Ad Valvas 1993-1994 - pagina 527
AD VALVAS 9 JUNI 1994
PAGINA 7
Wetenschap op de Mount Everest Bewegingswetenschapper Kayser onderzoekt acclimatisering op grote hoogte Haile Gebre Selassie, die afgelopen weekend het wereldrecord vijf kilometer hardlopen verbeterde, trainde daarvoor op drieduizend meter hoogte. Ook het Belgische nationale voetbalelftal zoekt de grote hoogten op om straks in Amerika beter te presteren. Maar welke factoren zijn precies verantwoordelijk voor het vermogen op grote hoogte? Bewegingswetenschapper dr B.E.J Kayser (38) trok het Himalaya-gebergte in om die vragen te beantwoorden. Peter Boer man
Weinig wetenschappers zullen tot gro tere hoogte zijn gestegen dan dr B.E.J. Kayser. De bewegingswetenschapper verbleef op ruim 5000 meter boven de zeespiegel in de 'Piramide', een labora torium in het Nepalese Himalayage bied. Daar onderzocht hij hoe acclima tisering op grote hoogte in zijn werk gaat en welke factoren het menselijke werkvermogen op die hoogte bepalen. Deze week promoveerde hij erop aan de vu. Zonder zuurstof kan de mens niet leven. Zuurstof is nodig voor het vrij maken van energie uit voedsel. Minder zuurstofopnamevermogen gaat gepaard met minder werkvermogen. De hoe veelheid zuurstof in de lucht hangt af van de luchtdruk. En die laatste neemt af met de hoogte van de zeespiegel. Hoe hoger een mens komt, hoe minder zuurstof hij kan opnemen, en hoe min der hard hij kan werken. Op zo'n vijfduizend meter hoogte is de hoeveelheid zuurstof in de lucht gehal veerd. Op de top van de Mount Everest (bijna negenduizend meter) is deze nog maar een derde. Als iemand van het ene op het andere moment aan de ex treem lage luchtdruk op deze hoogte zou worden blootgesteld, zou dat fatale
gevolgen moeten hebben. Met een derde van de normale hoeveelheid zuurstof lijkt een mens immers onmo gelijk dezelfde hoeveelheid energie te kunnen vrijmaken. Toch hebben al diverse mensen met succes de Mount Everest beklommen zonder zuurstofapparaten. Het blijkt dat ernstig zuurstofgebrek gedurende korte tijd best te verdragen is. Sterker nog, de beklimming van de Mount Everest is fysiek een enorme prestatie, die zeer veel energie vergt. Daar moet het lichaam dus juist extra veel zuurstof voor opnemen. Een beklimming van de Mount Everest moet dan ook heel lang zaam gebeuren. Het lichaam moet zich aanpassen aan het verminderde zuur stofgehalte, acclimatiseren. Tijdens deze aanpassingspenode nemen het ademhalingsvolume en het aantal rode bloedlichaampjes toe.
Middenrif Kayser ontdekte dat slechte voedselver tering, tot een hoogte van vijfduizend meter, geen rol van betekenis speelt in het gewichtsverlies op grote hoogte. Boven 5500 meter, stelt Kayser, moet het verblijf zo kort mogelijk zijn. Bo vendien moet de bergbeklimmer daar rijk en geva rieerd voedsel eten.
