Ad Valvas 1993-1994 - pagina 402
PAGINA 6
AD VALVAS 3 1 MAART 1994
'Politiek infiltreert in het privaatrecht' Nieuwe hoogleraar privaatrecht verdenkt overheid van geldzucht TIen jaar geleden zat prof. mr C.C. van Dam zelf nog in de collegebanken. Nu Is hij ai anderhalf jaar hoogleraar. Professoren worden steeds jonger. "Maar dat zeggen wij ook van onze studenten." Afgelopen vrijdag hield hij zijn oratie 'Politieke infiltratie in het privaatrecht', waarin de overheid een flinke veeg uit de pan krijgt.
Prof. mr C.C. van Dam: 'Als je gaat promoveren, ben je verloren' Peter Wolters - AVC/VU
Peter Boerman
Politici en privaatrecht, dat gaat niet goed samen. Dat was een van de conclusies die prof. mr C.C. van Dam vorige vi'eek trok in zijn inaugurele rede. "In het privaatrecht komen veel open en vage normen voor. Voor politici lijkt het vaststellen van dat soort normen veel op het intrappen van open deuren en daar houden ze zich liever niet mee bezig. Toch zijn er wel degelijk terreinen waarop de politiek actief betrokken is geraakt bij privaatrechtelijke wetgeving. De laatste jaren zelfs steeds meer", stelde de hoogleraar privaatrecht. Van Dam wees op de ambivalente opstelling van de politiek. "Enerzijds wil de politiek veel meer op de werking van de markt gaan vertrouwen. Anderzijds komt er toch meer politieke bemoeienis met het privaatrecht. Dat heeft echter te maken met het karakter van het privaatrecht. Er zijn op dit gebied vooralsnog weinig wettelijke regels. Maar er is wel veel jurisprudentie. De overheid zou daarom een aantal onderwerpen prima kunnen regelen door aan te sluiten bij privaatrechtelijke regels. Dat
past bij de wens van de overheid: geen nieuwe regels erbij, maar aansluiten bij de bestaande. Ook voor het handhaven van regels heeft het privaatrecht voordelen boven het bestuurs- en het strafrecht. Bij het meeste bestuurs- en strafrecht moet de overheid zelf 'achter de boeven aan'. Bij privaatrecht moet de burger zelf aan de bel trekken als er iets mis is. De normen kunnen in het privaatrecht voor een groot deel worden gehandhaafd door burgers en belangengroeperingen. Op die manier kan de overheid toch een stap terugdoen. Waar het in feite misgaat zijn die gebie^^ den waar de overheid zichzelf wel wil blijven handhaven door middel van het privaatrecht. Daar infiltreert de politiek in de privaatrechtelijke wetgeving." Van Dams interesse voor het privaatrecht is geleidelijk ontstaan. "Ik begon vooral aan mijn rechtenstudie vanuit een belangstelling voor het staatsrecht. Je hebt als je net van het vwo komt, nog geen notie van wat zo'n rechtenstudie nu precies inhoudt, dat geldt voor veel rechtenstudenten. De meesten weten voor ze aan een studie rechten beginnen echt niet waar ze naartoe willen. Ik koos tijdens mijn studie voor het
privaatrecht omdat de arbeidsmarktperspectieven daarvoor het beste waren. De situatie voor juristen was ook in die tijd niet best te noemen. Gaandeweg ging dit onderdeel me echter ook steeds meer boeien. En als je dan ook nog gaat promoveren, ben je natuurlijk verloren. Het mooie van het privaatrecht is dat het een systematisch geheel vormt, maar dat het tegelijk dienstbaar moet zijn aan de samenleving. Dat maakt het zo interessant."
