Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 325

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 325

10 minuten leestijd

PAGINA 9

AD VALVAS 17 FEBRUARI 1994

Universiteiten Jieiielen adviescommissie nieuwe studies Maastricht heeft succes met plan voor nieuwe psychologie-studie Frank Steenkamp

De universiteitsbesturen gaan samen kritisch bekijken hoe de adviescommissie onderwijsaanbod (ACO) hun plannen voor nieuwe opleidingen per najaar 1995 heeft beoordeeld. Van vijftien ingediende plannen kregen er maar vier een positief advies. Sommige verliezers hebben twijfels bij de manier waarop hun aanvraag werd afgekeurd. De commissie zou zich soms te veel met details hebben bemoeid. Zes van de dertien universiteiten hadden het afgelopen najaar bij de ACQ adviesaanvragen ingediend over in 1995 nieuw in het centraal register (CROHO) op te nemen opleidingen. Soms waren die opleidingen echt nieuw, vaak ging het om verzelfstandiging van een variant van een bestaande opleiding. Maar sinds kort geldt in alle gevallen de voorwaarde: wil een opleiding bekostigd te worden, dan moet hij opgenomen in het CROHO-register. Daarover beslist de minister - na een advies van de ACQ over de doelmatigheid van het plan. En tot nu toe is dat advies niet vaak positief Utrecht en Amsterdam (LTVA) deden met elk vier plannen de meeste pogingen om per 1995 met nieuwe studies te beginnen. En elk kregen ze maar één positief advies: Utrecht voor de studie Keltisch, Amsterdam voor de lerarenopleiding Arabisch. Verder dienden Leiden (2 maal), Tilburg en Groningen voorlopig tevergeefs hun plannen in.

gen, kan een deel nog hopen op een gunstig advies in een later stadium. Dat geldt zeker bij Tandheelkunde. De ACO wacht met een oordeel over de plannen van Utrecht en Groningen tot de bewindslieden Cohen en Simons met hun aangekondigde visie komen op de behoefte aan tandartsen en mondhygiënisten. Andere universiteiten denken hun plannen binnenkort, beter voorbereid, opnieuw in te dienen. Zo bijvoorbeeld Leiden dat zowel Milieukunde als het curieuze plan voor een tweejarige licen-

tiaats-opleiding Filosofie indiende. Volgens rector Leertouwer is de kritiek erop redelijk en niet onoverkomelijk. Ook een Utrechts plan voor een opleiding Turks lijkt, na afstemming met Leiden, in een later stadium kansrijk. En iets dergelijks geldt voor een Amsterdams plan met Accountancy. Negatiever was de ACO over plannen in de bèta-hoek. Ze gaf geen steun aan een nieuwe poging van de UVA om, dit keer met Technische natuurkunde, het terrein van de techniek te betreden. En hetzelfde geldt voor een Amsterdams

plan met Biotechnologie en een Utrechtse opleiding Computer science. Over de argumenten bij die laatste afwijzing is men in Utrecht wel wat verbaasd. De ACO mist onderzoek naar de arbeidsmarkt - terwijl zoiets volgens Utrecht overbodig is omdat de opleiding de enige in het land zou worden. Tegelijk zou de commissie zich oordelen gepermitteerd hebben over het investeringsplan, wat in Utrecht de indruk wekt dat ze op de stoel van het universiteitsbestuur wil gaan zitten. Kritiek op de ACO klinkt er ook van ju-

Omzeilen Naar aanleiding van de aco-adviezen hebben de universiteiten vorige week afgesproken om in maart eens de gehanteerde argumenten met elkaar te bespreken. Al sinds minister Ritzen de ACO in de nieuwe wet WHW opnam, zijn de universiteiten beducht voor de bureaucratische bemoeienis die een dergelijke commissie kan opleveren. De meeste besturen vinden dat ze recht hebben op 'programmeervrijheid'. Inhoudelijke afwegingen over nieuwe studies kunnen ze zelf wel maken; de aco zou alleen moeten toetsen of er in bepaalde vakgebieden geen over-aanbod aan opleidingen ontstaat. Toch is er weinig kans dat de universiteiten de confirontatie met de ACO aangaan. Men kiest eerder voor de tactiek van het omzeilen. In vsNU-verband wordt de laatste maanden gewerkt aan een plan om in een nieuwe versie van het landelijk register het begrip 'opleiding' zó breed te omschrijven, dat men ook zonder gang naar de adviescommissie allerlei nieuwe dingen kan beginnen. Alleen de Leidse universiteit is mordicus tegen dit plan. Als het de universiteiten al lukt om zoveel vrijheid te verwerven, dan zal dat volgens de Leidenaren een nieuwe wildgroei van trendy opleidingen tot gevolg hebben. (HOP)

