Ad Valvas 1993-1994 - pagina 204
PAGINA 8
Sint als vreemdeling Commercie draait goedheiligman de nek om Sint krijgt het in de nekaannek ra ce om de grootste omzetten steeds moeilijker tegen zijn opponent de kerstman. De goedheiligman moet in zijn eentje opboksen tegen kerstmarkten, dertiende maand uitkeringen, vrije dagen, koopzondagen en amerikanisering en heeft het daar steeds moeilijker mee. Moet hij het hoofd maar laten hangen? speciale kerstmarkten en lijkt iedereen in een 'buying mood'. Sinterklaas kan daar alleen zijn traditie tegenover stel len. ,
Peter Boerma n In zijn boek Nicolaas , de duivel en de doden schnjft Louis Janssen dat sommi gen het einde van het Sinterklaasfeest voorspellen. "Wat minder commercieel geweld zou geen kwaad kunnen. Mis schien gaat het feest weer terug naar waar het thuis hoort, naar de kinderka mer, en zal het van ouders van jonge kinderen afhangen of het feest nog een toekomst heeft. Aan Sinterklaas zelf zal het niet liggen, want hij verpersoonlijkt het ijzersterke sprookjesmotief van de bovennatuurlijke gavenbrenger, dat werkelijkheid wordt", zo schrijft Jans sen. In 1989 berichtte NRC Handels blad voor het eerst dat Sinterklaas minder uitgaven hoefde te doen dan de kerst man. Inmiddels is de goedheüigman nog goedkoper uit. In 1991 constateer de het Nederlands Christelijk O n d e m e mersverbond NCOV opnieuw een daling van vijftien procent Sintuitgaven. Sin terklaas IS vooral minder gul met luxe cadeaus, terwijl zijn collega de kerst man juist wel veel van dergelijke ca deaus weggeeft. Rond de feestdag van de kerstman zijn er veel vrije dagen en koopzondagen, worden er dertiende maanden uitgekeerd, organiseert men
VE8.lVATEK(NG HOLLANDS
Volgens een NiPOenquête vierde in 1991 slechts 51 procent van alle Neder landers Sinterklaas. Tien jaar eerder was dat nog zeventig procent. En hoe hoger de leeftijd, hoe minder Sinter klaas' verjaardag wordt gevierd. Prof. dr G.J. Bamossy, hoogleraar marktkunde aan de vu, begint hard te lachen na de vraag wie van de twee de zonnigste toekomst heeft. Hij is zelf pas een jaar of vijf in Nederland en kan het naar eigen zeggen niet zo goed beoor delen. "Wel zie ik dat steeds meer men sen met 25 december pakjes geven en steeds minder met 5 december. Maar waar dat nou aan ligt, moet je mij niet vragen." J. Havermans van bureau AGB uit D o n gen heeft onderzoek gedaan naar de toekomst van de goedheiligman en ziet nog wel hoop. Zijn conclusie luidt dat tegenwoordig steeds meer mensen dub bel feest gaan vieren. Het aantal men sen dat Sinterklaas viert daalt volgens hem nauwelijks, maar het aantal men sen dat met de kerst ook cadeautjesuuit pakt is drastisch gestegen. "Daarom;
FAMiLlEFEEST iN C^FE^S
lijkt het wel of het er voor de Sint slecht uitziet, maar dat zal in de praktijk wel meevallen. De mensen gaan gewoon steeds meer uitgeven in december." Sinterklaas heeft de schrik desondanks goed te pakken. E n wie helpt de goed heiligman nog om het hoofd boven water te houden, als zelfs zijn knecht al als uiting van racisme en postkolonia lisme wordt beschouwd? D e detailhan del lijkt er niet voor in de stemming. Die vindt het prima dat mensen met de kerst diep in de buidel tasten. Mis schien dat van jonge ouders, die zelf met angst en beven voor Sint Nicolaas en zijn zwarte knecht zijn opgegroeid, nog het een en ander verwacht mag worden. Of zet de Sint zijn nachtelijke rondritten gewoon in een lager tempo voort? Voorlopig is de goedheiligman nog lang geen 'vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker', maar het is de vraag hoe lang dat nog duurt.
