Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 513

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 513

10 minuten leestijd

ADVALVAS 2 JUNI 1994

PAGINA 15

'Alles moest overhoop' Secretaris­generaal ministerie O W hoogleraar aan de VU Sinds kort is de lioogste ambtenaar uit het onderwijs part-time hoogleraar bij de post-doctorale controllersopleiding van de economief aculteit. Drs M.H. Meijerink, secretaris-generaal van het ministerie van onderwijs, hield zich de af gelopen jaren vooral bezig met de organisatie van het departement. Hij is redelijk tevreden over de ministeriële herstructurering: de vrede met het onderwijsveld is nog niet getekend, maar het gaat de goede kant op. Aan de universiteit wil hij de opgedane inzichten wetenschappelijk gaan

; onder bouwen.:: -1; ;,".;::.;; '€-' Jan-Jaap Heil

"Mijn leven hangt van toeval aan el­ kaar." Drs M.H. Meijerink (50), sinds 1 maart part­time hoogleraar besturing en control van de overheid aan de post­ doctorale controUersopleidmg van de economische faculteit, verklaart zijn carrière­verloop van wetenschap naar ambtenaar m rijksdienst en nu weer ge­ deeltelijk terug naar de wetenschap, uit een 'samenloop van omstandigheden'. "Ik ben na mijn studie economie in Groningen aan de universiteit aldaar blijven hangen, omdat ik een proef­ schrift wilde schrijven. Bovendien wilde ik uit dienst blijven. Dat laatste is ge­ lukt; de promotie niet. Ik ben op een gegeven moment stage gaan lopen bij het ministerie van financiën, om prak­ tijkervaring op te doen. Financiën vroeg of ik wilde blijven. Na overleg met mijn promotor heb ik dat aanbod aanvaard." Zijn promotor bleek oog te hebben voor de kwaliteiten die bij de nieuwe vu­hoogleraar het best ontwikkeld waren. Na enige ambtelijke omzwervin­ gen werd Meijerink m 1990 secretaris­ generaal van het ministerie van onder­ wijs en wetenschappen: ambtelijk chef van het departement, de hoogste amb­ tenaar die m het vaderlandse onder­ wijsbestel werkzaam is. Meijerink trad bij het ministerie aan op een moment dat de toen nog verse mi­ nister Ritzen bezig was de verhoudin­ gen in de ambtelijke top te herstellen. Ritzen kreeg na zijn benoeming al snel door dat de onderlinge tegenstellingen tussen de topambtenaren, die onder meer waren ontstaan door een crisis in de uitvoering van de studiefinancie­ ringswet, niet meer op te lossen waren, zo valt te lezen in het herdenkingsboek Een bron van aanhoudende zorg over 75 jaar ministene van onderwijs, dat vorig jaar verscheen. De opvolger van Deet­ man werkte daarom al zijn topambte­ naren de deur uit.

Ministerietjes Meijerink werd vervolgens aangesteld om een aantal problemen in de organi­ satie van het ministerie op te lossen. "Het voornaamste manco van dit de­ partement was dat het eigenlijk uit vijf verschillende ministerietjes bestond. De verschillende directoraten­generaal (de afdelingen die verantwoordelijk waren voor een sector van het beleid) werkten vrijwel compleet langs elkaar heen. Die verkokering moest geslecht worden." Bovendien was het noodzakelijk om de organisatie van het ministene aan te passen aan de veranderingen die onder invloed van bezuinigingen in het onder­ wijs hadden plaatsgevonden. Meijerink: "Deetman was al begonnen met het vergroten van de autonomie van de on­ derwijsinstellingen, van de basisschool tot de universiteiten. De scholen moes­ ten veel meer hun eigen beleid gaan be­ palen, en minder afhankelijk worden .van 'Zoetermeer'. Dat betekende dat de werkwijze van het ministerie zelf ook moest veranderen: mmder gedetailleer­ de bemoeienis met het beleid in het veld, en meer sturing op afstand. Het betekende ook dat het departement moest krimpen. Als je meer aan het on­ derwijs overlaat, heb je zelf minder mensen nodig." Tot slot moest de kwaliteit van het fi­ nanciële proces op het ministerie om­ hoog. Ritzen had vlak voor zijn aantre­ den gehakt gemaakt van de begroting van onderwijs en wetenschappen: die zou het papier niet waard zijn waarop zij werd gedrukt. De minister verplicht­ te zich daarmee om die begroting te verbeteren. Meijerink, zelf afkomstig

