Ad Valvas 1994-1995 - pagina 22
PAGINA 6
AD VALVAS 1 SEPTEMBER 1994
Sportmogelijkheden genoeg voor VU-student De vu staat bekend als sportvriendelijke universiteit. De universiteit trekt van oudsher veel topsporters, onder meer door de in Nederland unieke propaedeuse bewegingswetenschappen. iVlaar ook de iets minder geoefende sporter hoeft niet bang te zijn om stijf te worden als hij aan de vu begint. Er zijn mogelijkheden genoeg om in beweging te komen. Al heeft de student daar wel steeds minder tijd voor.
Peter Boerman
Van oudsher komen de meeste studenten die willen sporten bij de Asvu terecht. De algemene sportcommissie van de Vrije Universiteit, zoals de Asvu voluit heet, trekt jaarlijks zo'n vijfduizend leden. De Asvu is goedkoop, dankzij een behoorlijke subsidie van de universiteit. De basiscontributie is voor een heel jaar maar twintig gulden. Daar komt dan wel nog het inschrijfgeld voor de gekozen sport bij: minstens dertig gulden. Voor studenten die voor meerdere sporten kiezen kan het inschnjfgeld dus toch nog behoorlijk oplopen. De Asvu kent niet zoiets als een sportkaart, waarbij je maar één keer betaalt en dan vervolgens alle sporten gratis mag doen, een systeem dat aan andere universiteiten gebruikelijk is. Bij de Asvu zijn zeven aparte sportverenigmgen aangesloten. Roeivereniging Okeanos is hiervan de grootste en de meest bekende. Er zijn ongeveer driehonderd studenten lid. Bekende namen uit het recente verleden zijn Nico Rienks en Henk-Jan Zwolle. Okeanos heeft op stadgenoot en concurrent Nereus voor dat er geroeid wordt op de Bosbaan, een van de belangrijkste wedstrijdbanen van Nederland. De andere verenigingen van de Asvu zijn een stuk kleiner; alle zes samen tellen ze slechts ongeveer vijfhonderd leden. Veel meer mensen trekt de Asvu met fimess en met het zogenaamde bommen, het be-
wegen op muziek. Vanwege die grote vraag werd vorig jaar de fitnesszaal van de Asvu grondig gerenoveerd. De zaal werd door die vernieuwing de meest geavanceerde van het voor de rest betrekkelijk kle'ine sportcentrum op Uilenstede.
Vooral het aantal verdienstelijke triatleten bij bewegingswetenschappen is opvallend. Zowel Chris Brands, Peter-Jan Dille, Richard van Diessen bij de mannen als Wieke Hoogzaad en Inge Pool bij de vrouwen weten hun studie met succes te combineren met aansprekende prestaties op de triathlon. Ook andere faculteiten kennen echter een voor Nederlandse begrippen relatief hoog aantal topsporters. Al is daar de laatste jaren wel een beetje de klad ingekomen. De judoka's Jenny en Jessica Gal en Gooitske Marsman zijn inmiddels klaar met hun studie, netels schaatster Christine Aaftink, wielrenster Astrid Schop, schermster Pemette Osinga en de roeiers Rienks en Zwolle. De nieuwe aanwas is relatief maar klein; een sportcamère lijkt steeds moeilijker met een universitaire loopbaan te combineren. Niet dat de universiteit er mets aan
Kunstboksen Veel groter en vreemd genoeg ook veel dichter bij de vu, ligt het sportcentrum van de Universiteit van Amsterdam, dat is gevestigd aan de De Boelelaan. Ook veel vu-studenten zijn hier regelmatig te vinden, met name voor de iets minder gangbare sporten als kunstboksen, body-basics en zaalhockey. Het sportaanbod van de afdeling studentensport (ASS) van de UVA is ongeveer drie keer zo groot als het aanbod van de Asvu. Qua prijs ontlopen de twee verschillende organisaties elkaar niet veel. Naast de ASS en de Asvu is in Amsterdam ook nog de Universitaire Sportvereniging (us) actief. Deze verenigmg trekt vooral studenten die op iets meer dan gemiddeld niveau hun sport beoefenen. Sinds anderhalf jaar heeft us ook een eigen sporthal, gelegen aan de Van Musschenbroekstraat in Amsterdam-Oost. De vu heeft in een vrij goede naam bij studenten die (semi-)professioneel met hun sport bezig zijn. Veel van hen studeren aan de faculteit der bewegingswetenschappen. De vu is de enige universiteit in Nederland waar die studie al in de propaedeuse wordt aangeboden.
