Ad Valvas 1993-1994 - pagina 346
PAGINA ( AD
AD VALVAS 3 MAART 1994
Een veteraan van 2 1 (
Nederlandse studentenkampioene turnt vooral voor haar plezier Ze traint twee keer per week drie uur in Zoetermeer. "Maar dat is echt niks, lioor. Als je dat vergelijkt met wat de anderen doen." Toch behoort Nynke Botterweg tot de top van het Nederlandse turnen. Vorig jaar werd ze gemakkelijk Nederlands studentenkampioene en won ze met haar team het NK met een voorsprong van maar liefst vier punten. Ze is net 2 1 geworden en daarmee al een 'veteraan' in de turnwereld. Peter Boerman
De tweedejaars studente bewegingswetenschappen Nynke Botterweg kan honderd uit vertellen over haar sport. Spontaan en goedlachs. Ze is er dan ook al zestien jaar mee bezig, het ene jaar intensiever dan het andere. Toen ze vijf was is ze ermee begonnen. "Gewoon op recreatiegym, net als zoveel andere meisjes op die leeftijd. Toen er een keer een selectie kwam om te kijken of er 'jong talent' bij was, werd ik uitgekozen. Zo rol je erin." Zes jaar later werd ze in haar leeftijdsklasse Nederlands kampioene. Een jaar daarna werd ze gevraagd voor het voormalige tuminstituut Papendal. Maar ze zei nee. "Ik had het naar mijn zin op mijn eigen club en wilde op mijn school blijven. Mijn ouders raadden het me ook af Ik geloof dat ik de goede keuze gemaakt heb." Om toch aansluiting met de top te behouden trainde ze vijf a zes keer m de week. De Papendalmeisjes trainden twee keer per dag. "Die hadden dus een niet te overbruggen voorsprong op mij. Ik was de beste van de meisjes die niet op Papendal zaten."
B-lijn Ze stapte uit de A-lijn (de hoogste divisie voor turnsters) omdat ze op begon te zien tegen de verplichte oefeningen. In de B-lijn ontmoette ze een meisje dat bij Papendal was weggegaan. "Dat was
leuk, dan kun je elkaar stimuleren." Zo bleef haar interesse voor het turnen behouden tot ze van het vwo kwam. "Ik had toen net een goed NK gehad en vond dat wel een mooie afsluiting. Ik ging verhuizen en vond het tijd voor iets nieuws. Ik ging voor een jaar naar het buitenland. Daar heb ik toen allerlei andere sporten gedaan." Maar toen ze
Sport terugkwam, kroop het bloed toch weer waar het niet gaan kan. "Terug in mijn vertrouwde wereldje, kreeg ik weer zin om te gaan tramen. Het heeft zo'n deel van mijn leven uitgemaakt, dat laat ik niet zo makkelijk los." Ze vond m Pro Patria in Zoetermeer een club met een stijl van trainen die haar aansprak. "Vorig jaar deed ik eerst voor de lol mee. Maar toen kwam het NK en wilde ik ook wel wat toestellen doen. En toen het Nederlands studentenkampioenschap. Zo werk ik steeds naar een wedstrijd toe." Bij het NSK werd ze eerste, maar dat was nauwelijks een verrassing. "Het niveau is daar niet zo hoog. Het gaat erom wie de minste fouten maakt, niet zozeer om de moeilijkheid van de elementen. Het gat tussen wedstrijden van de bond en dit soort wedstnjden is erg groot."
Turnster Nynkje Botterweg: 'De trainers zeggen dat ik een voorbeeldfiltictie lieb, maar ik doe het voor mezelf'
NICO Boink - AVC/VU
Hoewel bij veel sporten iemand van twintig geldt als een 'jonkie' of een aanstormend talent, is dat bij turnen al 'oud'. "Dat vind ik wel jammer. Er moet ook iets van persoonlijkheid in het turnen zitten, vind ik. En dat krijg je eigenlijk pas als je zestien, zeventien bent. We hebben laatst een stageweek gehad. Toen zat ik tussen allemaal meisjes van tien, elf. Dat is dan wel raar. Ik sta eigenlijk een beetje tussen de leiding en de anderen in. De tramers zeggen wel eens dat ik een voorbeeld-
functie heb. Maar zo zie ik het zelf niet, hoor. Ik doe het vooral voor mezelf." Met het ouder worden vindt ze het steeds moeilijker om haar grenzen te verleggen. "Nu is het meer het bijhouden van wat ik kan. Soms heb ik wel eens zoiets van: goh, goed dat ik dat nog niet verleerd ben." Nynke vindt het lastig dat ze in Nederland min of meer moet kiezen tussen studie of topsport. "Je zou het eigenlijk moeten kunnen combineren. In Amerika staat sport veel hoger aangeschreven.
Al is het daar ook weer extreem. Iemand die net kan lezen, kan wel naar de universiteit omdat hij zo goed kan sporten. Maar we hebben hier ook niet echt een topsportcultuur. Het is voor de universiteit niet interessant om sporters te steunen." Ze is door haar ouders nooit gepusht om te gaan turnen. "Dan hou je het ook nooit vol. Je moet het toch vooral zelf willen. Ik heb zeker niet het idee dat ik iets gemist heb. Je doet het toch voor je plezier?"
publiek kan daarvoor suggesties aandragen. Het ene team speelt dan woede, jaloezie en lust in de supermarkt en het andere liefde, verdriet en nog wat in de woestijn. Dat is waanzinnig moeilijk hoor, je moet drie keer precies dezelfde geïmproviseerde tekst gebruiken."