uit de financiële hoek, moest hem daar­ bij assisteren. De nieuwe secretaris­generaal kreeg al met al een behoorlijke takenpakket te verstouwen. "Alles moest overhoop", zo vat hij het samen. Alles ging ook overhoop. De directoraten­generaal werden opgeheven, het ministerie kreeg een bestuursraad voor het uitzetten van toekomststrategieën en het financiële beheer werd beter: de accountants­ dienst van de overheid keurt de onder­ wijsbegroting tegenwoordig goed, wat vroeger niet het geval was. Een kleine vier jaar na zijn aantreden kijkt de secretaris­generaal redelijk te­ vreden terug op alle veranderingen. "Laat ik mijn oordeel samenvatten met: het model bleek goed, aan de uitwer­ king van dat model schort nog het een en ander. Een aantal zaken, zoals de begroting, zijn echt sterk verbeterd. De verkokering is in een behoorlijke mate doorbroken. We zijn echter zeker nog niet klaar."

Bestuursdepartement Een belangrijke organisatorische veran­ dering die nog op stapel staat is de om­ vorming van het ministerie tot een zo­ genaamd bestuursdepartement. Me­ ijerink: "Die ontwikkeling vindt aan meerdere ministeries plaats; wij lopen er enigszms mee voorop. Het is de be­ doeling om het beleid en het beheer van de geldstromen te scheiden. Beide zijn noodzakelijk, maar vereisen ver­ schillende soorten deskundigheid. Van­ daar dat we aan de ene kant de loketten van het ministerie ­ de Informatise­ nngsbank en de Centrale Financiële In­ stellingen die de bekostiging van het onderwijs verzorgen ­ een zelfstandige positie hebben gegeven. Aan de andere kant moet het resterende ministerie zich gaan concentreren op beleidsont­ wikkeling en wetgeving: het moet een soort stafbureau van de politieke lei­ ding worden." Dit stafbureau moet meer voeling krij­ gen voor politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, aldus Meijerink. Van­ daar dat hij het naar Den Haag \Vil laten verhuizen. De gemeente Zoeter­ meer is inmiddels een actie begonnen om die verhuizing te verhinderen: de gemeente wil een" grote werkgever als het ministerie van onderwijs, waar ze bovendien speciaal een gebouw voor heeft neergezet, graag behouden. Me­ ijerink IS er niet van onder de indruk; wel zal hij het gebouw missen. "Het is van buiten niet erg fraai (een soort op­ geblazen bunker met raampjes ­ JJH), maar het is hier zeer plezierig werken." De secretaris­generaal is niet de enige die tevreden is over de veranderingen die het departement tot op heden heeft ondergaan. Uit gesprekken van het mi­ nisterie met het onderwijs bleek dat scholen en instellingen er een vergelijk­ baar oordeel op na houden. Meijerink: "Die gesprekken, die verwerkt zijn in een binnenkort te verschijnen evaluatie­ verslag, wijzen uit dat het functioneren van het ministerie de laatste jaren ver­ beterd is. Het veld geeft een redelijk gunstig oordeel. Het is echter nog niet bepaald rozegeur en maneschijn tussen ons en de mensen uit de praktijk. Er is bijvoorbeeld nog veel geklaag over het tempo waarin ministeriële plannen en maatregelen elkaar opvolgen. Wij pro­ beren daar zoveel mogelijk rekening mee te houden, door goed uit te leggen wat onze bedoelingen zijn en wat de status is van onze ideeën: of iets wat in de krant staat een plannetje is of een wet." De onderwijsinstellingen zijn verder met een aantal recente en minder re­ cente maatregelen van het ministerie

Prof. drs M.H. Meijerink: 'Het is nog geen rozegeur en maneschijn tussen ons en het onderwijs' Robert Scheers

niet erg gelukkig. De mvoering van de tempobeurs, die in het hoger onderwijs voor grote administratieve problemen zorgt, zit veel imiversiteiten en hoge­ scholen bijvoorbeeld niet lekker. Het ministerie neemt, in tegenstelling tot wat het beweert, geen afstand van de praktijk, zo luidt het oordeel. Me­ ijerink: "Dat verwijt vind ik niet onte­ recht. Het punt is alleen dat we op het gebied van studiefinanciering het on­ derwijs niet vrij kunnen laten. We moe­ ten gewoon bezuinigen."

