Ad Valvas 1994-1995 - pagina 410
AD VALVAS 9 MAART 1995
PAGINA 24
Niet-deugende dichter
Sanne Roemen werd roadmanager van een stevige salsaband: 'Ik kon zo dicht bij hen zijn'
Bram de Hollander
Opgaan in de geur van zweet en wiet Als de schemering valt en het steeds stiller wordt m het universiteitsgebouw, begint het leven van veel vustudenten en -medewerkers pas goed. In De Avonden Is het tijd voor sport en hobby's. Of voor een baan als roadmanager, 'moeder' en 'troeteldier' van een heavymetal band. Ellen van Dalen Als een huppelend kind springt de bassist met zijn gitaar over het podium van 'muziekhal' de Melkweg. Zijn bezwete, zwarte hemd en roze-zwart geverfde lokken plakken aan zijn huid. Een snerpende stem brult naast hem. Het vleugje salsa, dat nog dankzij het ntmisch slaan op de percussie te horen was, verstomt. In een steeds versnellend tempo zweept de zanger het publiek op: "This ts the war you want to make it! This is the war you want to make it! This is...'' Uit de zaal klinkt een harde gil van een jongen terug. In ejctase wringt de jongen uit het publiek, gevolgd door een groep van ongeveer zes aanhangers, zich al headbangend een weg naar zijn idolen: de uit Latijns-Amerika afkomstige heavy-metalband Laberinto. Onderaan het podium blijft de groep staan, een geur van zweet en wiet hangt om hen heen. De bovenlijven worden ontbloot, de paardestaarten losgemaakt. De echte muziekluisteraars doen voorzichtig een stapje achteruit, hun videocamera's en fototoestellen klampen ze stevig vast tegen hun buik.
A VONDEN
12
Al schreeuwend duwen, schudden en trekken de headbangers aan elkaar. De zanger heeft zijn zin: het optreden veroorzaakt een kolkende cirkel van hystensche mensen. Van plezier danst hij met zijn microfoon. Vanachter een tafel met cd's en demo's in de buurt van de garderobe merkt Sanne Roemen (24), vu-student bestuurskunde, deze keer niet veel van het hectische spektakel dat zich binnen de muren van de concertzaal afspeelt. Zenuwachtig drentelt ze op en neer. Als roadmanager van Labennto is ze verantwoordelijk voor het reilen en zeilen achter de schermen. Deze zondagavond betekent dat vooral publiciteit maken voor de eerste cd die de vijf muzikanten uit Venezuela afgelopen week in verschillende studio's in elkaar hebben gezet en waarvan de presentatie deze avond plaatsvindt. "Als roadmanager ben ik een soort moeder voor de vijf jongens", vertelt Sanne. "Als we een optreden hebben, leen ik de auto van mijn ouders en
breng ik hen waar ze moeten'spelen. Tijdens het concert zorg ik voor pizza's, broodjes of voldoende drank, zodat mijn jongens niet verhongeren. Ik verzorg ze goed. Zo had laatst de bassist zo'n last van eelt op zijn handen. Toen heb ik hem met pleisters en verband opgelapt." Zo'n twee jaar geleden kwam Sanne voor het eerst in contact met de leden van Laberinto, die kort daarvoor naar Nederland waren gekomen met gezin of vriendin. Voor heavy-metalfans is het in Venezuela als gevolg van overheidsbemoeienis bijna onmogelijk om rond te komen, vertelt Sanne. "Ze verdienden hier hun geld met het spelen in kleine donkere kroegjes. In een soort krakerscafé in de Warmoesstraat heb ik ze toen voor het eerst zien spelen en ik was meteen verkocht." Vanaf die tijd volgt de vu-student de band op de voet. "Ik bood de jongens aan om via flyers promotie voor ze te maken. De afSches deelde ik uit tijdens hun optreden. Ze vonden het fantastisch en ik genoot: "Ik kon zo dicht bij hen zijn." Muziek is Sannes grootste hobby. Lachend: "Zelf ben ik a-muzikaal. Ik heb korte tijd piano gespeeld, maar ik heb er geen gevoel voor. Maar naar muziek luisteren vind ik het einde." Het hoeft niet alleen heavy-metal te zijn, ook 'soul' en 'grunch' vindt ze leuk. "Muziek is mooi wanneer de tekst nog verstaanbaar is. Ik heb er een hekel aan als iemand door de microfoon zit te boeren. Dat noem ik geen muziek meer." Laberinto, een band die je zou kunnen typeren als een mengeling van de Red Hot Chilli Peppers, Santana en Soundgarden, maakt inmiddels in snel tempo furore. Eind februari waren de bandleden op televisie bij VPRO TV-Nomaden en bij Villa 65 van dezelfde omroep. Ze spelen niet langer meer in afgelegen Amsterdamse kroegjes, maar gaan zelfs op toemee naar Duitsland. Afgelopen week gingen ze naar Italië. Sanne kon tot haar spijt niet mee, omdat ze moet studeren voor een hertentamen. Al eerder had ze het tentamen wegens de drukte rond de band met kunnen maken. Sinds een half jaar is de band ook aangesloten bi) een officieel boekingskantoor. Gerrie - oorbellen, een kaal geknipt hoofd en met een staart van dxmne, rozegeverfde vlechtjes op zijn rug - regelt als manager van dit kantoor nu de plaats en data van alle optredens.