strijd, dat hangt helemaal van de scène af" Theatersport mag zich in een groeiende populariteit verheugen. De Amsterdamse club telt ongeveer zeventig leden - de meeste amateur - en in Nederland bestaan nu tientallen verenigingen, die uit- en thuiswedstnjden spelen. Sinds drie jaar worden de Nederlandse kampioenschappen georganiseerd en Jilesen weet als primeur te melden dat enkele professionals van haar vereniging een uitnodiging kregen voor het wereldkampioenschap, deze zomer in Hollywood. Dat de voertaal daar Engels is, vindt ze eerder een voordeel dan een nadeel: "Te vaak zie je nog scènes waarin mensen zich suf lullen. Terwijl blikken en stiltes soms veel meer zeggen." Bijna zouden we het thema van 8 maart vergeten: vrouwenemancipatie en mannenemancipatie. De opzet van een theatersport-voorstelling lijkt zich uitstekend te lenen voor een behandeling van dit onderwerp. Maar hoe staat het met de emancipatie in die sport zelf? Caroline Jilesen veronderstelt dat het competitie-element mannen toch meer aanspreekt dan vrouwen: zij blijven meestal langer en komen verder. Ze houdt het voorzichtig op een verschil tussen positieve en negatieve faalangst: mannen zijn minder bang op hun bek te gaan. Ze vinden het wel eng, maar denken: ik zal ze een poepie laten ruiken. Vrouwen vinden het eng, denken: dit kan ik niet en durven zich niet voor een wedstrijd op te geven. "Of ze krijgen complimenten van het publiek en hun medespelers en zeggen zelf dat het shit was. Daar kan ik heel pissig over worden. Dan denk ik: kom op, stelletje lafbekken!"
Theatersport: sponzen en rozen Dick Roodenburg
Is vrouwenemancipatie mannenemancipatie? Deze vraag staat centraal tijdens de Internationale Vrouwendag - 8 maart, voor wie dat even vergeten was op de vu. 's Middags gaat een aantal zogeheten prominenten, onder wie de tweede kamerleden Marjet Ockels en Paul Rosenmöller, over het onderwerp in debat. Daaraan vooraf vindt een theatersport-voorstelling plaats, waarin allerlei vrolijke of treunge, kortom alledaagse aspecten van vrouwenemancipatie en mannenemancipatie in korte scènes aan de orde komen. Het publiek wordt hierbij van harte uitgenodigd zijn of haar zegje te doen. Theatersport is kort gezegd een wedstrijd in improviseren. Twee teams van elk vier spelers dagen elkaar om beurten uit voor een bepaalde improvisatievorm. Een jury beoordeelt elke scène en het publiek mag, als beide teams hun scène gespeeld hebben, de winnaar van die ronde kiezen. Een vast onderdeel zijn de sponzen en de rozen die de toeschouwers van tevoren uitgereikt krijgen. De rozen gooien ze na bijvoorbeeld ontroerende of grappige scènes naar de spelers, de natte sponzen zijn voor juryleden die te lage of te hoge cijfers geven.
Corvee-dienst Tot zover de regels, maar hoe verloopt zo'n wedstrijd nu in de praktijk? Actrice Caroline Jilesen fungeert tijdens de voorstelling op 8 maart ^h floor-manager. Corvee-dienst, noemt ze het zelf: "Je zoekt de mensen bij elkaar en zorgt dat de spullen klaar staan." Jilesen is lid van de Amsterdamse theatersportvereniging en geeft cursussen theatersport. Vorige week stond ze met enkele andere leden van de vereniging als stand-up comedian in theater Bellevue. "Dat is iemand die in z'n eentje op het toneel staat en een grappig verhaal vertelt. Hopen dat je het publiek aan het lachen knjgt, want er moet wel gescoord
worden." Maar een stand-up comedian speelt solo, terwijl theatersport juist een teamgebeuren is. Als belangrijk principe voor theatersport geldt volgens Jilesen dan ook dat een speler altijd ja moet zeggen. "Stel jij komt op met
Cultuur 'Dag moeder' en ik zeg 'Rot op man, ik ben je moeder niet'. Dat mag wel, maar zo komt natuurlijk geen scène op gang. Je moet in eerste instantie accepteren wat je krijgt aangeboden." De voorstelling begint met een presentator, die de regels uitlegt en benadrukt dat alles wat op het toneel gebeurt.
Theatersport: altijd ja zeggen
Dirk Annegarn
geïmproviseerd is. De teksten zijn niet van tevoren bedacht. Dan worden de spelers en de jury voorgesteld. Na de toss daagt de captain van het ene team de tegenpartij uit voor een bepaalde spelvorm, bijvoorbeeld een emotionele scène. Het publiek kiest een locatie en de wedstrijd begint. Zo'n scène kan op verschillende manieren uitgewerkt worden. "Je hebt bijvoorbeeld de 'emotionele achtbaan'", vertelt Caroline Jilesen. "Twee spelers beginnen, tot een derde speler aan het publiek om een emotie vraagt. Woede. Dan gaan de personages door met de emotie woede. Zo wordt verschillende keren gestopt voor steeds een andere emotie. Een andere mogelijkheid is 'één scène, drie emoties'. Dan moet eenzelfde scène dne keer met verschillende emoties gespeeld worden. Het
VaUen Het ligt toch voor de hand te repeteren op een aantal vaste sketches. "Alsjeblieft niet, dat zou vals spelen zijn. Je herinnert je wel eens iets wat je ooit deed, een beweging of een uitroep, maar nooit hele scènes. Die zijn niet herhaalbaar, omdat ze op het moment ontstaan. Een aantal spelers heeft wel een specialisme ontwikkeld. Eén jongen kan vreselijk vallen, dat je denkt: die is dood. Maar hij valt lang met elke wed-
Theatersport, dinsdag 8 maart om 13 40 uur m het au ditorium van het vu hoofdgebouw Informatie 548 3673
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's