Ad Valvas 1994-1995 - pagina 325
AD VALVAS 2 FEBRUARI 1995
Hulpverlening aan oorlogsgetroffenen Is door de jaren heen verbeterd Hij is geen slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog. Ook geen kind van ouders die erdoor beïnvloed zijn. Zelf zegt hij 'niets met de oorlog te maken te hebben'. Toch houdt drs F.A. Begemann zich al heel wat jaren met de gevolgen ^rvan bezig. Aanstaande woensdag promoveert hi j aan de faculteit geneeskunde van de VU op een proefschrift over de hulpverlening aan oorlogsgetroffenen.
1 I^^H
'Ik kreeg die middag aangrijpende ver halen te horen, niet alleen over de oor log, maar ook over de pijnlijke gevolgen die het geweld nog jaren later kan heb ben. Er was één moment waarop ik geen ontroering maar verbijstering voelde. Ongeveer halverwege de mid dag stond de man met wie ik sprak op eens op, deed zijn colbert uit, knoopte zijn overhemd los en liet mij zijn door een granaatscherf beschadigde arm zien. Ik begreep absoluut niet wat hier gebeurde. 'Denkt hij dat ik hem niet geloof? Denkt hij dat hij zijn verhaal moet bewijzen?' Dat waren ongeveer de gedachten die op dat moment door mijn hoofd schoten.' Dit fragment uit de inleiding van Bege marms dissertatie maakt duidelijk dat oorlogsslachtoffers behoefte hebben aan sociale erkenning. "Dat is essen tieel voor hen", verklaart Begemann, die al bijna veertien jaar werkt bij de in Utrecht gevestigde Stichting Icodo (In formatie en coördinatieorgaan dienst verlening oorlogsgetroffenen). Na zijn studie andragologie kwam hij via een docent, die met hem sprak over zijn kampherinneringen en waardoor Bege manns interesse voor oorlogsgetroffe nen gewekt werd, bij de stichting te recht. Bij Icodo interviewt hij slacht offers uit de oorlog. En schrijft erover. Vanuit het perspectief van de filosofen Gadamer en Habermas schreef Bege mann zijn proefschrift Erken n in g en soli dariteit? Een hermen eutische en een kriti
getroffenen. Hij behandelt onder meer de wetsuitvoering, de hulpverlening op Centrum 45 (Oegstgeest) en de achter gronden van de burgeroorlogsslacht offers. Zo lezen we het relaas van eer der genoemde man die gewond raakte in de oorlog.
Vuurlinie 'In september 1944 begon bij ons de echte oorlog; maandenlang lagen we in de vuurlinie. Eerst kregen we evacués uit een ander dorp, later moesten we zelf evacueren. Ik hoor het geluid nog van die beschietingen. Je wist nooit waimeer het vuren begon, pas als het al begormen was, dook je de kelder in. Zo ben ook ik geraakt. Het gebeurde in ja nuari 1945. We waren geëvacueerd naar een boerderij. Ik stond met een andere evacué te praten. Vlak achter ons sloeg plotseling een granaat in. Die man was dood. Ik viel over hem heen. Ik ging de boerderij in, een lange gang. Ik kwam de kamer in. De gevel was in gestort en daar lag mijn moeder dood. Toen wist ik het niet meer.' Begemann vertelt dat deze man later hij is inmiddels getrouwd en heeft kin deren plotseling last krijgt van slaap aanvallen. Thuis en op zijn werk. Hij is volkomen uitgeblust. Niemand weet hoe het komt. Het is een bedreigende situatie. De man wordt hoe langer hoe zieker. Per toeval hoort zijn vrouw van het be staan van de stichting burgeroorlogs slachtoffers. Dan gaat er een belletje
HHIH^!^-,
^
Wr
HHB^^^^^^^^H
WL'^' HHH^H||^^HH WÊkÉi.'^WHL''
IH^HH[^^HH
. < ^ ^ ^ ;
HHHM llnH^^II ^^^ffi
^H^^^^^l ^^^^^^^^H^^^^^^^l^l ^^^^^^H I ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ I ^ I H ^^^^^^H ^^^H^^^^^^^^^^H
1
^^H 1 ^^HH ^H^^H^^^H ^^H ^^^^H^H H H ^^H^^H
^^^ wÊ^^^Ê^'
^i^^^H^Psl* :rl>[^m^WÊk ''•^.i^'MmÊÊBk ''"' ^l'^iIrnHlHnlIlii . ;^^, j ^ a M j B M i i
sche visie op de hulpverlening aan oorlogs
Coen van Basten
^H 1^1 g^g^^^
PAGINA 9
'
.
