Ad Valvas 1993-1994 - pagina 363
994
AD VALVAS 10 MAART 1994
PAGINA 7
Beweging ter ontlasting van de ziel KNAW stelt twee VUonderzoekers aan als fellow De vu is twee jonge toponderzoekers rijker: natuurkundige Jan Adriaan Leegwater en bewegingswetenschapster Beatrix Vereijken. Zij kwamen door de strenge selectie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en zijn nu tot 'fellow' gebombardeerd. De Akademie geeft ze drie jaar de tijd om hoogwaardig post-doctoraal onderzoek te doen.
"Bünderen leren eigenlijk in de baar moeder al hoe ze moeten lopen", zegt bewegingswetenschapster Beatrix Ver eijken (30). "Ze bewegen als embryo en waarschijnlijk leren ze dan al hoe ze hun beweging moeten coördineren." Een paar maanden geleden zat Vereij ken nog aan de Universiteit van India na in de Verenigde Staten, waar ze ook al onderzoek deed met kinderen. "Ik heb daar kinderen van drie of vier maanden, die natuurlijk nog niet op eigen kracht kunnen lopen, onder steund en op een lopende band gezet. Wat je dan ziet, is dat ze loopbewegin gen gaan maken. Ze zetten heel keurig en met een zekere regelmaat het ene been voor het andere. Klaarblijkelijk hebben ze zich dat al aangeleerd. En dat terwijl ze natuurlijk nog absoluut niet echt kunnen lopen. Ze vallen direct om." "Als je baby's met één been op een lo pende band zet die snel beweegt en met het andere op een band die langzaam gaat, dan veranderen ze al hun spierbe wegingen om het normale altemerende bewegingspatroon vol te houden: ze willen per se de benen om de beurt be wegen. Daarom gaan ze met één been grote en met het andere been kleine stappen zetten. Ze doen daar ontzet tend veel moeite voor. Er is klaarblijke Hjk op heel jonge leeftijd al sprake van een sterke organisatie van de loopbewe ging." "De enige reden dat kinderen van drie maanden oud nog niet wegrennen, is dat ze nog niet in balans zijn en hun eigen gewicht nog niet kunnen dragen. Ze vallen gewoon om. JVlaar de moge lijkheid om de nodige beenbewegingen te maken, is in potentie al aanwezig."
Cruisen Als KNAWfellow gaat Vereijken verder waar ze in Amerika is opgehouden. "Ik wil kijken hoe kinderen leren lopen. Het is bekend dat er vier stadia zijn: eerst gaan ze staan, dan is er een fase van cruisen. Dat is als ze zijwaarts gaan lopen, terwijl ze zich ergens aan vast houden. Daarna gaan ze lopen met steun, en weer later lopen ze zonder steun. Tot nu toe hebben wetenschap pers altijd gekeken naar deze afzonder lijke stadia. Ik wil kijken hoe de over gang van het ene stadium naar het an dere verloopt." "Dat doe ik met behulp van de dyna mica. Dynamica kijkt hoe processen ontstaan in een zeer complexe organi
satie. Dynamica bestudeert bijvoor beeld het ontstaan van draaikolken en wervelstormen. Iedereen is het erover eens dat zulke zaken min of meer 'van zelf ontstaan." "Diezelfde gedachte dat een bewe gingspatroon zonder dirigent kan ont staan kun je toepassen op het ont staan van menselijke beweging. Dat is nieuw. Traditionele benaderingen gaan er namelijk vanuit dat de hersenen al onze beweging sturen. Ze zouden alles berekenen en vervolgens commando's naar het domme lichaam sturen. Wat er precies in het hoofd gebeurt blijft in die traditionele benadering altijd een beetje vaag. Aan de hersenen kun je vrij weinig meten." "Daarom wil ik eerst kijken naar de dingen die je wel kunt meten, namelijk de beweging zelf. Ik wil dat doen zon der een toevlucht te nemen tot allerlei geheimzinnige dingen, zoals 'processen in de hersenen' of een 'ziel'."