Over Sanne spreekt niets dan goed. De taal die hij daarvoor gebruikt is al even bruusk als zijn uiterlijk en zijn favoriete muziek: "Sanne is een vrouw met kloten", zegt hij terwijl hij haar op de schouders slaat en op de wangen kust. Sanne glundert. "Hij bedoelt dat ik gevoel heb voor echte, goede heavy-metal muziek. Geweldig toch?" Met haar roodgeruite blouse en lichtkleurige spijkerbroek detoneert de vu-student vanavond tussen de muziekliefhebbers m overwegend zwarte strechbroeken, afgeknipte vale t-shirts met doodskoppen en blote lijven die beschilderd zijn met tatoeages of zijn gepierced. "Ik zie er inderdaad niet uit als een gemiddelde heavy-metal fan. Ik noem mezelf een kameleon: ik pas me makkelijk aan bij de grillen van een subcultuur. Aanpassen heb ik geleerd tijdens mijn stage met randgroepjongeren voor mijn vorige studie aan de sociale academie." Dat Sanne inmiddels ook is ingeburgerd in 'de harde kern van heavy-metal fans', blijkt al eerder die avond. Sommige gasten vliegen haar om de hals en kussen haar hartstochtelijk. Als bassist Gregorio met zijn lange roze-zwarte haren, getatoeëerde armen in hemd een kijkje om de hoek komt nemen, geeft ze hem twee zoenen. "Sommige mensen zijn wel bang voor hem", vertelt ze. "Dat kan ik goed begrijpen. De bandleden kunnen snel agressief overkomen als een opmerking van iemand op straat of uit het publiek ze niet bevalt. Maar in hun hart zijn ze heel lief. Als ik de
jongens na een optreden weer naar huis rijdt, zingen ze Spaanse kinderliedjes voor me. Schattig vind ik dat." En terwijl ze Gregorio's geblesseerde handen keurt, zegt ze stralend: "Samen zijn we dan ook echt maatjes: zij zijn mijn engelen en ik ben hun troeteldiertje." Gregono mompelt iets in onverstaanbaar Spaans terug. Met het werk dat ze voor de leden van Laberinto verricht, verdient Sanne geen geld. Erg vindt ze dat niet. "Ik voel me niet gebruikt, het is voor mij een soort idealisme. Ik vind het bijvoorbeeld niet erg als ik drie keer op een avond dezelfde muziek moet horen of 's ochtends vroeg pas in mijn bed kan liggen, omdat het optreden is uitgelopen." Door het toenemende succes van Laberinto werkt Sanne inmiddels bijna elk weekeinde en soms ook door de week. Het volgen van haar studie bestuurskunde komt hierdoor steeds meer in het gedrang, geeft ze toe. "In het tweede blok heb ik nauwelijks colleges kunnen volgen. Soms had ik maar drie uur geslapen. Dan zat ik de volgende ochtend te slapen in de banken van de collegezaal, met nog een stijve nek van het dansen. Het is moeilijk om me voor mijn studie te motiveren. Muziek is eigenlijk mijn leven, maar voor mijn toekomst als beleidsmaker heb ik er zo weinig aan."
