Ad Valvas 1993-1994 - pagina 506
AD VALVAS 2 JUNI 1994
PAGINA 8
Het gehooronderzoek is af Hoogleraar experimentele audiologie kan gerust met emeritaat Architecten hebben alleen een oog voor gebouwen, geen oren. De holle ruimtes zijn voor slechthorenden een groot probleem. Tot ergernis van prof. Reinier Plomp, hoogleraar in de experimentele audiologie. Na zijn emeritaat gaat hij boeken schrijven en een Baroktuin aanleggen. Arjan Spit Het oor wordt ondergewaardeerd. H o e wel het voortdurend ingewikkelde analyses uitvoert om de brij van geluiden uit elkaar te halen, gaat m de handboeken over waarneming steevast het gros van de aandacht naar het oog. Dat orgaan laat zijn werking zo makkelijk illustreren met plaatjes over dieptewerking en visuele illusies. Dr ir Reinier Plomp moet van de zomer de studio in duiken om zijn lezers het nodige bij te kunnen brengen over het gehoor. Bij zijn nieuwe boek over toonperceptie hoort een cd. Hij heeft de tijd voor de opnames, want na 22 jaar heeft de hoogleraar experimentele audiologie de vu verlaten. Hij was al die tijd een van de leidende onderzoekers in het vakgebied dat zich beweegt tussen de fysica, de psychologie en de geneeskunde. "We hebben altijd een eigen stek gehad", zegt hij in een uithoek van de Polikliniek van het vu-ziekenhuis. "Toen ik in de jaren vijftig begon waren er in Nederland maar een paar mensen bezig met gehooronderzoek. En die werkten allemaal in klinieken. Ik was dus een eenling en moest zelf met het fimdamentele onderzoek beginnen." Het vakgebied van de experimentele audiologie bestond nog niet toen Plomp zijn dienstplicht vervulde bij het Instituut voor Zintuigfysiologie van TNO, toen nog verbonden aan Defensie. Vanuit zijn studie natuurkunde in Delft kon hij zo doorstromen naar het onderzoek. Bij TNO IS Plomp altijd in deeltijd blijven werken.
kun je wel aan de volumeknop draaien, maar dan versterk je ook de storing. Je moet in een hoorapparaat dus selectief het geluid versterken. Dat kan met meerkanalige hoortoestellen." Met financiering van de firma Philips ontwikkelde Plomp daarom een prototype van een vierkanalig hoortoestel. Daarin worden verschillende geluiden, afhankelijk van h u n toonhoogte en sterkte, apart versterkt. Het prototype is niet op de markt gekomen omdat de fabrikant er te weinig commercie in zag. Er was meer belangstelling voor het regelen van de hoortoestellen met infrarood-afstandsbediening. Het bij het oor regelen van de tegenwoordig zeer kleine toestellen vergt immers wel erg veel lenigheid van bejaarde handen.
Architecten Wat het betekent om slechthorend te zijn is voor mensen met een gezond oor moeilijk aan te voelen. O m niet te zien, of helemaal niet te horen hoeven we ogen en oren maar te dicht te houden. Maar hoe voelt het om voortdurend door een ruis heen te moeten luisteren? Architecten onderschatten dat pro-
bleem enorm, vindt Plomp. "Ze hebben wel een idee hoe een zaal er uit moet zien, maar als deze akoestisch niet voldoet verwijzen ze naar een specialist. Het worden vaak veel te holle, harde ruimtes. Dat is vooral voor bejaarden verschrikkelijk. Ik erger me daar aan. Ik heb eens onderzoek gedaan naar slechthorendheid in een bejaardencentrum, ik gebruikte de mensen daar als proefpersoon. Twee jaar later kwam ik nog weer eens terug, en toen hadden ze een conversatiezaa! gebouwd, waarvan het plafond akoestisch absoluut niet deugde. Dat is juist in een conversatiezaal natuurlijk funest. Dat was echt een misser." Plomp vindt dat de problematiek van de geluidsperceptie door het oor inmiddels voldoende in kaart is gebracht. Het waamemingsonderzoek zal zich meer gaan richten op de verwerking van geluid in de hersenen, vermoedt hij. En zijn opvolger aan de vu, dr ir T . H o u t gast, verlegt de aandacht naar de fysische aspecten van de spraak-produktie, het spreken in plaats van horen. Internationaal gezien wordt de experimentele audiologie vanuit verschillende disciplines beoefend: fysiologen, psychologen en fysici. Aan de v u zit het vak echter bij geen van de studierichtingen in het onderwijs. Plomp zit er niet echt mee: "Medische studenten moet je niet belasten met soort onderzoek dat ik doe, daarvan raken ze maar in verwarring. En bij natuurkunde is er weer zo weinig aanloop van studenten dat ze niet zo snel naar een ander vakgebied worden verwezen." Stil zitten doet Plomp na zijn vijfenzestigste niet. Hij werkt aan een boek
over toonperceptie, dat een meer populair-wetenschappelijke publikatie moet worden. Voorlopige titel: Over de toon die de muziek maakt. "Normaal bedoel je daar natuurlijk mee de manier waarop iets wordt opgediend, terwijl ik het hier echt over de tonen wil hebben. Niet over de appreciatie van de muziek, maar over de perceptie." Op de bijbehorende cd komt demonstratiemateriaal te staan. "Zo moet je het aansprekend maken. Bij mijn proefschrift zat ook een grammofoonplaat." Uit de kast haalt Plomp de dissertatie uit 1966, waarin het klassieke singletje nog prijkt. "Dat deed het indertijd wel aardig", mijmert hij za'chtjes.
