Ad Valvas 1993-1994 - pagina 454
ADVALVAS 28 APRIL 1994
PAGINA 8
Evaluatie van KNAW-beurzensysteem Garantie op vaste baan struikelblok voor jong toptalent Liesbeth Klumper Universiteiten gebruiken de jonge toponderzoekers die via de Akade mie van Wetenschappen een beurs krijgen, niet om een verjonging van het wetenschappelijk personeel door te voeren. Dit was wel de be doeling van het Programma Akade mieonderzoekers. Toch loopt het Programma goed en moet het, met wat kleine aanpassingen, worden voortgezet. H e t adviesbureau Leeu wendaal komt tot deze conclusie na een evaluatie van de eerste vier jaar van het beurssysteem waar 376 we tenschappeUjke talenten gebruik van maakten. De Koninklijke Akademie van Weten schappen (KNAW) introduceerde het Programma Akademieonderzoekers in 1986. Het is de bedoeling om zo jonge toponderzoekers te behouden voor de universiteiten. Vaak vertrekken deze ta lenten naar het bedrijfsleven of het bui tenland omdat er aan de universiteiten geen plaats voor hen is. De KNAWfellows, zoals de onderzoe kers ook wel worden genoemd, zijn in dienst van de universiteiten, maar hun salaris komt van de KNAW. Sommige onderzoekers krijgen meteen een ar beidsovereenkomst van vijf jaar. Drie kwart van hen begint echter op een contract voor drie jaar met de mogelijk heid tot een verlenging van nog eens twee jaar. Iets meer dan de helft van de talenten krijgt die verlenging ook daad werkelijk aangeboden, zo blijkt uit het evaluatierapport van het adviesbureau. Wat er met de rest is gebeurd, blijft on duidelijk. Waarschijnlijk zijn zij weer te .rechtgekomen in tijdelijke banen.
ben allemaal een vaste baan gekregen. Die situatie is sinds 1990 aan alle Ne derlandse universiteiten verslechterd. De faculteiten kunnen die garantie op een vaste baan niet meer geven en de KNAW neemt alleen genoegen met kei harde toezeggingen. Ik ken schrijnende verhalen van mensen die midden in hun onderzoek hun spullen konden pakken. Kijk, dit soort onderzoek loopt vaak lang, het kan drie, vier jaar duren voor de resultaten zichtbaar worden en je kunt gaan oogsten. Als je net in die periode weggestuurd wordt, is dat zeer
frustrerend en dat is niet de bedoeling van deze fellowships." Peters vindt dat de universiteiten zich meer zouden moeten realiseren wat voor talent ze in huis hebben met deze KNAWfellows. "Het zijn toppers die flink gepresteerd hebben, die moet je vasthouden." Bij het bureau bestuursondersteuning van de vtr kan men niet zeggen hoeveel verlengingsaanvragen zijn afgeketst omdat de garantie op een vaste baan uitbleef. "Maar ik ben er zeker van dat het om een paar uitzonderingsgevallen
gaat, die dan waarschijnlijk elders aan de slag zijn gekomen", zegt drs J. Sevens van Bestuursondersteuning. "Het is geen structureel probleem. Als er geen uitzicht is op een vaste baan, dan houdt het op, dan bereikt die ver lengingsaanvraag ons niet eens. Dan blijft het op facultair niveau." Uit informatie van de KNAW blijkt dat de positie van de fellows aan de vu re delijk goed is. Dit jaar lopen vier con tracten af, alle betrokkenen krijgen een vaste baan als wetenschappelijk mede werker. Zestien anderen hebben de af
gelopen jaren hun tijdelijke dienstver band al dan niet voortijdig beëin digd. Zeven van hen zijn inderdaad we tenschappelijk medewerker geworden bij de vu. Twee zijn ingelijfd bij een an dere universiteit en twee zijn naar het buitenland vertrokken. Drie voormalige KNAWonderzoekers werken nog steeds op tijdelijke basis en van de laatste twee is niet bekend wat zij op het moment doen. Het adviesbureau vindt in haar evalu atie dat de doelstelling van het Pro gramma Akademieonderzoekers dui delijk en ondubbelzinnig moet worden geformuleerd. Dat zou de jeugdige ta lenten zekerheid geven over het vervolg van hun carrière. Ook Peters heeft plannen om de positie van de jonge onderzoekers te verster ken. Hij heeft met de belangenvereni ging ideeën ingediend bij de KNAW en de vereniging van samenwerkende uni versiteiten. "Wij hebben de KNAW voor gesteld om flexibeler met die garantie op een vaste baan om te gaan. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat zo'n onderzoe ker de laatste twee jaar bij een andere vakgroep, faculteit of universiteit door brengt. Dat is voor beide partijen aan trekkelijk. Voor de onderzoeker omdat hij verder kan en voor de betreffende instelling omdat zo'n wetenschapper natuurlijk een aardige bruidsschat mee brengt."
