Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 361

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 361

10 minuten leestijd

AD VALVAS 10 MAART 1994

PAGINA 5

Scholing kan achterstand allochtonen op arbeidsmarkt verkleinen Psycholoog Bleichrodt vindt dat succes PION-projecten navolging verdiend Hoog opgeleide werkloze allochtonen vinden na het volgen van speciaal opgezette omscholingscursussen net zo vaak gelijksoortig werk als hun autochtone collega cursisten. Voor de nieuwe hoogleraar arbeids- en personeelspychologie prof.dr N. Bleichrodt aanleiding om in zijn oratie te pleiten voor een landelijk centrum dat werkloze allochtonen extra gaat scholen. Maar de werkgevers moeten volgens hem ook nog een lesje leren. Vanwege de vergrijzing zijn de huidige werkloze allochtonen over een paar jaar keihard nodig om de economie draaiende te houden.

Dirk de Hoog

"Natuurlijk vindt er al dan niet bewust discriminatie plaats op de arbeidsmarkt. Uit een onderzoek blijkt dat een derde van de ondervraagde personeelschefs liever geen allochtonen aanneemt. In een ander onderzoek zegt bijna veertig procent van de benaderde bedrijven bij volledig gelijke geschiktheid van een allochtone en een autochtone kandidaat de voorkeur te geven aan de autochtone Nederlander. Bovendien blijken personeelsfunctionarissen in de praktijk andere criteria te gebruiken dan ze tegenover onderzoekers zeggen. In theorie vinden ze etoische afkomst een onbelangrijk selectiecriterium, maar feitelijk speelt het wel degelijk een rol." Prof.dr N. Bleichrodt maakt zich zorgen over de positie van allochtonen in de Nederlandse samenleving. "De afgelopen jaren is er sprake van een toenemende onverdraagzaamheid jegens onze medemens", zei hij afgelopen dinsdag bij de aanvaarding van de bijzondere leerstoel Arbeids- en personeelspsychologie in het bijzonder gericht op allochtoon-etnische groepen. Maar hij wil ook een positief geluid laten horen. Aan de hoge werkloosheid onder allochtonen valt namelijk via scholing en training wel degelijk iets te doen. In 1985 startten de zogenaamde PION-projecten om hoog opgeleide werklozen om te scholen voor banen in de informatica. Al snel bleek dat qua opleidingsniveau geschikte werkloze allochtonen niet door de toelatingstesten

i

kwamen. Daarom riep het arbeidsbureau dat de cursussen organiseerde, de vakgroep Arbeids- en Organisatiespychologie waar Bleichrodt werkt, te hulp. De vakgroep had in de loop der jaren veel ervaring opgebouwd met onderzoek naar toepasbaarheid van allerlei psychologische tests in ontwikkelingslanden en met cross-cultureel psychologisch onderzoek. De vakgroep wilde proberen om meer allochtonen het PlON-project binnen te halen, op voorwaarde dat de psychologen verantwoordelijk waren, vanaf de allereerste stap van de cursus (de werving van de kandidaten) tot en met de laatste (het vinden van een baan voor de geslaagde cursisten).

Trots Een paar maanden geleden konden de onderzoekers trots melden dat negentig procent van de allochtone ex-PlON-cursisten na vier jaar nog steeds een (vaste) baan heeft. Hun autochtone collega's halen hetzelfde percentage. Bovendien werken beide groepen op een vergelijkbaar niveau. "Het succes van deze PION-projecten is het resultaat van de integrale aanpak en het evaluatie-onderzoek dat vanuit de vakgroep steeds plaatsvindt, waardoor de cursussen bijgesteld kunnen worden", zegt Bleichrodt. "Alle onderdelen van het traject, werving, selectie, training, vakopleiding, plaatsing en begeleiding, zijn afgestemd op een specifieke doelgroep." Inmiddels staat de naam PION niet meer

Prof.dr N. Bleichrodt: 'Het stemt mij somber dat vijftig procent van de Nederlanders vindt dat er te veel allochtonen in Nederland zijn' Nico Boink - AVC/VU

