Ad Valvas 1993-1994 - pagina 191
ADVALVAS 25 NOVEMBER 1993
PAGINA 1 1
Universiteiten worstelen met waciitgeid VU geeft nazorg aan ontslagen werknemers Het ministerie be zuinigt op het wachtgeld voor universitair pe rsone e l: vanaf volgend jaar krijge n ontslagen werknemers e e n uitkering die lijkt op de ww in het bedrijfsleven. Werkloosheid wordt daardoor aanzie nlijk onaantrekkelijker. De universiteit wil ook graag dat haar voormalige werknemers aan de slag gaan, omdat ze tegenwoordig de uitkeringen zelf moe t betalen. Vandaar dat de vu beleid ontwikkelt om ontslagen personeel aan het werk te krijge n. De eerste pogingen zijn een bescheiden succes.
Jan-Jaap He ij Belachelijk, zo beoordeelt M. de Bol ster van de AbvaKaboafdeling Vrije Universiteit het Besluit Werkloosheid Onderwijs en O nderzoekspersoneel (BWOO), een forse ingreep van minister Ritzen in de universitaire wachtgeldre geling die als alles doorgaat per 1 maart 1994 van kracht wordt. " D e mi nister verlaagt het wachtgeld omdat er te veel mensen van de regeling gebruik zouden maken. Dat is echter vooral in het lager en voortgezet onderwijs het geval. Daar sturen ze mensen te hooi en te gras met wachtgeld. De universitei ten doen dat al lang niet meer." Het BWO O , gebaseerd op een akkoord tussen Ritzen en de landelijke onder wijsvakcentrales, moet de uitkeringen aan ontslagen werknemers in het on derwijs meer op de ww uit het bedrijfs leven doen lijken. O nderwijspersoneel krijgt voortaan na ontslag maximaal één jaar 78 procent van het laatst verdiende loon. De duur van de uitkering hangt af van het arbeidsverleden van de werkne mer. Daarna volgt, eveneens afhanke lijk van het arbeidsverleden, enige tijd een uitkering van 70 procent. Werknemers van 40 jaar en ouder die tenminste vijf dienstjaren in het onder wijs hebben, krijgen deze laatste uitke ring vervolgens nog een aantal jaren. Wie daar niet voor in aanmerking komt, krijgt een jaar een uitkering ter hoogte van het minimumloon. N u krij gen ontslagen werknemers van de uni versiteit nog eerst 9 3 , dan 8 3 , dan 73 en vervolgens 70 procent van h u n laat ste salaris.
stemd door de bonden uit het basis en voortgezet onderwijs." D e universiteiten zijn ook niet erg ge lukkig met het BWO o, aldus collegelid J. Donner van de vu. "Universitaire per soneelsleden verliezen bij ontslag een onevenredig groot deel van hun inko men. Dat is voor hen heel vervelend, maar voor ons als werkgevers ook. Ik voorzie in de toekomst een toenemend aantal reorganisaties, omdat de studen tenaantallen gaan dalen. D e mensen die dan weg moeten, zullen door dit soort maatregelen steeds onwilliger worden om zaken met ons te doen. Het wordt voor ons veel moeilijker om een flexibel personeelsbeleid te voeren. D e universiteiten stellen op dit moment dan ook alles in het werk om het BWO o aan te passen; onze bezwaren concen treren zich vooral op de aftopping van het salaris."