''•-"A •' < i V
^
1
||jj|H|^; - ^
1
MHn|||M|b^
1
H^^9HHi^.Hi
I^^H ^ H ^ I ^ I R
^ ^^ü i^^i^mH ^^^^^^H HHH^^^H^HIilllllil
1
^^^^^^^^^^^H ^ H H H K I ^ I H H H B B S H I ^ ^ I ^ H
[Hj^H ^^^^HWH^H
^^P
^
^t>^^BB| SI^^^^^RSI^^B
nfe-^^rSUr^*^ w
KJH^JHl -'.'
^
%^i
J^H
•
Drs F.A. Begemann: 'Door oorlogsslachtoffers geld uit te keren, erken je als samenleving dat zij een bijzondere groep vormen' i N co Bomk AVC/vu
rinkelen. 'Dat kan het zijn', denkt zijn vrouw. De stichting bevestigt haar ver moedens. Als haar man van de stich ting hoort, wordt hij overspoeld door emoties. Opeens gaat hij meer van zich zelf begnjpen. Na psychotherapie ver zoent hij zich met het idee dat hij niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk gewond is geraakt in de oorlog. "Na de oorlogsverschrikkingen kun je je leven wel weer oppakken alsof er niets aan de hand is, maar op een gege ven moment dient je lichaam als een biologische motor de herinnering aan de oorlog aan", zegt Begemaim. "Dan volgt een ingewikkelde periode. Je weet niet wie je bent en hoe je verder moet leven. Vaak moet via hulpverlening de oorlog een plekje in je leven krijgen." Dat kan door immateriële hulpverle ning (therapie) en materiële hulpverle ning. Voor alle categoneën oorlogsge troffenen (exmilitairen, joodse vervolg den, Indische vervolgden, burgers en exverzetsmensen) zijn er wetten op grond waarvan er bijvoorbeeld een uit kering wordt verstrekt. "De vraag is of je de oorlogsellende met geld kunt afdoen. In ieder geval geeft geld bestaanszekerheid. Maar be
langrijker nog is de symbolische functie ervan", meent Begemann. "Door oor logsslachtoffers geld uit te keren, erken je als samenleving dat zij een bijzondere groep vormen; een groep die in de oor log veel heeft geleden en of gestreden voor het land. Dat vinden wij erg en daar hebben wij respect voor." De dissertatie gaat ook m op de naoor logse generatie. "Kinderen kunnen door de angstige herinneringen van hun ouders beïnvloed worden. Wat is er met hun vader en moeder gebeurd in die kampen? Hun fantasieën worden omgezet in angsten."
Praatgroepen "Ouders die niet optimaal functioneren kunnen hun kinderen geen fundamen tele zekerheden geven. De kinderen worden onzeker en bang. Ze zullen zich in hun tienertijd snel losmaken van het gezin. Of zij blijven juist heel lang thuis wonen, gevangen in een verstikkende band met hun ouders." Begemann legt uit dat er een leedhiër archie kan ontstaan. "Een kind vertelt haar moeder over moeilijkheden op school. Maar alles wordt afgedaan met 'je hebt de oorlog niet meegemaakt, dat
was pas erg'. De naoorlogse generatie moet via praatgroepen de kans krijgen hun eigen verhaal te vertellen", vindt Begemann. "Maar gelukkig hebben we in de loop der jaren iets geleerd van de hulpverle ning. Vroeger werd alles individueel af gehandeld. Nu realiseert men zich dat in een oorlog of een crisissimatie het hele gezin onder druk staat. Denk bij voorbeeld aan de famUies van onze mi litairen in voormalig Joegoslavië. Te genwoordig proberen hulpverleners er voor te zorgen dat iedereen zijn verhaal kwijt kan en alles bespreekbaar is." Begemann denkt dat de herdenking van de Tweede Wereldoorlog dit jaar weliswaar veel verdriet oproept en oude wonden openmaakt. Maar: "Die won den zijn toch al aanwezig. Als mensen bij de monumenten de oorlog herden ken, kunnen zij elkaar en hun kinderen vasthouden en ondersteunen. Dat is een mooie vorm om het eigen verdriet te voelen en het aan de wereld te laten Van dit proefschrift verschijnt bi nnenkort een handelse ditie bij Swedts en Zeitlmger onder de titel 'Hulpveri e ning aan slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog Een visie
'Volgend jaar mag ik zesduizend gulden collegegeld op tafel leggen'
«
*#^'''
Geen anoniemere achternaam dan Jansen. Ad Valvas geeft de Jansen Janssens van de Vrije Universiteit vi^ekelijks een ge zicht. Deze week: Petra Jansen, studente geschiedenis en econometrie. Anne Pek
