Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 434

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 434

10 minuten leestijd

ADVALVAS 2 1 APRIL 1994

PAGINA 8

'Loonmatiging is sleclit voor werkgelegenlieid' De nieuwe directeur van het Economisch en Sociaal Instituut (ESI) van de economen, de industrieel econoom prof.dr A.H. Kleinknecht, is een neo-Schumpeteriaans buitenbeentje in de economie. "Pas de laatste jaren dringt de waarde van Schumpeters ideeën over de historische ontwikkeling van economische en technologische processen tot economen door." Jan-Jaap Heij "In de economie ben ik een buitenbeentje, maar het eilandje waarop ik me bevind groeit." Prof.dr A.H. (A1-* fred) Kleinknecht (42), sinds 1 april hoogleraar industriële economie aan de vu en directeur van het ESI, valt naar eigen zeggen niet in te delen in de standaard-categorieën van de economische wetenschap: "Ik ben geen Keynesiaan, niet neo-klassiek, zeer zeker geen m o netarist; hou het maar op neo-Schumpeteriaan." Kleinknecht, afkomstig uit Duitsland, houdt zich voornamelijk bezig met onderzoek naar de relatie tussen technologie en het bedrijfsleven: "Zaken als bijvoorbeeld de mate waarin technologisch innovatieve bedrijven succesvol zijn en welke oorzaken dat succes heeft. Het leuke van mijn specialisatie is dat ik er diverse kanten mee op kan: het overheidsbeleid inzake technologie bijvoorbeeld, waardoor ik bij de economie van de publieke sector uitkom, of de invloed van technologische innovatie op de arbeidsmarkt. Bedrijfseconomie is voor mij uiteraard ook belangrijk." Zijn Schumpeteriaanse optiek komt vooral tot uitdrukking in de opvatting dat economische en technologische ontwikkelingen historische processen zijn. "Kennis en technologie komen niet zomaar uit de lucht een willekeurig bedrijf binnenvallen. Ze zijn het resultaat van de historie van dat bedrijf: van technologische ontwikkeling in het verleden en van bij werknemers verzamelde kermis. Mainstream-economen nemen kennis en technologie vaak als een gegeven aan: het is er, je kunt het gebruiken. Het idee dat technologische vernieuwing geen vast gegeven is maar een ontwikkelingsproces, en de invloed die dat heeft op het succes van bedrijven en op de economische groei, begint pas de laatste jaren een beetje door te dringen buiten mijn kleine eilandje." Kleinknechts benadering leidt tot op z'n zachtst gezegd opmerkelijke resultaten, zo blijkt uit de laatste publikatie

waar hij (mede)-verantwoordelijk voor was. In het rapport Technologie, werkgelegenheid, winsten en lonen in Nederlandse bedrijven van de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA) komt hij, op basis van een analyse van gegevensbestanden van die organisatie - die onder meer enquêtes uitvoert in het bedrijfsleven - tot de conclusie dat bedrijven die veel aan het vernieuwen van h u n produkten doen, meer (en betere) banen scheppen dan de concurrentie. Ze betalen bovendien hogere lonen en maken meer winst. Kleinknecht: "Doorgaans gaat iedereen er van uit dat de bedrijven die er in slagen de kosten zo ver mogelijk te drukken het meeste succes hebben. Dat is niet zo, blijkt uit het onderzoek. Vooral bedrijven die hun produkten op een creatieve manier vernieuwen of verbeteren hebben succes."

Monopolie Dat komt omdat innovatieve bedrijven een vorm van monopoliemacht opbouwen. H u n produkten zijn niet makkelijk na te maken, omdat de concurrentie daar onvoldoende kennis voor heeft. Kleinknecht: "De kennis die nodig is voor het vernieuwen van produkten kun je dikwijls niet kopen, die zit in de hoofden van werknemers. Daardoor kan een bedrijf met irmovatieve produkten - dat kan een vouwfiets zijn, maar ook een marketingconcept - langer dan anderen een hogere winstmarge vasthouden: de voorsprong is moeilijk in halen. Voor bedrijven met een high-tech produktieproces, zogenaamde proces-innovatoren, geldt dat niet. Je kunt nog zulke moderne spullen hebben staan, die spotgoedkoop produceren, als je succes hebt schaft de concurrentie die produktieprocessen ook aan: proces-innovaties zijn relatief eenvoudig te imiteren. Uit het onderzoek blijkt dan ook dat bedrijven die zich richten op proces-innovaties minder winstgevend zijn dan produkt-innovatoren." De conclusie die Kleinknecht uit dit

