Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 542

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 542

9 minuten leestijd

A D V A L V A S 1 6 JUNI 1 9 9 4

PAGINA 6

'Het is heerlijk om je liersencellen op gang te liouden' Basketbalprof Te Velde terug in Nederland «-*;Ï»*S*%

Hij is minder lang dan je van een basketballer zou verwachten. fVlet z'n 1.98 meter is hij nog niet eens lang genoeg om afgekeurd te worden voor militaire dienst. Toch behoort psychologiestudent Okke te Velde al jaren tot de nationale basketbalselectie, gevreesd om zijn ongekende schotkracht. "Elke minuut die ik vroeger vrij had, schoot ik op dat ding."

Okke T e Velde heeft een bewogen jaar achter de rug. Vorig jaar werd hij gekocht door de Belgische basketbalclub Aalst, maar voor dat team kwam hij nooit in het veld. Aalst had te veel buitenlanders in dienst. Een gang naar de rechter had geen succes. Vanwege het 'vrije verkeer van goederen en personen' dacht T e Velde dat hij overal in de Europese Gemeenschap aan de slag kon, maar dat bleek niet het geval. "Voordat ik naar België ging was er een soortgelijk geval in leper. Die speler mocht nadat hij drie rechtszaken had aangespannen gewoon spelen van de rechter. Op basis van die uitspraak heb ik toen een contract getekend met Aalst. De rechter had wel gezegd dat deze zaak geen precedent zou scheppen, en dat ieder nieuw geval aan de rechter moest worden voorgelegd. N o u , dat hebben we toen gedaan. Eerst een kort geding. Dat was in oktober. En daarna in hoger beroep. Dat was pas in maart. E n dat werd weer nee. Al die tijd kon ik niet spelen, alleen maar trainen."

woon' beroep wil uitoefenen, kan dat toch ook?" D e 'zaak T e Velde' werd ook door andere sporters met argusogen gadegeslagen. Zou T e Velde in het gelijk worden gesteld, dan zouden bijvoorbeeld ook voetballers van dezelfde argumentatie gebruik kunnen gaan maken. De rechter liet het zover echter niet komen. Daarom is T e Velde volgend jaar weer in Nederland actief Hij tekende bij het Gorinchemse Goba. Daardoor kan hij ook weer wat meer aandacht besteden aan zijn studie. "Ik heb het afgelopen jaar maar één tentamen gedaan. Meer zat er gewoon niet in." T e Velde is al in '86 met zijn studie begonnen, maar de combinatie topsport en studie is niet altijd even makkelijk gebleken. "Natuurlijk is het zwaar. Als je 's avonds na een zware wedstrijd thuiskomt, dan sta je niet de volgende dag om half negen naast je bed om te studeren. Soms lig ik dan om tien uur nog naar het plafond te staren. Het leven van een pure prof lijkt me aan de andere kant ook niets. H e t is heerlijk om af en toe wat anders te kunnen doen. O m je hersencellen op gang te kunnen houden."

T e Velde heeft geen spijt van zijn Belgische avontuur. "Dit was voor mij de enige kans om in het buitenland aan de bak te komen. Dat het niet gelukt is, is jammer. Het blijft een rare regeling. Als je het sec bekijkt zou ik gewoon moeten kunnen spelen, vind ik. Er is duidelijk sprake van een werknemer/werkgeververhouding. Als je in België een 'ge-

T e Velde heeft er nooit over gedacht zijn studie maar aan de wilgen te hangen. "Ik kan nu nog wel door blijven ballen, maar eens houdt het op. En wat dan? Als mijn smdie af is, over een jaar of twee, wil ik ook gewoon gaan werken. H e t is hier geen Amerika. Zo'n