^^ïï^
Chinese ber gbeklimmer s op de Mount Ever est in het Himalaya-gebied
Kayser heeft ook een verklaring gezocht tere prestaties die op grote hoogte le voor het feit dat het maximale werkver ' vende volken leveren in een zuurstofar mogen van de mens op grote hoogte me omgeving. Met andere woorden: veel lager is dan op zeeniveau. "Het zijn AndesIndianen, Sherpa's uit de blijkt dat op grote hoogte het middenrif Nepalese Himalaya en Tibetanen van vermoeid raakt. Een plausibele hypo nature beter bestand tegen grote hoog these is dat het vermoeide middenrif te, of zijn ze er gewoon beter aan ge een signaal geeft aan het centraal ze wend? Kayser denkt dat voor beide ant nuwstelsel waarna verdere inspanning woorden wel iets te zeggen is. Het ver wordt voorkomen." schil in prestatievermogen kan niet In de laatste twee artikelen van zijn dis worden verklaard uit een andere spier structuur. Ook geacclimatiseerde wes sertatie gaat Kayser op zoek naar een terse klimmers kennen relatief kleinere mogelijke genetische factor voor de be
ABC Press
spiercellen dan 'gewone' laaglanders. Kayser ontdekte daarentegen dat Tibe tanen bij dezelfde insparming meer ademen dan mensen uit het laagland. "Aangezien deze eigenschap aanwezig is in Tibetanen die nog nooit op grote hoogte zijn geweest moet dit een aange boren eigenschap zijn."
Campagne tegen kindermishandeling gedeeitelijlt succes Dirk de Hoog
Tijdens de campagne tegen kinder mishandeling in het schooljaar 19911992 kregen de speciale tele foondiensten ruim twee keer zoveel telefoontjes van kinderen als an ders, in totaal ruim drieduizend. Bij de bureaus voor vertrouw^ensartsen inzake kindermishandeling steeg het aantal meldingen tot bijna ne genduizend gevallen. Dit bleek dinsdag bij de presentatie van een evaluatieonderzoek van drs C.
Hoefnagels en prof. dr H.E.M. Baart man. De onderzoekers hebben de in druk dat bij negen van de tien telefoon gesprekken de mishandeling gaande was of de kans daarop nog aanwezig. Driekwart van de kinderen belden voor het eerst met een hulpinstantie en de helft van de betrokkenen sprak nooit eerder met iemand over de mishande ling. In die zin noemen de onderzoe kers de campagne, die via affiches, tele visiespots en advertenties kinderen tus sen 8 en 14 jaar opriep 'over sommige geheimen te praten' een succes. Maar de kinderen die hulp inriepen vormen waarschijnlijk het topje van een
ijsberg. De onderzoekers vermoeden dat in Nederland zo'n 50 duizend kin deren te maken hebben met fysieke verwaarlozing, geweld, seksueel mis bruik of psychische mishandeling. In de leeftijdscategorie waar de campagne zich op richtte, gaat het om naar schat ting 20 duizend gevallen, waarvan tij dens de duur van de campagne zich slechts vier procent meldden.
Psychisch Ondervraagde schoolkinderen bleken goed op de hoogte van de campagne en de bedoelingen daarachter. Alleen het item psychische mishandeling begrepen
veel scholieren niet zo goed. De meeste meldingen betroffen fysieke mishande ling. Volgens professor Baartman, die zich bij Pedagogiek speciaal bezig houdt met geweld in het gezin, zijn er vooraf gaand aan de campagne bedenkingen geweest. "Kan een kind wel verant woordelijk zijn voor het doorbreken van het geheim?" vroeg hij zich af. Maar uiteindelijk vonden de samen werkende organisaties de mogelijkhe den voor het bieden van hulp belangrij ker. Baartman vindt dat de voorlichting aan kinderen door moet gaan. Bij een volgende grote campagne zou de na
druk moeten liggen op het bereiken van de betrokken ouders. "Hoezeer het tegendeel ook het geval lijkt, ook mis handelende ouders hebben in het alge meen het goede voor met hun kinde ren, hoe verwrongen ze hieraan ook ge stalte geven. We moeten zulke ouders uitleggen, voor zover nodig, wat mis handeling is en waarom het goed is dat ze hulp zoeken."
Buitenlandse student moet 11.000 Neder landse woorden kennen Dirk de Hoog
Voor een succesvolle universitaire stu die moeten anderstalige studenten een basislijst van 11.123 N ederlandse woorden kennen. Daarnaast moeten de aspirantstudenten hun taalkennis uit
breiden met minder voorkomende technische termen. Dit blijkt uit een onderzoek waarop Suzanne Hazenberg afgelopen dinsdag aan de vtj promoveerde. Uitgangspunt voor de woordenlijst die Hazenberg ontwikkelde is het Basis
'*^
jiWSS;.
