Ad Valvas 1993-1994 - pagina 75
PAGINA 7
Zelden hebben ze contact met studenten en toch werken ze dagelijks aan de universiteit. Ook degenen achter de schermen zijn essentieel voor de VU. Wie zijn deze mensen en wat doen ze eigenlijk? De bedrijfsbrandweerman.
Sidney Vervuurt, AVC/VU
lohan Boshuizeni'Mijn vrijwilligers zijn stuk voor stuk keien'
Levenslang gefascineerd door de brandweer Liesbeth Klumper September is een topmaand voor Johan Boshuizen van de bedrijfsbrandweer. "Dan zijn de nieuwe studenten binnen. Die hebben nog niet helemaal door hoe het met het rookverbod zit, zij paffen hun sigaretje rustig onder een brand melder. Dan gaat er bij ons een alarm en moeten we erop af." Het aantal keren dat de bedrijfsbrand weer uitrukt wisselt sterk, maar over een jaar gerekend is het twee tot drie keer per week raak. De twee professio nele brandweermannen die de vu rijk IS, worden tijdens serieuze branden bij gestaan door een ploeg vrijwilligers. Elk gebouw heeft zo'n ploeg waarin alle rangen en standen vertegenwoordigd i
zijn: van wetenschapper tot portier. Boshuizen en zijn collega Van Setten hebben ze zelf opgeleid. "Het zijn apar te types", vertelt hij, "want ze nemen toch risico's. Maar ze zijn er geknipt voor. Het zijn stuk voor stuk keien." Als kind was hij al gefascineerd door alles wat met brand en brandweer te maken had. Dat is nooit meer overge gaan. Boshuizen is nu al 23 jaar actief bij de vrijwillige brandweer in zijn woonplaats Loenen, de laatste jaren zelfs als commandant. N og steeds kan hij genieten van een mooie brand. "Als het in Loenen is en ik er zelf op af moet, ligt het wat anders, maar ik heb destijds gefascineerd staan kijken toen die Makro in Duivendrecht in vlammen opging."
Elf jaar geleden raakte Boshuizen zijn baan als uitvoerder in de bouw kwijt. "Ik kreeg de zak, zat twee maanden thuis en werd steeds chagrijniger. Ik hoorde van deze baan en heb meteen gebeld. Ik kon komen praten en we waren er snel uit. Dit werk is me op het lijf geschreven, misschien heeft het alle maal wel zo moeten zijn." Toch moet het wel een grote overstap zijn geweest: van de wat stoere collega's op de steiger naar het in en in keurige milieu binnen de vu. "Ik heb erg moe ten wennen", geeft hi) toe. "Maar voor al aan het feit dat ik niks meer met mijn handen ma'ak." Het merendeel van zijn werktijd is hij bezig met brandpreventie, met het geven van voorlichting en instructie.
Het spectaculaire bluswerk is eigenlijk maar een heel klein onderdeel van zijn baan. Toch staan er in de kazerne twee complete brandweerauto's, met de sleuteltjes in het contact klaar om uit te rukken. "De brandbestnjding is maar een heel klein onderdeel, de preventie is de bulk. Mijn collega en ik instrueren en oefenen met de vrijwilligers. En wij geven algemene informatie over brand gevaarlijke spullen; de meeste mensen hebben geen idee hoeveel ze om zich heen verzamelen. Ook komen alle eer stejaars studenten van scheikunde voor hun eerste praktikum hierheen voor in structie. En alle leerlingverpleegkundi gen leren we met brandblusapparaten omgaan, dat is nog es leuk werk. Ze komen hier doodsbenauwd binnen, en
na zo'n dag zie je ze opgelucht weggaan en voelen ze zich een hele Piet." Branden met persoonlijke ongelukken heeft hi) nog niet meegemaakt aan de vu. In 1984 stond de Hortus in de fik. Daarbij is behoorlijk wat onderzoeks materiaal verwoest maar niemand werd gewond. Bi) de vrijwillige brandweer in Loenen heeft hij andere ervaringen. "Het is geen pret)e: je maakt de vrese lijkste dingen mee. De paniek, de ont reddering van mensen die alles kwijt zijn geraakt: je went er nooit aan." Hij vertelt over die keer dat hij een auto uit het water moest halen. Er lagen twee . lijken in. "Het waren )onge meisjes, nog geen twintig. Daar word je stil van, hoor."
Ingezonden Mededeling
Studierendement eerstejaars
De VU in cijfers
100
200
300
400
500
600
Niet alleen het absolute aantal eerstejaars aan de vu is de afgelopen jaren ge stegen, maar ook het relatieve aandeel van deze groep in de totale universi teitspopulatie is toegenomen. Gedeeltelijk is dit te danken aan het feit dat stu denten steeds sneller afstuderen. Vooral genees en tandheelkunde kennen in de propaedeutische fase een heel laag uitvalpercentage. Studenten ronden hier de propaedeuse ook gemiddeld het snelst af: in 1,2 jaar. Bij de andere faculteiten heeft rond de 30 procent na 2 jaar de propaedeuse nog niet op zak. De gemiddelde propaedeuseduur (voor diegenen die het wél halen) is hier ongeveer 1,4 jaar. Met de invoering van het bindend studieadvies zullen deze cijfers de komende )aren naar verwachting flink veranderen. (PB)
Rendezvous in Maastricht. Uit de stad van het goede leven. Uit de stad van roman tiek, Vrijthof en terrassen. Uit deze stad komt een ambachtelijk ^^ gebrouwen witbier; Wieckse Witte'. Fris, fruitig, en met een j .>l*». zachte smaak. Het wordt sinds enkele jaren naar heel Nederland l ^ I
^
geëxporteerd. Zodat u overal van Maastricht kvmt genieten. I 1 ,
Wieckse Witte. Het Witbier uit Maastricht. L _ mmm
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's