Ad Valvas 1994-1995 - pagina 95
ADVALVAS 29 SEPTEMBER 1994
PAGINA 5
'Nederlandse lonen moeten met 3 tot 6 procent omhoog' Econoom Kleinknecht schopt heilige huisjes onderuit De lonen moeten in Nederland omhoog, het algemeen verbindend verklaren van CAO'S mag niet worden afgeschaft, de sociale zekerheid moet duur blijven en de overheid moet hardere milieu-eisen stellen. Alleen zo kan op termijn de werkgelegenheid groeien. De industrieel econoom A. Kleinknecht laat in zijn oratie 'Heeft Nederland een loongolf nodig?' weinig heei van de heersende opvattingen over sociaaleconomisch beleid.
ve destructie versterkt wordt. Kleinknecht illustreert dit idee met, mede door hem zelf uitgevoerd, onderzoek uit het recente verleden. Als Schumpeters idee klopt, zouden innovatieve bedrijven harder moeten groeien en beter moeten presteren dan de zwakke broeders in het bedrijfsleven. Kleinknechts onderzoek lijkt mderdaad in die richting te wijzen. Uit een enquête onder 2.000 Nederlandse bedrijven, gehouden in opdracht van de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek, bleek onder meer dat bedrijven die veel investeren m Research Development (RD) en daardoor innovatieve produkten op de markt kunnen brengen, meer exporteren dan andere bedrijven. Bovendien blijken deze bedrijven meer - en kwalitatief hoogwaardiger - werkgelegenheid te scheppen, hogere lonen te betalen en meer winst te maken. Hoe innovatiever een bednjf kortom is in het verzinnen en ontwikkelen van nieuwe produkten, hoe beter het presteert. Als bednjven in Nederland maar innovatief genoeg zouden zijn, dan zouden de sociaal-economische problemen weinig banen en dus een duur stelsel van sociale zekerheid - op termijn verdwijnen, aldus de hoogleraar. De werkgelegenheid groeit vanzelf als de concurrentieslag onbelemmerd kan woeden.
Jan-Jaap Heij
-Anno 1994 zijn in Nederland van links tot rechts de recepten van de neo-klassieke economie voor groei van de werkgelegenheid en lage werkloosheid geaccepteerd. Of het nu om de economen in de PvdA gaat of om het Verbond van Nederlandse Ondernemingen, iedereen is van mening dat de Ionen in Nederland te hoog zijn. Bovendien zijn de lonen door CAO's die aan alle bedrijven .bindend worden opgelegd te weinig flexibel. Voor werkgevers is het niet ; aantrekkelijk om (vooral laaggeschoold) Ipersoneel aan te stellen, omdat ze geen llonen onder de minimum-CAO-schalen Imogen betalen. 'Kleinknecht, afkomstig uit Duitsland, heeft zich altijd verbaasd over deze consensus. "Zeker 90 procent van mijn Nederlandse vakgenoten staat op het standpunt: loonmatiging moet. Sommigen vinden zelfs dat het noodzakelijk is ,; om de lonen te verlagen. Dat soort , ideeën zijn echter helemaal met zo goed lals ze op het eerste gezicht lijken." I Kleinknecht, hoogleraar algemene ecoInomie en sinds dit voorjaar directeur I van het Economisch en Sociaal InstiI tuut van de economische faculteit, beI hoort overduidelijk niet tot de 90 proI cent voorstanders van loonmatiging: hij ji liet m zijn recente oratie geen spaan s heel van het sociaal-economische beleid
O p de winkel passen
Prof. dr A. Kleinknecht: 'In het Nederlandse bedrijfsleven is een overmaat aan kneusjes gekweekt' Nico Boink - AVC/vu
hier te lande. "Nederland is Europees kampioen loonmatigen. Op korte termijn lijkt dat goed te werken, omdat er door lage lonen banen behouden blijven. Op langere termijn leidt loonmatiging echter alleen maar tot werkgelegenheids- en welvaartsverlies." Kleinknecht baseert zijn stelling op het begrip 'creatieve destructie', een term die de Oostenrijkse econoom Joseph