"- 'Sfi

kA r voor informatica omschohng, maar voor 'Promotie van Integratie door Omscholing in Nederland'. De stichting, die ook de bijzonder hoogleraar heeft aangesteld, schoolt al enige tijd niet alleen hoog opgeleide allochtonen om, maar juist ook minder hoog opgeleiden. Daarvoor zijn omscholingstrajecten opgezet voor onder andere werk in de gezondheidszorg, beveiliging, politie, banken, detailhandel en verzekeringen. Volgens Bleichrodt is het opleidingsniveau niet de enige oorzaak voor de werkloosheid onder allochtonen. Van de allochtonen met niet meer dan de basisschool als opleiding is dertig procent werkloos. Bij vergelijkbare autochtonen is dat percentage twintig. Maar ook bij hoger opgeleide allochtonen is de werkloosheid hoger dan bij autochtonen. Van de hoogst opgeleide groep allochtonen is elf procent werkloos tegenover vijf procent van de autochtonen. In 1993 lag het werkloosheidspercentage onder de autochtone bevolking rond de 5,5 procent. Voor de Surinaamse groep was dit percentage driemaal zo hoog, voor de Antilliaanse groep viermaal en voor de Turkse en Marokkaanse groep zes maal zo hoog. "Hèt belangrijkste probleem van de werkloosheid is natuurlijk dat er te weinig banen zijn. Vooral banen voor laag opgeleiden zijn de afgelopen jaren verdwenen en daar zijn de allochtonen extra door getroffen. Maar de herverdeling van werk is een politiek probleem, waar

ik niet zoveel aan kan doen", vindt Bleichrodt. "Ik kan wèl wat doen aan training en scholing voor die groepen die de aansluiting op de arbeidsmarkt missen. Wij doen dat hier nu voor allochtonen, maar ook langdurig werkloze autochtonen hebben vaak training en scholing nodig om weer aan het werk te komen." Een van de specificieke problemen waarmee allochtonen geconfronteerd worden bij het vinden van werk is de cultuurbepaaldheid van de capaciteiten- en persoonlijkheidstests die nogal eens gebruikt worden in selectieprocedures voor middelbare en hogere functies. Een werkgroep van het Landelijk Bureau Racismebestrijding en het Nederlands Instituut van Psychologen bekeek in 1988 de twintig in Nederland meest gebruikte tests en concludeerde dat deze niet zonder meer voor allochtone sollicitanten gebruikt kunnen worden. Volgens Bleichrodt vallen allochtonen niet alleen door het gebruik van psychologische tests buiten de boot, maar vinden ook bij sollicitatiegesprekken en vaardigheidsproeven allerlei interculturele misinterpretaties plaats. "Eigenlijk moeten niet alleen de werkloze allochtonen een training krijgen, maar zouden ook de werkgevers en personeelsfunctionarissen een zogenaamde intercultureel managementcursus moeten volgen. Maar als ik dat bij een bedrijf kom vertellen kan ik meestal gelijk weer vertrekken", zegt Bleichrodt. Hij vindt dat de overheid, en dus ook de universiteiten, een voorbeeldfunctie

heeft wat betreft het in dienst hebben van een evenredige vertegenwoordiging van allochtone werknemers. In wettelijke maatregelen gelooft hij niet zo erg. "De pas aangenomen Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen heeft geen steim van de werkgevers. Ik vrees dat zo'n opgelegde maatregel eerder negatief dan positief uitpakt. Allochtonen dreigen in bedrijven het stempel van een 'moetje' opgelegd te krijgen. Ze zijn niet benoemd vanwege kwaliteiten, maar om de wettelijke quota te halen." Bleichrodt zelf gelooft meer in het uitbouwen van de PlON-aanpak. In zi)n oratie pleit hij voor een landelijke aanpak middels een Nederlands Onderzoekscentrum voor Arbeidsmarkt en Allochtonen. In dit centrum moeten methoden en technieken worden ontwikkeld en geëvalueerd, waardoor het mogelijk wordt allochtonen versneld te laten instromen in het arbeidsproces. Te denken valt aan het ontwikkelen van sollicitatietechnieken, bedrijfsmaatschappelijke oriëntatiecursussen, het maken van informatiemateriaal en het trainen van werkgevers. In de grote steden moet het centrum intensief samenwerken met de scholingsinstituten van het arbeidsbureau."

Vergrijzing Bleichrodt vindt dat de samenleving niet meer om de problematiek van de hoge werkloosheid van allochtonen heen kan. "Daar heeft heel Nederland een groot belang bij Vanwege de vergrijzing hebben bedrijven over een paar jaar allochtone werknemers hard nodig om door te kunnen draaien." Maar de nieuwe hoogleraar ziet ook een ander probleem. "De tolerantie van het autochtone deel van de Nederlandse bevolking ten opzichte van het allochtone deel neemt drastisch af, daarover laat de niet aflatende stroom berichten in de media geen twijfel bestaan. Tegelijkertijd blijft de werkloosheid onder allochtonen toenemen, wat kan leiden tot deviante levensstijlen binnen bepaalde groepen en tot individueel of collectief verlies aan eigenwaarde. Uiteindelijk kan dit het ontstaan van een etnisch subproletariaat tot gevolg hebben." Met enige somberheid laat hij nog een tabelletje zien. "In 1989 vond 35 procent van de Nederlanders dat er te veel allochtonen in het land waren. Nu is dat al bijna vijftig procent. Dat komt niet door een toevallige sympathie voor de Centrumpartij of iets dergelijks. Nederland heeft wat betreft intolerantie het niveau van de omringende landen bereikt. Die gedachte stemt mij somber."