lfi.\-::-y\' 'Z- j'. Geschiedenis- en econometriestudente Petra Jansen: 'Ik herken mezelf meer in de Donald Duck dan in de Viva' Peter Woiters AVCAU
"Oei." De vraag of ze actiefis binnen haar vakgroep doet Petra Jansen (23), derdejaars studente geschiedenis aan de vu, van kleur verschieten: "Ik herin ner me plotseling dat ik nog iets moet regelen." Ze doet dus inderdaad meer dan studeren alleen; ze is permingmees ter van de commissie Studie Inhoude lijk van haar vakgroep. Jansen is opvallend actief voor iemand die volgend jaar moet afstuderen in twee studies. Behalve historica in spe is ze namelijk tevens zesdejaars econome trie. "En ik heb ook nog een jaar filoso fie gestudeerd", voegt ze er voor de vol ledigheid aan toe, "maar dat was voor ik geschiedenis erbij ging doen. In dat jaar heb ik overigens mets aan econo metrie gedaan, want ik was toen tegelij kertijd abactis voor Cyclades, mijn stu dentenvereniging." Een vereniging waarvan ze nog steeds lid is, al vertoont ze haar gezicht er de laatste tijd min der. "Daar moet ik wel wat aan gaan doen, want ik woon in het Cyclades huis. Dat is alleen voor actieve leden bedoeld." Met al die studies en nevenactiviteiten is Jansen nu niet direct een specimen van de instantstudent uit het Ritzen tijdperk. Haar studietijd zal de zes jaar zeker overschrijden. Gelukkig doet ze econometrie aan de UVA, waar be
stuurswerk bij een studentenvereniging nog met een half jaar auditorenfonds wordt gehonoreerd. "Niet dat dat me nou zo geweldig helpt", verzucht ze: "Als auditor betaal je voor elke studie die je doet, drieduizend gulden. Vol gend jaar mag ik dus zesduizend gul den collegegeld op tafel leggen." Hoe ze dat gaat doen? Tja... Ik hoop zo veel mogelijk van mijn ouders te krijgen. En verder moet ik maar een baantje zoe ken." Hoe kwam ze ertoe econometrie met geschiedenis te combineren? Jansen: "Ik wilde altijd al graag geschiedenis studeren, maar ik wist dat je er geen baan mee krijgt. Dan maar econome trie, dacht ik. Kan ik later ten minste de Derde Wereld helpen. Maar ik kwam er al snel achter dat het zo niet werkt. Bij econometrie leer je prima re kenen, maar dat is niet meer dan een trucje. De gegevens waarmee je aan het rekenen slaat, daar gaat het uiteindelijk om. En daar heb je een algemene ken nis voor nodig die je bij econometrie niet opdoet. Bovendien is geschiedenis gewoon een stuk leuker dan econome trie." Dat ze geschiedenis aan de vu kwam studeren, had vooral pragmatisclre re denen. "De propaedeuse was hier beter van opzet. Ze hanteren bijvoor beeld nog een semestersysteem. Dat leek me beter te combineren met mijn
studieschema bij econometrie." Ze heeft wel eens overwogen econometrie ook aan de vu voort te zetten, "maar ik zag er geen echte voordelen in. Ik be doel, het grootste nadeel was dat ik zo veel heen en weer moest fietsen tussen vu en UVA. Maar ik fiets graag." Toch voelt ze zich aan de vu meer thuis dan aan de UVA. "Ik denk alleen dat dat vooral te maken heeft met het karakter van de studie. Het verschil tussen een vueconometrist en een vu historicus is waarschijnlijk groter dan het verschil tussen een vuen een uvA econometrist. O verigens word ik door vrienden vaak aangesproken op dat ver meende verschil tussen beide tmiversi teiten. vu en uvAstudenten koesteren grote vooroordelen tegen elkaar." Zelfheeft ze die nooit gehad, zegt ze. Alisschien ook omdat ze gereformeerd is opgevoed. "Toch een beetje back to the roots, ja." Maar als je haar naar haar levensvisie vraagt, dan is die toch eer der door strips, in het bijzonder door de Donald Duck bepaald. "Die lees ik nog steeds bijna iedere week. Nee, ik heb geen abonnement, ik lees hem in de supermarkt. Wat er zo leuk aan is? Da's moeilijk uit te leggen. Ik herken mezelf er gewoon meer in dan in de Viva."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's