Ad Valvas 1993-1994 - pagina 59
DVA VALVAS 16 SEPT EMBER 1993
PAGINA 7
ultieme wetenschap of weggegooid geld? Ik heb mezelf steeds voorgehouden: zonder dit soort onderzoek komen we niet verder' Jaren werken en dan wetenschappelijk iets kwan bewijzen wat elke ken ;ven wielrenner al lang weet. dig led Het spreekt niet echt tot . Te de verbeelding, beseft ook nu )at IS Anita Beelen zelf. g, I "Buitenstaanders zullen rde } 'enbe zeggen: 'Ja hè, hè, heb je luders daar nou zes jaar onderzoek voor moeten doen?'" De inspanningsatle n als fysiologe promoveerde e be valt tt deze week op een fundaheel jmenteel onderzoek naar de ite • invloed van vermoeidheid op de werking van spieren. te lageni I weet' de de ke el te Liesbeth Klumper kker eens 'anneer op een feestje de onvermijde oor lijke vraag komt "Wat doe je eigen ;a en lijk?", valt Anita Beelen even stil. Zij doet fundamenteel onderzoek naar de veel werkmg van spieren en leg dat maar eens even duidelijk uit. "Waar ik mee ig)eeld ibezig ben heeft geen directe toepassing. lun 'Met mijn onderzoek help ik sporters ved- niet en mensen met spierziekten ook niet. Tenminste niet direct, misschien an angs »dat wat ik uitvind later van nut blijkt te al in izijn, maar daar is het nu niet om be don gonnen. Als leken me dus vragen wat ik /an j doe, voel ik me wel eens opgelaten. Want ik kan me goed voorstellen dat de in samenleving de vraag stelt: 'Wat kun en nen wij eigenlijk met het onderzoek dat k jij van onze centen uitvoert?'" lOU Zes jaar geleden begon Beelen aan het ionderzoek waarop zij deze week pro jmoveert: Human power output andfati[gue. Zij bekeek of vermoeidheid invloed [heeft op de werking van spieren. Het lijkt veel op het intrappen van een open deur, iedereen weet immers dat onze spieren het langzaam maar zeker laten afweten wanneer we moe worden. Maar hoe dat zit en welke factoren daarbij meespelen, daarover is nog veel onbekend.
Zielepoten Het was niet makkelijk om altijd even gemotiveerd te blijven tijdens het fun damentele onderzoek dat zij uitvoerde. "Ik heb mezelf steeds weer voorgehou D1 IS j den: het is niet voor niks, we komen Dro-' niet verder als dit soort onderzoek weg t)e valt. Ik weet dat veel wetenschappers ien zich tijdens fundamenteel onderzoek af vragen: waar ben ik eigenlijk mee bezig? Maar je mag niet twijfelen." Beelen weet dat anderen dit soort on derzoek juist zien als de ultieme weten 3P schap. ZIJ kijken met minachting naar ;in lun
i
NICO Boink, AVC/VU
Anita Beelen:'Je vrijheid is groot en je uerii veel creat iever bezig' de zielepoten die voor een bedrijf iets moeten uitzoeken. " T o e n ik hier in 1987 begon, werd projectonderzoek als iets minderwaardigs gezien. Het was taboe om naar de toepassing van een onderzoek te vragen. N a alle bezuini gingsrondes die we hebben gehad, blijkt dat we niet zonder die projectonderzoe ken kunnen, we hebben het geld ge woon nodig. We moeten straks van de faculteit 50 procent van onze financie ring via projecten binnenhalen." Maar het is niet alleen maar kommer en kwel. Beelen is zich heel goed be wust van de voorrechten die zij door haar onderzoek had. "De vrijheid die je hebt is groot, we konden eigenlijk alles doen zolang we onze publikaties maar haalden. En je bent veel creatiever bezig. Je doet een pilot study en kijkt wat je tegenkomt, je kan zoveel zijweg getjes nemen. Werk je een onderzoeks opdracht van een instelling of een be drijf uit, dan ligt alles vast; ook de tijd waarin je je opdracht moet doen. Ik heb bij voorbeeld anderhalf jaar langer de tijd gekregen voor mijn onderzoek. K o m daar bij een bedrijf maar eens mee aan." Ook voor de carrièreontwikkeling is het goed om te beginnen met funda menteel onderzoek, denkt Beelen. "Als je een wetenschappelijke loopbaan am bieert, IS het op het ogenblik nog steeds beter om mef dat fundamentele onder zoek te beginnen, maar misschien ligt
dat over vijfjaar wel weer anders." Het heeft Beelen met meegezeten in het begin van haar periode als aio. Er waren strubbelingen m haar vakgroep spier en inspanningsfysiologie en de fiets waarop zij haar proefpersonen wilde neerzetten bleek niet helemaal veilig. Er moest een nieuwe fiets ge bouwd worden. "Na anderhalfjaar was dat ding pas klaar, waardoor ik die eer ste tijd alleen maar kon lezen. Dat is vervelend omdat je dan geen kader hebt om het in te plaatsen, je kunt niet meten."