Lekkerkerk De jonge hoogleraar is inmiddels expert op het gebied van aansprakelijkheidsrecht. Tijdens zijn promotie in Utrecht was hij sterk economisch-juridisch bezig. "Juist in die combinatie zit mijns inziens de vooruitgang." Daarna werkte hij bij het ministerie van Justitie als wetgevingsjurist. Zijn oratie ziet hij als een soort 'wetenschappelijke afronding van wat hij bij Justitie heeft geleerd', meer vanuit een juridisch-politieke invalshoek. In zijn oratie refereert de hoogleraar kort aan de eerste grote bodemvetvuilingszaak in Lekkerkerk. "Toen daarna de omvang van de totale bodemvervui-
liiig lil Nederland duidelijk begon ie worden, realiseerde de overheid zich ook, dat zij voor het saneren van de bodem zeer hoge kosten zou moeten gaan maken. Mede op die grond kreeg de overheid toen het recht de kosten van bodemsanering te verhalen op degenen die de bodemvervuiling hadden veroorzaakt. De vervuiler betaalt. De bedragen die zo verhaald worden, vormen een substantiële bijdrage aan het milieubeleid. Die bijdrage is politiek van groot belang, zeker in een tijd waarin de overheid moeite heeft met het vinden van financiële ruimte. De laatste jaren is gebleken, dat deze belangen zo groot zijn,dat de overheid er niet voor terugschrikt om privaatrechtelijke wetgeving die haar onwelgevallig is, in haar eigen voordeel aan te passen." Voordat er vanuit de rechtspraktijk weer veel eisen aan de wetgeving kunnen worden gesteld, moet eerst het financieel-economisch beleid van de overheid weer op orde zijn, denkt Van Dam. "Wat natuurlijk niet wil zeggen dat de privatist dan nu maar zijn mond moet houden. Integendeel. De overheid is sterk geneigd alles te veel vanuit haar
eigen positie te regelen. Zoals uijvoorbeeld het opschuiven van de verjaringstermijn van twintig naar dertig jaar. Dat levert ze mooi een hoop geld op. Maar vanuit het privaatrecht kijken we naar een meer algemeen kader. En dan kom je vaak tot andere conclusies." De overheid ziet nu blijkbaar in dat er geld te halen valt uit het privaatrecht, en dan met name uit het verhaalsrecht. En dat gebeurt dus ook. "Ook met goede motieven, hoor", verklaart Van Dam. "Het is natuurlijk niet alleen een kwestie van zoveel mogelijk geld binnenhalen. Er zit ook vaak een goede gedachte achter, zoals met de milieuwetgeving. Dat is een positief punt." Maar het is wel een mooie verpakking van een minder mooie boodschap, denkt de jurist. "Ze roepen het hardst: de vervuiler moet betalen. Maar ondertussen bedenken ze wel dat zo'n regel veel geld oplevert. En dat laatste geeft niet zelden de doorslag."
VU verplicht tot allochtonenbeleid Sinds kort is de universiteit verplicht om het aantal allochtone personeelsleden te registreren en maatregelen te bedenken om dat aantal te verhogen. Personeelszaken is op dit moment bezig met een beleidsplan. De emancipatiecommissie heeft alvast aangedrongen op een aparte allochtonencommissie. ORlid B. Overdijk pleit voor positieve actie.
voor personeelsbeleid voor allochtonen opstellen, dat door het Regionaal Bureau voor de Arbeidsvoorziening - het arbeidsbureau - opgevraagd kan worden om te bezien of een bedrijf wel genoeg aan allochtonenbeleid doet. Het georganiseerde bedrijfsleven was niet erg gelukkig met deze verplichtingen: het VNO heeft bijvoorbeeld tot het allerlaatste moment geprobeerd om het aannemen van de wet te verhinderen. De bezwaren concentreerden zich vooral op het probleem van de registratie.