Afstemming De selectiecommissie van de KNAW let
bij de toekenning op de wetenschappe lijke kwaliteit van de aanvrager en het onderzoeksproject. De vu zag relatief veel aanvragen toegekend, net als de UVA, en de universiteiten van Leiden en Delft. Hoewel de onderzoekers tevre den Waren over de manier waarop de KNAW de aanvragen selecteerde, blijkt het dat grote universiteiten en traditio nele wetenschapsgebieden iets in het voordeel zijn. Bovendien zou het tijdstip waarop de beurzen worden aangevraagd en toege wezen beter afgestemd moeten worden op het begin en het einde van het aca demisch jaar. Ook blijkt het budget voor de fellows niet meer toereikend. De KNAW besteedt 100.000 gulden per jaar per onderzoeker. Dat was in 1986 nog genoeg maar nu dekt het nauwe lijks nog de salariskosten. Voor de aan schafvan apparatuur, materialen en voor de kosten voor congresbezoek moeten de KNAWbeschermelingen steeds vaker aankloppen bij de universi teiten. Het adviesbureau wil dat het budget wordt verruimd.
Garantie Voordat de onderzoeker na contract verlenging weer aan de slag kan, moet de faculteit een garantie geven dat het tijdelijke dienstverband na afloop van het contract omgezet zal worden in een vaste baan. En daar zijn de laatste jaren problemen gerezen. Door de steeds slechter wordende financiële situatie van de faculteiten, kunnen zij nu een vast contract niet meer garanderen. Het gevolg is dat een aantal talenten na een paar jaar onderzoek hun heil elders moet zoeken. "De problemen met die garantie zijn begonnen bij de alfafacul teiten, maar zijn nu algemeen", vertelt dr G. P eters van de afdeling geneeskun dige oncologie. Peters behoorde zelf tot de eerste lichting KNAWfellows. Hij begon in 1987. Tot voor kort was hij secretaris van de belangenvereniging van KNAWonderzoekers. "De mensen die net als ik in 1987 begonnen, heb
'Ondernemingsraad moet meer initiatief nemen' ORopleider Goodijk pleit voor professionalisering Jan-Jaap Heij De ondernemingsraad van de v u is redelijk tevreden over zijn eigen functioneren, zo bleek tijdens een evaluatie vorige maand. Een techni sche aanpassing hier, een extra commissie daar, maar verder ligt de raad redelijk op koers. D r ir R. Goodijk, auteur van een boek over de professionalisering van onderne mingsraden en cursusleider w a n de OR tijdens een scholingsbijeenkomst in maart, constateert dat de raad nog te veel in een 'zoekende' fase zit: "De ondernemingsraad van de vu moet meer eigen initiatief gaan nemen." Goodijk constateert in zijn boek. Op weg naar een professionele ondernemings
raad? dat de Nederlandse wetgeving op het gebied van ondernemingsraden enigszins uit de tijd dreigt te raken. Be drijven en instellingen veranderen de laatste jaren sterk: ze creëren in toene mende mate 'teams' en businessunits, die in hoge mate zelfstandig kunnen werken. Daardoor krijgt het manage ment van bedrijven de kans om zich meer met de langetermijnstrategie te gaan bezighouden.