Schumpeter heeft bedacht voor het verschijnsel dat innovatieve ondernemingen met nieuwe produkten andere, meer behoudende bedrijven wegconcurreren. Volgens Schumpeter stimuleert dit proces economische groei en werkgelegenheid: de beste, meest produktieve ondernemingen blijven in de concurrentieslag overeind, zodat op lange termijn de economie door creatie-
Het probleem van de Nederlandse economie is dat er te weinig innovatieve bedrijven zijn. Nederland investeert relatief weinig in RD: de uitgaven van bednjven bedragen ongeveer 1 procent van het bruto binnenlands produkt. De koplopers in de westerse wereld - waaronder Duitsland, de vs en Japan geven vaak twee keer zo veel uit. Volgens Kleinknecht ontstaat deze achterstand doordat Nederlandse bedrijven te weinig prikkels krijgen om in innovatie te investeren. Door de lage lonen hoeven werkgevers zich met als 'ondernemers' te gedragen, maar kunnen ze zich beperken tot op de winkel passen. Niets dwmgt ze om innovatief te zijn, omdat ze hun spulletjes door de lage loonkosten toch wel kwijt kunnen. Loonmatiging lijkt daardoor een goede strategie om banen te creëren: lagere lonen leiden tot meer afzet en meer werkgelegenheid. Kleinknecht vindt dit oogkleppen-beleid: "Onder de beschermende paraplu van de loonmatiging, die op korte termijn effectief is, gaan te weinig zwakke bedrijven failliet. Dat is
ongezond: een goed werkende economie heeft een geregelde stroom van faillissementen nodig. De overheid moet zwakke bedrijven niet kunstmatig overeind houden door loonmatiging. In het Nederlandse bedrijfsleven is zo een overmaat aan kneusjes gekweekt." Kleinknecht doet daarom een aantal nogal controversiële aanbevelingen. Ten eerste moet de overheid zo snel mogelijk ophouden met te streven naar loonmatiging. De markt moet zelf maar bepalen hoe hoog de lonen moeten worden, zo meent hij, m de verwachting dat een forse loonstijging het gevolg zal zijn. "Een reële loonsverhoging van 3 tot 6 procent zou al veel goed doen: dat zou de meest marginale bedrijven naar een faillissement helpen, waardoor innovatieve ondernemers meer ruimte krijgen. Een dergelijke mgreep doet pijn bij de direct betrokkenen - de werkloosheid zal in eerste instantie flink oplopen - maar is nodig om te voorkomen dat Nederland afzakt naar de status van tweederangs industrieland. Het verlies van banen wordt later wel weer goed gemaakt." Verder moet het bednjven flink moeilijk gemaakt worden: het algemeen verbindend verklaren van loonafspraken mag niet worden afgeschaft - om te voorkomen dat bedrijven CAO's ontduiken - en de sociale zekerheid moet duur blijven. "Wat hier in Nederland soms denigrerend afgedaan wordt als het ziekenfonds-socialisme van Den Uyl heeft wel degelijk een, weliswaar onbedoelde, maar toch positieve functie voor de economie. De sociale zekerheid ondersteunt de markt bij het wegwerken van zwak ondernemerschap. De Nederlandse welvaartsstaat houdt een stuk verloedering van de economie tegen." Ook mogen de milieu-eisen aan bednjven wel wat strenger. Dat helpt de mnovatieve bedrijven: zij hebben de kennis om aan de eisen te voldoen en ze zijn beter dan zwakke bedrijven in staat om, rekening houdend met de milieuwetgeving, nieuwe produkten te ontwikkelen. Zo zouden strenge milieueisen zelfs een economisch voordeel op kunnen leveren, aldus Kleinknecht. "Als Nederland als eerste in Europa een strenger milieubeleid zou gaan voeren, kan het Nederlandse bedrijfsleven een voorsprong in milieutechnologie opbouwen. Die mogelijkheid blijft nu onbenut."