Behoorlijke inspanning Omdat de inspanningsfysiologe onder meer wilde kijken naar de invloed van vermoeidheid tijdens fietsen met ver schillende snelheden, moest zij haar 35 proefpersonen eerst flink afmatten. Zij koos voor geneeskundestudenten. "Die waren nou eenmaal toch in huis en we moesten gewone, jonge mensen hebben. Geen topsporters of mensen die de hele dag zittend doorbrengen. Van studenten kan je verwachten dat ze af en toe nog wel eens een stukje fiet sen." D e proefpersonen brachten eerst zes minuten door op de fiets waarop zij een behoorlijke inspanning moesten le veren. Ervoor en erna nam Beelen een stukje spierweefsel weg ter grootte van een speldeknop, zodat zij kon vaststel len wat er m de spier was gebeurd. Dan volgde het eigenUjke onderzoek: wat ge
beurt er in een vermoeide spier tijdens respectievelijk langzame bewegingen en snel uitgevoerde bewegingen. Onze spieren bestaan uit verschillend gekleurde vezels: rode en witte. Voor bewegingen die we lang moeten vol houden gebruiken vooral de rode spier vezels. Die werken relatief traag maar zijn bijna onvermoeibaar. Een mara thonloper bijvoorbeeld spreekt vooral die vezels aan. D e witte vezels komen in actie bij snel le, explosief uitgevoerde bewegingen. Sprintster Nelli Cooman heeft extreem veel van die witte spiervezels. Haar start was dan ook jaren lang zo goed dat ze meteen al een voorsprong had. Een na deel van die witte vezels is echter dat zij het maar eventjes volhouden. Zij leve ren een groot vermogen maar zijn snel uitgeput. Beelen vond dat hoe sneller we de pe dalen van de fiets rond laten gaan, des te meer we vragen van de witte spierve zels. Maar ook als we de pedalen lang zaam rondtrappen en heel veel kracht zetten (dus bij een zwaar verzet) ge bruiken we de witte vezels die zo snel uitgeput raken. Het onderzoek wees uit dat er voor elke inspanning een optima le snelheid van trappen is. Hebben we geen haast, dan is het het beste een ver zet te kiezen waarbij we de pedalen langzaam rondtrappen. Gaat het erom nog even een stoplicht te halen dan moeten we een verzet kiezen waarbij we
de pedalen snel kunnen rondtrappen. Iemand die het werelduurrecord wil verbeteren moet dus snel kunnen trap pen, want dat is langer vol te houden dan langzaam trappen met een groot verzet.
Postpolio D e inspanningsfysiologe geeft grif toe dat buitenstaanders niet wakker zullen liggen van dit wetenschappelijk vastge stelde fenomeen. "Bij zo'n uitkomst zullen leken zeggen: 'Ja, hè, hè, heb je daar nou zes jaar onderzoek voor moe ten doen? Wielrenners wisten dit al lang.' Maar het belang is dat anderen met deze gegevens in de hand onder zoek kunnen gaan doen dat makkelijker toepasbaar is." Beelen zelf hoopt binnenkort ook met onderzoek te beginnen dat duidelijk en direct nut heeft. Zij heeft samen met een revalidatiearts een onderzoeksaan vraag lopen bij het Prinses Beatrix Fonds, dat zich bezighoudt met de be strijding van onder meer polio en mul tiple sclerose. "Het blijkt dat veel polio patiènten op latere leeftijd een terugval krijgen, het postpolio syndroom. In korte tijd gaan de spieren snel achter uit. Wij willen gaan kijken hoe dat komt en wat we eraan kunnen doen. Ik verheug me erop, want dan ben je echt met een ziekte bezig en kun je mensen die zich onbegrepen voelen laten mer ken dat ze serieus worden genomen."