Door deze decentralisatie nemen de mogelijkheden voor directe inspraak van werknemers 'op de werkvloer' vaak sterk toe. Bedrijven moedigen in ieder geval in theorie, en vaak ook in de praktijk aan dat het personeel zich in tensief bemoeit met de dagelijkse gang van zaken binnen de eigen unit. De on dernemingsraad is daar niet meer voor nodig. De raden dreigen daardoor hun bestaansrecht te verliezen. Als ze zich blijven concentreren op kwesties die ook in direct overleg kvmnen worden opgelost, hebben ze weinig waarde meer voor het bedrijf. De vuondernemingsraad is nog zo vers dat deze vraag naar de meerwaarde van de raad zich, de decentralisatie van de universiteit ten spijt, nog niet heeft voorgedaan, aldus Goodijk, die als ad viseur en docent is verbonden aan het bureau GITP . "Ik vind wel dat de OR van de vu er vooralsnog te weinig in slaagt om prioriteiten te selecteren en vervolgens met eigen ideeën te komen. Ze laten de werkgever de agenda bepa len, waardoor ze niet altijd op tijd bij de besluitvorming betrokken worden."
Denktank Goodijk is van mening dat de OR, wil ze in de toekomst de problemen van raden in het bedrijfsleven vermijden, voor een
meer professionele aanpak moet kiezen: "Ik denk dat de raad van de vu veel meer als een soort denktank van de werknemers moet gaan opereren, die zich op bepaalde punten meer met de totstandkoming van het beleid gaat be moeien. Als je bijvoorbeeld nu al weet dat de studentenaantallen in de toe komst gaan dalen, kun je gaan naden ken over de toekomstige taken van de universiteit en daarover met het be stuur in discussie gaan." Dat betekent dat de raad op een hoger niveau van abstractie moet gaan wer ken, aldus Goodijk: "Minder bemoei enis met details van regelgeving, en meer nadenken over algemene beleids kwesties." Bovendien moet de raad keuzes maken: niet alles behandelen, maar een paar thema's uitkiezen die echt belangrijk zijn. Goodijk: "Daarbij kun je denken aan de omgang van de universiteit met haar faculteiten, maar ook de manier waarop de centrale dien sten in de toekomst moeten opereren." Wordt de universiteit daarmee niet een beetje overgedemocratiseerd? Met een universiteitsraad, vakbonden, facul teitsraden en facultaire personeelscom missies en de huidige OR lijkt de mede zeggenschap ruimschoots op orde. Goodijk is het daar niet mee eens. "Juist de strategische vragen die voor
personeel van belang zijn komen nu te weinig aan bod. Daar ligt dus een taak voor de DR, die andere zaken dan beter aan bijvoorbeeld de universiteitsraad of aan vakbonden over kan laten."
Tact Hij vermoedt wel dat een dergelijke werkwijze vn de ondernemingsraad op onbegrip van het universitaire bestuur zal stuiten. "Dat is niet meer dan lo gisch: het management krijgt de indruk dat 'die mensen zich willen bemoeien met dingen die hen niet aangaan', dat de raad op hun stoel gaat zitten. Die indruk is echter best weg te nemen, wanneer de OR voorzichtig opereert en aan kan tonen dat actieve bemoeienis van het personeel met het langeter mijnbeleid in ieders belang is. Het is ook voor een werkgever nuttig dat werknemers meedenken, al was het maar om conflicten in een later stadi um te voorkomen. Het moge echter duidelijk zijn dat deze benadering het een en ander vraagt van de OR: inhou delijke deskundigheid en veel tact." Het is bovendien de vraag of de achter ban van de OR erg gelukkig zal zijn met de professionele benadering. De raad zal zich minder bezig kunnen houden met de directe belangen van werkne mers. Goodijk: "De raad moet de ach
terban duidelijk kunnen maken dat zijn activiteiten op langere termijn wel de gelijk in het belang van het personeel zijn. Dat is niet eenvoudig: probeer maar eens uit te leggen dat je nu over de meerjarenramingen van de universi teit en de nota verdelingsvoorstellen moet discussiëren omdat die discussie over drie jaar wel eens gevolgen voor medewerkers zou kunnen hebben. Wat de raad zou kunnen doen is voor de volgende verkiezingen een duidelijk be leidsplan maken, waarin de prioriteiten vermeld staan. Dat maakt duidelijk welke onderwerpen de OR wel en niet aan wil pakken en waarom. Hopelijk begrijpen mensen dan dat de OR niet alles kan doen, maar toch nuttig is. Al moet je niet verwachten dat je iedereen geïnteresseerd krijgt." R Goodijk, Op weg naar een professionele ondernemingsraad'^ Van Gorcum Assen/Maastncht 1993, ISBN 90-232-2807-3 25 gulden
Wl^is^i^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's