Staatssecretaris Cohen oordeelt binnenkort over het nut van vijftien plannen voor nieuwe opleidingen Bram de Hollander

I Internationaal

i

risten uit Tilburg en Maastricht, die beiden vergeefs een plan voor een nieuwe opleiding Europees recht indienden. Hoewel de verzamelde rechtendecanen deze plannen steunden, had de commissie nog een reeks vraagtekens. Zo zouden er te weinig deskundigen zijn om bestaande rechtenstudies te europeaniseren en daarnaast twee specialistische euro-opleidingen te starten. De Limburgse juristen bestrijden dat en vragen zich af of de ACO zelf wel deskundig genoeg is. Zowel in Maastricht als Tilburg willen de juristen toch met het plan doorgaan, desnoods als variant van de bestaande rechtenstudie.

Veel meer succes had Maastricht. Van drie aanvragen kregen er twee een gunstig advies. De eerste betreft fiscale economie. Maar het meest opvallend is de ACO-steun voor de omstreden achtste psychologievestiging in ons land. Met de Limburgers vindt de ACO dat het om een duidelijk van de rest afwijkende 'bètavariant' van het vak gaat, die bovendien veel studenten van over de grens zal aantrekken. Een doelmatig plan dus - maar dan wel met de voorwaarde dat de opleiding ook in de toekomst smal en internationaal gericht blijft. Van de elf niet goedgekeurde aanvra-

Meer vrijheid voor geestelijk gestoorde Nederlandse curateleregeling schiet te kort De handelingsvrijheid van mensen met een geestelijke stoornis is in Nederland erg beperkt. Te De curatele is een van de meest ingrijpende maatregelen in ons recht, maar beperkt, vindt mr C. Blankman. De overheid gaat er nog weinig onderzocht. Mr C. Blanknu vanuit dat zo iemand niets meer kan. Maar man heeft daar verandering in gebracht met zijn dissertatie Curatele voor personen met een geestelijke stoornis en bescher- waarom zou een onder curatele gestelde persoon ming op maat, waarop hij donderdag 17 niet meer mogen stemmen? Er kan nog veel februari promoveert. verbeteren, schrijft Blankman in zijn proefschrift Hij stelt in het proefschrift dat de Ne'Curatele voor personen met een geestelijke derlandse wetgeving op het gebied van stoornis en bescherming op maat'. de geestelijk gestoorden te wensen Peter Boerman

Li

overlaat. De wetgever hanteert de verkeerde begingedachte, meent hij, en dat kan in de uitwerking nooit meer goed worden gemaakt. "Het uitgangspunt is negatief Dat wil zeggen: men gaat ervan uit dat de geestelijk gestoorde niets meer kan. Daar worden dan wel steeds meer uitzonderingen op gemaakt. Maar eigenlijk zou het basisprincipe precies andersom moeten zijn: ervan uitgaande dat de geestelijk gestoorde alles kan, moet je je af gaan vragen wat het dan wel is wat hij niet meer zou mogen. Er moet meer rekening worden gehouden met de mogelijkheden en de wil van de geestelijk gestoorde zelf" In de huidige wetgeving wordt iemand waarvan is aangetoond dat hij geestelijk gestoord is 'onder curatele' gesteld. Dat wil zeggen dat hij vanaf dan, op enkele uitzonderingen na, volledig handelingsonbekwaam wordt. Als een gestoord mens bijvoorbeeld een koopovereenkomst sluit, kan die zo weer ongedaan worden gemaakt. Ook een testament opmaken is voor de gestoorde

verboden, net als het meedoen aan de verkiezingen. Alleen degene die voor het gedrag van de geestelijk gestoorde verantwoordelijk is, de curator, kan in een bepaald geval beslissen van die regels af te wijken. "De wettelijke regeling doet daarmee geen recht aan de mogelijkheden waarover de individuele curandus nog wel beschikt", schrijft Blankman in reactie op deze huidige regeling. "Daarom zal de regeling moeten veranderen. En wel zo, dat een 'bescherming op maat' mogelijk wordt."