Mk ben geen ambtenarentut' Ook het personeel dat dagelijks achter de schermen werkt, is essentieel voor de VU. Wie zijn deze mensen en wat doen ze eigenlijk? De vormingsmedewerkster.

Vormingsmedewerkster Nels Groot: 'Kleiner, kleiner, kleiner is mijn boodschap aan studenten met scriptieproblemen' NICO Boink - AVC/VU

Dirk de Hoog

Zelf schreef ze haar doctoraalscriptie psychologie in twee maanden. Ze wilde snel afstuderen en zei tegen de begeleidende docent dat ze met een zesje tevreden was. Nu geeft Nels Groot bij het Vormingscentrum onder andere cursussen scriptieschrijven. "Kleiner, kleiner, kleiner is mijn boodschap aan studenten met scriptieproblemen", zegt ze. "Vaak denken mensen dat een scriptie maken heel belangrijk is. Dan gaan ze achter hun bureau zitten om de eerste zin van hun levenswerk te schrijven. Nou, die eerste zin komt natuurlijk nooit op papier." Volgens Nels is er een simpel trucje te leren om je scriptie af te krijgen. "Alles lijkt in het begin een enorme onontwarbare kluwen.

Maar je moet jezelf een heel concrete vraag stellen. Die moet je in je scriptie beantwoorden. Eigenlijk alles opdelen in hapklare brokken." Ze kwam in september 1992 als stafmedewerkster terecht bij het Vormingscentrum, dat onderdeel uitmaakt van het bureau studentenvoorzieningen. Ze rolde middenin een grote reorganisatie, maar dat vond ze juist leuk. "Ik houd van veranderingen. Als iets goed loopt wil ik weer weg. Mijn ambitie is ideeën die ik heb, daadwerkelijk tot stand te brengen." Deze baan ziet ze niet als haar levenswerk. Voor een tijdje is het leuk, maar het liefst zou ze gaan pionieren in het buitenland. Ooit wilde ze mee met Artsen zonder Grenzen. Daar is het nooit van gekomen. Nu wil ze wel voor bedrijven in het buitenland

nieuwe vestigingen op poten zetten, 'of zoiets'. Maar voorlopig is ze tevreden met haar baan. "De cursisten die komen zijn erg gemotiveerd, dat maakt het werken leuk." Toen ze aan de vtJ begon, werkte ze naar eigen zeggen 'echt achter de schermen'. Ze begeleidde studenten die als vrijwilligers cursussen verzorgden. Maar die vrijwilligers zijn nu vervangen door profs en zijzelf draait ook regelmatig een groepje, zoals dat heet in vormingswerkersjargon, om contact met de klanten te houden. "Ik ben erg voor die professionalisering, hoewel het natuurlijk leuk bedoeld was dat een tweedejaars student economie sollicitatietrainingen gaf. Maar de cursisten komen hier om iets te leren." Het werken met vrijwilligers had volgens Nels

een enorme vergadercultuur tot gevolg. Iedereen moest overal over meepraten. "Soms vind ik het een beetje vreemd dat uitgerekend ik degene was die efficiënter en professioneler wilde werken, want zo'n technocratische ambtenarentut ben ik ook weer niet. Maar wat je aanbiedt aan cursussen moet kwaliteit hebben." Zelfheeft ze aan de Universiteit van Amsterdam gestudeerd. Het verschil tussen de twee universiteiten vindt ze moeilijk aan te geven. "Aan de vu zijn de studenten misschien wat braver. Bij de UVA kwam je vaker een punker tegen." Ze vindt dat de vu iets familiairs heeft. "Ik heb echt geen belangrijke functie aan de universiteit, maar ik heb wel met iemand van het college van bestuur gesproken. Bij de UVA zou

dat denk ik niet zo snel gebeuren." Van haar mag het vormingscentrum een beetje politieker worden. "Het lijkt of studenten alleen aandacht hebben voor de nieuwe zakelijkheid. Hoe presenteer ik me zo goed mogelijk op de arbeidsmarkt enzo. En aan de andere kant hebben ze juist het hoe- word-ikzelf-gelukkig-gevoel." Als ze nu moest gaan studeren zou ze geen psychologie meer kiezen. "Daar draait uiteindelijk alles om het individu. Ik vind het steeds belangrijker om te zien hoe mensen in een omgeving, in een systeem functioneren. Maar ach, in mijn werk gaat het erom dat er wat gebeurt en we het een beetje levendig houden aan de vu."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993

Ad Valvas | 552 Pagina's

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 361

Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993

Ad Valvas | 552 Pagina's