Draaikolk "Ik ga ervan uit dat het lopen wordt aangeleerd en dat er op heel basaal ni veau reflexen, maar ook intelligentere processen plaatsvinden. Kijk, als je een tik tegen je knie krijgt, heb je de reflex dat je been omhoog gaat. Zo'n reflex gaat geheel buiten de hersenen om. Er zijn daarnaast bewegingen die in het ruggemerg worden gecoördineerd. Dat is gewoon bewezen." "Als er een hoop zaken zijn die op dat basale niveau worden geregeld, dan onüast dat de taak van de hersenen of van 'de ziel'. Die staan in dat geval niet altijd aan het hoofd van iedere bewe ging. Er zijn dan bepaalde gevallen waarin beweging, net als bij een draai kolk, min of meer 'vanzelf tot stand komt. Net als bij de draaikolk is er dan geen dirigent die de beweging stuurt." "Er zijn natuurlijk wel grote verschillen tussen een mens en een draaikolk. Mensen hebben bijvoorbeeld zoiets als 'doelgerichtheid'. Dat zit er bij een draaikolk gewoon niet in. Een draaikolk heeft geen profijt van het feit dat het gi steren ook al eens gekolkt heeft. Het leert niet van zijn bewegingen, het wil niets. Bij de mens is dat wel het geval. Een mens leert van eerdere ervaringen. Een ander verschil is dat draaikolken meer op elkaar lijken dan mensen. Dat maakt het moeilijk om de dynamica zonder meer op mensen toe te passen. Maar het is de uitdaging om te kijken hoever je met zo'n methode komt."
Bewegingswetenschapster Beatrix Vereijlten: 'Draaikolken lijken meer op elkaar dan mensen'
Nico Bomk AVC/VU
'De natuur Is quantummechanisch' "Als ik op feestjes vertel over mijn onderzoek, gaan er altijd wel een paar wenkbrauwen omhoog. Men kan zich er weinig bij voorstellen." Jan Adriaan Leegwater (31), gepro moveerd theoretischfysicus, is eraan gewend. "Het hoort bij het vak." "Ik werk nu nog als postdoc aan het Lorenzinstituut van de Rijksuniversi teit Leiden. Over een paar maanden begm ik met de KNAWbeurs in het la serlab van de vu. Ik ga experimenten doen met lasers. Ik wil met name kij ken hoe het licht wordt geabsorbeerd door vaste stoffen en door fotosynthe tische stoffen." "Bij de fotosynthetische stoffen werk ik met bacteriën waarvan ongeveer be kend is hoe ze in elkaar steken. Als je ze beschiet met laserlicht, absorberen
ze dat. De bacterie heeft een soort an tenne en daar vandaan wordt het licht getransporteerd naar een proteïne. Dat hele proces speelt zich af in honderd fentoseconden. Een fentoseconde is 0,000000000000001 seconde. Kortom, je hebt niet veel tijd om eens even rus tig te kijken wat er nu precies gebeurt." "Om toch een beeld te krijgen van wat er in de fotosynthese aan de hand is, gebruiken we een tweede laser. Zodra de bacterie het licht van de eerste laser heeft geabsorbeerd, wordt er een nieu we laserstraal op de bacterie gericht. Bepaalde kleuren van het licht worden op dat moment niet meer geabsor beerd. De bedoeling is om te kijken welke kleuren worden opgenomen en welke niet." "Ik ga ook kijken naar de laser zelf. De bedoeling is om de lasers in quantum mechanische termen te beschrijven. Tot nu toe heeft men ofwel het licht.