Gekkenbescherming In Nederland staan naar schatting enkele tienduizenden mensen onder curatele. Per jaar komen er ongeveer duizend bij, in verreweg de meeste gevallen vanwege een geestelijke stoornis. Toch verschijnen er in de rechtsliteratuur maar weinig publikaties over het onderwerp en associëren studenten het met 'gekkenbescherming' of, ten on-

rechte, met een faillissement, omdat ook daar een curator optreedt. Die geringe wetenschappelijke aandacht was een belangrijke motivatie voor Blankman om voor zijn proefschrift juist dit onderwerp te kiezen. Daarnaast speelde ook de confrontatie met de (juridische) problematiek van deze personae miserahiles voor hem een grote rol. En ten slotte de actualiteit van het onderwerp en de huidige gebrekkige regeling: "Nog altijd ligt de nadruk bij de curatele op de bescherming van het financiële vermogen van de geestelijk gestoorde. Dat is historisch misschien verklaarbaar, maar vandaag de dag wel onterecht. Door de sociale zekerheid hier in Nederland is dat belang in ieder geval aanzienlijk afgenomen." Het belangrijkste kenmerk van de curatele vormt het absolute karakter van de maatregel. Hierdoor leent de regeling zich slecht voor 'bescherming op maat', een bescherming die afgestemd is op en

recht doet aan de eigen mogelijkheden van de curandus. Volgens Blankman . zou juist dat soort bescherming echter centraal moeten staan. "Je mag mijns inziens iemand alleen zijn handelingsbekwaamheid onmemen, als dat in zijn belang noodzakelijk is. Dit volgt rechtstreeks uit de ontwikkeling van de mensenrechten. Deze paradox tussen enerzijds het starre karakter van de huidige Nederlandse regeling en anderzijds het streven naar bescherming op maat leverde een fraaie probleemstelling op voor een promotie." Tot op de dag van vandaag is alleen in een enkel geval van het absolute karakter van de curateleregeling afgeweken. Twaalf jaar geleden werd de mogelijkheid van een 'beschermingsbewind' in de wet opgenomen. De geestelijk gestoorde mag daarbij alleen niets meer doen voorzover het (delen van) zijn financiën aangaat.

Mentorschap Nu ligt er bij de Tweede Kamer ook nog een voorstel voor een 'mentorschap', waarbij het niet om het vermogen van de geestelijk gestoorde gaat. Een mentor neemt alleen de zorg over voor de verpleging en begeleiding. Blankman vindt dat deze voorstellen lang niet ver genoeg gaan. "Het blijven extra uitzonderingen op het negatieve principe van de huidige wetgeving. Dat principe zou je juist moeten omdraaien. Het is raar dat er nadat er geconstateerd is dat de curatele niet in alle gevallen bescherming op maat levert, wel gekozen is voor twee nieuwe maatregelen, maar dat de uitgangspunten van de

wet zo goed als onbesproken zijn gelaten." Om goede voorstellen voor aanpassing van de wet te kunnen formuleren, is Blankman ook op onderzoek gegaan in de ons omringende landen. Van de curatele-regelingen van België, Frankrijk en Duitsland biedt de twee jaar oude Duitse Betreuung-regeling volgens Blankman nog de beste mogelijkheden voor 'bescherming op maat'. Deze wet is samengevoegd uit twee daarvoor bestaande regelingen. Ook voor Nederland zou zo'n samenvoeging van de bestaande regelingen niet gek zijn, denkt de promovendus. In het wetsvoorstel dat hij in zijn boek doet wordt meer rekening gehouden met de mogelijkheden en de eigen wil van degene die onder curatele staat. Waar dat kan, zou een curator volgens Blankman in principe verplicht moeten worden gesteld de geestelijk gestoorde zelfstandig te laten handelen. Bovendien zou de onder curatele gestelde ook makkelijker naar de rechter moeten kunnen stappen als hij in conflict komt met zijn curator. Ten slotte vindt Blankman dat meer gekeken moet worden naar de behoefte aan bescherming van een geestelijk gestoorde. "Een curator zou bijvoorbeeld ook voor één of meer terreinen benoemd moeten kunnen worden, zoals bewind over het geld van de geestelijk gestoorde of opname in een instelling. Alleen dan wordt 'bescherming op maat' een reële mogelijkheid."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993

Ad Valvas | 552 Pagina's

Ad Valvas 1993-1994 - pagina 325

Bekijk de hele uitgave van maandag 16 augustus 1993

Ad Valvas | 552 Pagina's