Ad Valvas 1994-1995 - pagina 376
PAGINA 8
AD VALVAS 23 FEBRUARI
Op het getal drie rust een taboe 'Dè oplossing voor de cursusduur bestaat niet' Wordt natuurkunde een studie van 4,5 jaar en moet iemand die de journalistiek in wil genoegen nemen met een opleiding die slechts drie jaar duurt? Of komen er in elke studie snelle en langzame routes? De tweede optie raakt steeds meer in beeld. "Maar hoe we ook veranderen: het zal langzaam gaan." Peter Evelein/HOP "Ik vraag me af waarom dat hele circus nog nodig is. We weten nu echt wel wat de problemen zijn." Wim van Gelder hapt in zijn broodje. Het kamerlid van de PvdA heeft zojuist, in het Utrechtse Academiegebouw, een debat over het WRR-rapport beëindigd met prof.dr H.M. Adriaansens. Alweer een stuk over de toekomst van het hoger onderwijs, waar sinds de kabinetsformatie aan één stuk door over is nagedacht, gepubliceerd en gediscussieerd. De 'echte' discussie over differentiatie moet echter nog beginnen. Tenminste, dat vindt staatssecretaris Nuis. Hij heeft voor dit voorjaar zeventien bijeenkomsten georganiseerd, waarop hij te weten wil komen hoe het veld erover denkt. De docenten, de werkgevers en de studenten. Aan het eind, in juni, zet hij zich vervolgens achter zijn schrijftafel om zijn eigen visie op papier te zetten. Die wordt in september gepubliceerd in het tweejaarlijkse Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan. Het is die lange rij bijeenkomsten waarvan pvdA'er Van Gelder het nut betwijfelt. Na alle ophef over de 'op een achternamiddag in elkaar gezette' onderwijsparagraaf in het regeerakkoord hebben alle partijen hun stellingen betrokken. En ook al hebben de gezamenlijke universiteiten en hogescholen nog niet hun definitieve rapporten uitgebracht, aan die standpunten zal weinig meer veranderen. Bovendien heeft ook de staatssecretaris zelf al laten doorschemeren welke kant het op kan gaan. Terug naar het begin: in het regeerakkoord stond dat het hoger onderwijs vijfhonderdmiljoen gulden moest bezuinigen. Dat zou kunnen door de gemiddelde lengte van studies in te korten. Tegelijkertijd moesten de zeshonderd opleidingen aan universiteiten en hogescholen meer rekening houden met het feit dat al die duizenden studenten niet even slim zijn en hetzelfde nastreven. Zwart-wit: in het HBO doen vwo'ers en MBo'ers het vaak veel beter dan degenen die van het Havo komen. En op de universiteit botsen carrièrejagers en wetenschappelijk bevlogenen steeds vaker met elkaar. Het onderwijsaanbod moest daar op inspelen, en studenten moesten sneller op de best passende opleiding terecht komen.
stellingen van het hoger onderwijs. Op dit moment weten we welke knelpunten zich voordoen. Hoe je die oplost, kan per studie verschillen. Men heeft mij overtuigd dat je de technische studies niet kunt opsplitsen. Daar moet vanaf het begin het ontwerpers-aspect in zitten. Maar bij alfa- en gammastudies kan ik me wel voorstellen dat je er een zekere gelaagdheid m aanbrengt, zoals de WRR dat doet. Of dat werkt zullen we moeten ontdekken door het uit te proberen. Ik denk dat zo gaandeweg een nieuw stelsel ontstaat. Maar hoe we het stelsel ook veranderen: het zal geleidelijk moeten. Ik heb geleerd dat het imiversitaire bestel veel ingewikkelder m elkaar zit dan ik dacht."