Peter Boerman

Europa Cup

jongen als Rik Smits, die kan er helemaal voor gaan. Als ik hier een blessure krijg, of een terugval, moet ik iets hebben. Daarom studeer ik. Het is een soort verzekering." T e Velde beleefde in Nederland een groot aantal successen. Voordat hij naar Aalst ging, speelde hij zes jaar bij eredivisionist Den Helder. M e t dat team werd hij vier keer Nederlands kampioen en speelde hij twee keer in de finalepoule van de Europa C u p - 1 . Als het in zijn schema paste deed hij ook mee aan de Nederlandse Studentenkampioenschappen met de Asvu. Vorige maand werd opnieuw de titel injjie wacht gesleept. In de finale scoorde T e Velde dit jaar vier driepunters op rij, waardoor de overwinning op Groningen zich al in een vroeg stadium aftekende. "Alleen een paar jaar geleden in

Delft was ik er niet bij. T o e n heeft de Asvu gelijk verloren." Ook in de nationale selectie maakt T e Velde al enige tijd furore. In 1985 werd hij voor het eerst geselecteerd. Daarna volgden onder andere in '87 het EK in Athene (waar T e Velde nog samen met Rik Smits speelde), in '89 het EK in Zagreb en in '92 het pre-Olympisch toernooi in Spanje. "Die internationale wedstrijden zijn echt de hoogtepunten. De sfeer, de spanning. Dat je tegen jongens speelt die in hun eentje meer verdienen dan het hele budget van jouw team, dat is echt fantastisch." T e Velde heeft van dichtbij meegemaakt hoe. Nederland als basketballand in een steeds dieper dal terecht is gekomen. "De basketbalbond doet er hier maar heel weinig aan om de sport te promoten. Ze hebben al tig jaar veertigduizend leden. Dat wordt nooit meer. Je zit hier ook met het mediabeleid. Sponsors mogen niks. In België plakken ze de spelers helemaal vol, dat zijn net wielrenners. Zo wordt het nooit wat in Nederland. Je ziet ook vrijwel nooit

Okke te Velde: 'Mart Smeets is een ontzettende flapdrol' Nederlands basketbal op tv. Mart Smeets is zelf basketballer geweest. Die zou daar wel wat aan kunnen doen. Maar dat is toch ook een ontzettende flapdrol, met zijn denigrerende stukjes in de krant. Nee, het verschil met de

Fred Nijs

andere landen wordt steeds groter. En dat is natuurlijk vreselijk jammer."

Exposorium: vage vegen en ralie strelcen Dick Roodenburg De een spaart postzegels, een ander verzamelt antieke auto's. Zelf heb ik jarenlang trouw de suikerzakjes ingeplakt die mijn vader van zijn dienstreizen meenam. M r J.M. Boll is lid van de Raad van State en hij spaart kunst. Een keuze van schilderijen, tekeningen en foto's uit zijn collectie hangt op dit m o ment in het Exposorium bij de ingang van het vu-hoofdgebouw. Naar aanleiding van de tentoonstelling worden op vrijdag 24 juni twee lezingen gehouden. M r Boll zelf belicht zijn verzameling vanuit een juridische optiek, vu-hoogleraar Carel Blotkamp spreekt meer in het algemeen over het verzamelen van moderne kunst. Want waar komt de neiging tot verza-

tijdens zijn lezing niet alleen tot de juridische aspecten, maar vertelt hij ook iets over zijn verzamelwoede en over de manier waarop hij zijn keuzes bepaalt. Dat die symboliek - noem het: de tweede laag, of misschien: de diepere betekenis - van een kunstwerk niet altijd even helder overkomt, bewijzen twee schilderijen van Rinke Nijburg. Zijn Schilderij over de verloren René Daniels catalogus (1994) riep ondanks de expliciete titel bij mij geen enkele associatie

op. Ik vond het ook niet mooi, die vage vegen. Het iets te kleine huis (1993) zei me wel wat. Een figuur houdt een klein huis in zijn handen en suggereert een jeugdherinnering die hij ontgroeid is. Letterlijk en figuurlijk: zijn de huizen waar je als kind woonde in werkelijkheid niet veel kleiner dan je ze herinnert? En nu blijken de vage vegen van Nijburg ineens rake streken, die trefzeker een denkbeeld weten neer te zetten. Dat Nijburg soms ook minutieuzer te