Vegtvliet "En ik heb eindelijk meer tijd voor mijn hobby's!" Meeste aandacht besteedt Plomp op het moment aan zijn huis Vegtvliet, een buitenhuis dat Amsterdamse kooplieden in 1665 in Breukelen lieten bouwen. "Toen we dat kochten heb ik me helemaal verdiept in de architectuur, de restauratie, de bemeubeling. N u ik meer tijd heb, ben ik ook een Baroktuin aan het aanleggen. Ik ben sterk historisch ingesteld." Daarom loopt Plomp rond met het plan voor al weer een nieuw boek, speciaal over de geschiedenis van Vegtvliet. Verschillende archieven heeft hij al doorgewerkt om te achterhalen welke families vanaf de Gouden Eeuw de zomermaanden doorbrachten in het kapitale pand. Thuis ligt een berg gegevens te wachten op verwerking. Eerder schreef Plomp ook al een boek "Ik mag wel zeggen een standaardwerk" - over de eerste slingeruurwer-
ken, uit diezelfde tijd stammend. Hij verzamelde daarvoor ook zelf klokken van klokkenmakers met wie Christiaan Huygens nog had samengewerkt. "Daarvan heb ik er hele mooie gehad. Ik heb er onder andere één aan het Science Museum in Londen verkocht."
Weggegooid geld Naast zijn eigen onderzoek heeft Plomp zich ook bemoeid met het systeem van kwaliteitsbeoordeling in de wetenschap. In verschillende publikaties nam hij het gebruik van citaties als graadmeter voor wetenschappelijke prestaties onder de loep. Hij stelde dat bij promovendi meer gelet zou moeten worden op de ontvangst van h u n publikaties. Als de wetenschapper daarin rond de promotie geen succes boekt, is het niet waarschijnlijk dat er nog een wetenschappelijke carrière volgt, zo becijferde hij. Financierders als NWO moeten daarom vooral letten op de kwaliteiten van de promovendus en niet alleen kijken naar het onderzoekvoorstel. In het verleden schortte het daar nog wel eens aan, vindt Plomp. Zo ontdekte hij dat de eerste onderzoekers die in de fonetische wetenschappen, een onderdeel van de Letteren, waren gepromoveerd, nooit internationaal publiceerden. "Naar mijn gevoel werd daar dus per promovendus drie, vier ton weggegooid. Je kunt zo'n wetenschapsgebied dan wel extra willen ondersteunen, maar dan moet er wel kwaliteit aanwezig zijn. Anders pomp je er voor niets geld in." Zelfheeft Plomp niet te klagen. Vier van zijn zestien promovendi zijn inmiddels hoogleraar geworden en hij publiceerde verschillende artikelen die inmiddels klassiek zijn in het onderzoeksveld, en nog steeds worden geciteerd. "Dus kun je op congressen collega's tegenkomen die zeggen: wat u toen in 1964 hebt geschreven, daar ben ik het niet mee eens. D a n zeg ik: mag dat, na dertig jaar?"