Industrieel econoom prof.dr A . H . Kleinknecht: 'Je moet de markt zijn werk laten doen' Nico Bomk - AVC/VU onderzoek trekt is nog opmerkelijker: de overheid zit met haar loonmatigingsbeleid op het verkeerde spoor. Loonmatiging is op langere termijn slecht voor de werkgelegenheid in N e derland. Kleinknecht: "Loonmatiging remt wat Schumpeter noemt de creatieve destructie: sterke, innovatieve bedrijven die de zwakken wegconcurreren. Het is te beschouwen als een soort loonkostensubsidie aan zwakke bedrijven. Als de markt haar gang kan gaan, concurreren de innovatieve bedrijven de zwakke broeders weg. D e sterken kunnen dan de markten van de zwakken overnemen. Door de lonen laag te houden, kunnen de zwakkere bedrijven op korte termijn wel blijven bestaan. Uiteindelijk gaan ze echter toch failliet. D e concurrentieslag met Oost-Europa en Azië, waar de lonen nog altijd v e e k ^ lager zijn, kurmen die bedrijven nooit winnen. Zo verdwijnen banen naar lage-lonenlanden, zonder dat daar hoogwaardige werkgelegenheid in innovatieve bedrijven voor terugkomt."

Hij begrijpt dan ook niets van het streven van de overheid om de lonen laag te houden. "Je kunt veel beter de markt het werk laten doen: irmovatieve bedrijven die veel banen scheppen laten winnen van achterblijvers. In Duitsland hebben ze dat beter begrepen: daar zijn de Nederlandse discussies over loonmatiging en looningrepen volstrekt onvoorstelbaar. D e vakbonden zouden onmiddellijk .een algemene staking uitroepen als de Duitse overheid het waagde om in te grijpen in de loonvorming. D e loonontwikkeling was in de jaren tachtig in Duitsland dan ook veel expansiever dan hier."

Contractonderzoek Kleinknecht kwam in 1980 naar N e derland om aan de vu wetenschappelijk medewerker te worden. In 1984 vertrok hij als universitair docent naar de Rijksuniversiteit Limburg. In 1988 kwam hij terug naar Amsterdam, als senior-onderzoeker bij de Stichting voor Economisch Onderzoek (SEO) van

de UVA. D e laatste functie begon hem in de loop der jaren steeds minder te bevallen. "Het nadeel van het SEO is dat de stichting intussen voor zo'n negentig procent afhankelijk is van contractonderzoek. Dat heeft een slechte invloed op de wetenschappelijke kwaliteit van het instituut. Er is geen tijd meer voor onderzoek dat van wetenschappelijk belang is, alles staat in dienst van de markt. En de markt is niet geïnteresseerd in wetenschappelijke vernieuwing, maar in onderzoek dat direct bruikbaar is voor het beleid." Het ESI, eveneens een instituut dat zich richt op onderzoek voor de markt, is nog wel in staat om wetenschappelijke kwaliteit te leveren, aldus Kleinknecht. "Het ESI heeft nog een flinke formatie uit de eerste geldstroom. Daardoor zijn interessante combinaties mogelijk tussen de markt en de wetenschap. Een onderzoeker kan bijvoorbeeld relatief goedkoop promoveren, omdat het onderzoek dat hij toch al voor een opdrachtgever heeft gedaan bruikbaar is voor zijn proefschrift." Deze combinatie maakte het ESI voor Kleinknecht aantrekkelijk. "Ik zou nooit leiding willen geven aan een instituut dat alleen maar derde-geldstroomonderzoek doet. Daar is geen ruimte voor mensen die willen onderzoeken hoe de wereld in elkaar zit, en dat was voor mij uiteindelijk de reden om de economische wetenschap in te gaan. Tegelijkertijd ben ik wel een groot voorstander van toegepast onderzoek voor derden. Beide vormen, eerste en derde geldstroom, komen aan het ESI voor. Vandaar dat ik gesolliciteerd heb." Het instituut zal onder zijn leiding geen ingrijpende koersverandering ondergaan, aldus de nieuwe directeur. "Ik heb de indruk dat het instituut behoorlijk goed draait; ik zal daarom vooral voor nieuwe wetenschappelijke impulsen trachten te zorgen. Ik wil de sterke punten van het ESI, bijvoorbeeld ontwikkelingseconomie, behouden en het bedrijfseconomisch onderzoek wat verder uitbouwen. Verder heb ik in de loop der jaren een behoorlijk netwerk opgebouwd, vooral in D e n Haag. Ik kan me voorstellen dat daar een aantal nieuwe opdrachtgevers uit voort kunnen komen. Ik zal daar in ieder geval flink mijn best voor gaan doen."

