zijn verf die nog op loodbasis is vervaardigd, lucht verontreiniging door het verkeer en ver ontreiniging van bodem en grondwater. Lood is schadelijk voor de ontwikkeling van het zenuwstelsel bij organismen die snel groeien. Daarom mogen foetussen, baby's en opgroeiende kinderen zo min mogelijk met lood in aanraking komen. D e effecten van een loodvergiftiging zijn verlaging van de intelligentie, ver slechterde impulscontrole, aandachts stoornissen en mogelijke achteruitgang van het gehoor. D e betreffende kinde ren zijn hyperactief en vertonen leer en gedragsproblemen.
Lood is schadelijk voor de o ntwikkeling van het zenuwstelsel van o pgro eiende kinderen
Bij een nadere analyse van de gegevens bleek de ouderdom van de woning de verschillen in gevonden loodpercenta ges grotendeels te verklaren. In huizen
Michel Cla us - AVO/VU
'VjÊiKy'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's