WW De kans op een succesvolle tegenactie van de universiteiten is echter niet al te groot. Ritzen heeft het geld van de wachtgelduitkeringen nodig voor de aanvangssalarissen van jonge leraren, en zal zich niet laten weerhouden door morrende universiteiten. Sterker nog, het is zijn bedoeling om op termijn de wachtgeldregeling nog ver der om te bouwen tot wwuitkering. Het BWO O is niet meer dan een stap in dit proces. Begin 1991 decentraliseerde de minister al de budgetten voor het wachtgeld. Vroeger konden de universi teiten, als ze iemand ontsloegen, de re kening naar Zoetermeer sturen. Tegen woordig krijgen ze ieder een eigen be drag voor wachtgeld. Voor de vu alleen al is dat in 1994 ruim zeventien miljoen gulden. Daar moeten ze zowel de 'oude' wachtgelders mensen die voor 1991 ontslagen zijn als de 'nieuwe' van na 1991 van betalen. N u komt daar het BWO O bij, waarin de percentages (gedeeltelijk) aan de ww aangepast worden. Mensen die na 1 maart 1994 ontslagen worden, krijgen daardoor een lagere uitkering. In de toekomst wil de overheid nog ver der gaan. Vanaf 1996 moet een nog op te richten bedrijfsvereniging van de uni versiteiten de wachtgeldregeling uit gaan voeren: ze moet uitkeringen vers trekken, maar ook de bijverdiensten van wachtgelders controleren en pogin
gen ondernemen om ze weer aan het werk te krijgen. Donner vindt het ministeriële streven op zichzelf niet onredelijk. "Ik heb best begrip voor het idee dat de wachtgelden in het onderwijs meer afgestemd moe ten worden op de uitkering die andere mensen krijgen als ze ontslagen wor den. Ik vind het bovendien terecht dat we meer verantwoordelijkheid voor onze eigen arbeidsvoorwaarden krijgen. D e vu krijgt per slot van rekening veer tig procent van haar inkomsten uit an dere bronnen dan de bijdrage van het rijk. Het punt is echter dat de manier waarop die eigen verantwoordelijkheid gestalte krijgt voor ons soms een belem mering is." Een probleem kan bij voorbeeld ont staan bij grootschalige reorganisaties. Mensen ontslaan levert nauwelijks iets op, omdat een universiteit zelf de uitke ringen aan die mensen moet betalen. Gevolg is dat er niemand weg kan omdat het wachtgeld op is. Een andere mogelijkheid is dat een universiteit wachtgeld uit het eigen personeelsbud get bijpast, zodat er veel meer mensen weg moeten dan eigenlijk noodzakelijk is. D e meest elegante uitweg uit dit dilem ma is: zorg ervoor dat je zo min moge lijk mensen ontslaat. Als dat toch moet, zorg dan dat ze een andere baan vin den. De universiteiten gaan de laatste jaren dan ook anders om met hun over tollige personeel: ze sturen niet meer zo maar mensen de laan uit. M. H a m , me dewerkster van het bureau Topselect van de Universiteit Utrecht (RUU): "De RUU heeft een interne mobiliteitsbank opgericht om personeelsleden die van baan willen veranderen of met ontslag bedreigd worden binnen de universiteit ander werk te geven. Als dat voor de laatste groep niet lukt, komen ze bij ons terecht. Wij zijn opgericht om de wachtgelduitgaven van de RUU ruim 50 miljoen per jaar zo veel mogelijk te beperken. Dat proberen we te doen door samen met het arbeidsbureau ander werk te zoeken voor personeelsle den die weg moeten en voor mensen die al wachtgeld hebben."
Zak met banen Het bureau voert gesprekken met de betrokkenen, verzamelt vacatures en stimuleert mensen om op cursus te
gaan. Het is geen eenvoudig werk, aldus H a m . " T e n eerste hebben we na tuurlijk geen zak met banen in de aan bieding. Daarnaast wil niet iedereen met een wachtgelduitkering weer aan het werk. Mensen die al lang in de re geling zitten, hebben vaak een hoog in komen en bovendien een goed gevulde dag. Ze hebben bij voorbeeld bijbanen of een eigen bedrijf" T o t slot ontbreekt het Topselect aan sancties. Ham: "Exaio's willen vaak ook nog niet aan de slag: het is heel ge bruikelijk dat ze het eerste jaar na h u n ontslag h u n proefschrift schrijven. Ei genlijk moeten ze beschikbaar zi)n voor de arbeidsmarkt, maar van het ministe rie krijgen ze vrijstelling. Ze worden niet op hun uitkering gekort. Daar be talen wij trouwens voor." Toch doet het bureau redelijk goede zaken, zo stelt ze vast. "Door een inten sieve begeleiding hebben we in het eer ste jaar van ons bestaan van de 222 kandidaten 65 mensen aan ander werk weten te helpen. Ik vind dat een heel behoorlijke score." Vooral Aio's kun nen vrij makkelijk aan de slag komen. Ham: "Die zijn nog jong, maar hebben toch al een behoorlijke werkervaring: ze hebben onderzoek gedaan, ze kunnen stukken schrijven en studenten begelei den."