Hoortoestel De experimentele audiologie is inmiddels volwassen geworden. Plomp heeft zich vooral bezig gehouden met de manier waarop het oor verschillende signalen uit elkaar kan houden. Waarom lopen de geluiden van je gesprekspartner, de achtergrondmuziek en het straatlawaai niet allemaal door elkaar heen? Al die geluidstrillingen komen immers gelijktijdig de gehoorgang in. We hebben blijkbaar een uitermate selectief gehoororgaan. "Bij slechthorenden is dat echter juist problematisch", zegt Plomp. "Die klagen vaak dat ze met h u n hoortoestel in situaties van geroezemoes niet goed kunnen horen." In vaktermen gaat het bij dit probleem om de signaal-ruis verhouding. Slechthorenden kunnen die twee geluidsbronnen steeds minder goed onderscheiden. "Dat is als een radiozender die slecht afgestemd is. Dan
Experimenteel audioloog prof. R. Plomp: 'Ik heb nu eindelijk tijd voor mijn hobby's Peter Wolters - AVC/VU
De andere Roland Holst Peter Boerman Wie de achternaam Roland Holst hoort, associeert die in de eerste plaats met de voornamen Henriëtte of Adriaan. De naam Richard N . Roland Holst zal veel minder mensen bekend in de oren klinken. Toch was R.N. Roland Holst een van de belangrijkste N e derlandse kunstenaars van eind vorige en begin deze eeuw. Niet alleen vanwege zijn beeldende kunst, maar ook vanwege zijn socialistische idealen. Die idealen beschreef hij in vele lange beschouwingen, waarin de relatie tussen 'het kunstenaarschap' en socialisme centraal stond. Mw Elisabeth Tibbe promoveerde vorige week bij de Letterenfaculteit op het proefschrift R.N. Roland Holst - Arbeid en schoonheid vereend. Het is geen biografie, stelt ze met nadruk. "Hoewel er wel veel inzit. Mijn werk is echter niet chronologisch, maar behandelt veeleer thematisch de verschillende aspecten van de persoon Roland Holst." In het eerste deel gaat de
Richard N. Roland Holst is minder bekend dan zijn Ê vrouw Henriëtte en de diehte r Ad riaan. pë socialistische kunstenaar Is onderwerp van het | proefschrift 'Arbeid en schoonheid vereend'. Mw Elisabeth Tibbëbëschrüftdaa iósbol op latere leeftp steeds mooier promovenda in op de kunstopvattingen van Roland Holst. In het tweede deel volgen de denkbeelden van Roland Holst over de maatschappij en het socialisme. In het laatste deel beschrijft Tibbe hoe de kunstenaar deze ideeën in de praktijk ondersteunde. Dit vond Tibbe het meest interessante facet van haar onderzoek. "Soms is zijn leven namelijk wat minder mooi dan hij het zelf doet voorkomen." Het kunstbegrip van Roland Holst stamt uit de jaren negentig van de vorige eeuw. "Aanvankelijk begon hij zijn loopbaan als impressionistisch plein-airschtlder", legt de promovenda uit. "Net
als de meeste jongeren van zijn generatie en milieu. Bij deze opvatting van het kunstenaarschap hoorden een actieve, zorgeloze levensstijl, een zekere aversie tegen theorievorming en een zich afzetten tegen classicistische, academische tradities." Hij leefde in die tijd nogal bohémien-admg, vervolgt Tibbe. "De kunstkritieken die Roland Holst in zijn vroege periode schreef zijn voornamelijk pogingen om zich af te zetten tegen het gearriveerde burgerlijke kunstbedrijf" Dit bedrijf wilde Roland Holst ontvluchten door zich periodiek terug te trekken op het platteland. Daar, los van alle conventies en voorschriften.
kon de natuur de enige en echte bron van inspiratie voor de kunst zijn. Vanaf 1892 veranderde zijn opvatting over het kunstenaarschap zeer snel. In plaats van een mogelijkheid om de natuur te ondergaan en uit te beelden, werd het verblijf op het platteland nu een ideale rustige plaats voor verwerking van indrukken, bezinning en zelfonderzoek. H e t impressionisme vond hij nu oppervlakkig. Het denken vormde de enige werkelijkheid. D e kunstenaar had volgens Roland Holst de taak de vormen van hun uiterlijke bijzaken te ontdoen en h u n wezenskenmerken weer te geven. Tibbe verklaart de aansluiting van Roland Holst bij de socialisten uit diens onvrede met de eigen maatschappij. "In sommige gevallen probeerden veel van zijn generatiegenoten aan de crisisgevoelens ontkomen door zich bij het socialisme aan te sluiten, in de verwachting dat die beweging op korte termijn zou leiden tot de opbouw van de nieuwe samenleving." D e kunst zou daarbij volgens Roland Holst als van-
zelf met de maatschappij meeveranderen. Roland Holst participeerde ook daadwerkelijk in de socialistische beweging. Als lid van de SDAP, de voorloper van
de PvdA, was hij tot ongeveer 1910 actief bij stakings- en inzamelingsacties. Zijn vrouw Henriëtte en zijn vriend Herman Gorter bemoeiden zich intensiever met partijpolitiek en braken met de SDAP toen de conflicten opliepen. Roland Holst zelf, die zich niet in de discussies mengde, bleef waarschijnlijk tot '20 partijlid. T o t zijn veertigste bleef Roland Holst zeer maatschappijkritisch. Op latere leeftijd bleven de grote beschouwingen echter uit. Hij schreef voornamelijk nog variaties op eerder werk. Maar, aldus Tibbe, 'als hij ouder wordt, gaat hij het wel steeds mooier zeggen'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's