Wachtgeld Ook de financiering van het wachtgeld ­ de ontslaguitkering voor ambtenaren ­ zit de onderwijsinstellingen hoog. Vroe­ ger betaalde het ministerie alle uitkerin­ gen. Tegenwoordig krijgen de instellin­ gen een vast bedrag, waarvan ze zelf de uitkeringen moeten betalen. Omdat dat bedrag te laag is, kan het onderwijs de wachtgeldlasten nauwelijks nog dragen. Mensen ontslaan is al helemaal moei­ lijk: de uitkeringen die die mensen krij­ gen komen bij de toch al hoge wacht­ gelduitgaven, zonder dat het ministerie daar extra geld voor teruggeeft. Met name het hoger onderwijs vindt daar­ om dat het ministerie ­ dat het geld van de wachtgeldbezuiniging nodig had voor het verhogen van salarissen van le­ raren m het basis­ en voortgezet onder­ wijs ­ de eigen financiële nood op de universiteiten en hogescholen heeft af­ geschoven. Meijerink kan zich dat wel voorstellen, maar meent dat het onderwijs de wachtgeldoperatie zelfheeft uitgelokt. "Het onderwijs schoof in de oude situ­ atie het wachtgeldprobleem door naar het ministerie. Mensen werden te mak­ kelijk ontslagen. De kosten van het wachtgeld zijn daardoor opgelopen tot boven de 1 miljard gulden per jaar; geld dat we voor andere dingen beter kunnen gebruiken. Het ministerie heeft de wachtgelduitgaven willen verminde­

ren door de instellingen zelf verant­ woordelijk te maken voor het wacht­ geld, zodat ze het voelen als ze mensen ontslaan en bovendien gestimuleerd worden om wachtgelders aan te nemen ­ ze mogen het geld dat daardoor be­ spaard wordt zelf houden. Die operatie was echt noodzakelijk: anders was het aantal mensen met wachtgeld nog ver­ der gegroeid."

Zelfdiscipline Het lijkt moeilijk voorstelbaar dat een hoge ambtenaar met een takenpakket als dat van Meijerink tijd vrij kan maken om een dag per week als hoogle­ raar te gaan werken. "Dit is inderdaad een baan die je agenda vol doet lopen. Het vereist daarom enige zelfdiscipline om tijd vrij te houden voor onderzoek en het voorbereiden van colleges. Het vergt bovendien medewerking van je directe collega's. Tot nu toe lukt het." Meijerink is aangetrokken om samen met een andere nieuwe hoogleraar een opleiding voor controllers in de non­ profit sector op te zetten; tot nu toe konden de post­doctorale studenten slechts afstuderen in richtingen die zich concentreren op de marktsector. Me­ ijerink verwacht dat de nieuwe richting, die per september van start gaat, wel bestaansrecht heeft: "De ontwikkelin­ gen m het financiële beheer van de overheid zijn in trefwoorden samen te vatten als: verzakelijking en decentrali­ satie. De aanpak gaat meer op die van het bedrijfsleven lijken. Ambtenaren zijn echter traditioneel niet goed toege­ rust om marktgericht te werken. Een dergelijke opleiding, die de lessen die van het bedrijfsleven te leren zijn, com­ bineert met specifieke aandacht voor de overheid, voorziet daarom zeker in een behoefte." De opleiding kan ook interessant zijn voor mensen uit het bedrijfsleven, aldus Meijerink. "Die hebben tenslotte ook met de overheid te maken. Bovendien

komen de afwegingen die bedrijven maken in het financiële proces in een behoorlijke mate overeen met die van de overheid." In zijn onderzoek wil hij aandacht gaan besteden aan de wijze waarop politici omgaan met de verzakelijking en de­ centralisatie binnen de overheid. "Uit bestuurskundige en economische litera­ tuur bHjkt dat wetenschappers veel in­ teresse hebben voor de ontwikkelingen bij de overheid, en de veranderingen als zeer mgrijpend beoordelen. Wat mij daarom interesseert is hoe politici er te­ genover staan. In de dagelijkse praktijk ^ merk ik dat politici zakelijker gaan den­ ken. Veel meer dan in het verleden be­ staat het besef dat de politiek moet kie­ zen tussen verschillende dingen die al­ lemaal wenselijk zijn. Dat besef heb ik bij een man als Wallage bij wijze van spreken zien ontstaan. Het ontbreekt echter volgens mij nog aan systematisch inzicht in hoe die keuzes dan gemaakt worden: waar kies je voor, en op welke gronden? In die richting wil ik onder­ zoek gaan doen." Dergelijk onderzoek kan, net als het geven van colleges, nuttig zijn voor het werk van een secretaris­generaal, zo heeft Meijerink in de eerste maanden van zijn nieuwe baan gemerkt. "De combinatie van twee ftmcties betekent een behoorlijke inspanning, maar het is de moeite waard. Ik ervaar het als zeer vruchtbaar om de inzichten die ik in de praktijk heb opgedaan te vertalen in wetenschap, en tegelijkertijd wat meer vanuit een wetenschappelijke optiek naar mijn dagelijkse werk te kijken."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993

Ad Valvas | 552 Pagina's

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 513

Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993

Ad Valvas | 552 Pagina's