Voorzichtig Staatssecretaris Nuis haakte onlangs al gretig m op de suggestie van Van Gelder om al te gaan experimenteren voordat de hervorming van het hoger onderwijs in een wet is vastgelegd. De beleidsmakers op het departement in Zoetermeer, en ook de politici in Den Haag, zijn de laatste tijd voorzichtiger geworden. Heette het in het begin nog dat de ene studie langer zou worden en de andere korter, inmiddels worden meer oplossingen voor hetzelfde doel bezumigen en beter afstemmen op de individuele student en de markt - denkbaar geacht. Staatssecretaris Nuis zei het vorig jaar november al in de universiteitsbladen: er moet binnen elke op-
leiding kunnen worden gedifferentieerd. Een opleidmg kan bijvoorbeeld verschillende programma's maken voor 'snelle' en 'langzame' studenten. In het_ HBO betekent dat vooral dat vwo'ers en MBo'ers minder tijd krijgen voor hun studie. Op de universiteiten krijgen studenten die de diepte in willen meer tijd dan zij die niet de ambitie hebben om specialistisch onderzoek te doen. Het zijn opvattingen die mmiddels breed worden omarmd. De HBO-Raad voelt er veel voor en ook in de Tweede Kamer is enthousiast op deze oplossing gereageerd. Er moet iets gebeuren, maar de politici willen het niet in detail voorschrijven. Niemand zit te wachten op een herhaling van het zich voortslepende theater rond de technische studies. "Wij kunnen helemaal niet zeggen hoe lang een opleiding moet duren", aldus Van Gelder. "Wij beschikken niet over de benodigde kennis." Bovendien zijn vooral de universiteiten allergisch voor welke bemoeienis van buitenaf dan ook. En zonder hen is de hervorming van het stelsel kansloos, hebben Ritzen en Nuis herhaaldelijk laten weten. Dus een pot geld naar de universiteiten en hogescholen en verder zoeken ze het maar uit? Dat is een paar stappen te ver. In de beeldvorming - die vaak doorslaggevend is in dit soort discussies - maken de universiteiten zich er met hun voorstel van de commissie-De Moor veel te makkelijk vanaf. De universiteiten willen niets aan de cursus-
duur veranderen. 'Pappen en nathouden', luidde het verdict in Utrecht. Ritzen, Nuis en de Kamer zullen dan ook om garanties vragen dat het aantal 'studentjaren' daadwerkelijk met zestig tot tachtigduizend omlaag gaat. Daarbij heeft Nuis al een voorzet gegeven. Hij kan zich voorstellen dat universitaire studies gemiddeld vier jaar blijven duren en dat het HBO op drieëneenhalf jaar uitkomt. In het scenario van de overheid wordt het in het HBO immers veel drukker, terwijl de universiteiten kleiner worden.
Alinimumniveau Ook zal de Kamer niet toestaan dat er grote verschillen ontstaan tussen korte en lange varianten van dezelfde opleiding aan verschillende instellingen. "De overheid moet een mmimumniveau kunnen garanderen", aldus Van Gelder. De hardste noten zullen ongetwijfeld worden gekraakt over de relatie tussen de vernieuwde opleidingen en de kans op werk. Hoezeer de analyses van de WRR ook worden bejubeld, het voorstel voor een driejarige eerste fase in het universitair onderwijs lijkt het rapport bij voorbaat de nekslag te hebben gegeven. Op het getal drie rust een taboe. Alleen wie onomstotelijk kan aantonen dat een driejarige opleiding voor veel werkgevers ook genoeg is, mag het in de mond nemen. En dat bewijs ontbreekt. Van Gelder zaterdag in Utrecht: "Een 'bachelor'
Gelaagdheid Verschillende organisaties en adviescommissies voegden daar vervolgens nog enkele rake analyses aan toe. Vooral de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) kreeg nogal wat lof toegezwaaid voor zijn beschrijving van de onmogelijke combinatie van doelstellmgen die het universitair onderwijs nastreeft. En onderzoekers opleiden, èn mensen die wel academisch willen worden gevormd maar niet de wetenschap in gaan, dat is vragen om moeilijkheden. De verschillende doelstellingen moeten daarom uit elkaar worden getrokken. "Een uitstekende analyse", noemde minister Ritzen het WRR- rapport vorige week woensdag in de Tweede Kamer. "Maar de relatie met de conclusies is geen vanzelfsprekende." Volgens de minister kan de oplossing drie kanten opgaan. De eerste variant is dat universiteiten en hogescholen "het zelf maar uitzoeken". Ze krijgen een pot geld van de overheid en moeten maar zien hoe ze die over de opleidingen verdelen. Ze mogen dan zelf de lengte van de opleidingen bepalen. Een tweede variant is het Scandinavische model. De overheid schrijft per opleidmg de lengte voor en betaalt daarvoor een afgepast bedrag. Tenslotte is er het Angelsaksische of WRR-model, waarbij een groot deel van de studenten na een basisprogramma niet verder mag studeren. Voor het gemak aangeduid met bachelors (basisstudie) en masters. Welk model wordt het? "Er is niet één model", zei Van Gelder afgelopen zaterdag in Utrecht tijdens zijn debat met WRR-lid Adriaansens. "We moeten het eerst met elkaar eens worden over doel-
si*»!»