ofwel de materie waarop het licht te rechtkomt in quantummechanische ter men beschreven, maar zelden beide te gelijkertijd. En dat is jammer, want de hele natuur is quantummechanisch. De quantummechanica gaat ervan uit dat licht zich soms als golf en soms als deeltje gedraagt. Dat is moeilijk voor stelbaar, maar toch is er goed te wer ken met zo'n theorie." "Het is bekend dat licht verkleurt in de loop van de tijd. Met behulp van de quantummechanische inzichten wil ik precies uitrekenen waarom en wanneer licht verkleurt. Vraag me niet wat het directe nut van dit onderzoek is. Het is pure nieuwsgierigheid."("££)
Wie was Tweede Helmers ook alweer? volstrekt afgedaan. Zijn gedachtengoed bevat niets oorspronkelijks. Zijn roem De dichter Jan Frederik Helmers lijkt voorgoed verdwenen. Wie op dankt zijn roem bij de hedendaagse dichtsmaak prat gaat, trekt een streep Amsterdammer vooral aan het naar door zijn naam." hem genoemde café en de drie Wat beweegt een promovendus een zijstraten van de Bilderdijkstraat. proefschnft te schrijven over het leven en werk van een onbelangrijke dichter? Maar welke student die in De Keu in Het antwoord daarop is eenvoudig: hij de Eerste Helmersstraat een potje raakte gefascineerd door het feit dat gaat poolen, denkt er nu nog aan de een dichter die bij leven zo bejubeld dichter der 'Hollandsche natie', werd, zelfs 'onsterfelijk' Werd genoemd, zoals Helmers tijdens zijn leven be /in twee eeuwen tijd zo in vergetelheid 'kon geraken. En "naargelang ik in Hel roemd werd? mers minder de dichter van het vader land zag en meer de verlichte kosmopo Niet voor niets noemt literair historicus liet mocht herkennen, ontdekte ik in Marinus van Hattum de man in zijn deze Amsterdamse 'werelddichter' deze week verschenen proefschrift Jan Prederik Helmers. Leven en werk van een naast mijn stad ook mijn tijdgenoot", schrijft Van Hattum. Amsterdamse wereldburger een literair Helmers' biografen leggen vaak veel historisch probleem. "Zijn poëzie heeft Peter Boerman
nadruk op zijn vaderlandslievende in stelling. Maar, schrijft Van Hattum, "zonder Helmers' rol als dichter van het vaderland te willen veronachtza men, hoop ik met deze studie duidelijk te maken dat vaderlandsliefde slechts gedeeltelijk de toon heeft gezet van zijn werk. Een juist begrip is pas mogelijk, als we Helmers in de eerste plaats zien als een verlicht mens, dus als vaderlan der én wereldburger tegelijk."
Metselaar Het bijna vijfhonderd pagina's tellende proefschrift van Van Hattum is in de eerste plaats sterk biografisch. De pro movendus beschrijft tot in detail de 46 levensjaren van Helmers, die net als zijn vader metselaar van beroep was. Pas aan het eind van zijn leven worden de vaderlandslievende trekken duidelijk
die hem in die tijd beroemd maakten. Pas vijfjaar voor zijn dood schreef hij De Hollandsche natie, Helmers' meest bekende en zeer chauvinistisch getinte dichtwerk. Maar Helmers heeft nog wel meer ge schreven dan dat. Over zijn wereldbur gerschap bijvoorbeeld. "Hier staat de verlichte mens centraal", licht de pro movendus toe. "Die de plek waar hij woont vurig bemint, maar die in zaken van religie, ras of herkomst geen gren zen kent of vooroordelen koestert." Helmers dichtte ook over de toekomst van de mensheid. "Hij gelooft in de menselijke petfectibiliteit, van een onein dige opklimming van de mensheid uit het duister naar het licht." De laatste herdruk van De Hollandsche natie dateert uit 1883. Sindsdien is zijn werk nooit meer uitgegeven. Alleen
Boudewijn Büch schijnt af en toe zijn poes nog wat uit zijn exemplaar van De Hollandsche natie voor te dragen. Die zou daarna steeds hartstochtelijk gaan mauwen. Voor de rest lijkt Helmers nu vooral ge reduceerd tot straamaam, meent Van Hattum. Maar die vaststelling vindt hij toch te pessimistisch om zijn lijvige werk mee te besluiten. In plaats daar van wijst hij op de naar Helmers ver noemde openbare basisschool aan het eind van de Eerste Helmersstraat, waar aan scholieren van verschillende natio naliteit en religie les wordt gegeven. "Een tempel, gewijd aan de wereld broederschap die door de dichter zo vurig naderbij werd gezongen. Twee culturen weten immers meer dan een!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's