lOude staatsvormen gaan lang mee Peter Boerman
imt a Ik
van ges r h lei
en les
, Nu het boek weer alleen de periode tussen 1840 en 1940 beschrijft, is ein delijk de oorspronkelijke titel Honderd jaren van de voorpagina verdwenen. De vonge negen drukken van Staatkundige vormgeving in Nederland gingen, omdat ze steeds werden bijgesteld, een al maar langere periode beslaan. T o e n de grens van 150 jaar bijna bereikt was, leek het coauteur Bosmans echt niet langer houdbaar de titel 'Honderd jaren' te gebruiken. Hij vond het tijd geworden om de opzet van het boek eens dras tisch te herzien. Bosmans splitste het boek daarop in tweeen, waardoor het eerste deel weer nagenoeg geheel overeenkomt met het oorspronkelijke boek dat prof.mr P.J. Oud in 1946 schreef. Deze tiende druk IS een hele verbetering ten opzichte van de voorgaande edities. D e voorkant is eindelijk het aanzien waard en het .boek
is na de splitsing weer aanmerkelijk handzamer. T o c h is de historicus dr H.J. Lange veld, die jarenlang gewerkt heeft met dit handboek, er juist de laatste jaren met echt tevreden meer over. "In de propaedeuse wordt dit boek eigenlijk alleen nog maar gebruikt bij gebrek aan beter. D e historicus Jan Bank is nu met enkele medewerkers aan een nieuw boek bezig dat O u d moet vervangen. Alleen wordt de verschijningsdatum van dat boek steeds verder opgescho ven. Qua parlementaire geschiedenis is Oud nog wel goed, maar het mist mijns inziens te veel sociaaleconomische achtergronden. Het terrein van het boek is eigenlijk te smal voor een goede inleiding." Kamerlid Oud schreef de eerste versie van het handboek in de oorlogsjaren, toen hij gedwongen was thuis te blij ven. H e t viel hem op dat velen die toen spraken over staatkundige vernieuwing na dei oorlog, zo wemig wisten van d e
Elke studierichting kent handboeken die jaar na jaar op de boekenlijst staan. Waarom gebruiken de docenten ze, wat staat erin en wat vinden de studenten van deze verplichte kost?
Het HAND boek Deze week het handboek Staatkundige vormgeving in Nederland.
staatkundige verhoudingen van vóór 1940. Omdat hij dacht dat je niet over de toekomst kon praten zonder het ver leden te kennen, besloot hij dit boek te schrijven. Het idee sloeg aan, want het boek bleef steeds weer in herdruk ver schijnen. D e historicus dr. G.R. Zondergeld, die het boek aan zijn eerstejaars studenten geschiedenis voorschotelt, heeft het tij dens zijn eigen studie, inmiddels meer dan dertig jaar geleden, ook nog ge bruikt. Hij heefr het al die jaren een waardevol boek gevonden, al heeft hij er nu wat gemengde gevoelens over. "De meerwaarde van het boek is dat het van binnenuit is geschreven. Het is voor de eerstejaars leerzaam om te zien dat niet alleen historici zich met ge schiedenis bezighouden, maar dat ook een beroepspoliticus in betrekkelijk kort bestek een overzicht van histori sche ontwikkelingen kan geven. Groot voordeel is dat Oud m de tegenwoordi ge tijd schrijft. Dan word je er als eer
stejaars veel sterker bij betrokken. Veel historici spreken eigenlijk alleen in de verleden tijd." Zondergeld heeft de laatste jaren ook wel eens andere boeken 'uitgetest'. Steeds kwam hij echter weer bij Oud terug. "De bezwaren van O u d zijn be halve de ouderdom ook het gebrek aan cultuurgeschiedenis en sociale en eco nomische invalshoeken. Er zijn de laat ste jaren vrij veel boeken verschenen die deze lacune aardig wisten te vullen. Maar aan al deze boeken kleefden wel weer andere nadelen. Zo is het boek Recente geschiedenis van Woltjer ook vrij aardig, maar aan de v u kom je er na tuurlijk niet onderuit om de school strijd te belichten. Daarnaast hangt Oud zijn boek helemaal op aan de kabi netten. Misschien maakt dat een beetje een schoolse indruk, maar het biedt de student houvast. Vergeet niet dat het boek voor eerstejaars bestemd is!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's