Prof.dr H.M. Adriaansens van de WRR: Zowel onderzoekers opleiden als mensen die niet de wetenschap in gaan, dat is vragen om moeilijkheden Foto Bram de Hollander
legt het bij een sollicitatie af tegen een doctorandus die een studie van vier jaar heeft gedaan." "In drie jaar kün je iemand voldoende algemene academische vorming meegeven", had voorzitter drs J.C. Blankert van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond eerder op de dag gezegd. "Er zijn zeker bedrijven die zulke academici verder zelf willen opleiden." De grote vrees is echter dat de tweede fase van het WRR-plan net zo'n mislukking wordt als de huidige. En daar zit het bedrijfsleven niet op te wachten. Eerder mislukte bachelors-opleidingen spelen tegenstanders van het WRR-plan m de kaart. In de eerste helft van de jaren '60 zette de Erasmus Universiteit in Rotterdam op verzoek van Shell en Unilever kortere opleidingen op. Nederlandse academici studeerden te lang, vonden de multmationals. Zij moesten niet op hun 27ste, maar op hun 23ste bij hen in dienst treden. Het initiatief bloedde echter dood.
Minder massaal Terwijl de overeenstemming over differentiatie in het hoger onderwijs nog ver te zoeken is, worden enkele andere lijnen van het toekomstige hoger onderwijs wel steeds duidelijker. Het onderwijs zal minder massaal worden. Minder hoorcolleges, meer werkgroepen en een veel intensievere begeleiding is een steeds terugkerend advies, waarvoor minister Ritzen een apart 'studeerbaarheidsfonds' met vijfhonderd miljoen gulden in het leven heeft geroepen. Dat geld kan ook worden gebruikt om bij het onderwijs meer gebruik te maken van computers. De universiteiten en hogescholen lijken hier serieus werk van te willen maken. Zij zijn zelfs bereid om met studenten schriftelijk afspraken te maken over hun inspanningen. Dat kan ook, omdat zij naar alle waarschijnlijkheid meer ruimte krijgen om zwakke studenten weg te sturen. Dat hun overheidsbijdrage minder zal afhangen van het aantal studenten, is al opgenomen in het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan uit 1993, het beleidsplan van de mmister. De commissie-De Moor heeft voorgesteld om studenten twee maal per jaar de mogelijkheid te bieden om aan een studie te beginnen. Zo verliezen zij minder tijd. De onderwijsprogramma's zullen met langer meer worden gedicteerd door de nukken en grillen van docenten, die vinden dat alle studenten met hun specialisme behoren kennis te maken. De zeggenschap over het onderwijs moet bijvoorbeeld bij een onderwijsdirecteur komen te liggen, suggereerde prof.dr R.A. de Moor, voorzitter van de naar hem vernoemde vsNU-commissie. 'Samenhang' luidt het nieuwe parool en daarvoor moet de vakgroep wijken. Democratie is mooi, maar soms even niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's