'Het is \evk om je iirachten te iiunnen meten' Volleyballen is de laatste jaren behoorlijk populair. De sport spreekt zowel jongens als meisjes aan. De Asvu-volleybalvereniging vaart er wel bij. Met de combinatie van sport en gezelligheid trekt zij jaarlijks zo'n tachtig studenten. Voorzitster Judith Goudriaan: "Bij ons zet iedereen zich in om het ook gezellig te houden." Peter Boerman Volleybal is in. Sinds het Nederlandse herenteam in Barcelona tijdens de Olympische Spelen het zilver mee naar huis nam, weet iedereen hoe het spel gespeeld wordt. Volleybal is in de eerste plaats een makkelijke sport. Je hoeft er bijna geen regels voor uit je hoofd te leren. Iedereen die vijf minuten heeft staan kijken kan al meedoen, bij wijze van spreken. Daarnaast is volleybal een sport voor iedereen. Wordt voetbal overheerst door het mannelijk geslacht, bij volleybal is is het aantal meisjes en jongens veel meer in evenwicht. Volleyen kun je bovendien bijna overal. Terwijl in de Verenigde Staten tegenwoordig op het miniemste zandstrandje al een net gesparmen staat, is ook in Europa nagenoeg geen camping te vinden die er niet aan gedacht heeft om haar gasten de gelegenheid te geven in groepjes een balletje heen en weer te spelen over het net. JVlaar volleybal wordt natuurlijk niet alleen puur recreatief gespeeld. Ook bij de Asvu, de stu-

je nooit ver weg. Dat is ook een voordeel. Verder zijn we natuurlijk de goedkoopste volleyvereniging in Amsterdam." D e volleybalvereniging organiseert tal van activiteiten om het gezelligheidsaspect te benadrukken. In november wordt jaarlijks een groots internationaal toernooi opgezet, in juni gaat bijna de hele vereniging op zeilweekend en over twee weken doet er een delegatie mee

Bij de promotie van dames-4 afgelopen december hoorde natuurlijk champagne ASVUvolleybalvereniging

dentensportvereniging van de VU, doet volleybal het goed. Jaarlijks telt het recreatief volleybal er zo'n driehonderd inschrijvingen en dat is dan ook gelijk het maximum. Er is zelfs een ledenstop. D e verdeling mannen en vrouwen is woWtAig fifty-fifty. Verder is er een (zojuist gestarte) interne volleybalcompetitie waaraan teams van zes personen uit de hele 'vu-gemeenschap' deelnemen. Daarnaast kent de Asvu nog een bloei-

ende volleybalvereniging, waarvan het competitiedeel aangesloten is bij de Nederlandse Volleybalbond. D e competitievereniging telt op dit moment ongeveer tachtig leden, verdeeld over negen teams, waarvan vijf damesteams. "Maar wij hebben zeker geen ledenstop", lacht voorzitster Judith Goudriaan spontaan. "Iedereen die met ons competitie wil spelen is altijd welkom." Ze zit zelf al drie jaar bij de volleybalvereniging, waarvan ze het laatste jaar

voorzitster is geworden. Wat is het mooie van de vereniging? "Het belangrijkste is de combinatie sportiviteit en gezelligheid. Bovendien spelen we bij ons een halfjaarlijkse competitie. Dat is een voordeel, want dan kan je sneller vooruit komen. Die competitie spelen we in principe doordeweeks, zodat iedereen die in het weekend naar huis wil dat kan. Alleen dames-1 speelt in het weekend. En we spelen alleen tegen Amsterdamse tegenstanders, dus hoef

aan de bekende Batavierenrace. Ook op het sportieve vlak gaat het goed met de vereniging. In de vorige competitiehelft promoveerden heren-2 en dames-4 en 5. Twee weken geleden werd heren-3 kampioen en afgelopen maandag deed heren-1 hetzelfde. Dames-2 en dames-3 kunnen in mei dit voorbeeld volgen. Judith Goudriaan, zelf speelster van het laatstgenoemde team: "Het is leuk om je krachten te meten met anderen. En kampioen worden is het mooiste wat er is." In september bestaat de volleybalvereniging 25 jaar. Enkele leden zijn nu al bezig een reünie op poten te zetten. "Ja, de Asvu is inderdaad een erg actieve volleybalvereniging", beaamt G o u d riaan. "Het is bij ons erg gezellig, en iedereen zet zich dan ook graag in om dat zo te houden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993

Ad Valvas | 552 Pagina's

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 434

Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993

Ad Valvas | 552 Pagina's