Taalkundige Suzanne Hazenber g
m,\. Peter Wolters - AVC/VU
woordenboek Nederlands van Van Dale, bedoeld voor de hoogste klassen van het middelbare onderwijs, waarin zo'n 25 duizend woorden staan. De redactie van het woordenboek selecteerde intuï tief de lijst uit het 90 duizend trefwoor den tellende Groot Woordenboek Heden daags Nederlands. In de 'dikke' Van Dale staan zo'n 240 duizend trefwoor den. Wetenschappers schatten het to taal aantal Nederlandse woorden tus sen twee en vijf miljoen. De onderzoekster verving om techni sche redenen een aantal woorden uit de basislijst van 25 duizend en stopte deze in het zogenaamde IN L computer be stand. Hierin is de integrale tekst van bijna duizend Nederlandse boeken op geslagen, samen goed voor ruim 42 miljoen woorden. In de geselecteerde lijst staan de woorden die vaker dan honderd keer voorkomen in het com puterbestand, samen 11.123. De grens ligt bij woorden als 'tiranniseren' en 'bolleboos'. Nader onderzoek leerde dat met dit woordenbestand ongeveer 80 procent van de woorden in algemene studietek sten uit het eerste jaar te begrijpen zijn. De woorden die niet in de lijst staan komen zo weinig voor dat daaruit geen zinvolle aanvullende lijst van belang rijkheid valt samen te stellen. Om in
een willekeurige tekst meer woorden te kunnen begrijpen moet de student na melijk relatief heel veel extra woorden leren. Studenten kunnen onbekende woorden beter in het woordenboek op zoeken dan een nog langere lijst uit het hoofd leren. Dan breiden ze gerichter hun taalkennis uit. Buitenlandse studenten die bij het begin van het eerste studiejaar werden getest, bleken gemiddeld ruim 11 dui zend woorden te kennen uit de basis lijst. Verderop in de studie loopt dit op tot bijna 16 duizend terwijl N eder landstalige eerstejaars studenten de be tekenis van bijna twintigduizend woor den uit de basislijst kennen. Hoeveel woorden een gemiddelde student in to taal kent blijft onduidelijk omdat hier naar uitgevoerde onderzoeken nogal verschillen qua opzet en woorddefini ties. Zo tellen sommige onderzoekers eigennamen als Jan en Truus wel mee en anderen weer niet. Gemiddeld schatten mensen dat ze zo'n 40 duizend woorden kennen. We tenschappelijke schattingen van de woordkennis van sprekers van de moe dertaal variëren van 3 tot 216 duizend, afhankelijk van de methoden van on derzoek. Volgens Hazenberg blijkt uit haar on derzoek dat anderstalige studenten veel
meer woorden moeten kennen dan vaak is verondersteld. Zo werd in het verleden bij taalcursussen vaak uitge gaan van een basiswoordenschat van maar tweeduizend woorden, waarop ook het veel gebruikte Basiswoordenboek Nederlands van uitgeverij Wolters is ge baseerd. Wetenschappers hechten echter sinds een paar jaar meer belang aan de om vang en de inhoud van de vocabulaire kennis bij het leren van een tweede taal. Bij het ontbreken van voldoende basiskennis breidt de woordenschat zich niet spelenderwijze uit omdat de leerling te weinig van gelezen teksten begrijpt. Het verschil bleek bijvoor beeld bij buitenlandse studenten die al dan niet voor de taaltoets N ederlands slaagden. De succesvollen kenden ge middeld bijna 12 duizend woorden te genover de zakkers nog geen 10 dui zend. Mede op grond van dit onderzoek heeft de vu een computerprogramma ge maakt waarmee taalstudenten een deel van de meest voorkomende woorden kunnen leren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's