Sint aan de VU Coen van Basten "Iedereen op de universiteit heeft haast. Er moet carrière gemaakt wor den. Daarom is er geen tijd meer voor Sinterklaas. Dat vind ik erg, heel erg." Bedroefd staart de vuSint voor zich uit. O m zich enige minuten later bij zonder heftig uit te laten over het plan om een griffioen op de voorgevel van de universiteit te plaatsen. "Die grif fioen is de antiSint", roept hij kwaad. "Het beest heeft het hoofd van een adelaar en de staart van een paard. Maar het is niet de staart van een echte schimmel. En daarmee symboliseert de vu het afscheid van Sint Nicolaas." Dat de Sint door dit soort uitlatingen een wat seniele indruk maakt, interes seert de goedheiligman geen zier. Dat hij van oorsprong een vruchtbaarheids ideaal zou zijn, dat vindt hij pas een se niel idee. "Zo'n oude man een vrucht
Bo£T W IETS AAN SiNTER.<L;^/\S ? {ALLE LEEFriJDSCROEPEN)
ZoJA.WAT M N ? (1391)
CADEAUTJES
^
^H^B^^^
AAN
zucht hij gelaten. Hij is niet bang voor de kerstman. Ter wijl deze bolle, vrolijke kabouter van boven de poolcircel, in dezelfde maand als de Sint kleine kinderen komt ver wennen met presentjes en daardoor toch een gedegen concurrent is van de goedheiligman. "Ik ga al 800 jaar mee en ben met van plan te stoppen. Geen Santa Claus die dat veranderen kan." Wel hoopt de vuSint dat er in de toe komst meer voor hem gezongen zal worden. Het liefst hoort hij 'Hoor de wind waait door de bomen, makkers staakt uw wild geraas'. "Dat lied vind ik een mooie oproep om de auto te laten staan en niet langer met brom mers door de stad te scheuren. En wel gezellig rondom het haardvuur te gaan zitten met een kop warme chocolade melk."
fMïïï
over brac mee
Sint in versjes
_ C U
baarheidsideaal? K om nou, dat is toch een lachertje. Iedereen weet dat bis schoppen celibatair leven." En hijzelf? H o u d t hij zich aan het celibaat? "Geen commentaar", antwoordt hij ontwij kend. En: "In mijn pauselijke encyclie ken hoor je mij er niet over." D e Smt, die het vak volgens eigen zeg gen op de sociale academie heeft ge leerd, hennnert zich zijn bezoek van vorig jaar aan de vu nog als de dag van gisteren. "In het hoofdgebouw had men niet veel op met de Sint", vertelt hij zuur. "Men was niet Sinterklaas min ded, wilde geen liedjes zingen of peper noten in ontvangst nemen. Ik probeer de een toespraakje te houden, maar niemand luisterde. Vervolgens ben ik als een soort oude Jos Brink een ge sprekje aangegaan met mensen die zich naar de mensa spoedden." Helaas liet niemand zich door de oude bebaarde man strikken. "Erg frustrerend", ver
—~{^
\ AB
LT
VAM t E iS^-BfS. :>OET NIETS SINTERKLAAS
Probeer je lachen maar eens in te hou den wanneer een kleuter met een seri eus gezicht "Makkers staakt uw wild geraas" zingt. D e ouderwets aandoende tekst IS van Jan Pieter Heije die het in 1831 op papier zette. Het was het eer ste Sinterklaasliedje dat speciaal voor kinderen werd geschreven. J.J. Viotta componeerde er muziek bij, wat een fraai driestemmig werkje opleverde. T o t het midden van de vorige eeuw waren er alleen maar volksliedjes waar Sinterklaas in voorkwam. De kinderen moesten zich dus behelpen met versjes voor volwassenen. "Die volksliedjes da teren uit het eind van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw. Dat wil zeggen: toen werden ze voor het eerst opgeschreven," vertelt Henk van Benthem. Hij is de auteur van een boek waarin hij Sinterklaaslied jes in hun oorspronkelijke teksten en melodien heeft verzameld. Van Bent hem vond zelfs een lied dat in de ze
ventiende eeuw al werd gezongen. Sin terklaasje Bis s chop, zetje hoge muts op. Een dominee uit Gouda schreef het profane lied dat verwijst naar de verkie zing van een kind tot bisschop tijdens het feest van onnozele kinderen eind december. De Amsterdamse schoolmeester Jan Schenkman schreef in 1850 als eerste een boek met Sinterklaasversjes die speciaal op kinderen waren gericht. Hij bedacht de stoomboot en hij was het ook die zwarte Piet en Spanje als land van herkomst introduceerde. De ever green Zie ginds komt de stoomboot is van Schenkmans hand. De teksten en illus traties zijn daarna regelmatig gemoder niseerd. Zo kreeg de stoomboot een steeds gestroomlijnder uiterlijk en lijkt de boot in de laatste drukken erg veel op een luxe cruiser van de HoUand Amerika Lijn. Sinds de negentiende eeuw zijn de tek sten van alle Sinterklaasliedjes steeds
braver geworden. De scheldwoorden zijn langzaam maar zeker verdwenen en de toon wordt steeds eerbiediger. Sin terklaas kapoentje heeft dat proces over leefd, kapoentje is een scheldwoord. D e tekst van het liedje slaat terug op een populaire volksprent over K laas Kapoen, een jongen die niet wilde deu gen en uiteindelijk aan de galg eindig de. Drie exemplaren van de prent han gen trouwens in het Rijksmuseum. Het doet toch wat vreemd aan dat de Sint, die zo gul met cadeaus strooit, een scheldwoord naar zijn hoofd krijgt. Van Benthem: "Sinterklaas is een mo raalprediker, zo iemand die altijd maar met een opgeheven vingertje zit: dit mag niet en dat mag niet. En diep in h u n hart hebben Nederlanders een af keer van dat soort mensen." (LK)
een kinc dro< wen en c katt heb trac het 166 een stad koz( gaai Ror Een gen een na, StOf
del god vers om van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's