doet om topsporters tegemoet te komen m hun dubbele aspiraties. Zo participeert de vu sinds begin dit jaar bijvoorbeeld m het Amsterdams Olympisch steunpunt. Dit steunpunt begeleidt topsporters uit de regio en biedt hun faciliteiten v,oor aangepaste studieprogramma's. Het steunpunt is ook actief in het zoeken van sponsors. Daarnaast zijn op iedere faculteit van de vu sinds twee jaar contactpersonen actief, die samen met de topsporters kijken naar de mogelijke studieplanning. In tegenstelling tot enkele andere universiteiten is topsport aan de vu geen reden om in aanmerking te komen voor auditorensteun. Mocht een student door zijn sport onverhoopt langer over de studie doen dan moet hij of zij daar zelf voor opdraaien. Rogier Chang
Grafiek van Duitse impressionisten in iiet Exposorium
QAVAT
Dick Roodenburg
Liefst 114 prenten hangen in het Exposorium van de Vrije Universiteit. Dat lijkt wat veel, in deze tijd van studieduurverkorting. De bezoeker zou door de bomen het bos niet meer zien. Maar op een boswandeling hoef je natuurlijk niet bij alle bomen stil te staan. Lopend over de tentoonstelling, of bladerend in de catalogus, zullen veel tekeningen van Liebermann, Slevogt en Corinth slechts kort op het netvlies blijven han-
Cultuur gen. Andere echter trekken de aandacht en zijn een nadere beschouwing waard. Als totaal biedt de expositie een goed beeld van de kunstenaars en voor wie wil - enkele aanknopingspunten om ze met elkaar te vergelijken. De vraag wat drie Duitse kunstenaars op een Nederlandse tentoonstelling te zoeken hebben, wordt al door de onderwerpskeuze van de enkele tekeningen en door biografische gegevens beantwoord: het Hollandse strand. Naast de technisch-inhoudelijke connecties van Max Liebermann met Nederland waarop dr Matthias Eberle in zijn Ie-
Lovis Corinth: De kunstenaar en de dood I (1916)
Opening tentoonstelling De tentoonstelling m het exposorium wordt op dinsdag 6 september om 16.45 ingeleid door de Berlijnse kunsthistoricus dr Matthias Eberle en om 17.30 uur geopend door dr Rainer Lübbren, directeur van het Goethe Instituut Amsterdam. Matthias Eberle werkt op dit moment aan een catalogus van de schilderijen van Max Liebermann. In zijn lezing gaat hij uitgebreid in op de betrekkin-
gen van Liebermaim met Nederlandse kunstenaars. Via Jan Veth kwam Liebermann in aanrakmg met bepaalde etsmethodes, waarmee hij de mogelijkheden van grafische technieken optimaal kon benutten. Over Jozef Israels, die op zijn werk een stimulerende invloed had, schreef Liebermann een monografie. Rainer Lübbren plaatst ip zijn openingswoord de tentoonstelling in het'
kader van het Expressionisme Project '94/'95. Dit project van het Goethe Instituut besteedt door middel van lezingen en tentoonstellingen verspreid over heel Nederland aandacht aan Duitse expressionistische schrijvers, filmmakers en schilders, onder anderen Max Beekman. (DR)
zing zal ingaan - vallen in zijn werk de verschillende strandtaferelen op. Veel Badende Knaben, maar of Liebermann als een soort Aschenbach in Dood in Venetië op zoek was naar zijn Scheveningse Tadzio, vermeldt de catalogus niet. Verder diverse tekeningen van Amsterdam en een veemarkt te Leiden. Vanaf 1875 bracht Liebermann de zomermaanden meestal in ons land door. Ook Lovis Corinth maakte regelmatig reizen naar Nederland, hij stierf in 1925 te Zandvoort. Over Max Slevogt vermeldt de biografie slechts dat hij in 1898 de Rembrandt-tentoonstelling te Amsterdam bezocht. Van de drie leefde Liebermann het langst. Hij stierf m 1935 te Berlijn en mocht nog meemaken dat zijn werk in 1933 door de nazi's verboden werd. Slevogt was toen al een jaar dood.
Zelfportretten De drie kunstenaars worden ingedeeld bij het Duitse impressionisme, maar zijn te beschouwen als voorlopers van de expressionisten, die simpel gezegd de omringende werkelijkheid niet zomaar weergaven, maar van een persoonlijk statement voorzagen. Het geheel overziend, spreekt het werk van Corinth mij het meest aan, zonder dat ik precies kan aangeven waarom. De tekeningen van Liebermann zijn fraai, precies en heel divers van stijl. Slevogt gaat grover te werk, zijn tekeningen maken soms de indruk van schetsen die nog niet helemaal af zijn. Maar Corinth oogt - vooral in zijn latere werk - modem, twintigste-eeuws. Alsof Liebermann en Slevogt nog te-veel in het impressionisme bleven steken, terwijl Corinth al de eerste stap naar het expressionisme zette. De tekeningen van Corinth laten zien wat in de kunstenaar oniging. Maar misschien ben ik bevooroordeeld. Ooit zag ik van Corinth het schilderij Ecce Homo uit 1925, dat diepe indruk maak-
te. Een Christusfiguur wordt geflankeerd door een Pilatus (die met zijn witte jas het meest doet denken aan een foute psychiater in een film van Fritz Lang) en een geharnaste soldaat die met zijn skinhead alle gruwelen van de Tweede Wereldoorlog lijkt te voorspellen. Sindsdien bekijk ik het werk van Corinth met andere ogen. Een Eca Homo is op de tentoonstelling niet te zien, maar bijvoorbeeld de drie tekeningen van de kunstenaar en de dood zijn mdrukwekkend. De diepgang van Corinth kan te maken hebben met zijn ziekte in 1911, waaraan hij bijna stierf Sindsdien keert de dood regelmatig in zijn werk terug. Ook technisch gezien had de ziekte gevolgen voor zijn latere werk: het feit dat hij zijn handen moeilijker kon gebruiken, was van invloed op zijn stijl. Interessant zijn de verschillende zelfportretten van de kunstenaars. Liebermann kijkt ons twee keer onderzoekend aan, alsof hij de mogelijkheid voor een tekening inschat. Slevogt ziet zichzelf graag als een betrouwbare burgerman Corinth kijkt aanvankelijk angstig, maar later moedeloos berustend in de camera. En om toch wat vrolijker te eindigen; de Harry HMny-tekeningen van Slevogt zijn erg komisch. Grafiek van Liebermann, Slevogt en Connth Dinsdag 6 september tot en met zaterdag 22 oktober in het Exposorium van de Vrije Universiteit, De Boete laan 1105 Amsterdam Buitenveldert Open ma t/m vr 10 00 20 00, za 10 00 16 00 uur Duitstalige catalogus te koop è ƒ 2 0 , . Infomnatie 020 4445648
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's