Cultuur melen toch vandaan? Die suikerzakjes waren p u u r toeval en hadden net zo goed luciferdoosjes kunnen zijn. Maar iemand die kunst koopt, zal waarschijnlijk weloverwogen te werk gaan. Het is bekend: moderne kunst kan een vorm van beleggen zijn. Gezien de aard van zijn collectie moeten bij M r Boll ook andere overwegingen een rol gespeeld hebben. Niet dat de tentoonstelling in het Exposorium zo'n eenheid vormt, maar overeenkomsten zijn zeker aan te wijzen. Naast het weinig inhoudeUjke gegeven dat de verzameling louter hedendaagse Nederlandse kunstenaars betreft, valt vooral het symbolische karakter van de meeste werken op. De tentoonstelling is dan ook terecht Denkbeelden op zicht gedoopt. Verder verwijzen enkele schilderijen nogal nadrukkelijk naar de kunsthistorische traditie. Hopelijk beperkt Mr. Boll zich

werk gaat, blijkt uit zijn prachtige tekening uit de serie Aus dem Leben eines Taugenichts, die nieuwsgierig maakt naar de rest van de serie. Maar misschien is dat wel een postzegelverzamelaarsmentaliteit. Een kunstwerk hoort op zichzelf te kunnen staan. Verwijzingen in een kunstwerk naar de traditie van het genre vormen altijd een bron van discussie. N e e m nou de ontvangst van The Hudsucker Proxy, de laatste film van de gebroeders Coen.

D e meeste critici smulden van al die citaten en referenties, anderen gingen over h u n nek van zoveel jatwerk. In de tekst bij de tentoonstelling in het Exposorium worden naar aanleiding van de schilderijen van Hein Jacobs zowel Holbein, Delvaux als Matisse genoemd. Als aanduiding klopt dat zeker, maar voor de waardering maakt het natuurlijk niets uit. Een schilderij moet meer teweegbrengen dan een kunsthistorische Aha-Erlebnis. Gelukkig valt in het werk van Jacobs genoeg fraais te ontdekken, al blijft zijn benadering wel erg intellectualistisch. Leuk vond ik de opengewerkte vierkantjes in Fortune des Mers (1992), die het tweedimensionale vlak van het doek doorbreken. Naast genoemde werken zijn ook schilderijen van Mariene Dumas te zien. Vooral het portret Martha-my Ouma (1984) is heel indrukwekkend. Op de een of andere manier slaagt D u m a s er in het innerlijk van haar personages naar de oppervlakte te halen. Vraag me niet wat ik daarmee bedoel. D e expositie bevat verder schilderijen van Jan Andriesse, zelfportretten van Wouter van Riessen en foto's van Paul Andriesse. Vermeldenswaard is de foto die Andriesse van de schrijver James Lee Byars maakte. Byars wil eigenlijk nooit gefotografeerd worden en zeker niet met zijn ogen in beeld. Vandaar de brede hoed over zijn gezicht. En die haarscherpe pythonhuid op enkele andere foto's getuigt van vakmanschap, maar dat is natuurlijk het eerst wat je van een fotograaf mag verwachten. Twee lezingen naar aanleiding van de tentoonstelling Denkbeelden op zicht m het Exposonum Vnje Universi telt vrijdag 24 juni 15 00 uur in het lioofdgebouw van de vu De tentoonstelling is nog te zien t/m 7 juli, ma t/m vr 10 00-20 00 uur

Paul Andriesse: De Python en Courbet (1986)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993

Ad Valvas | 552 Pagina's

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 542

Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993

Ad Valvas | 552 Pagina's