In weerwil van de tijdgeest zijn de verplichtingen voor werkgevers om een allochtonenbeleid te voeren onlangs flink aangescherpt. Her en der in het land worden, ook door politici, betogen afgestoken over de onrechtvaardigheid van positieve actie (en van gratis zwemles voor Marokkaanse vrouwen). Tegelijkertijd is onlangs een initiatiefwet van D66, GroenLinks en de WD aangenomen (de wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen), die bedrijven en instellingen verplicht om hun allochtone personeelsbestand te registreren en die cijfers openbaar te maken. Het is de bedoeling dat daardoor maatschappelijke druk ontstaat om meer allochtonen in dienst te nemen. Bovendien moeten werkgevers een plan
Het is namelijk niet eenvoudig om een goede en voor iedereen acceptabele registratie op te zetten, zo constateerden de werkgevers. Veel allochtonen willen niet zo geregistreerd staan, omdat ze zich niet als allochtoon beschouwen. Het is bovendien niet helemaal duidelijk of registratie al dan niet in strijd is met de privacy-wetgeving. De werkgeversbezwaren blijken niet helemaal onterecht. Aan de vu doen zich inderdaad registratieproblemen voor, aldus de dienst personeelszaken. Voor 1 juli moet de universiteit een registratie hebben, maar Personeelszaken is er nog lang niet uit of en hoe ze allochtonen zover moet krijgen dat die de gewenste gegevens aanleveren. Het registratiesysteem komt er wel, maar of het
Jan-Jaap Heij
Acceptabel
compleet zal zijn is de vraag. Cijfers, al dan niet compleet, zijn echter niet het belangrijkste, aldus B. Overdijk, namens de CMHF-fractie lid van het dagelijks bestuur van de ondernemingsraad (GR). Het gaat er vooral om dat de universiteit beleid ontwikkelt voor allochtoon personeel. "Een instelling die voor een flink deel vanuit de algemene middelen betaald wordt, heeft naar mijn mening een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Je kunt het, zeker in een stad als Amsterdam, niet maken om niks aan personeelsbeleid voor allochtonen te doen." Dat idee is, onder invloed van de arbeidskansenwet, inmiddels ook tot de universiteit doorgedrongen. Het is de bedoeling dat voor de zomer een plan voor allochtonen-personeelsbeleid af komt; eventuele maatregelen zijn nog niet bekend. De emancipatiecommissie (EC) heeft alvast voorgesteld dat er in ieder geval een aparte adviescommissie voor allochtonen ingesteld moet worden. "Als je recht wilt doen aan de aparte positie die allochtonen binnen een organisatie in kunnen nemen, moet je ook een commissie hebben die zich over die positie buigt. De huidige EC is daar niet voor bestemd", aldus voorzitter H. van Emmerik. Het voorstel van de EC is op dit moment in behandeling bij het college van bestuur.
Die commissie zou er zorg voor moeten dragen dat binnen de universiteit meer rekening gehouden wordt met de specifieke problemen van allochtonen, aldus Van Emmerik. "Als je kijkt naar de positie van vrouwen aan de universiteit, dan zie je dat het beleid altijd afgestemd is geweest op mannelijke kostwinners. Het gaat dan om zaken als werktijden en pensioenregelingen, die het vrouwen moeilijk maakten om aan de universiteit te werken. Ik kan me voorstellen dat allochtonen ook specifieke problemen hebben. Daar moet de universiteit dan rekening mee houden. De houding mag niet zijn: je past je maar aan."
Cultuurverschil OR-lid Overdijk heeft een aantal suggesties die verder gaan. Hij wijst op de noodzaak om veranderingen in sollicitatie-procedures aan te brengen. "Het is bekend dat wanneer twee kandidaten, een autochtoon en een allochtoon, allebei geschikt zijn, de autochtoon vaak de voorkeur krijgt. Dat blijkt dan te liggen aan bijvoorbeeld zoiets triviaals als de aangeleerde gewoonte van sommige allochtonen om mensen in een dergelijk gesprek niet rechtstreeks aan te kijken. Het zou volgens mij goed zijn als binnen een sollicitatiecommissie rekening gehouden wordt met dergelijke cultuurverschillen, bijvoorbeeld door
een externe deskundige aan de commissie toe te voegen." Hij vindt verder dat de universiteit, als de registratie eenmaal op orde is, best streefcijfers voor het benoemen van allochtonen vast zou mogen stellen. "Dat doen we voor vrouwen ook, en het blijkt te werken. Het gaat weliswaar langzaam, al was het maar omdat er zo weinig vacatures zijn, maar er komen meer vrouwen. Ik vind daarom dat we voor allochtonen een dergelijke maatregel moeten treffen." Tot slot lijkt het hem ook goed als de universiteit, met de streefcijfers in de hand, een positieve-actiebeleid voor allochtonen gaat voeren. "Als een allochtoon in een sollicitatie-procedure goed genoeg blijkt, moet hij of zij worden aangenomen. Doe je dat niet, en laat je bijvoorbeeld allochtonen bij zogenaamde 'gelijke geschiktheid' voorgaan, dan haal je de streefcijfers volgens mij niet. Mensen zijn nooit precies gelijk geschikt, iedereen heeft altijd wel een plus of een min. De ervaring leert dat de minnen dan doorgaans bij de allochtonen liggen."
AC
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993
Ad Valvas | 552 Pagina's