"Allochtone studenten vormen op universiteit geen probleemgroep" (Utrechts Nieuwsblad van 22 februari j 1.)
maar Ik willen
'De Bill van Dijkstraat', grapte de trambestuurder, toen lijn 7 op de hoek van de Bilderdijkstraat stopte. Een grap die ik snap, want weinigen in die buurt kennen de oude Willem BUderdijk, maar Bill van Dijk is tenminste bekend van de televisie. Van mijn buurtgenoten aldaar, gevraagd of ze weten waar de naam vandaan komt, was er zelfs niet één die wist dat het een persoon betrof. De meesten dachten aan een geografisch derivaat, in de trant van Kinderdijk of Hoogtekadijk. Dat hij dichter was, wdst ik nog wel, maar ik had hem weggezet in het hokje van de opgeblazen, niet meer leesbare oudjes, over één kam geschoren niet Cats, Potgieter en Tollens. Maar dat blijkt een misvatting. Sinds ik zijn museumpje bezocht, heb ik al drie boeken van hem gelezen. Dat museum, sinds een paar maanden in het hoofdgebouw van de vu gevestigd, trekt nauwelijks bezoekers: eentje of twee per week! En toch is het echt heel aardig. Er ligt een dikke foliant op tafel waarin alle kranteknipsels geplakt zijn die in 1931 aan Bilderdijks honderdste sterfdag werden gewijd. Zo vergeten als hij nu is, zo enorm was de belangstelling toen. Bilderdijk blijkt iemand met een wild gedachtenleven. Zo schreef hij, naast zijn soms inderdaad wat huilerige, wijdlopige gedichten, brieven van meters lengte over elk toen denkbaar onderwerp, met uiterst subtiel handschrift, maakte rebussen en was geen slecht tekenaar. Maar het meest hoopgevende vond ik dat de man in de ogen van zijn meeste tijdgenoten niet deugde, zelfs verbannen werd, geen werk kon krijgen, ongehuwd samenwoonde, aan de opium verslaafd was en nog meer ongelukkigs deed. Maar toch zijn er een gracht, een kade, een park en een brede straat naar hem genoemd. SELMA SCHEPEL Het blad van de medicijnenstudenten aan de vu, Invuus, wilde zijn blikveld eens verbreden. Het ging in Tiel op visite bij 'de schakel tussen hemel en aarde' Jomanda en wist zowaar een interview met de wonderdokteres te krijgen. "Ik ben eigenlijk voor 85 procent medium en voor vijftien procent mens", zegt de voormalige danseres. Het blad is vooral geïnteresseerd in haar medische kanten. Werkt ze samen met gewone artsen bijvoorbeeld? Sommige huisartsen verwijzen hun patiënten zelfs wel eens naar haar, maar de samenwerking kan beter. "Er zijn artsen die boos zijn op de patiënten die bij mij zijn geweest. Dan wordt hun ego gekwetst, daar houden ze niet van. Dat vind ik heel zielig." Over hoe Jomanda te werk gaat, vertelt ze niet veel. "Ik krijg kleine flitsjes door." Overigens doet Jomanda niet al het werk alleen. "Soms kan ik overleden artsen en verpleegsters zien die hier werken. Florence Nightingale en dokter Semmelweis zijn hier ook. Schitterend. Als je op aarde een goede arts bent geweest, kun je hier weer verder gaan." De laatste tijd behandelt Jomanda in een apart groepje AiDS-patiénten. Volgens haar met succes. "Artsen schrijven het middel AZT voor, maar dat verbrandt de organen. Mijn aidspatiènten hebben besloten met AZT te stoppen. Al die mensen die het geneesmiddel zijn blijven gebruiken zijn nu dood, al de anderen leven nog." Over euthanasie zegt Jomanda: "Als je iemand helpt om vroegtijdig te overlijden heeft de ziel iets niet af kunnen maken en is er een risico dat je in een volgend leven in precies dezelfde situatie terecht komt." De interviewsters zijn nogal onder de indruk geraakt. "Het is niet te verklaren, maar Jomanda moet over bepaalde gaven beschikken. Ze straalt iets uit waardoor mensen zich beter voelen." {DdH)
AHF4
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's