Polsstok Op het eerste gezicht lijkt de noodzaak van dergelijke initiatieven aan de v u niet aanwezig. De universiteit houdt in 1994 naar verwachting zelfs twee mil joen gulden over van haar wachtgeld budget. Vanwege de onzekerheid over de toekomst is wachtgeldbeleid echter wel degelijk nodig, aldus Donner: in de toekomst dreigen ontslagen door reor ganisaties en bovendien kan de minister best nieuwe bezuinigingen op het wachtgeldbudget van de universiteiten afkondigen. " T e n aanzien van aio's dringen we er daarom bij de faculteiten op aan niet verder te springen dan de polsstok lang is. We zouden graag zien dat ze geen nieuwe aio's aanstellen voordat de uitkering aan oude afgelo pen is. Aan de andere kant proberen ook wij ontslagen personeel weer aan de slag te krijgen." T . Goedendorp, medewerkster bij per soneelszaken, houdt zich met het laat ste bezig. Ze begeleidt mensen met een
'uitkering' het wachtgeld voor tijdelijk personeel bij het zoeken naar nieuw werk. "Ik voer gesprekken met hen over de stappen die ze ondernemen om een baan te vinden en de problemen die ze daarbij ondervinden. Verder verwijs ik mensen door naar Topcentre, de afde ling van het arbeidsbureau die zich be zighoudt met het plaatsen van hoger opgeleiden. Voor aio's is er een cursus loopbaanbegeleiding, waarin ze leren te bepalen wat ze willen en wat h u n sterke en zwakke kanten zijn." Haar chef J. H a m , hoofd personeelsbe leid en arbeidsvoorwaarden bij pz, legt uit waarom de vu begonnen is met deze vorm van 'nazorg' voor ontslagen werk nemers. "We willen natuurlijk de wachtgelduitgaven beperken, maar een ander punt is dat er voor mensen uit het hoger onderwijs niet veel voorzie ningen zijn. Er bestaat wel een bureau voor onderwijspersoneel met wacht geld, dat door het ministerie wordt be taald, maar dat doet niks voor de uni versiteiten." Volgens Goedendorp werkt het eigen beleid van de vu naar behoren. "Ik kan moeilijk aangeven hoeveel mensen door onze inspanningen een baan vmden, maar ik merk wel dat het helpt. D e ge sprekken stimuleren mensen. Ze kun nen hun verhaal kwijt en ze komen op nieuwe ideeën. D e aiocursus heeft een zelfde effect." D e Bolster van de AbvaKabo kan zich wel vinden in de vuaanpak; het is al tijd beter dan mensen gewoon maar ontslaan. Uiteindelijk ziet hij echter meer heil in een aanpassing van het universitaire personeelsbeleid zélf. "Je moet ontslagen gewoon zo veel moge • lijk zien te vermijden. Dat is in ieders belang: de werknemer hoeft niet weg en de universiteit verliest geen waardevol le, ervaren kracht. D e universiteit moet er daarom voor zorgen dat mensen die overbodig worden, elders binnen de in stelling aan de slag kunnen. Dat valt met een goede planning van de perso neelsbehoefte en het aantrekkelijk maken van horizontale mobiliteit, bij voorbeeld door premies, best te organi seren."
Dienstjaren Werknemers in het hoger onderwijs hebben meer dan ander onderwijsper soneel last van dit besluit. D e Bolster: "Het komt vaak voor dat mensen pas op latere leeftijd aan een universiteit of hogeschool gaan werken; in andere sec toren van het onderwijs is dat veel min der het geval. Universitaire werknemers bouwen daardoor veel minder onder wijsdienstjaren op dan bijvoorbeeld le raren in het basisonderwijs. Bovendien wordt het laatstverdiende loon in het BWOO afgetopt tot schaal twaalf (maxi maal 7973 gulden bruto JJH). Mensen die daar boven zitten, zoals hooglera ren, krijgen dus geen percentage van hun laatste salaris maar een percentage van schaal twaalf Dat is zeer nadelig voor vooral de universiteiten, omdat die vrij veel personeel hebben dat hoger zit dan schaal twaalf. Vandaar dat de hogeronderwijsbonden allemaal tegen het BWO O waren. We zijn echter wegge
ustratie Aad Meijer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's