'Ik heb een ambitieuze aanpak' I Geen anoniemere achternaam dan Jansen Ad Valvas geeft de Jansen I Janssens van de Vrije Universi, teit wekelijks een gezicht. Deze
Jansen
I week: Boudewijn Jansen, diri\ gent van het kamerkoor. Peter Boerman
'Zet ze in een woestijn en ze doen het nog", zegt Boudewijn Jansen over 'zijn' yu-kamerkoor. Hij is nu zo'n vier, vijf jaar dingent van het koor en doet dat werk met volle overgave. "Ik heb inderdaad een vrij ambitieuze aanpak. Ik vind dat we moeten proberen anders te zijn dan de 20.000 andere koortjes in Amsterdam. Dat is de vu aan zijn stand verplicht. En ik denk ook dat we het best kunnen." Boudewijn Jansen is "gewoon, via een advertentie" aan de vu terechtgekomen. Hij zat daarvoor op het conservatonum, waar hij piano en orkestdirectie studeerde. Zijn werk in de opera wekte zijn belangstellmg voor het vocale gebeuren. Sinds Jansen bij het kamerkoor begonnen is, is de stijl van de zang-
Dirigent Boudewijn Jansen: 'Ze horen nog wel van ons'
Janssen groep nogal veranderd. "In tegenstelling tot het grote vu-koor hebben wij een heel grote programmatische vrijheid. We mogen alles, van heel oud tot heel nieuw werk. De enige nchtlijn is dat het minder gangbaar repertoire moet zijn. Het koor overlegt overigens ook mee over wat er gezongen gaat worden." Jansen werkt maar een paar uur voor de vu. Op dinsdagavond repeteert hij altijd met het koor in de kerkzaak Deze weken is de kerkzaal echter verruild voor de Stopera, omdat Jansen daar 's avonds ook betrokken is bij de uitvoering van de opera Lady Macbeth. Hoewel hij maar een kleine aanstelling heeft, voelt hij zich toch verbonden met de universiteit en met zijn directe werkgever, het cultureel centrum van de vu. "De dynamiek die uit die orga-
NICO Boink - AVC/VU
nisatie spreekt is mijns inziens heel waardevol." De gemiddelde leeftijd van de 25 mannen en vrouwen van het koor is duidelijk gezakt sinds Jansens komst. "We hebben nu een redelijk studentikoos gezelschap. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat de oudere leden de vernieuwing die ik voorsta niet allemaal zagen zitten." Veel mensen denken dat muziek van hedendaagse componisten voor een koor moeilijker is dan klassieke werken. Jansen gelooft dit maar half. "Nieuwe muziek is meer eigentijds, dus is het makkelijker om je er mee te identificeren. Het zou makkelijker moeten zijn je erin in te leven. Bovendien grijpt alle nieuwe muziek ook terug op oude stromingen." Als voorbeeld van het laatste geeft hij het stuk van Arvo Part waar het koor
nu mee bezig is. "Die schrijft eigenlijk te eenvoudig om waar te zijn, maar het blijkt muziek van onbesmette kwaliteit te zijn als je je er voor geeft. Muziek waarbij de componist zichzelf wegcijfert." Praten met Boudewijn Jansen is een genoegen. Hij is bevlogen en een goed verteller. "Er is ontzettend veel te ontdekken in de muziekgeschiedenis. En dat wil ik ook overbrengen", verklaart hij dat enthousiasme. Hij geeft toe dat hij zich wel eens te veel dreigt te verliezen in de muziek. "Maar een fnsse manier om dat te verminderen zijn mijn twee kinderen. En ik heb het geluk dat mijn vrouw niet in de muziek terecht is gekomen. Je kunt het vak muziek niet op halve kracht doen. Het is eerst je hobby en dan maak je er je beroep van. Dan moet je
je ook geven, vind ik." Boudewijn Jansen zit nog vol met plannen voor de toekomst. "Een van die plannen is birmen het ACC een interdisciplinair project te starten, bijvoorbeeld met het koor, het orkest en de afdeling video. Wanneer dat er precies van komt weet ik niet. Maar over het algemeen geldt: als ik zoiets bedenk dan komt het er ook." Ook voor het vu-kamerkoor heeft hij nog plannen genoeg. "Ik hoop dat mensen in de toekomst gaan denken: 'Hé, dat stuk ken ik niet, maar het vu-kamerkoor zingt het, dus zal het wel een goed stuk zijn.' We wUlen pionierswerk verrichten." Jansen lacht tevreden. "Men zal nog wel van ons horen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's